DEEL 1: FINANCIËLE ARCHITECTUUR.
Hoofdstuk 1: Financiële architectuur ontstaat niet spontaan.
1.1 Intro.
Waarom is de wereld niet in dezelfde mate ontwikkeld?
→ Verschil in onderwijs (Easterlin 1981) zorgt ervoor dat verschillende landen zich beter en
vlugger zullen ontwikkelen.
→ Het ontstaan van financiële infrastructuur is een gigantische katalysator van welvaart en
welzijn.
Financiële architectuur ontstaat niet spontaan. Het is een antwoord van de mens op
bepaalde noden. Als de noden verschillen, zal ook de financiële architectuur verschillen.
Waarom zijn bijvoorbeeld de aboriginals Engeland niet binnengevallen en wel omgekeerd?
→ de aboriginals leefden geïsoleerd van de rest vand e wereld en hebben nooit de
noodzaak gevoeld om landbouw te ontwikkelen. Ze bleven economisch ter plaatse en
ontwikkelden geen nieuwe technologiën.
Financieel systeem:
“the connected universe of financial instruments (obligaties, aandelen, etc), financial
institutions (banken, verzekering, etc) and financial markets operating in a given place at a
given time, that is, the financial superstructure of the economy.”
1.2 Schuld en ruil liggen aan de wieg van onze beschaving.
De jager-verzamelaar leefde in kleine gemeenschappen die groot genoeg waren om zichzelf
te verdedigen, en tegelijk klein genoeg waren om voedselbronnen niet uit te putten. Alles
wat men had werd gedeeld, men omschrijft deze primitieve sharing economy als een eerste
welvaartmaatschappij (affluent society). De economie binnen leefgemeenschappen nam
caak de vorm aan van een gift economy waarbij de plicht ontstond van te geven, te
aanvaarden en iets terug te geven. Dit liet het idee van shuld ontstaan. Hierbij ontstond ook
het concept van intrest waarbij iemand die iets kreeg, verwacht werd hetzelfde plus iets
meer terug te geven. Transacties tussen leefgemeenschappen waren eerder trade and walk
away transacties.
1.3 Landbouw leidt tot eigendom, handel, vermogen, belastingen, geld en lenen.
Neolitische revolutie (10.000 - 8.000 vc):
= de evolutie van jager-verzamelaar (foerageren) naar pastoralisme (= rondtrekken met een
kudde dieren.). Men beschrijft de evolutie als de verandering naar grootschalige,
gesystematiseerde op handel gerichte landbouw.
- Stenen gereedschapeen werden vervangen door metalen werktuigen. Succesvolle
landbouwers werden heersers die zelf niet meer hoefden te werken en andere
mensen daarvoor inschakelden.
- Urbanisatie: de groei van stedelijke gebieden als gevolg van een trek van het
platteland naar de stad.
- Territoriale soevereiniteit. Dit is het recht van een bestuursorgaan om het hoogste
gezag uit te oefenen zonder dat verantwoording is verschuldigd aan een ander
orgaan betreft het gebied van een staat.
, - Sociale stratificatie: Het indelen van groepen mensen in maatschappelijke lagen,
waartussen een ongelijkheidsverhouding bestaat.
- Belastingen: Een grote vorm van inkomen voor de staat. Elke legitieme burger
betaalt een bepaald percentage, afhankelijk van je inkomen aan de staat. Ook zit het
in alle goederen dat je koopt.
Deze agrarische maatschappijen doen eigendom concepten ontstaan. Er ontstaan
machtssystemen. Dit heeft hevige neveneffecten (ontstaan economische begrippen):
- eigendom
- teltechnieken
- boekhouding
- contracten
- handel
Kleitabletten werden hiervoor gebruikt. = ontstaan geschrift
In deze samenlevingen ontstaat een economisch probleem:
Ruil moest zeer onhandig geweest zijn wanneer men wat olie wou kopen en enkel
een koe had in ruil voor die olie.
