Levensloop Ψ
Hoofdstuk 1: Terreinverkenning
LEVENSLOOPPSYCHOLOGIE
HOOFDSTUK 1: TERREINVERKENNING
EEN KORTE HISTORIEK
DE VERRE VOORGESCHIEDENIS
• Ervaringen van mensen
o Alledaagse ervaringen leiden tot:
▪ spontane vragen
▪ eerste (onvolledige) inzichten
• Ontstaan van denkbeelden
o Op basis van ervaringen vormen mensen ideeën over:
▪ hoe de wereld in elkaar zit
▪ waarom gebeurtenissen komen en gaan
▪ hoe het leven verloopt van geboorte tot dood
o Deze ideeën worden vaak vastgelegd in:
▪ mythen en gezegden
• Gevolg
o Ontstaan van een voorwetenschappelijke / intuïtieve ontwikkelingspsychologie
o → gebaseerd op ervaring, niet op wetenschappelijk onderzoek
• Filosofen
o Begin van meer systematisch nadenken over ontwikkeling
o Voorbeeld: Cicero
▪ beschreef ouderdom met kenmerken zoals:
▪ minder energie
▪ tragere functies
▪ mogelijke cognitieve achteruitgang
• Twee belangrijke stromingen
o Nativisme (Jean-Jacques Rousseau)
▪ Ontwikkeling ligt grotendeels vast bij de geboorte
▪ Nadruk op aangeboren factoren
▪ Belangrijke denker: Jean-Jacques Rousseau
o Empirisme (Locke)
▪ Ontwikkeling door ervaring en opvoeding
▪ Mens = “tabula rasa” (onbeschreven blad)
▪ Belangrijke denker: John Locke
• Belangrijk inzicht
o Deze ideeën vormden de basis, maar zijn niet wetenschappelijk getoetst
o Daarom behoren ze tot de voorwetenschappelijke psychologie
START VAN DE GENETISCHE PSYCHOLOGIE
• Begin van wetenschappelijke ontwikkelingspsychologie (18de–19de eeuw)
o Geleerden begonnen systematisch observaties te maken
o Vooral via babybiografieën (aantekeningen over eigen kinderen)
o Eerste stap van filosofie → wetenschap
1
, Levensloop Ψ
Hoofdstuk 1: Terreinverkenning
• Kenmerken van dit onderzoek
o Gebaseerd op observatie i.p.v. enkel nadenken
o Maar:
▪ kleine steekproef (vaak eigen kinderen)
▪ dus nog beperkte betrouwbaarheid
• Voorbeeld
o Charles Darwin (1877)
▪ “A biographical sketch of an infant”
▪ Observaties van zijn zoon William
• Begin van theorievorming
o Invloed van evolutietheorie (Darwin)
o Idee dat ontwikkeling van een kind lijkt op:
▪ de evolutie van soorten
• Recapitulatietheorie
o Stelling: ontwikkeling van het individu herhaalt de evolutie van de mensheid
o Vandaag achterhaald
• Genetische psychologie
o Focus op kinderen
o Ontwikkeling vooral gezien als genetisch bepaald
• Belangrijk inzicht
o Eerste stap naar wetenschap, maar nog beperkt en eenzijdig
o Legde wel de basis voor latere, meer onderbouwde theorieën
OMVORMING TOT EEN ONTWIKKELINGSPSYCHOLOGIE
• Nieuwe ontwikkelingen in onderzoek
o Betere onderzoekstechnieken
o Onderzoek bij grotere en diverse groepen
o Ontwikkeling van statistische methoden:
▪ gegevens beter ordenen
▪ betrouwbaardere conclusies trekken
• Belangrijke onderzoekers
o Stanley Hall (1906)
▪ Eerste gebruik van vragenlijsten
▪ Studie van de ontwikkeling bij jonge kinderen
o William Stern (1911)
▪ Introduceerde gelijkaardige methoden
▪ Ontwikkelde transversaal (cross-sectioneel) onderzoek:
▪ vergelijken van verschillende leeftijdsgroepen
▪ snel inzicht in ontwikkeling over levensfasen
o Alfred Binet (1903, 1911)
▪ Ontwikkelde de eerste objectieve intelligentietest
▪ Maakte het mogelijk om intelligentie systematisch te meten
• Nieuwe impulsen voor theorievorming
o Afstappen van puur genetisch (aangeboren) denken
o Pedagogische invalshoek
▪ Nadruk op opvoeding en omgeving
o Behaviorisme
▪ Focus op leren en ervaringen
▪ Gedrag wordt gevormd door interactie met de omgeving
