Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Voorbeeld 10 van de 145 pagina's
Samenvatting

Samenvatting Grondwettelijk Recht (politieke wetenschappen, ook rechten) | KU Leuven | Prof. Sottiaux | 16/20

Document preview thumbnail
Voorbeeld 10 van de 145 pagina's

Dit is een volledige samenvatting van het vak Grondwettelijk recht van een student politieke wetenschappen. (Wij kregen een aantal extra lessen/hoofdstukken van prof. Sottiaux dan de rechtenstudenten, maar dus ook de rechtenstudenten kunnen deze samenvatting gebruiken aangezien er slechts een aantal extra hoofdstukken in staan). De samenvatting is volledig: omvat de slides, notities van wat de prof vertelt in de les en daarnaast volledig aangevuld met het boek. De samenvatting omvat een duidelijke structuur, en alle artikelen staan aangeduid in het rood. Ik behaalde een 16/20 voor het examen.

Voorbeeld van de inhoud

Grondwettelijk recht
Prof. S. Sottiaux
Examen
- 3 grote luiken
o 1 grote theorievraag  persoonlijk standpunt verwerken (essayvraag)
o Definitievraag
o Casus over grondrechten  nationaal rechtscollege
- Niet alle materie wordt getoetst
- Partijfuncnacieringwet etc evetueel apart afrdukken



Deel 1: Algemene inleiding


Hoofdstuk 1: Basisbegrippen en centale thema’s van het
grondwettelijk recht
Afdeling 2: De grondwet
1. Betekenis en functies van de grondwet
 Amerikaanse onafhankelijkheidsverklaring, 1776
o Jefferson
o “Wij beschouwen deze waarheden als vanzelfsprekend: dat alle mensen als gelijken
worden geschapen, dat zij door hun schepper met zekere onvervreemdbare rechten zijn
begiftigd, dat zich daaronder bevinden het leven, de vrijheid en het nastreven na geluk.
Dat, om deze rechten te garanderen, regeringen onder de mensen worden ingesteld, die
hun rechtmatige bevoegdheden ontlenen aan de instemming der geregeerden; dat,
telkens wanneer enige regeringsvorm met deze doeleinden in strijd komt, het volk het
recht heeft hem te veranderen of teniet te doen en een nieuwe regering in te stellen,
haar grondslag vestigend op beginselen en haar bevoegdheid organiserend in een vorm
die hun het meest geschikt lijken om hun veiligheid en hun geluk te bewerkstelligen.”
 Art. 16, Franse Verklaring van de Rechten van de Mens en de Burger, 26 augustus 1789
o De Lafayette
o “Iedere maatschappij waarin de rechten niet gewaarborgd zijn, noch de scheiding der
machten in vastgesteld, heeft geen grondwet.”
 Amerikaanse en Franse Revolutie en grondwetten die zij hebben voortgebracht hebben een
grote invloed uitgeoefend op de Belgische grondwet en de Europese grondwettelijke verdragen

Functies van de grondwet:
1. Democratische organisatie van de overheidsmacht
2. Beperking van de overheidsmacht

1. Eerste functie: democratische organisatie van de overheidsmacht
o “Dat, om deze rechten te garanderen, regeringen onder de mensen worden
ingesteld, die hun rechtmatige bevoegdheden ontlenen aan de instemming der
geregeerden; (… ) een nieuwe regering in te stellen, haar grondslag vestigend op
beginselen en haar bevoegdheid organiserend in een vorm die hun het meest
geschikt lijken om hun veiligheid en hun geluk te bewerkstelligen.”
o Positief karakter  GW brengt overheid tot stand  democratisch gezag organiseren
o Politieke gemeenschap ‘constitueert’ zich tot rechtsgemeenschap
o Fundamentele regels voor de organisatie en werking van de staatsmachten
1

, o Grondwet = primaire rechtsbron rechtssysteem  regels over totstandkoming en
geldigheid van overige rechtsnormen
o Volkssoevereiniteit / consent
o Niet elke grondwet is even democratisch, bv. Iran, Nazi-Duitsland
  “façadegrondwetten”