→ wanneer we merken dat we zeer veel ruilverhoudingen en ruilprijzen beginnen krijgen,
ontstaat een centraal element, wat we vandaag de dag geld noemen.
In Egypte kende men een munt genaamd de Shât en de Deben, maar deze waren
geen fysieke vormen van geld: men gaf gewoon een waarde aan een bepaald goed en de
waarde voor het ruilproduct moest hier dan mee overeenkomen.
Codex van Hammurabi is het oudste bekende voorbeeld van wetgeving: hieruit volgde dat
deze mensen wel degelijk verzekering en het begrip contract zeker wel kenden.
1.4 Van goederengeld naar munten.
Het probleem van de ruileconomie was dat de ruilverlangens meestal niet samenvielen
waardoor het moeilijk was om tot ruilovereenkomsten te komen.
Lydiërs waren de eersten die het concept van geld in de vorm van goud ging gieten. Omdat
het niet makkelijk was om te weten wat de zuiverheid van het goud was, werden de eerste
munten geslagen waarop een leeuw stond afgebeeld: hoe groter de leeuw, hoe hoger de
waarde van het muntstuk. Hierdoor ontstond het eerste munthuis, dit is een plek waar
munten worden geslagen. Ook was dit de uitvinding van de goudstandaard.
Grieken en Romeinen zijn hetzelfde pad gaan betreden en men ziet munten met beelden
van personen.
De functies van dit geld waren niet alleen een rekeneenheid, maar ook als opslagmiddel van
vermogen en als ruilmiddel.
1.5 Handel leid tot …
- Er ontstonden veel nieuwe steden. Mensen leenden uit noodzaak en deden dat dan
bij voorkeur bij familie en vrienden of bij een pandjeshuis.
- De eerste universiteit onstond (Bologna).
- Fibonnacci intoduceerde de Hindu-Arabische getallen en een tal van
rekentechnieken.
- De koopman was het hoofd in het economisch leven en het handelskapitalisme.
Dankzij Karel de Grote was er een uniform rekenmuntstelsel.
, - Er ontstond interregionale handel tussen Vlaanderen en Italië wat leidde tot het
ontstaan van jaarmarkten. Internationale handel werd gedaan met gouden munten
omdat het vertrouwen hierbij groter was. Lokale handel werd nog steeds gedaan met
zilveren munten. Dagelijkse consumptie werd gedaan aan de hand van zwart geld.
- De grote circulatie van munten deed de nood ontstaan aan monetaire specialisten:
de wisselaars. Deze ruilden de ene munt voor de ander op basis van gewicht. Vaak
deponeerden de reizende kooplieden hun munten bij een wisselaar in ruil voor
certificaten waardoor chartaal geld ontstond.
- In China ontstond het eerste papieren geld.
- Op jaarmarkten ontstond de jaarmarktbrief. Dit was een handelsdocument waarvan
de uitbetaling enkel kon plaatsvinden op een jaarmarkt.
- De merchant bankiers ontstonden doordat de koopman startte met het kopen en
verkopen van wisselbrieven en speculeerde op wisselkoersen.
- Clearing: Vroeger hadden handelaars een boekje met hun te betalen bedragen en
hun te onvangen bedragen, het maken van de saldi hiervan is de clearing.
1.6 Het ontstaan van financiële markten.
13e eeuw: ontstaan van eerste effecten: papier dat schuld vertegenwoordigt = obligaties.
14e eeuw: eerste echte handel op een markt met herbergiers als vertegenwoordigers. Hier
werd een reglement geschreven: je kwam de markt niet op als je geen handelaar was.
(Brugge als metropool).
Rond 1480 moest Brugge plaatsmaken voor Antwerpen: de eerste handelsbeurs (geen
aandelenbeurs!) ter wereld in Antwerpen.
