Aandacht voor :
o Uitgangshouding
o Concentrische vs excentrische oefeningen
o Bepalen van de baan
o Bepalen van de capaciteit van uw patiënt
o COMPENSATIES
Opbouw oefeningen: 5 stappenplan
1. Hou rekening met uitgangshouding patiënt
2. Bepaal de functie van de spier
3. Bepaal de baan waarin je moet gaan werken (proximaal, distaal, totaal)
4. Bepaal het soort spierwerk (excentrisch, concentrisch)
5. Afhankelijk van de spierwaarde gaat de therapeut de beweging mee begeleiden (waarde 2) of
voert de therapeut/patiënt een manuele weerstand uit tegen de beweging van de
patiënt/therapeut (waarde 4-5)
UITGANGSHOUDING
Optimale belasting?
Compensaties?
Letselpreventie!
SPIERFUNCTIE
Welke spier willen we trainen?
Welke beweging(en) doet de spier?
BEWEGINGSBAAN
Proximale baan
Distale baan
Totale baan
Effect oefentherapie?
Wat is de proximale baan?
Beide segmenten bewegen van de maximale eindstand van de beweging tot in de helft van de
mogelijke totale bewegingsbaan.
De agonist van de beweging is maximaal verkort in het meest proximaal gelegen gedeelte van de
bewegingsbaan
Wat is de distale baan?
Deel van de bewegingsbaan waar beide segmenten bewegen van de beginpositie van de beweging tot
de helft van de mogelijke totale bewegingsbaan
SOORT SPIERWERK
Isometrisch = gewricht beweegt niet
Isokinetisch = constante snelheid (hoeksnelheid) en weerstand
Concentrisch = verkorten van de spier met een beweging van het gewricht
Excentrisch = beweging van het gewricht dmv gecontroleerd laten verlengen van de spier onder
invloed van de zwaartekracht