2. Tweede functie: beperking van de overheidsmacht
o Democratisch gezag organiseren én aan banden leggen  negatief karakter
o Machtsmisbruik van de overheid en haar organen tegengaan en zo de vrijheid van de
burgers beschermen
o  twee technieken
1) Verdelen van de overheidsmacht tussen diverse ambten, instellingen of organen
 = machtenscheiding
 Twee manieren:
a) Bevoegdheden binnen één en hetzelfde overheidsverband aan
verschillende ambten of organen toebedelen
= functionele of horizontale machtenscheiding
b) Bevoegdheden spreiden over verschillende territoriaal omschreven
overheidsverbanden
= territoriale of verticale machtenscheiding
 meeste GW’en combineren beide
 Horizontale machtenscheiding – trias politica
 Wetgevende functie: opstellen van algemene regels
 Uitvoerende functie: regels doen naleven
 Rechterlijke functie: beslechten van geschillen omtrent toepassing van
regels
 Montesquieu, De L’esprit des Lois (1748): “C’est une expérience éternelle
que tout homme qui a du pouvoir est porté à en abuser (…). Pour qu’on ne
puisse pas abuser du pouvoir, if faut que, par la disposition des choses, le
pouvoir arrête le pouvoir.”  gevaar op willekeur minimaliseren
 Locke, Two Treatises of Government (1689): “And because it may be too
great temptation to human frailty, apt to grasp at power, for the same
persons who have the power of making laws to have also in their hands
the power to execute them, whereby they may exempt themselves from
obedience to the laws they make, and suit the law, both in its making and
execution, to their own private advantage (…).” 
 Absolute machtenscheiding  Machtsevenwicht / Checks and balances
o Absolute machtenscheiding = drie overheidsfuncties worden
zuiver afgebakend en moeten elk afzonderlijk aan drie volledig
onafhankelijke organen worden toebedeeld
o Machtsevenwicht = geen scherpe scheiding, eerder een
evenwicht tussen de machten  machtsconcentratie voorkomen
doordat de machten elkaar controleren  checks and balances
o Madison, Federalist Nr. 47, 1788: “[Montesquieu] did not mean
that these departments ought to have no partial agency in, or no
control over, the acts of each other. His meaning, as his own words
import, and still more conclusively as illustrated by the example in
his eye, can amount to no more than this, that where the whole
power of one department is exercised by the same hands which
possess the whole power of another department, the fundamental
principles of a free constitution are subverted.”
 Voorbeelden:
o België: checks and balances  wetgevende functie wordt niet enkel
door WM uitgevoerd, ook door UM (wetsontwerp)

2

, o Engeland: bakermat van parlementair systeem;
regeringsparticipatie in wetegevende functie. Montesqieu bepleitte
dit.
 Juridistictioneel monisme = gewone rechter is in beginsel
ook bevoegd voor geschillen tussen bestuur en burger
o VS: Amerikaanse GW; interessante manier van organisatie van
scheiding der machten
 WM (Congres) en UM (President) zijn afzonderlijk verkozen
organen
 Wetgevende functie bij Congres maar President kan
vetorecht uitoefenen op wetvoorstel  die veto kan worden
overstemd door 2/3e leden van Huis van Afgevaardigden en
Senaat
o Frankrijk: zuiver systeem van machtenscheiding
 In eerste Franse GW (1791) een systeem van bestuur dat
zichzelf ging controleren (administration juge), erna
toegekend aan RvS die aanvankelijk deel uitmaakte van
bestuurlijke macht
 Vandaag:
 Juridistictioneel dualisme = naast elkaar bestaan van
verscillende types rechtscolleges
 Verbod op rechterlijke grondwettigheidscontrole van
wetten
o Art. 159 GW ook de rechter
o Oprichting Arbitragehof
 Andere voordelen:
o Arbeidsverdeling/functionele specialisatie
o Onafhankelijkheid
 Verticale machtenscheiding
 Gelaagde rechtsorde
o = het recht dat op ons van toepassing is, kan niet worden herleid
naar één en dezelfde overheid of beslissingsstructuur. We maken
deel uit van verschillende overheidsverbanden.
o Bv. Gemeente, provincie, Vlaamse Gemeenschap en Gewest,
federale staat, EU etc
o Bv. Duitsland; federale en lokale grondwetten (Länder), EU
o  constitutioneel pluralisme
 Technieken:
o Decentralisatie = de centrale overheid kent bepaalde taken toe aan
ondergeschikte besturen
o Federalisme = spreiding van bevoegdheden tussen verschillende
autonome rechtsordes
 Vb: Duitsland; federale en lokale grondwetten (Länder)
 Subsidiariteitsbeginsel = hogere overheid moet zich niet bezighouden of
mengen met taken die ook door lagere instanties kunnen worden
afgehandeld
o ++ democratisch gehalte