Na de val van Antwerpen (1585) en de sluiting van de Schelde (1587) werd het financiële
erfgoed van Antwerpen naar Amsterdam verhuisd. Het zwaartepunt van de economische
vooruitgang kwam te liggen in de Nederlanden. De Nederlandse Republiek bestond uit
verschillende provincies en waren niet helemaal verenigd, en introduceerde provinciale
obligaties.
Belang van de nederlanders voor de financiële wereld is zeer groot:
→ werkten verder met leen technieken en ontwikkelden andere leen structuren. Bv lenen
met onderpand, lijfrenten waarbij u vast bedrag betaald ging krijgen zolang u leefde,
actuariële methoden, rechtspersonen en aandelen.
Oudste aandeel ter wereld: Verenigde Oostindische Compagnie: vroeger waren er
activiteiten waarbij schepen en hun bemanning verre en gevaarlijke reizen deden en
terugkwamen met specerijen bijvoorbeeld. Het risico was dat de bemanning er plots mee
kon stoppen en er dus geen zekerheid was in de long-run. De Nederlanders stelden voor: wil
je meedoen in ons project zul je geld moeten geven aan de oost indische compagnie en je
krijgt in ruil een papier dat we een aandeel noemen, maar je kan je geld niet terugvragen. De
enige manier om je geld terug te krijgen is om het door te verkopen aan iemand anders (=
beurs). Op deze manier was de oostindische compagnie zeker van de middelen die ze
gekregen hadden. De Verenigde Oostindische Compagnie groeide uit tot een van de eerste
multinationale ondernemingen.
→ eerste effectenbeurs ter wereld in Amsterdam
Het ontstaan van markten leidde tot bubbels in de markt: (vb) op een gegeven moment
steeg de waarde van tulpen enorm en begon men grote vermogens in tulpen te steken,
waarna deze markt crashte.
, Financiële innovatie gaat in volgende eeuwen gewoon verder.
18e eeuw: Loterij Leningen: leningen waarbij men een loterij element aan een lening
verbindt. Je krijgt dan bijvoorbeeld geen coupon, maar wel de kans om een grote geldprijs te
winnen.
1.7 Ontstaan van centrale banken.
De eerste bank die dicht bij een centrale bank kwam was de Amsterdamse Wisselbank.
Deze had een bijzondere rol: er circuleerden honderden verschillende soorten gouden en
zilveren munten waardoor er verwarring ontstond. De bank ging deze munten uit circulatie
halen en deze op een correcte manier te taxeren en dat tegoed op een rekening te zetten.
Er ontstond giraal geld.
Vanuit deze rekeningen kon met het geld overschrijven naar andere rekeningen.
De Zweedse rijksbank wordt beschouwd als de eerste echte centrale bank.
1.8 Slotbeschouwing.
Kredietcrisis = crisis van 2008.
Hoofdstuk 2: Bouwstenen van de financiële architectuur.
2.1 Intro.
Basisbegrippen:
- Betalen.
- Financieren.
- Risicoverschuiving.
2.2 Betalen.
We hebben nood aan betrouwbare munt. De technologie achter betalen evolueert zeer snel.
2.3 Financieren.
Financieren = intertemporele allocatie van consumptie onder onzekerheid. Kunnen we
consumptie over een langere manier spreiden in de tijd en deze loskoppelen aan het geld
dat men momenteel verdient. Financiering biedt hier een oplossing voor. Men kan aan de
hand van leningen al vroegtijdig een woning kopen. Men betaalt met geld dat men later zal
verdienen.
- Directe financiering: Wanneer de financiering rechtstreeks plaatsvindt tussen de
behoeftige en de spaarder. We spreken over directe financiering of over een
financiering via financiële markten.
- Indirecte financiering: Wanneer de spaarder zijn gelden echter toevertrouwt aan
een kredietinstelling (banken) en deze onafhankelijk financiering verstrekt.
Financiële markten = Markten waar vraag en aanbod van geld, effecten of financiële
instrumenten bij elkaar komen.
