DEEL I: HET STRAFRECHT
H1: Situering van het strafrecht
1. Wat is het strafrecht?
- Formeel (= strafprocesrecht, strafvordering)
o Procedureregels
Hoe bevoegde instanties oordelen over misdrijf, straf en dader
- Materieel: misdrijf, straf, dader, voorwaarden
o Algemeen
Welke straffen bestaan, onder welke voorwaarden opgelegd en uitgevoerd
Boek I strafwetboek, wetboek van strafvordering & complementaire wetten
o Bijzonder
Specifieke straffen welbepaald misdrijf
Boek II & bijzondere wetten over specifieke misdrijven
- Verhouding algemeen & bijzonder strafrecht
o Scharnierartikel: in welke mate boek I van toepassing op bijzondere wetgeving
Oude versie: art 100
Als bijzondere wetgeving niets zegt = alle regels boek I van toepassing
o = kan opt-out doen bij alles
Uitzondering: hoofdstuk VII & art 85
o Daar regels boek I niet van toepassing
o = kan opt in doen (uitzondering enkel van toepassing als zegt)
Nieuwe versie: art 77
Geen uitzonderingen
= kan opt-out doen bij alles (alles van toepassing tenzij anders gezegd)
o Hoofdstuk VII & art 85 nu dus automatisch wel van toepassing, terwijl
vroeger automatisch niet van toepassing
2. Strafrecht als publiek recht
- Verticale rechtsverhouding
o Persoon – staat
- Strafwetten: van openbare orde
o Dwingend recht
Niemand kan zich buiten strafwet stellen
Bv. fysieke integriteit met toestemming slachtoffer: blijft strafbaar!
- Slachtoffers
o Geen initiatief slachtoffer vereist om procedure te starten
, o Kunnen schadevergoeding vorderen, maar geen straf
Privaatrechtelijk belang en vordering = aanhangsel van publiekrechtelijk belang
3. Bronnen van het recht
3.1 Nationale bronnen
- Grondwet
- Titel II: de belgen en hun rechten
o Dekt niet alles wat erin staat: ‘vrijheden’ zou beter bij titel staan
- Afschaffing van straffen
o Eerst GW wijzigen
o Als weer wil herinvoeren moeten ook weer grondwetswijziging doen
- Materieel & formeel strafrecht
3.2 Internationale bronnen
- Volkenrecht
o Regels die territoriale toepassingsgebied van ons materieel strafrecht bepalen
o Regels over voorrechten en immuniteiten
- Mensenrechten
o Rem op vrijheid van wetgever om regels in te roepen
o EVRM, IVBPR, EU handvest grondrechten, IVRK
- Internationaal strafrecht
o Materieel
Gedragingen die we allemaal strafbaar moeten hebben en manier waarop
persoon vervolgd moet worden als die internationaal misdrijf pleegt
Bv. genocide, misdaden tegen mensheid
Rechtsmachtrecht = bevoegdheid staten om toepassingsbereik van hun strafwet
te regelen (extraterritorialiteit: geregeld in nationale strafrecht)
o Formeel
Procedureregels voor behandeling internationale misdrijven voor internationale
hoven en rechtbanken
Internationale rechtshulp in strafzaken = regelt manier waarop internationaal
kan samengewerkt worden
Bv. huiszoeking doen in ander land
H2: Functies en achtergronden
Historisch kader strafrecht
Jager-verzamelaars: egaliteit & stabiliteit
- Leven in kleine groepen
o Sterke onderlinge banden
- Schaamte & schuld als rem
- Geen behoefte aan echt strafrecht
o Gelijkheid binnen groep: stabiliteit en cohesie
o Geen functioneel nut van geweld
o Net van regels, rituelen en symbolen die solidariteit moest garanderen
Zo gebruik geweld of ongewenst gedrag kanaliseren en beperken
Landbouwers: heterogeniteit & onrust
, - Leven in grotere groepen
o Complexe sociale structuren
o Geen remmen door relaties
- Eerste rechtssystemen
o Regels materieel, formeel strafrecht & rechtbanken
o Geweld beperken en beheersen
Overheidsgeweld toelaten: afgesproken lijst van wat ongewenst is en hoe stellen
van gedrag gestraft zal worden
1. Archaïsche stelstels
Archaisch: geen strafrecht
- Primitieve samenleving
- Strafrecht bestaat eig nog niet talio recht
o ‘oog om oog, tand om tand’
o Privé-aangelegenheid
o Vergelding en verzoening: geen proportionaliteit
o Recht vd sterkste
Veiligheidsproblematiek = katalysator ontstaan idee overheidstussenkomst in middeleeuwen
- Vandaag ook nog altijd in hedendaagse samenleving: albanie
Historisch overzicht
In een primitieve maatschappij bestaat het strafrecht in de huidige betekenis niet:
- het maakt deel uit van een mengelmoes van godsdienstige en morele normen.
o De voorloper van strafrecht in deze context is het Talio-recht (‘oog om oog tand om tand’).