2) Inperken van de overheidsmacht door verankeren van fundamentele rechten en
vrijheden
 ~ Amerikaanse onafhankelijkheidsverklaring: “Wij beschouwen deze waarheden
als vanzelfsprekend: dat alle mensen als gelijken worden geschapen, dat zij door
hun schepper met zekere onvervreemdbare rechten zijn begiftigd, dat zich
daaronder bevinden het leven, de vrijheid en het nastreven na geluk.”

3

,  Locke, Two Treatises of Government (1689): drie onvervreemdbare rechten: life,
liberty & property  overheid moet deze rechten beschermen
 Montesquieu, De L’esprit des Lois (1748)
 1215: Magna Carta = handvest van vrijheden dat Engelese Koning Jan Zonder
Land onder druk van zijn baronnen moest ondertekenen en het gedrag van zijn
ambtenaren aan banden legde
 1356: Blijde Inkomst Brabant: recht vrijheid van meningsuiting parlementsleden,
geen belastingen heffen zonder instemming van steden en gewest
 1689: Bill of Rights  Glorious Revolution
 1789: Déclaration des droits de l’Homme et du citoyen
 1948: Universele Verklaring van de Rechten van de Men
 1950: Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens
 Waarom Amerikaanse GW niet in de lijst?
 Initieel bevatte de tekst geen grondrechten; men vond het van
zelfsprekend dat de overheid de rechten en vrijheden niet mocht
aantasten
 Toch nog toegevoegd in 1791: tegenstanders overtuigen

3. Overige functies
o Natie- en staatsvorming (verband)
o Programmatorische functie

Besluit: de grondwet als maatschappelijk contract
 Grondwet = maatschappelijk contract
o Fictieve overeenkomst tussen vrije indidivuden en georganiseerde politieke
gemeenschappen
 Einde natuurstaat ~ Hobbes “Leviathan”
o “Home homini Lupus”: elke handeling van de mens is gebaseerd op eigenbelang
o “Bellum onnium contra omnes”:
 Jefferson: “Dat, om deze rechten te garanderen, regeringen onder de mensen worden ingesteld,
die hun rechtmatige bevoegdheden ontlenen aan de instemming der geregeerden.”

2. De Grondwet in materiële en formele zin
 Materiële zin = geheel van fundamentele regels over de organisatie en de beperking van het
overheidsgezag. (de verschillende functies & fundamentele regels vd GW)
 Formele zin = specifieke en formele tekst (aangenomen op 7 februari 1831) die we “De
Grondwet” noemen en met bijzonder gezag is bekleed.

 Gevolg van twee eigenschappen:
1) GW kan enkel met een bijzondere procedure gewijzigd worden
2) Is hiërarchisch de hoogste rechtsregel binnen het rechtssysteem
  Vallen niet samen: niet alle fundementele principes en regels over de werking van de
overheid hebben plaatsgevonden in de tekst van de formele GW
o Heel wat constitutionele regels zijn opgenomen in andere geschreven teksten (bijzondere
wetten, rechtspraak) of zijn ongeschreven (gewoonterechtelijke regels en praktijken)
o Voorbeelden van grondwetten die wel materiëel maar niet formeel zijn:
 VK: Magna Carta bestaat uit hele reeks geschreven en ongeschreven bronnen
 België: BWHI

3. Enkele belangrijke classificaties

A. De grondwet en de democratievorm
o Aan elke (democratische) grondwet liggen één of meerdere democratieopvattingen ten
grondslag
o Belangrijkste democratievormen:
1) Directe democratie