Hoofdstuk 1: Financiële architectuur ontstaat niet spontaan.
1.1 Intro.
Waarom is de wereld niet in dezelfde mate ontwikkeld?
→ Verschil in onderwijs (Easterlin 1981) zorgt ervoor dat verschillende landen zich beter en
vlugger zullen ontwikkelen.
→ Het ontstaan van financiële infrastructuur is een gigantische katalysator van welvaart en
welzijn.
Financiële architectuur ontstaat niet spontaan. Het is een antwoord van de mens op
bepaalde noden. Als de noden verschillen, zal ook de financiële architectuur verschillen.
Waarom zijn bijvoorbeeld de aboriginals Engeland niet binnengevallen en wel omgekeerd?
→ de aboriginals leefden geïsoleerd van de rest vand e wereld en hebben nooit de
noodzaak gevoeld om landbouw te ontwikkelen. Ze bleven economisch ter plaatse en
ontwikkelden geen nieuwe technologiën.
Financieel systeem:
“the connected universe of financial instruments (obligaties, aandelen, etc), financial
institutions (banken, verzekering, etc) and financial markets operating in a given place at a
given time, that is, the financial superstructure of the economy.”
1.2 Schuld en ruil liggen aan de wieg van onze beschaving.
De jager-verzamelaar leefde in kleine gemeenschappen die groot genoeg waren om zichzelf
te verdedigen, en tegelijk klein genoeg waren om voedselbronnen niet uit te putten. Alles
wat men had werd gedeeld, men omschrijft deze primitieve sharing economy als een eerste
welvaartmaatschappij (affluent society). De economie binnen leefgemeenschappen nam
caak de vorm aan van een gift economy waarbij de plicht ontstond van te geven, te
aanvaarden en iets terug te geven. Dit liet het idee van shuld ontstaan. Hierbij ontstond ook
het concept van intrest waarbij iemand die iets kreeg, verwacht werd hetzelfde plus iets
meer terug te geven. Transacties tussen leefgemeenschappen waren eerder trade and walk
away transacties.
1.3 Landbouw leidt tot eigendom, handel, vermogen, belastingen, geld en lenen.
Neolitische revolutie (10.000 - 8.000 vc):
= de evolutie van jager-verzamelaar (foerageren) naar pastoralisme (= rondtrekken met een
kudde dieren.). Men beschrijft de evolutie als de verandering naar grootschalige,
gesystematiseerde op handel gerichte landbouw.
- Stenen gereedschapeen werden vervangen door metalen werktuigen. Succesvolle
landbouwers werden heersers die zelf niet meer hoefden te werken en andere
mensen daarvoor inschakelden.
- Urbanisatie: de groei van stedelijke gebieden als gevolg van een trek van het
platteland naar de stad.
- Territoriale soevereiniteit. Dit is het recht van een bestuursorgaan om het hoogste
gezag uit te oefenen zonder dat verantwoording is verschuldigd aan een ander
orgaan betreft het gebied van een staat.
, - Sociale stratificatie: Het indelen van groepen mensen in maatschappelijke lagen,
waartussen een ongelijkheidsverhouding bestaat.
- Belastingen: Een grote vorm van inkomen voor de staat. Elke legitieme burger
betaalt een bepaald percentage, afhankelijk van je inkomen aan de staat. Ook zit het
in alle goederen dat je koopt.
Deze agrarische maatschappijen doen eigendom concepten ontstaan. Er ontstaan
machtssystemen. Dit heeft hevige neveneffecten (ontstaan economische begrippen):
- eigendom
- teltechnieken
- boekhouding
- contracten
- handel
Kleitabletten werden hiervoor gebruikt. = ontstaan geschrift
In deze samenlevingen ontstaat een economisch probleem:
Ruil moest zeer onhandig geweest zijn wanneer men wat olie wou kopen en enkel
een koe had in ruil voor die olie.