- De finaliteit van dit systeem is in hoofdorde gelegen in de vergelding van het aangerichte kwaad en
de loutering in ondergeschikte orde streeft men ook naar de verzoening tussen de (familie van de)
dader en (de familie van) het slachtoffer.
Kenmerkend voor het ‘strafrecht’ in deze fase is dat het een privékarakter heeft.
- De wraakneming wordt immers niet gedaan door de overheid of vorst, maar door (de familie van)
het slachtoffer tegen (de familie van) de daden (duel en de vandetta).
Moderne begrippen als de proportionaliteit tussen misdrijf en sanctie en het persoonlijk karakter van de
straffen zijn onbekend.
- Dit systeem is gebaseerd op het recht van de sterkste, veeleer dan op noties van gerechtigheid.
Alleen de sterkste families leven in veiligheid.
- Doordat het leidt tot afrekeningen niet enkel tussen slachtofferen dader, ook tussen de families van
de betrokkenen mondt het vaak uit in oorlogen die gehele streken onveilig maken.
2. Middeleeuwen: overheid als bemiddelaar
OVERZICHT
Overheid als bemiddelaar
- Compositio = bloedgeld, wraak van andere familie afkopen
o Vandaag: schadevergoeding aan slachtoffer
- Fredus = vredegeld, aan de koning betalen omdat je zijn vrede verstoord hebt
o Vandaag: geldboete
Oud-Germaanse strafproces
- Passieve rechter = geen rechtbank, rondrijdende rechter in opdracht van vorst/koning
- Infamia-procedure = op zoek naar faam/reputatie (bv dokter vs. arm) en op basis hiervan de straf
bepalen
, - Irrationele bewijsvoering = godsbewijzen (bv verdrinking met steen) God toont onschuld
Ongelijke & wrede straffen: handen af, vierendeling…
Verandering dringt zich op (onderscheid naar ernst)
- Minder ernstige misdrijven => civiel strafproces (blijft grotendeels hetzelfde)
o Passieve rechter blijft
o Verdachte en OM op gelijke voet
o Bewijzen van schuld en onschuld
- Ernstigste misdrijven => Inquisitoire strafproces (verandering, op zoek naar waarheid)
o Actieve rechter (die ook OM en politie is) om waarheid te achterhalen
o Aanpassing bewijsvoering
Godsbewijzen verboden
Infamia vervangen door waarheidsvinding
Overmatige focus op bekentenis door middel van foltering
Ook irrationeel en onmenselijk
- Aan de straffen veranderde niets
AHTERGROND
Het oud Germaanse strafproces
Als reactie op situaties van escalerend geweld ten gevolge van privéwraaknemingen begint de ‘overheid’ (nl. de
feodale vorsten) vanaf de 13e eeuw op vele plaatsen bemiddelend op te treden.
Dit uit zich onder meer in het verbod op privéwraaknemingen en in de toepassing van het beginsel dat enkel
de dader van een misdrijf, niet zijn verwanten aansprakelijk mag worden gesteld.
De tussenkomst van de vorsten heeft in deze fase hoofdzakelijk tot doel de wede tussen het slachtoffer en de dader
(en hun respectievelijke families) te herstellen.
Zij bemiddelden bij het tot stand komen van een overeenkomst tussen slachtoffer en dader ter afkoping van
de wraak.
o Het bedrag dat hiervoor werd betaald, de composition, of bloedgeld, zou in hedendaagse termen als
privaatrechtelijk kunnen worden bestempeld.
o Ten voordele van de vorst werd een soort heffing uitgesproken fredus genoemd, de voorloper van de
geldboete.
In wezen is het oud Germaans strafproces een ritueel tweegevecht. Dader en slachtoffer stonden in principe op
gelijke voet.
Het functioneerde met een systeem van rondtrekkende rechters die in het vorstendom navraag deden over
‘misdrijven’, de enquête du pays.
Deze rechters trokken rond en vroegen aan de bevolking de personen aan te wijzen die van een ‘misdrijf’
werden verdacht.
De rechters vervulden hierbij een louter passieve rol te vergelijken met die wan een arbiter.
o Het doel van de procedure was niet het ontdekken van de waarheid maar het nagaan van de
reputatie van de beklaagde: Deze procedure is geïnspireerd op de infamia-procedure uit het
canoniek recht.
De bewijslast lag bij de beklaagde, niet bij de vervolgende partij: de beklaagde moest zelf zijn onschuld
bewijzen.
De straffen in deze periode zijn gekenmerkt door ongelijkheid, bijzondere wreedheid en vernedering.