4

, = volk maakt zelf de wetten en is rechtstreeks betrokken
 Kan ook op grote schaal, bv. Referenda
2) Representatieve/indirecte democratie
= burgers nemen niet zelf deel aan de besluitvorming maar kiezen
vertegenwoordigers die de politieke beslissingen nemen
 Het door de bevolking gekozen parlement representeert de samenleving
 Madison, Federalist Paper No. 10.: “The effect is to refine and enlarge the
public views by passing them through the medium of a chosen body of
citizens, whose wisdom may best discern the true interest of their country
and whose patriotism and love of justice will be least likely to sacrifice it to
temporary or partial considerations”.
 Voordelen:
o Arbeidsspecialisatie
o Handelen in algemeen belang
o Praktisch voordeel
 Nadeel:
o Kloof tussen burger en politiek (beperkte betrokkenheid burger)
o  oplossing: aanvullen met particiaptieve en deliberatieve
democratie
 Participatieve democratie = burgers rechtstreeks bij
beleid betrekken
 Deliberatieve democratie = uitwisseling van argumenten
tussen goed geïnformeerde burgers die vrij kunnen oordelen
  kritiek: gebrekkige representativiteit
3) Meerderheidsdemocratie/pacificatiedemocratie
 Meerderheidsdemocratie: Art. 53 GW  bij meerderheid
o Democratie wordt gerelateerd aan meerderheid want zo kan de
stem van elke burger even zwaar doorwegen

 Pacificatiedemocratie = consensusbesluitvorming tussen verschillende
segmenten van de samenleving
o In samenlevingen met grote maatschappelijke breuklijnen 
vermijden dat bepaalde groepen permanent geminoriseerd worden
o Minderheid beschermen tegen de meerderheid  mechanismen:
brede regeringscoalities, bijzondere meerderheidsvereisten,
vetorecht, …

B. De grondwet en de regeringsvorm
1) Parlementair systeem
= de regering is samengesteld uit of minstens politiek verantwoording verschuldigd uit
de meerderheid in het parlement
 Functie van staatshoofd is eerder ceremonieel
 Voorbeeld: Engeland
 Institutionele samenhang tussen UM en WM  wederzijds afhankelijke relatie
 Regering wordt gevormd door parlement
 Parlement kan ministers ter verantwoording roepen
 Regering kan parlement vroegtijdig ontbinden
 Samenwerking voor wetgevende functie
2) Presidentieel systeem
= de president wordt afzonderlijk verkozen, maakt geen deel uit van het parlement en is
geen verantwoording verschuldigd
 De leden van de regering zijn niet verantwoordelijk tov parlement maar tov de
president
 Kan dat de president en de meerderheid een andere politieke familie
vertegenwoordigen

5

,  Voorbeeld: VS
 Striktere scheiding tussen UM en WM
 Afzonderlijk verkozen
 Gescheiden bevoegdheden
 MAAR ook checks and balances
o Frankrijk: hybride model  semipresidentieel regime

Parlementair systeem Presidentieel systeem
Voordelen Efficiënt beleid voeren Grotere macht parlement
Constitutioneel evenwicht
Nadelen Regering domineert parlement Moeilijke samenwerking indien
president en parlement van andere
partij zijn


C. De grondwet en de staatsvorm
o Staatsvorm = de wijze waarop verhoudingen worden geregeld en de bevoegdheden
worden verdeeld tussen verschillende overheden in de gelaagde rechtsorde
  bouwt verder op verticale machtenscheiding
o Elke staat is uniek; soms combinatie van meerdere types voor één staat
o Criterium van onderscheid!
 Soevereiniteit = hoogste macht/gezag
 Extern: staat is onafhankelijk van andere staten of bovenstatelijke
verbanden
 Intern: hoogste rechtsbevoegdheid binnen een overheidsverband
= Kompetenz-Kompetenz
 “Bevoegdheid van de bevoegdheid”
 Hoogste gezag berust bij de overheid of het niveau dat bevoegd is om te
beslissen over de verdeling van de bevoegdheden tussen de verschillende
overheden
 Bv. Verdeling van bevoegdheden binnen federatie is opgenomen in
federale GW, dan berust op dat niveau de ultieme macht
o Belangrijkste staatsvormen:
1) Gecentraliseerde eenheidsstaat
 Soevereiniteit onverdeeld bij centrale overheid
 Alle overheidsfuncties worden uitgeoefend diir instellingen of organen die
behoren tot hetzelfde centrale bestuur
 Wél kan er deconcentratie zijn = het overdragen van bepaalde taken vanuit het
centrale bestuur naar lagere instanties of ambten
 Geen rechtspersoonlijkheid
 Hiërarchisch toezicht
2) Gedecentraliseerde eenheidsstaat
 Er zijn ondergeschikte besturen die geen onderdeel zijn van de centrale overheid
 Eigen rechtspersoonlijkheid
 Administratief toezicht
= enkel nagaan of het gedecentraliseerd bestuurb heeft gehandeld in
overeenstemming met de hogere normen en het algemeen belang
 Regels hebben geen kracht van wet  niet volledig autonoom
 Onderscheidt:
a. Territoriale decentralisatie
o Algemeen omschreven bevoegdheden toegekend aan overheden
die voor een bepaald grondgebied bevoegd zijn
o Publiekrechtelijke lichamen, gesteund op politieke
vertegenwoordiging
o Voorbeeld: gemeenten en provincies

