1
, DEEL 1 INLEIDING
1. Pathologische fysiologie
= houdt zich bezig met de wetenschappelijke basis van het verschijnsel ziekte. Het beschrijft het functioneren
van ons lichaam bij ziektetoestanden.
Door vergelijking met de normale fysiologie, anatomie, histologie en biochemie en aan de hand van de bevindingen
van anatoompathologie, immunologie en microbiologie wordt een wetenschappelijke verklaring of hypothese over
de ziekte gegenereerd. Als discipline sluit het nauw aan bij de normale fysiologie enerzijds en bij de ziekteleer
anderzijds.
Ziekteleer:
= systematisch beschrijven (per systeem of orgaan per orgaan) van alle gekende aandoeningen met hun etiologie,
pathogenese, symptomen, diagnose, diCerentieeldiagnose, evolutie, behandeling en prognose.
Pathologie:
= afwijkend van het normale, abnormaal. Alles wat een negatief eCect op de levensverwachting heeft (mortaliteit
verhogende), zekere morbiditeit meebrengen of de levenskwaliteit verminderen.
Of = een bepaalde absoluut gemeten waarde (bv. lichaamsgewicht) eCecten heeft op mortaliteit, morbiditeit en
levenskwaliteit kan op zijn beurt afhangen van genetisch en omgevingsfactoren.
Ziekte:
= elke abnormale of pathologische activiteit in het lichaam
Grens tussen wat we nog normaal noemen en pathologie soms vaag: bv. leeftijdsgebonden functievermindering
van het geheugen (normaal? dementering?)
¨ phenylketonurie/hyperfenylalaninemie = verhoogde concentratie van phenylalanine in het bloed.
= recessief erfelijke stoornis in de stofwisseling. Beide ouders drager van PKU-gen -> kind defect gen.
Phenylalaninehydroxylase breekt phenylalanine (AZ) af, afwezig of onwerkzaam -> AZ in het bloed en het
ruggenmergsvocht ophopen -> zenuwcellen beschadigen-> hersenbeschadiging -> verstandelijk gehandicapt met
bijkomende gedragsproblemen.
Te behandelen met een levenslang dieet dat weinig eiwitten bevat. Wordt opgespoord via de hielprik. Je ziet dus bij
PKU dat de gauscurve helemaal naar links verschoven is ivm IQ. Dit is abnormaal.
2
, ¨ Gigantisme > acromegalie > lokaal pathologisch in hersenen (zicht, hoofdpijn), metabole problemen,
gewrichtslijden….
= kankergezwel in onze klieren, tumor in de hypofyse (hormoonproducerende orgaan) -> tumor zorgt voor
verhoorgde hormoonproductie -> heel snel morbiditeiten (= rugklachten, gewrichtsproblemen) ontwikkelen en
sterven ook veel vroeger
¨ Obesitas
Is er veel vet in de buikholte of niet? -> slechte vet -> insuline resistentie -> glucose intolerantie, BD stijgt,
diabetes,… = metabool syndroom -> metabolisme is ontregeld, centrale basis is obesitas, vet in onze buikholte ->
storing suiker, BD en vetten.
Maar je hebt ook verhoogde spiegels insuline -> impact op de sekshormonen, bij vrouwen meer androgenen
(mannelijke hormonen) en dus de vruchtbaarheid daalt. Insuline zorgt ook voor verhoging van IGF-1 (insuline
growth factor), dit doet cel proliferatie stijgen en apoptose dalen -> risico op kanker.
Wat is abnormaal? Abnormaal BMI, gewicht, omtrek van de buik. Als deze aan de uiteinde van de gausscurve
vallen -> gelinkt aan mordibiteiten, mortaliteit.
Problemen met wetenschappelijke benadering:
1) Men wenst hypothesen en theorieën op te bouwen. Door de onophoudelijke wetenschappelijke
vernieuwing dienen deze hypothesen en theorieën uiteraard doorlopend worden herdacht en aangepast.
2) Multidisciplinaire benadering
3) Ziekte = ganse organisme. Een slecht functionerend orgaan of systeem heeft onvermijdelijk gevolgen op
andere organen of systemen.