→ wanneer we merken dat we zeer veel ruilverhoudingen en ruilprijzen beginnen krijgen,
ontstaat een centraal element, wat we vandaag de dag geld noemen.
In Egypte kende men een munt genaamd de Shât en de Deben, maar deze waren
geen fysieke vormen van geld: men gaf gewoon een waarde aan een bepaald goed en de
waarde voor het ruilproduct moest hier dan mee overeenkomen.
Codex van Hammurabi is het oudste bekende voorbeeld van wetgeving: hieruit volgde dat
deze mensen wel degelijk verzekering en het begrip contract zeker wel kenden.
1.4 Van goederengeld naar munten.
Het probleem van de ruileconomie was dat de ruilverlangens meestal niet samenvielen
waardoor het moeilijk was om tot ruilovereenkomsten te komen.
Lydiërs waren de eersten die het concept van geld in de vorm van goud ging gieten. Omdat
het niet makkelijk was om te weten wat de zuiverheid van het goud was, werden de eerste
munten geslagen waarop een leeuw stond afgebeeld: hoe groter de leeuw, hoe hoger de
waarde van het muntstuk. Hierdoor ontstond het eerste munthuis, dit is een plek waar
munten worden geslagen. Ook was dit de uitvinding van de goudstandaard.
Grieken en Romeinen zijn hetzelfde pad gaan betreden en men ziet munten met beelden
van personen.
De functies van dit geld waren niet alleen een rekeneenheid, maar ook als opslagmiddel van
vermogen en als ruilmiddel.
1.5 Handel leid tot …
- Er ontstonden veel nieuwe steden. Mensen leenden uit noodzaak en deden dat dan
bij voorkeur bij familie en vrienden of bij een pandjeshuis.
- De eerste universiteit onstond (Bologna).
- Fibonnacci intoduceerde de Hindu-Arabische getallen en een tal van
rekentechnieken.
- De koopman was het hoofd in het economisch leven en het handelskapitalisme.
Dankzij Karel de Grote was er een uniform rekenmuntstelsel.
, - Er ontstond interregionale handel tussen Vlaanderen en Italië wat leidde tot het
ontstaan van jaarmarkten. Internationale handel werd gedaan met gouden munten
omdat het vertrouwen hierbij groter was. Lokale handel werd nog steeds gedaan met
zilveren munten. Dagelijkse consumptie werd gedaan aan de hand van zwart geld.
- De grote circulatie van munten deed de nood ontstaan aan monetaire specialisten:
de wisselaars. Deze ruilden de ene munt voor de ander op basis van gewicht. Vaak
deponeerden de reizende kooplieden hun munten bij een wisselaar in ruil voor
certificaten waardoor chartaal geld ontstond.
- In China ontstond het eerste papieren geld.
- Op jaarmarkten ontstond de jaarmarktbrief. Dit was een handelsdocument waarvan
de uitbetaling enkel kon plaatsvinden op een jaarmarkt.
- De merchant bankiers ontstonden doordat de koopman startte met het kopen en
verkopen van wisselbrieven en speculeerde op wisselkoersen.
- Clearing: Vroeger hadden handelaars een boekje met hun te betalen bedragen en
hun te onvangen bedragen, het maken van de saldi hiervan is de clearing.
1.6 Het ontstaan van financiële markten.
13e eeuw: ontstaan van eerste effecten: papier dat schuld vertegenwoordigt = obligaties.
14e eeuw: eerste echte handel op een markt met herbergiers als vertegenwoordigers. Hier
werd een reglement geschreven: je kwam de markt niet op als je geen handelaar was.
(Brugge als metropool).
Rond 1480 moest Brugge plaatsmaken voor Antwerpen: de eerste handelsbeurs (geen
aandelenbeurs!) ter wereld in Antwerpen.
Na de val van Antwerpen (1585) en de sluiting van de Schelde (1587) werd het financiële
erfgoed van Antwerpen naar Amsterdam verhuisd. Het zwaartepunt van de economische
vooruitgang kwam te liggen in de Nederlanden. De Nederlandse Republiek bestond uit
verschillende provincies en waren niet helemaal verenigd, en introduceerde provinciale
obligaties.
Belang van de nederlanders voor de financiële wereld is zeer groot:
→ werkten verder met leen technieken en ontwikkelden andere leen structuren. Bv lenen
met onderpand, lijfrenten waarbij u vast bedrag betaald ging krijgen zolang u leefde,
actuariële methoden, rechtspersonen en aandelen.
Oudste aandeel ter wereld: Verenigde Oostindische Compagnie: vroeger waren er
activiteiten waarbij schepen en hun bemanning verre en gevaarlijke reizen deden en
terugkwamen met specerijen bijvoorbeeld. Het risico was dat de bemanning er plots mee
kon stoppen en er dus geen zekerheid was in de long-run. De Nederlanders stelden voor: wil
je meedoen in ons project zul je geld moeten geven aan de oost indische compagnie en je
krijgt in ruil een papier dat we een aandeel noemen, maar je kan je geld niet terugvragen. De
enige manier om je geld terug te krijgen is om het door te verkopen aan iemand anders (=
beurs). Op deze manier was de oostindische compagnie zeker van de middelen die ze
gekregen hadden. De Verenigde Oostindische Compagnie groeide uit tot een van de eerste
multinationale ondernemingen.
→ eerste effectenbeurs ter wereld in Amsterdam
Het ontstaan van markten leidde tot bubbels in de markt: (vb) op een gegeven moment
steeg de waarde van tulpen enorm en begon men grote vermogens in tulpen te steken,
waarna deze markt crashte.
, Financiële innovatie gaat in volgende eeuwen gewoon verder.
18e eeuw: Loterij Leningen: leningen waarbij men een loterij element aan een lening
verbindt. Je krijgt dan bijvoorbeeld geen coupon, maar wel de kans om een grote geldprijs te
winnen.
1.7 Ontstaan van centrale banken.
De eerste bank die dicht bij een centrale bank kwam was de Amsterdamse Wisselbank.
Deze had een bijzondere rol: er circuleerden honderden verschillende soorten gouden en
zilveren munten waardoor er verwarring ontstond. De bank ging deze munten uit circulatie
halen en deze op een correcte manier te taxeren en dat tegoed op een rekening te zetten.
Er ontstond giraal geld.
Vanuit deze rekeningen kon met het geld overschrijven naar andere rekeningen.
De Zweedse rijksbank wordt beschouwd als de eerste echte centrale bank.
1.8 Slotbeschouwing.
Kredietcrisis = crisis van 2008.
Hoofdstuk 2: Bouwstenen van de financiële architectuur.
2.1 Intro.
Basisbegrippen:
- Betalen.
- Financieren.
- Risicoverschuiving.
2.2 Betalen.
We hebben nood aan betrouwbare munt. De technologie achter betalen evolueert zeer snel.
2.3 Financieren.
Financieren = intertemporele allocatie van consumptie onder onzekerheid. Kunnen we
consumptie over een langere manier spreiden in de tijd en deze loskoppelen aan het geld
dat men momenteel verdient. Financiering biedt hier een oplossing voor. Men kan aan de
hand van leningen al vroegtijdig een woning kopen. Men betaalt met geld dat men later zal
verdienen.
- Directe financiering: Wanneer de financiering rechtstreeks plaatsvindt tussen de
behoeftige en de spaarder. We spreken over directe financiering of over een
financiering via financiële markten.
- Indirecte financiering: Wanneer de spaarder zijn gelden echter toevertrouwt aan
een kredietinstelling (banken) en deze onafhankelijk financiering verstrekt.
Financiële markten = Markten waar vraag en aanbod van geld, effecten of financiële
instrumenten bij elkaar komen.