6

, b. Functionele decentralisatie
o Specifiek omschreven bevoegdheden aan gespecialiseerde
instellingen met expertise in bepaalde beleidsdomeinen
o Organieke autonomie, niet gesteund op politieke
vertegenwoordiging
Federalisme = de verdeling van bevoegdheden tussen geografisch afgebakende autonome deelstaten
 drie vormen: federale staat, federale unie/federatie van staten en confederatie
3) Federale staat (of bondstaat)
= naast centrale (federale) niveau deelstaten die gezag uitoefenen over een bepaald
deel van het grondgebied
 Basis is grondwet
 Deelstaten autonoom maar niet soeverein
 Geen toezicht federale overheid
 Deelstatelijke normen kracht van wet
 Deelstaten nemen deel aan uitoefenen van de Kompetenz-Kompetenz
o Vertegenwoordigd in federale instellingen
 Voorbeeld: Canada, Duitsland, VS
4) Confederatie (of statenbond)
= internationaal samenwerkingsverband tussen onafhankelijke en soevereine
(lid)staten
 Hoogste gezag bij de deelnemende staten; Kompetenz-Kompetenz bij de
verdragstaten
 Basis is verdrag (geen GW)
 Wijziging  toestemming alle verdragspartijen nodig
 Secessie mogelijk  staten kunnen eenzijdig uit de confederatie treden en
bevoegdheden terugnemen
 Voorbeeld: lidstaten van de EU, de Duitse Bond
5) Federatie of unie van staten
 Reactie tegen dichotomie federale staat en confederatie  tussenvorm
 Moeilijk vast te stellen welk niveau de hoogste bevoegdheid bezit
 Soevereiniteit verdeeld of gesplitst tussen federatie en lidstaten
 Geen hiërarchie

 Hoe kan de centrale besluitvorming best worden georganiseerd binnen een federale
structuur?
o Spanning:
 Democratisch principe: beslissing bij gewone meerderheid
 Federale principe: minderheid beschermen tegen de meerderheid
o  Compromis van het tweekamerstelsel
 Eerste kamer: vertegenwoordigt de bevolking van heel de federatie en is
samengesteld volgens de gelijkheid van de unieburger (one man one vote)
 Tweede kamer (of senaat): vertegenwoordigt de deelstaten en zijn samenstelling
reflecteert eerder de gelijkheid van de deelstaten
o Voorbeeld: VS, België

 Algemene kenmerken federaties
o Centripetaal – centrifugaal
 Centripetaal = federatie ontstaat door samenvoeging van onafhankelijke staten
Bv. VS, EU
 Centrifugaal = federatie ontstaat uit unitaire staten door devolutie van
bevoegdheden Bv. België
o Symmetrisch – assymetrisch
 Symmetrisch = elke deelstaat heeft dezelfde bevoegdheden
Bv. VS, Duitsland

7

,  Assymetrisch = sommige deelstaten hebben meer bevoegdheden dan andere
Bv. Spanje (Catalonië, Baskenland), VK (Wales)
o Duaal – coöperatief
 Duaal = duidelijk van elkaar onderscheiden bevoegdheden, die ze los van elkaar
uitoefenen
 Coöperatief = op bepaalde niveaus bevoegdheden samen uitoefenen