4) Pathologie = sterk geïndividualiseerd; ze manifesteert zich op een bepaald terrein
5) Menselijke pathologie waar de mogelijkheid tot experimenteren om ethische en praktische redenen sterk
beperkt is -> gebruik maken van 'spontane experimenten' van de natuur of zullen we moeten teruggrijpen
naar dierlijke modellen.
2. Ziekte
= disfunctioneren:
a) erfelijke afwijkingen
b) degeneratieve processen (artrosen), achteruitgaan in functie
c) ontstekingen: infecties (ontsteking door micro-organismen), immunologisch, autoimmuun en
inflammatoire ziekten (reumatische aandoeningen, vasculitis, granulomateuze ziekten, IBD)
d) fysische en chemische beschadiging (toxines, geneesmiddelen,…)
e) stapelingsziekten die aangeboren of verworven kunnen zijn (ijzer (hemogromatose), koper, glycogeen,
amyloidose, …)
f) (goedaardige of kwaadaardige) tumorale aandoeningen.
3
, Hart en vaat ziekten staan er niet tussen want, ze zijn erfelijke aandoeningen, ontstekings, degeneratieve… dus zit
vooral verdeeld overal.
Elk biologisch systeem heeft een enorm herstelpotentieel en streeft naar het behoud van “de normale toestand”,
een homeostase , letterlijk vertaald, “hetzelfde blijven”. Voorbeelden van goed omschreven homeostaseprocessen
zijn thermoregulatie, wondheling, suiker-, electrolieten en pH regeling.
Pathologische fysiologie -> ziekte -> abnormaal of activiteit -> evolutie (acuut of chronisch) -> dood of genezing
(restitutio ad integrum = volledige genezing*, restletsels (lidtekens), daling reserves (bij chronisch pathologie))
*Genezing impliceert niet noodzakelijk een volledig herstel. Zij kan gepaard gaan met restverschijnselen of
sequelen*
Aanpassing van lichaam aan de ziekte -> compensatiemechanismen -> functioneren toelaten op een lager niveau
met blijvende abnormale belasting = schijnbare genezing. Vele chronische aandoeningen verlopen in hun
beginfase subklinisch. Ontstaan vicieuze cirkel = continue beschadiging van het systeem -> reserves tot kritische
drempel afgebouwd -> onderliggende restverschijnselen zichtbaar.
Voorbeeld van reserves = hartfalen -> activering RAAS -> de preload verhoogt -> contractiliteit stijgt -> hartfalen
verbetert maar ten koste van verhoogde belasting door invloed van angiotensine op systeem vasculaire weerstand.
Door verhoogde belasting -> termijn verdere toename van het hartfalen.
De evolutie van een ziekte is in grote mate bepaald door de balans tussen 2 factoren. Aan de ene kant is er een
"schadelijk agens of factoren" aan de andere kant een "terrein" waarop dat agens inwerkt.
Therapie: causaal, symptomatische of vervanging, indijken van de schadelijke agens (bv. toedienen antibiotica) of
ondersteunen van het terrein (bv. voeding, vaccinatie, gentherapie)
Terrein:
= is het resultaat van genetische factoren (bv: mendeliaans ‘1gen’, multifactorieel – polygenetisch, ras,
epigenetica) en de omgevingsfactoren (bv: voeding, hygiene, stress, hoogte, t°)
Het omvat specifieke (o.a. de verworven T en B cel immuniteit) en niet-specifieke weerstand- en
verdedigingsmechanismen (innate of aangeboren immuniteit) tegen allerlei bedreigende factoren. De natuurlijke
evolutie van een ziekte in een bepaald organisme kan worden omgebogen door een therapie. Zulk een therapie kan
gericht zijn op het indijken van het schadelijk agens (bv. toediening van aangepaste antibiotica...) of op het
ondersteunen van het terrein (bv. voeding, vaccinatie, gentherapie...).
¨ Genetica: trisomerie 21 (down syndroom), hemofilie (stoornis bloedstolling)
¨ HLA-systeem (= human leukocyte antigen complex) en risico op type 1 diabetes
¨ Voeding: vitamine C (tekort: scheurbuik = botziekten, bloedingen en genezingsstoornissen)
Schadelijke factoren:
è Chemisch: caustisch, toxins, milieu, drugs, genotsmiddelen (bv: roken)
è Fysisch: mechanische trauma, overbelasting, UV (zon) en ionisering
4