Hoofdstuk 1 en 2: basisbegrippen en krachtvectoren
Puntmassa en voorwerp
Een puntmassa is te beschouwen als een voorwerp met verwaarloosbare afmetingen.
Voorwerp word beschouwd als een lichaam waarvan de afmetingen wel een rol spelen
bij het oplossen van een vraagstuk. Meestal zijn de voorwerpen in statica star (=niet
vervormbaar)
Empirische wetten van Newton (juistheid werd gestaafd op basis van observaties)
1. Een voorwerp blijft in rust of n beweging wanneer de som van alle krachten gelijk
is aan 0.
2. Een puntmassa ondervindt een versnelling (vertraging) in dezelfde richting van de
resulterende inwerkende kracht. Grootte is evenredig met de resultante.
3. Actie- en reactiekrachten zijn even groot, tegengesteld en collineair.
Evenwicht analyseren bij samenlopende krachten.
➢ Werklijnen hebben gemeenschappelijk snijpunt
Stappenplan voor oefeningen:
1. Vrijlichaamslaams-schets
1. Maak een deel ‘vrij’ of ‘geïsoleerd’ van zijn omgeving
2. Geef alle inwerkende krachten aan: kabels, veren, eigengewicht, magnetisch,
elektrostatisch …
▪ Bekende krachten: grootte en richting aangeven
▪ Onbekende krachten:
▪ kies de zin van de vector (bij kabels en touwen enkel trek mogelijk!)
▪ juiste teken volgt uit resultaat
3. Toon relevante afmetingen en hoeken
4. Teken assenstelsel
, 2a. Krachtendriehoek met driehoeksmeetkunde
Sinusregel en cosinusregel
2b. scalaire evenwichtsvergelijking oplossen
➢ Krachten onder een hoek? Oplossen naar x, y (en z)
Indien 3D soms dubbele projectie, onder twee hoeken, twee keer driehoeksmeetkunde
3. Stelsel oplossen
➢ Pas op : Vector
Grootte (altijd positief)
Richting
Zin
Extra formules:
F= m.g g = 9,81 m/s²
𝑚1 .𝑚2
F= 𝑟²
Fveer = k . x
Plaatsvector, formule wordt gegeven:
Hoofdstuk 3: krachtmoment en krachtkoppel
Moment van een kracht:
Een moment is een neiging tot rotatie