 Voor- en nadelen federalisme/devolutie
o Gregory v. Ashcroft, 501 U.S. 452, 458 (1991). “This federalist structure of joint
sovereigns preserves to the people numerous advantages. It assures a decentralized
government that will be more sensitive to the diverse needs of a heterogenous society; it
increases opportunity for citizen involvement in democratic processes; it allows for more
innovation and experimentation in government; and it makes government more
responsive by putting the States in competition for a mobile citizenry. Perhaps the
principal benefit of the federalist system is a check on abuses of government power (…).”
o Voordeel:
1) Subsidariteitsbeginsel = bevoegdheden verdelen tussen verschillende niveaus en
zoeken naar het niveau waar zij het beste thuishoren  bestuur dichter bij
burgers
o Nadelen:
1) Beleid van de ene overheid heeft meestal gevolgen voor de andere overheid
2) Deelgebieden kunnen concurreren voor investeringen door lagere belastingen te
heffen en minder sociale bescherming bieden
3) In kleinere gemeenschappen is er het gevaar dat minderheden bedreigd worden
door de meerderheid

Afdeling 3: Enkele centrale thema’s van het grondwettelijk recht
Belangrijke constitutioneelrechtelijke vraagstukken:
1. Problematiek van de verankering van de grondwet en het gebruik van bijzondere meerderheden
2. Rechterlijke controle op de wetgevende en uitvoerende macht

1. Verankering grondwet
 Grondwet in formele zin is vaak met bijzonder gezag bekleed  moeilijk wijzigen
o Vaak bijzondere meerderheid nodig
o MAAR botst dit niet met het principe van democratie “de meerderheid beslist”?

o Counter-majoritarian difficulty (probleem van de verankering)
 Twee benaderingen:
1) Toegeven dat grondwetsidee op gespannen voet staat met democratiebeginsel
2) Verfijning van ons begrip van democratie
 Democratie kan niet worden gereduceerd tot meerderheidsbesluitvorming
(zie eerder)
 Constitutionele verankerig van bepaalde basisprincipes is geen aantasting
maar net een voorwaarde voor het functioneren van democratie
o Procedurele vs. Inhoudelijke democratieopvatting
 Procedurele democratieopvatting: indien de politieke
spelregels niet vastgelegd worden in een stabiele tekst is
een democratisch proces ondenkbaar
 Inhoudelijke democratieopvatting: democratie is enkel
mogelijk als elke burger met gelijke waarde en respect
wordt behandeld
 het individu is pas gebonden door collectieve
beslissingen als het volwaardig lid van de
gemeenschap is


8

,  bescherming van rechten en vrijheden vd
minderheden
o Collectieve vs. Individuele vrijheid
 = vrijheid om te besturen als gemeenschap vs. Vrijheid van
individu
 Habermans: is geen echt conflict want zijn
gelijkoorspronkelijk, kunnen niet zonder elkaar bestaan.
 Vrijheid om democratisch bij mh te beslissen gaat altijd al uit
van individuele vrijheid  individueel stemmen heeft geen
nut als mening al vooraf bepaald is door ov
 Hoe beslissen we wat de individuele vrijheid inhoud?
Verkiezingen, parlement, …  in abstracto bepalen
 Ene kan niet bestaan zoner het andere
 Voordelen starre, moeilijk wijzigbare GW:
1) Beschermt democratische instellingen
2) Beschermt individu tegen tirranie van de meerderheid
 Een grondwet is een poging van een samenleving om zich tegen zichzelf te beschermen
o Voorbeeld: Oddyseus: wist niet dat hij een eiland vol sirenes zou passeren dus bindt zich
vast aan zijn mast om zichzelf te beschermen tegen zijn eigen zwakte

2. Rechterlijke controle wetgever en bestuur
 Legitimiteit van de rechterlijke controle/grondwettigheidstoetsing van het
overheidshandelen/wetten
o Parlement, regering en bestuur zijn onderworpen aan de GW MAAR wie ziet er best op
toe dat deze instellingen de GW respecteren?
 Moeten ze zichzelf controleren of is het een opdracht van de rechter?
 Kan een rechter een door UM en WM (democratisch verkozen organen) besloten
wet ongrondwettig verklaren en buiten toepassing laten?
 Wie is bevoegd om te bepalen wat de grondwet inhoudt?
 Bv. Wie is bevoegd om te bepalen of het verbieden van abortus in strijd is
met het eerbieden van privéleven?