2
Hoofdstuk 1: Terreinverkenning
LEVENSLOOPPSYCHOLOGIE
HOOFDSTUK 1: TERREINVERKENNING
EEN KORTE HISTORIEK
DE VERRE VOORGESCHIEDENIS
• Ervaringen van mensen
o Alledaagse ervaringen leiden tot:
▪ spontane vragen
▪ eerste (onvolledige) inzichten
• Ontstaan van denkbeelden
o Op basis van ervaringen vormen mensen ideeën over:
▪ hoe de wereld in elkaar zit
▪ waarom gebeurtenissen komen en gaan
▪ hoe het leven verloopt van geboorte tot dood
o Deze ideeën worden vaak vastgelegd in:
▪ mythen en gezegden
• Gevolg
o Ontstaan van een voorwetenschappelijke / intuïtieve ontwikkelingspsychologie
o → gebaseerd op ervaring, niet op wetenschappelijk onderzoek
• Filosofen
o Begin van meer systematisch nadenken over ontwikkeling
o Voorbeeld: Cicero
▪ beschreef ouderdom met kenmerken zoals:
▪ minder energie
▪ tragere functies
▪ mogelijke cognitieve achteruitgang
• Twee belangrijke stromingen
o Nativisme (Jean-Jacques Rousseau)
▪ Ontwikkeling ligt grotendeels vast bij de geboorte
▪ Nadruk op aangeboren factoren
▪ Belangrijke denker: Jean-Jacques Rousseau
o Empirisme (Locke)
▪ Ontwikkeling door ervaring en opvoeding
▪ Mens = “tabula rasa” (onbeschreven blad)
▪ Belangrijke denker: John Locke
• Belangrijk inzicht
o Deze ideeën vormden de basis, maar zijn niet wetenschappelijk getoetst
o Daarom behoren ze tot de voorwetenschappelijke psychologie
START VAN DE GENETISCHE PSYCHOLOGIE
• Begin van wetenschappelijke ontwikkelingspsychologie (18de–19de eeuw)
o Geleerden begonnen systematisch observaties te maken
o Vooral via babybiografieën (aantekeningen over eigen kinderen)
o Eerste stap van filosofie → wetenschap
1
, Levensloop Ψ
Hoofdstuk 1: Terreinverkenning
• Kenmerken van dit onderzoek
o Gebaseerd op observatie i.p.v. enkel nadenken
o Maar:
▪ kleine steekproef (vaak eigen kinderen)
▪ dus nog beperkte betrouwbaarheid
• Voorbeeld
o Charles Darwin (1877)
▪ “A biographical sketch of an infant”
▪ Observaties van zijn zoon William
• Begin van theorievorming
o Invloed van evolutietheorie (Darwin)
o Idee dat ontwikkeling van een kind lijkt op:
▪ de evolutie van soorten
• Recapitulatietheorie
o Stelling: ontwikkeling van het individu herhaalt de evolutie van de mensheid
o Vandaag achterhaald
• Genetische psychologie
o Focus op kinderen
o Ontwikkeling vooral gezien als genetisch bepaald
• Belangrijk inzicht
o Eerste stap naar wetenschap, maar nog beperkt en eenzijdig
o Legde wel de basis voor latere, meer onderbouwde theorieën
OMVORMING TOT EEN ONTWIKKELINGSPSYCHOLOGIE
• Nieuwe ontwikkelingen in onderzoek
o Betere onderzoekstechnieken
o Onderzoek bij grotere en diverse groepen
o Ontwikkeling van statistische methoden:
▪ gegevens beter ordenen
▪ betrouwbaardere conclusies trekken
• Belangrijke onderzoekers
o Stanley Hall (1906)
▪ Eerste gebruik van vragenlijsten
▪ Studie van de ontwikkeling bij jonge kinderen
o William Stern (1911)
▪ Introduceerde gelijkaardige methoden
▪ Ontwikkelde transversaal (cross-sectioneel) onderzoek:
▪ vergelijken van verschillende leeftijdsgroepen
▪ snel inzicht in ontwikkeling over levensfasen
o Alfred Binet (1903, 1911)
▪ Ontwikkelde de eerste objectieve intelligentietest
▪ Maakte het mogelijk om intelligentie systematisch te meten
• Nieuwe impulsen voor theorievorming
o Afstappen van puur genetisch (aangeboren) denken
o Pedagogische invalshoek
▪ Nadruk op opvoeding en omgeving
o Behaviorisme
▪ Focus op leren en ervaringen
▪ Gedrag wordt gevormd door interactie met de omgeving
2