Het inquisitoire strafproces
H1: Situering van het strafrecht
1. Wat is het strafrecht?
- Formeel (= strafprocesrecht, strafvordering)
o Procedureregels
Hoe bevoegde instanties oordelen over misdrijf, straf en dader
- Materieel: misdrijf, straf, dader, voorwaarden
o Algemeen
Welke straffen bestaan, onder welke voorwaarden opgelegd en uitgevoerd
Boek I strafwetboek, wetboek van strafvordering & complementaire wetten
o Bijzonder
Specifieke straffen welbepaald misdrijf
Boek II & bijzondere wetten over specifieke misdrijven
- Verhouding algemeen & bijzonder strafrecht
o Scharnierartikel: in welke mate boek I van toepassing op bijzondere wetgeving
Oude versie: art 100
Als bijzondere wetgeving niets zegt = alle regels boek I van toepassing
o = kan opt-out doen bij alles
Uitzondering: hoofdstuk VII & art 85
o Daar regels boek I niet van toepassing
o = kan opt in doen (uitzondering enkel van toepassing als zegt)
Nieuwe versie: art 77
Geen uitzonderingen
= kan opt-out doen bij alles (alles van toepassing tenzij anders gezegd)
o Hoofdstuk VII & art 85 nu dus automatisch wel van toepassing, terwijl
vroeger automatisch niet van toepassing
2. Strafrecht als publiek recht
- Verticale rechtsverhouding
o Persoon – staat
- Strafwetten: van openbare orde
o Dwingend recht
Niemand kan zich buiten strafwet stellen
Bv. fysieke integriteit met toestemming slachtoffer: blijft strafbaar!
- Slachtoffers
o Geen initiatief slachtoffer vereist om procedure te starten
, o Kunnen schadevergoeding vorderen, maar geen straf
Privaatrechtelijk belang en vordering = aanhangsel van publiekrechtelijk belang
3. Bronnen van het recht
3.1 Nationale bronnen
- Grondwet
- Titel II: de belgen en hun rechten
o Dekt niet alles wat erin staat: ‘vrijheden’ zou beter bij titel staan
- Afschaffing van straffen
o Eerst GW wijzigen
o Als weer wil herinvoeren moeten ook weer grondwetswijziging doen
- Materieel & formeel strafrecht
3.2 Internationale bronnen
- Volkenrecht
o Regels die territoriale toepassingsgebied van ons materieel strafrecht bepalen
o Regels over voorrechten en immuniteiten
- Mensenrechten
o Rem op vrijheid van wetgever om regels in te roepen
o EVRM, IVBPR, EU handvest grondrechten, IVRK
- Internationaal strafrecht
o Materieel
Gedragingen die we allemaal strafbaar moeten hebben en manier waarop
persoon vervolgd moet worden als die internationaal misdrijf pleegt
Bv. genocide, misdaden tegen mensheid
Rechtsmachtrecht = bevoegdheid staten om toepassingsbereik van hun strafwet
te regelen (extraterritorialiteit: geregeld in nationale strafrecht)
o Formeel
Procedureregels voor behandeling internationale misdrijven voor internationale
hoven en rechtbanken
Internationale rechtshulp in strafzaken = regelt manier waarop internationaal
kan samengewerkt worden
Bv. huiszoeking doen in ander land
H2: Functies en achtergronden
Historisch kader strafrecht
Jager-verzamelaars: egaliteit & stabiliteit
- Leven in kleine groepen
o Sterke onderlinge banden
- Schaamte & schuld als rem
- Geen behoefte aan echt strafrecht
o Gelijkheid binnen groep: stabiliteit en cohesie
o Geen functioneel nut van geweld
o Net van regels, rituelen en symbolen die solidariteit moest garanderen
Zo gebruik geweld of ongewenst gedrag kanaliseren en beperken
Landbouwers: heterogeniteit & onrust
, - Leven in grotere groepen
o Complexe sociale structuren
o Geen remmen door relaties
- Eerste rechtssystemen
o Regels materieel, formeel strafrecht & rechtbanken
o Geweld beperken en beheersen
Overheidsgeweld toelaten: afgesproken lijst van wat ongewenst is en hoe stellen
van gedrag gestraft zal worden
1. Archaïsche stelstels
Archaisch: geen strafrecht
- Primitieve samenleving
- Strafrecht bestaat eig nog niet talio recht
o ‘oog om oog, tand om tand’
o Privé-aangelegenheid
o Vergelding en verzoening: geen proportionaliteit
o Recht vd sterkste
Veiligheidsproblematiek = katalysator ontstaan idee overheidstussenkomst in middeleeuwen
- Vandaag ook nog altijd in hedendaagse samenleving: albanie
Historisch overzicht
In een primitieve maatschappij bestaat het strafrecht in de huidige betekenis niet:
- het maakt deel uit van een mengelmoes van godsdienstige en morele normen.
o De voorloper van strafrecht in deze context is het Talio-recht (‘oog om oog tand om tand’).
