RECHT 2
Docenten: Lee Uyttenhove & Catoo De Koker
AP Hogeschool Antwerpen
Academiejaar ’25- ‘26
,DEEL 1: JOUW JURIDISCH WERKTERREIN 3
Hoofdstuk 1: Staatsstructuur en organisatie van België 3
1.1 Waarom recht 3
1.2 Nationaal recht 3
1.3 De juridische organisatie van België 4
1.3.1 België, federale monarchie 4
1.3.2 België, democratische rechtstaat 7
Hoofdstuk 2: Justitie als organisatie 7
2.1 Voor de eerste keer naar de rechtbank 7
2.1.1 Het vredegerecht 8
2.1.2 De politierechtbank 8
2.1.3 De ondernemingsrechtbank 8
2.1.4 De arbeidsrechtbank 8
2.1.5 Rechtbank van eerste aanleg 9
2.1.6 Hof van assisen 9
2.1.7 Hof van beroep 9
2.1.8 Arbeidshof 9
2.1.9 Hof van Cassatie 9
2.1.10 Rechtsmiddelen 10
2.2 Hoe heten de verschillende procedures en bestaan er alternatieven 10
2.2.1 Burgerlijke procedure 11
2.2.2 Administratieve procedure 12
2.2.3 Alternatieve geschillenoplossingen 12
2.3 Hoe bereid je jouw cliënten voor op een zitting 13
2.3.1 Juridische eerstelijnsbijstand 13
2.3.2 Juridische tweedelijnsbijstand 13
DEEL 2: HET JURIDISCH LANDSCHAP VAN JE CLIËNTEN 14
Hoofdstuk 4: Mensen en hun relaties 14
4.1 Het juridisch begrip ‘persoon’ 14
4.2 Beslissingsrecht abortus en euthanasie 14
4.3 Identificatie van een natuurlijke persoon 16
4.4 De mens en zijn relaties 17
4.4.1 De mens als onderdeel van het gezin 17
4.4.2 De mens in een relationele context (samenlevingsvormen) 19
Hoofdstuk 5: Kinderen en hun welzijn 22
5.1 Hoe komt een jongere bij de jeugdhulpverlening en/of jeugdrechtbank terecht 22
5.1.1 Jeugdhulpverlening 22
5.1.2 Gerechtelijke HV bij een VOS 23
5.1.3 Gerechtelijke procedure bij een jeugddelict 24
5.2 Wat zijn de mogelijkheden van de jeugdrechter en jeugdrechtbank 26
5.3 ACE’s: Adverse Childhood Experiences 28
Hoofdstuk 6: Werken en sociale bescherming 29
6.1 De belangrijkste statuten waaronder je betaalde arbeid kunt verrichten 29
6.2 Sociale bescherming voor wie werkt als werknemer: het arbeidsrecht 30
6.3 Sociale bescherming voor wie niet werkt: socialezekerheidsrecht en recht op maatschappelijke
integratie 31
1
, 6.4 Wat als je cliënt zijn schulden niet meer kan betalen? 32
Hoofdstuk 7: Aansprakelijkheid en contracten 33
7.1 Buitencontractuele aansprakelijkheid 33
7.2 Contractuele aansprakelijkheid 33
7.3 Kopen en verkopen: rechten van de consument 35
7.4 Woninghuurcontracten 35
Hoofdstuk 8: Uitdagingen in het kader van zelfredzaamheid 37
8.1 Wat als iemand niet (meer) voor zichzelf kan zorgen? 37
8.1.1 Bewindvoering 37
8.1.2 Zorgvolmacht 38
8.2 Wat als iemand een gevaar vormt voor zichzelf of anderen? 39
8.2.1 Beschermende observatiemaatregel 39
Hoofdstuk 9: Overtredingen van strafrechtelijke spelregels 40
9.1 Wat is een misdrijf 40
9.1.1 Iemand heeft een misdrijf gepleegd maar is toch niet strafbaar 41
9.1.2 Iemand heeft geen misdrijf gepleegd, maar is toch strafbaar 42
9.2 Straffen 42
9.3 Van de vaststelling van een misdrijf tot de strafuitvoering 43
9.3.1 FASE 1: Het strafonderzoek 43
9.3.2 FASE 2: De zaak komt voor de rechtbank 45
9.3.3 FASE 3: Uitvoering van de straf 45
9.4 Rechten als je verdacht wordt van een misdrijf 45
9.4 Rechten van het slachtoffer 45
2
,DEEL 1: JOUW JURIDISCH WERKTERREIN
Recht = het geheel van afdwingbare regels en normen, opgelegd door de overheid
Hoofdstuk 1: Staatsstructuur en organisatie van België
1.1 Waarom recht
maatschappelijk leven tussen mensen tegenover elkaar en de overheid:
- structureren
- organiseren
- leefbaar maken
recht weerspiegelt waarden en normen van maatschappij
Dit gebeurd a.d.h.v. rechtsregels:
- vastleggen afspraken en spelregels
- iet opleggen, iets verbieden of toe te laten
- toepassing van deze regels voor iedereen hetzelfde
- ze zijn door de overheid afdwingbaar (niet naleven kan dus leiden tot straf)
-> de voorspelbaarheid van dit systeem zorgt voor (rechts)zekerheid
1.2 Nationaal recht
(Nationaal recht: regels binnen bepaalde natie/land, verhouding tussen burgers
onderling/burgers en de staat)
((Internationaal recht: regelt de verhoudingen tussen naties onderling))
Rechtsregels (nationaal recht) kunnen opgedeeld worden in: privaatrecht / publiekrecht
Privaatrecht: Publiekrecht:
- regels tussen mensen (burgers) - hoe het land georganiseerd is
onderling - hoe gedragen we ons
- bv. verbintenissenrecht, familierecht - verhoudingen tussen mensen en
overheid
- inrichting staat & Grondwet
Indeling verschil tussen regels van openbare orde, dwingend recht & aanvullend recht:
(Geheugensteuntje stoplicht)
Openbare orde:
- zo fundamenteel dat ze automatisch toegepast moeten worden
- je kan er niet van afwijken, ook in de rechtbank niet
- bv. contract van abortus buiten de toegestane termijn = schending van openbare orde
- bv. contract rondom aankoop drugs, als dit geschonden wordt kan je hier niet mee naar
de rechter stappen aangezien de regels van openbare orde geschonden worden
3
, Dwingend recht:
- doel: bepaalde (zwakkere) groep beschermen (bv. consumenten, huurders,
werknemers)
- indien afwijking van bepaalde regels -> kan de beschermende partij bescherming van
deze regels vragen bij rechtbank
- bv. huurbaas vraagt 6 maanden huurwaarborg (max. 3 volgens wet) -> huurder kan naar
de rechtbank en beroep doen op dwingend recht
- bv. wanneer 3 maanden huurwaarborg betaald is moet de verhuurder de sleutel geven
Aanvullend recht:
- regels waar wettelijk kader rond is maar mag ingevuld worden hoe je wilt
- regels kunnen als uitgangspunt gebruikt worden, zelf kiezen in of en in welke mate je ze
toepast op jouw situatie
- bv. korting bij grotere aankoop van producten, contract rondom babysitten
1.3 De juridische organisatie van België
1.3.1 België, federale monarchie
- Staatshoofd van België = de koning
- België = erfelijke monarchie (oudste zoon/dochter neemt over na sterfte of aftreding)
Staatsmachten (3):
- België kent drie staatsmachten (wetgevende, uitvoerende & rechterlijke)
- staatsmacht = instelling die een aan haar toegewezen macht uitoefent en hiervoor
verantwoording moet afleggen
Staatsmacht Wat? Wie?
Wetgevende macht - Wetten maken - Koning
- Uitvoerende macht controleren - Parlement (kamer van
volksvertegenwoordigers + senaat)
Uitvoerende macht - Wetten uitvoeren - Koning
- Het land besturen - Regering (ministers)
Rechterlijke macht - Toezien op naleving van de wetten - Rechtbanken
(door overheid en burgers) - Hoven
De scheiding der machten ~ de samenwerking der machten:
- verschillende machten oefenen hun functie onafhankelijk van elkaar uit
- de juiste werking van deze uitoefening zorgt ervoor dat de staatsmachten in evenwicht
blijven
- evenwicht is belangrijk om te voorkomen dat een macht te veel invloed krijgt
De rol van de koning:
- zowel de wetgevende als uitvoerende macht meeondertekenen na goedkeuring van
parlement
- mini-koningskwestie: koning Boudewijn wilde de abortuswet niet ondertekenen ->
regering stelt vast dat de koning gedurende 36 uur niet in staat is te regeren -> wet wordt
in deze 36 uur ondertekend zonder de koning en doorgevoerd
4
,Waar komt het recht vandaan? (waar vind je het recht, wat zijn de bronnen?)