 Rechter kan het bestuur controleren
 Afgestapt van Franse systeem van absolute machtenscheiding (geen controle RM)
 Checks and balances! (wel controle RM op UM en WM)
  machtsmisbruik regering en overheid tegengaan
 Nagaan of bestuur en regering hogere normen, incl GW, respecteren
 MAAR hoe ver mag dit toezicht rijken?
 ÉN kan een rechter zich uitspreken over grondwettigheid van democratisch
totstangekomen wetgeving?

o Marbury v. Madison, 5 U.S. 137 (1803) “To what purpose are powers limited, and to what
purpose is that limitation committed to writing, if these limits may, at any time, be
passed by those intended to be restrained? (…) It is emphatically the province and duty
of the judicial department to say what the law is.”
 Belangrijkste zaak van het GW-recht!
 Feitelijke context ≠ relevant
 Eerste zaak waarin antwoord is op vraag: kan de rechter de wetgever
controleren?
 Redenering: stappen
1) Functie van de GW: macht van de overheid in te perken + GW is
hiërarchisch de hoogste norm
2) Geen nut om zo’n tekst op te stellen als de wetgever het zomaar
naast zich neer kan leggen  strijdige wetgeving is dus nietig



9

, 3) Plicht van de rechter om bij conflict tussen GW en wet de
ongrondwettige wet te vernietigen of buiten toepassing te laten
van het systeem
 Klopt deze redenering? 1) en 2) zijn niet controversieel; maar 3) wel
o Kritiek: uit de vaststellingen van 1) en 2) volgt nog niet dat het aan
de rechter is om de ongrondwettigheid vast te stellen en op te
lossen
 Bv. Waarom controleert wetgever zichzelf niet?
 Toch beslist in de VS (1803) en sindsdien hebben alle rechters daar de
bevoegdheid van grondwettigheidscontrole
 Is eigenlijk een politieke vraag!
PRO rechterlijke controle WM CONTRA rechterlijke controle WM
 Onafhankelijkheid: makkelijker  Ondemocratisch: niet
voor rechters om minderheden democratisch samengesteld
te beschermen dan voor de dus mogen geen morele
regering kwesties beoordelen
 Expertise: kennis over  Ze hebben niet altijd de juiste
mensenrechten kennis en informatie
 Bescherming minderheid tegen
tirranie van de meerderheid


 Voorbeeld recht op abortus:
o Amerikaans Hoogste Gerechtshof, Roe v. Wade (1973)
 Mijlpaalarrest Amerikaans Hooggerechtshof
 Verbod op abortus wel of niet conform met GW?
 Uitslag: meeste wetten die abortus verboden zijn ongrondwettelijk want in strijd
met recht op privacy (14th Amendment)

o US Supreme Court, Dobbs v. Jackson Women’s Health Organization, 597 U.S. 215
(2022)
 Afstand van rechtspraak Roe v. Wade
 Geen recht op privacy in de GW  rechter mag er niet over beslissen
 Staten mogen het vanaf nu zelf beslissen

o Pools Grondwettelijk Hof (K1/20) (2020)
 Legaliseren van abortus is in strijd met waardigheid van de foetus

o Probleem: principieel standpunt kunnen innemen voor of tegen rechterlijke
grondwettelijkheidscontrole, ongeacht de uitkomsten DUS argumenten voor en tegen
grondwettigheidscontrole bekijken

 Centraal vs. Diffuus toetsingsstelsel
o Diffuus toetsingstelsel
= elke rechter kan de wet toetsen aan de GW en in geval van ongrondwettelijkheid de
wet buiten toepassing laten
 VS (sinds Marbury vs. Madison)
 In welk opzicht kent de Belgische GW een diffuus toetsingstelsel? Art. 159 GW:
hoven en rechtbanken kunnen besluiten buiten toepassing laten wanneer in strijd
met de GW
o Centraal toetsingstelsel
= de bevoegdheid om wetten aan de GW te toetsen komt toe aan een daarvoor speciaal
opgericht Grondwettelijk Hof
 Meer compromis tussen de voor- en nadelen van grondwetscontrole
 Democratisch argument: de samenstelling kan meer politiek beïnvloedt worden 
betere weerspiegeling van de verschillende politieke strekkingen

10

Documentinformatie

Geüpload op
15 mei 2026
Aantal pagina's
145
Geschreven in
2024/2025
Type
Samenvatting
€9,96

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kan je een ander document kiezen. Je kan het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
StudentKUL444
4,4
(8)
Verkocht
158
Volgers
84
Items
11
Laatst verkocht
1 dag geleden


Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen