Inleiding – herhaling SMW 1
We spreken over een goede basis als deze kennis aanwezig is in je methodische
‘gereedschapskoffer.
Wat zit er al in?
Social casework
Gesprekstechnieken TS1
Algemene systeemtheorie + communicatietheorie
Oplossingsgerichte benadering
KENNIS
Bespreek de 4 lagen van social casework.
Bespreek de methodische kenmerken van het EDDA-proces.
Benoem de explorerende gespreksthema’s van social casework. Geef aan hoe je dit
gesprekstechnisch kan bevragen. En illustreer ieder thema met 2 voorbeeldvragen.
Bespreek de 3 hoofddoelen van dialogisch diagnosticeren.
Benoem en leg kort uit: de 5 krachtlijnen van het sociaal werk en illustreer deze met een
voorbeeld.
Geef de wet van Maier en bespreek deze adhv de relatiecompetenties.
Bespreek de presentiebenadering, gebruik hiervoor enkele kenmerkende begrippen die Andries
Baert vermeldt.
Bespreek de 4 lagen van de algemene systeemtheorie.
Benoem de axioma’s van Watzlawyck en illustreer met een voorbeeld.
Bespreek de 4 lagen van de oplossingsgerichte benadering.
Bespreek de oplossingsgerichte interventies.
Bespreek de opbouw van een oplossingsgericht gesprek.
Bespreek het belang van de oplossingsgerichte flowchart en leg deze uit.
VAARDIGHEDEN
In relatie met de cliënt en diens omgeving een keuze maken uit diverse gesprekstechnieken en
deze passend hanteren.
Een intakegesprek voeren, gebruik makend van werkinstrumenten, dat resulteert in een
handelingsplan.
Een oplossingsgericht gesprek voeren.
Weloverwogen keuzes maken uit diverse gesprekstechnieken en methodische kaders.
Wat betekent “verbreden en verdiepen”?
Basis = gekend! Op zoek gaan naar:
De rode draad in methodisch werken:
- 3 kenmerken: doelgericht, systematisch, procesmatig
- 4 lagen: visie, doel, relatie, technieken
Verschillen en gelijkenissen, linken, verbanden
- Uitbreiding: van de cliënt naar een systeem
1
, Betekenis van EDDA-interventies
6 explorerende gespreksthema’s
Van inzicht naar uitzicht naar vooruitzicht: doelen SMART formuleren
RELATIE en DE WET VAN MAIER
RELATIECOMPETENTIES (social casework)
Communicatietheorie – axioma’s van Watzlawick
8stappendans
Oplossingsgerichte flowchart
- Vrijblijvende relatie
- Zoekende relatie
- Consulterende relatie
- Co-expert relatie
4 lagen: visie, doel, relatie en technieken
Hoofdstuk 1: ethische knopen doorhakken
“Goed” Social Work is not only based on a set of values; social work IS a set of values.’ (Banks)
sociaal werk Wat moet ik doen? Wat wil ik doen? Wat behoor ik te doen?
Doen: niet de pragmatische kant + een maatschappelijk mandaat om in iemands leven tussenbeide te
komen.
=Altijd verbonden met een ethische dimensie
Centrale Empowerment, vrijheid, mensenrechten, sociale rechtvaardigheid (Internationale Federatie Sociaal Werk)
waarden
Krachtlijnen Verbindend werken, Nabij, Politiserend, Generalisistisch en Procesmatig
sterk sociaal
werk Wat betekent armoede? Wat betekent dat vanuit sociologie of pscyhologie? Hoe is het om constant onder
stress te staan door geldproblemen?
Procesmatig: hoe ga ik de client helpen om de situatie te bespreken. Belangrijk: Elke keer bewust en
doelgericht handelen!
Wat vindt de Voor, tijdens en na het concreet handelen: zoeken naar een ethische grondslag ter verantwoording van
MAW goed ‘goed’ werk
werk?
Levend proces: tijd en ruimte maken voor ethisch redeneren en overleg met beroepsgenoten. Hierdoor
wordt het beroepsstandpunt wakker, zichtbaar en mededeelbaar
Gedeelde Ethisch redeneren = zoeken, wegen en vinden van goede redenen om het professioneel gedrag te
wijsheid richten
DenK Kader :
D= doordenken
K= bewust kiezen
GEEN stappenplan maar werken in relatie en met visie
Doel Een bewuste keuze tot handelen maken
=de ethische knoop doorhakken
DenK-kader Start: De vraag om de knoop te omschrijven en in vraagvorm te formuleren.
Wat is de hamvraag in deze ethische kwestie?
Is het verantwoord om de kinderen meete geven aan de dronken papa, ethische vraag , waar stopt je
mandaat?
1. Proloog:
Wat is de kwestie en knoop? Wat triggert mij? Wat is mijn intuïtieve/buikgevoel reactie?
2
, a. Wat is de kwestie die een appel doet? Wat is de context?
Een kwestie waarin ik iets moet beslissen om iets te doen, niet iets te doen is de volgende …..
De feiten zijn de volgende …
De vermoedens zijn …
Een specifieke context die u moet weten is ….
(Hoe het eventueel reeds concreet werd aangepakt nog niet vermelden.)
a. Wat is de knoop?
Wat mij het meest triggert …. Of anders gezegd, wat volgens mij de hamvraag is…
Wat is de knoop? Wat triggert mij? Wat is mijn intuïtieve reactie?
Wat is de hamvraag waarom ik een beargumenteerd antwoord wil via het denkkader.
Met wie wil/kan ik overleggen? Waarom?
2. Oriëntatie in de breedte – helikopterview:
Wie draagt mogelijk welke gevolgen van een beslissing, Voor mij als sociaal werker levert dit volgende
spanningen / conflicten op …
Doel :
- Alle spelers en posities in beeld brengen
- Belanghebbenden in kaart brengen
- Hun belangen en tegenstellingen opsporen
DUS:
• Wat zijn voor mij relevante feiten?
• Wat zijn voor mij relevante vermoedens?
• Wie zijn belanghebbende (micro-meso-macro)?
• Wie draagt gevolgen van een beslissing? Wat zijn hun belangen?
• Wat zijn volgens mij hun belangen?
3. Oriëntatie in de hoogte – normen
Doel:
- Richtsnoeren opsporen
- Tegenstrijdige wetgeving
- Artikels, wetten,… concretiseren
DUS:
• Welke codes, wetgeving, rechten… zijn bepalend?
• Waar is de regel niet eenduidig of beperkend?
Wat zijn de grijze zones, beperkend, twijfels,…
4. Oriëntatie in de diepte (waarden):
• Welke waarden worden bedreigd of staan op gespannen voet? Is er een dilemma?
• Wat vind ik goed? Of juist niet kunnen?
• Wat zou de ideale maatschappelijk werker hier sociaal rechtvaardig vinden? Belangrijke vraag, los van
alle gevoelens, wat zou een goede MA doen?
Zie sleutelvragen
5. Knoop doorhakken
Wat is mijn (moreel) oordeel? Volgens mij zijn uit de volgende stappen de volgende argumenten
doorslaggevend … en leiden tot volgende keuze …
• Welke argumenten uit vorige stappen zijn doorslaggevend voor mijn keuze?
• Wat is wenselijk?
• Wat is haalbaar?
• Bedenk een haalbaar en betrouwbaar actieplan
Sociaal werk is niet zwart wit, er zitten veel dillemas, ethische knopen,…
Sleutelvrage Aan welke waarden geeft de MA voorrang?
n bij Wat zijn de gevolgen voor andere waarden die in het geding komen?
oriëntatie in Waarom maakt de MA deze keuze?
de diepte Op welke ethische argumenten rust deze keuze?
Vanuit welke intentie handel ik?
Is dat een goede intentie vanuit de waarden van sociaal werk?
Wat zijn de gevolgen van mijn handelen?
3
, Dragen deze bij tot goed sociaal werk?
Hoe betrouwbaar ben ik als MA als ik een bepaalde actie onderneem of laat?
Waar stopt de clientgerichtheid? Tot waar beroepsgeheim?
Goede praktijk:
Sociaal werk is nooit enkel pragmatisch. Sociaal werk heeft altijd een ethische dimensie
! Overstijgen van het buikgevoel – motiveren
Dit proces is nooit af – tijd voor maken
Hoofdstuk 2: blended hulpverlening (deel 1)
Online en face-to-face doordacht combineren
1. Begrippen onlinehulpverlening en blended hulpverlening kunnen bespreken en illustreren met
voorbeelden.
2. Blended hulpverlening
- de strikte interpretatie en de ruimere invulling kunnen bespreken.
- de motieven kunnen benoemen en toelichten.
- uitgangspunten en succesfactoren kunnen benoemen en toelichten.
- Is de cliënt er klaar voor? – competenties van de cliënt kunnen benoemen en toelichten.
- voordelen voor de cliënt en de organisatie kunnen benoemen en toelichten.
- een doordachte keuze vanuit de organisatie (veiligheid, discretie, belang van een visie,
regelgevende beperkingen, professionalisering en begeleiding van hulpverleners,
methodiekontwikkeling en intervisie) kunnen bespreken
3. Voorwaarden van onlinehulpverlening en blended hulpverlening kunnen bespreken.
4. De verschillen tussen onlinehulpverlening en blended hulpverlening en face to face
hulpverlening kunnen uitleggen.
Wat is Onlinehulpverlening is elke communicatie van bezoeker, cliënt of patiënt:
4