- De finaliteit van dit systeem is in hoofdorde gelegen in de vergelding van het aangerichte kwaad en
de loutering in ondergeschikte orde streeft men ook naar de verzoening tussen de (familie van de)
dader en (de familie van) het slachtoffer.
Kenmerkend voor het ‘strafrecht’ in deze fase is dat het een privékarakter heeft.
- De wraakneming wordt immers niet gedaan door de overheid of vorst, maar door (de familie van)
het slachtoffer tegen (de familie van) de daden (duel en de vandetta).
Moderne begrippen als de proportionaliteit tussen misdrijf en sanctie en het persoonlijk karakter van de
straffen zijn onbekend.
- Dit systeem is gebaseerd op het recht van de sterkste, veeleer dan op noties van gerechtigheid.
Alleen de sterkste families leven in veiligheid.
- Doordat het leidt tot afrekeningen niet enkel tussen slachtofferen dader, ook tussen de families van
de betrokkenen mondt het vaak uit in oorlogen die gehele streken onveilig maken.
2. Middeleeuwen: overheid als bemiddelaar
OVERZICHT
Overheid als bemiddelaar
- Compositio = bloedgeld, wraak van andere familie afkopen
o Vandaag: schadevergoeding aan slachtoffer
- Fredus = vredegeld, aan de koning betalen omdat je zijn vrede verstoord hebt
o Vandaag: geldboete
Oud-Germaanse strafproces
- Passieve rechter = geen rechtbank, rondrijdende rechter in opdracht van vorst/koning
- Infamia-procedure = op zoek naar faam/reputatie (bv dokter vs. arm) en op basis hiervan de straf
bepalen
, - Irrationele bewijsvoering = godsbewijzen (bv verdrinking met steen) God toont onschuld
Ongelijke & wrede straffen: handen af, vierendeling…
Verandering dringt zich op (onderscheid naar ernst)
- Minder ernstige misdrijven => civiel strafproces (blijft grotendeels hetzelfde)
o Passieve rechter blijft
o Verdachte en OM op gelijke voet
o Bewijzen van schuld en onschuld
- Ernstigste misdrijven => Inquisitoire strafproces (verandering, op zoek naar waarheid)
o Actieve rechter (die ook OM en politie is) om waarheid te achterhalen
o Aanpassing bewijsvoering
Godsbewijzen verboden
Infamia vervangen door waarheidsvinding
Overmatige focus op bekentenis door middel van foltering
Ook irrationeel en onmenselijk
- Aan de straffen veranderde niets
AHTERGROND
Het oud Germaanse strafproces
Als reactie op situaties van escalerend geweld ten gevolge van privéwraaknemingen begint de ‘overheid’ (nl. de
feodale vorsten) vanaf de 13e eeuw op vele plaatsen bemiddelend op te treden.
Dit uit zich onder meer in het verbod op privéwraaknemingen en in de toepassing van het beginsel dat enkel
de dader van een misdrijf, niet zijn verwanten aansprakelijk mag worden gesteld.
De tussenkomst van de vorsten heeft in deze fase hoofdzakelijk tot doel de wede tussen het slachtoffer en de dader
(en hun respectievelijke families) te herstellen.
Zij bemiddelden bij het tot stand komen van een overeenkomst tussen slachtoffer en dader ter afkoping van
de wraak.
o Het bedrag dat hiervoor werd betaald, de composition, of bloedgeld, zou in hedendaagse termen als
privaatrechtelijk kunnen worden bestempeld.
o Ten voordele van de vorst werd een soort heffing uitgesproken fredus genoemd, de voorloper van de
geldboete.
In wezen is het oud Germaans strafproces een ritueel tweegevecht. Dader en slachtoffer stonden in principe op
gelijke voet.
Het functioneerde met een systeem van rondtrekkende rechters die in het vorstendom navraag deden over
‘misdrijven’, de enquête du pays.
Deze rechters trokken rond en vroegen aan de bevolking de personen aan te wijzen die van een ‘misdrijf’
werden verdacht.
De rechters vervulden hierbij een louter passieve rol te vergelijken met die wan een arbiter.
o Het doel van de procedure was niet het ontdekken van de waarheid maar het nagaan van de
reputatie van de beklaagde: Deze procedure is geïnspireerd op de infamia-procedure uit het
canoniek recht.
De bewijslast lag bij de beklaagde, niet bij de vervolgende partij: de beklaagde moest zelf zijn onschuld
bewijzen.
De straffen in deze periode zijn gekenmerkt door ongelijkheid, bijzondere wreedheid en vernedering.
Het inquisitoire strafproces