Transthoracale echocardiografie (TTE) (3)
● Echografie via echogolven door de borstkas tussen de ribben
● Beeldvorming in 2D grijswaarden (pixels)
● Toont structuren en functie van het hart in real time
Beelden en voorbeelden
● Lange-as doorsnede: linker ventrikel, aorta, linker atrium, deel rechter ventrikel
● Professionele wielrenner:
● Vergroot hart → meer VO2max
● Meestal normale pompfunctie
● Normale beelden:
● Goede contractie van linker hart
● Duidelijke wandverdikking/versmalling in systole →
effectieve pomp
● Pathologische beelden:
● Sterk verminderde pompfunctie
● Na myocarditis → uiteindelijk harttransplantatie
● Na oud myocardinfarct:
● Uitgezet hart
● Zone zonder contractie
● Wand verdikt niet tijdens systole
● Infarctgebied vervangen door littekenweefsel
Pompfunctie / contractiliteit
● Kan gemeten worden:
● Direct of indirect
● Met echografie, MRI, scintigrafie
● Normale ejectiefractie linker ventrikel:
● > 52% van het einddiastolisch volume
Cardiale MRI
● Voordeel: hogere resolutie dan echo, vooral bij slechte echo-beeldkwaliteit
Hartcyclus – diastole
● Einddiastole:
● Einde van relaxatie
● Na atriale contractie
● Vullingsfasen van de ventrikels:
● Isovolumetrische relaxatie:
● Druk daalt
● Volume blijft gelijk
● Snelle vulling:
● Bloed uit atria
● Diastase:
● Trage vulling
● Atriale contractie:
● Extra vulling (“atriale kick”)
1
,Rol van de atria
● Functioneren als reservoirs
● Worden gevuld tijdens ventrikelsystole
● Snelle vulling van ventrikels tijdens diastole
● Zonder atria:
● Onvoldoende tijd voor vulling vanuit longaders
Mitralisklep annulus en hartbeweging
● Linker atrium en ventrikel delen mitralisklep-annulus
● Annulus beweegt als een piston:
● Tijdens systole → naar apex
● Tijdens diastole → naar grote vaten
● Gevolg:
● Ventriculair volume daalt
● Atriale vulling neemt toe
● Totale hartvolume blijft bijna constant:
● “Constant volume state”
● Apex blijft quasi stationair tijdens systole
Systole vs diastole
● Systole:
● Ongeveer 1/3 van de hartcyclus
● Verkort weinig bij inspanning
● Diastole:
● Duurt langer
● Verkort sterk bij inspanning
Diastolische functie van de linker ventrikel
● Bepaald door:
● Actieve componenten
● Passieve componenten
● Mechanismen:
● Recoil (“veer-effect”) na contractie
● Actieve relaxatie:
● ATP-afhankelijk
● Losmaken van acto-myosine bruggen
● Passieve relaxatie:
● Glijden van cellulaire en extracellulaire structuren
● Diastolische dysfunctie door:
● Te veel acto-myosine bruggen
● Interstitiële fibrose
● Veranderingen in myocardstructuur
Normaal echobeeld
● Goed pompende linker ventrikel
● Zichtbaar:
● Mitralisklep (twee klepblaadjes)
● Aortaklep
● Linker atrium naast de linker ventrikel
2
,Circulatoir systeem en bloedvaten (4)
● Veel (maar niet alle) multicellulaire organismen hebben een bloedvatenstelsel
● Bloedvaten vertakken tot capillairen (haarvaten)
● Capillairen staan in direct contact met de cellen
Endotheel
● Alle bloedvaten zijn bekleed met endotheelcellen (plaveiselachtig)
● Belangrijke functies:
● Voorkomen van trombose (klontervorming)
● Regulatie van vaatdiameter (vasomotore functie)
● In arteriolen:
● Endotheel activeert gladde spiercellen in de tunica media
● Contractie → kleinere diameter → hogere vaatweerstand
Orgaanspecifieke functies van endotheel
● Nieren: filtratiefunctie
● Lymfeknopen: homing en migratie van witte bloedcellen
● Endotheel is functioneel aangepast aan het orgaan
Evolutionair perspectief
● Ontstaan van een circulatoir systeem:
● Gevolg van evolutie van unicellulaire naar grote, complexe multicellulaire organismen
● Noodzaak van:
● Centrale pomp (hart)
● Bloedvaten
● Circulerend bloed
Bloedvaten – gesloten circuit (5)
● Bloedvaten vormen een gesloten circulair systeem
● Zorgen voor transport van:
● Zuurstof
● Nutriënten
● Afvalstoffen
● Alle bloedvaten zijn bekleed met endotheelcellen
Functies van endotheel
● Conduitfunctie voor bloedcellen
● Vasomotore functie (regeling vaatdiameter)
● Hemostase (voorkomen/regelen van trombose)
● Angiogenese (vorming van nieuwe bloedvaten)
● Barrièrefunctie tussen bloed en weefsel
Ontwikkeling
● Bloedvaten en het hart ontstaan uit:
● Mesodermale voorlopercellen (skelet, bot, pezen, spieren)
● Tijdens de embryonale ontwikkeling
3
, Aorta en arterieel vaatstelsel (6)
Algemene opbouw
● Uitgebreid netwerk van bloedvaten
● Aorta = grootste en breedste bloedvat
● Naar de eindorganen (distaal) toe:
● Arteriën vertakken
● Diameter arteriën wordt kleiner
Functies van de aorta
● Meer dan enkel een buis
● Drie essentiële functies:
● Passieve conduitfunctie
● Transport van bloed naar de organen
● Elastische reservoirfunctie
● Opslag pulsenergie in systole
● Recoil in diastole → flow blijft doorgaan tijdens diastole
● Cruciaal voor coronaire perfusie (diepe coronairtakken vooral in diastole)
● Zorgt voor energetisch mechanische efficiëntie
● Drukbufferfunctie
● Bescherming eindorganen tegen hoge pulsatile druk
● Vooral hersenen en nieren (hoge flow, lage impedantie) zijn kwetsbaar
● De diastolische druk is veel hoger in de aorta dan in de linker ventrikel
Elastische werking van de aorta
● Tijdens systole:
● Deel van de energie wordt opgeslagen in de elastische aortawand
● Tijdens diastole:
● Energie wordt vrijgegeven (rebound)
● Bloed blijft circuleren, ook zonder ejectie
● Resultaat:
● Constantere bloedstroom
● Hogere diastolische druk in de aorta dan in de linker ventrikel
Belang voor orgaanperfusie
● Coronairen:
● Diepe (transmurale) takken:
● Doorbloeding vooral tijdens diastole
● Tijdens systole:
● Worden samengedrukt door hartcontractie
● Aortarebound:
● Verhoogt diastolische druk
● Verbetert coronaire perfusie
4