1: Federale wetgeving: wetten die gelden voor heel België, worden gemaakt door de
federale overheid (bv. strafrecht, defensie, sociale zekerheid)
2: Deelstatelijke decreten en ordonnanties: België = federale staat -> sommige
bevoegdheden liggen bij de deelstaten (Vlaanderen, Wallonië, Brussel, Duitstalige
Gemeenschap), deze regels gelden alleen binnen die deelstaten
-> die regels heten Decreten (in Vlaanderen en Wallonië) & Ordonnanties (in Brussel)
bv. Onderwijs, cultuur, ruimtelijke ordening, milieu
3: Provinciale reglementen: elke provincie mag ook regels maken die enkel binnen die
provincie gelden (meestal praktische regels) bv. subsidieregels, bepaalde
veiligheidsvoorschriften
4: Gemeentelijke regelementen: ook gemeenten mogen regels maken die enkel gelden
in hun gemeente bv. parkeerregels, openingstijden, GAS-boetes, geluidsregels
5: Rechtspraak: = beslissingen van rechters in concrete zaken, als er discussie is over
de wet interpreteert de rechter de wet
6: Rechtsleer: = wat juristen en professoren schrijven over het recht, zijn geen officiële
wetten maar rechters gebruiken ze soms om beter te begrijpen hoe iets juridisch zit
bv. boeken, artikels, studies
7: algemene rechtsbeginselen: = basisprincipes van rechtvaardigheid, bv. iedereen
gelijk voor de wet, recht op verdediging
8: Gewoonte: een regel die ontstaat omdat mensen iets heel lang op dezelfde manier
doen, iedereen vindt dat het zo hoort, minder belangrijk dan wetgeving maar kan soms
een rol spelen
Samengevat: soort piramide van regels: bovenaan officiële wetten, dan de rechters die
de wetten uitleggen, daaronder juristen die erover nadenken, dan basisprincipes die
zorgen voor eerlijkheid en gewoonte die soms de kleine gaten opvult
5
,Hoe komt de wet in België tot stand?
1: Wetsvoorstel: ingediend door parlementslid (parlementslid mag zelf idee indienen)
wetsontwerp: ingediend door minister (de regering dient idee in via de minister)
-> in beide gevallen: ‘we willen een nieuwe regel/wet of bestaande veranderen’
2: Parlementaire commissie: voorstel gaat eerst naar parlementaire commissie
(kleinere groep parlementsleden gespecialiseerd in bepaald onderwerp) -> zij maken
verslag (samenvatting van hun bespreking)
3: Het Parlement: daarna gaat voorstel naar volledige parlement, daar wordt het
opnieuw besproken, er kunnen nog amendementen (voorgestelde wijzigingen) worden
ingediend
4: Stemming: na de bespreking wordt er gestemd, meerderheid akkoord -> wet
goedgekeurd, meerderheid niet akkoord -> wet wordt niet aangenomen
5: Bekrachtiging door koning of minister: de wet moet nog officieel worden bevestigd
6: Publicatie in Belgisch Staatsblad: officiële publicatieblad van België waar alle
nieuwe wetten verschijnen
7: Intredewerking: normaal geld de wet 10 dagen na publicatie, tenzij er in de wet zelf
een andere datum staat, vanaf dat moment moet iedereen er zich aan houden
Kort samengevat:
1: iemand stelt een wet voor (parlementslid of minister
2: parlementaire commissie (kleiner gespecialiseerd team) bespreekt het
3: het parlement bespreekt en wijzigt eventueel (amendementen)
4 er wordt gestemd door het volledige parlement
5: Bij goedkeuring -> bekrachtiging door koning of minister
6: publicatie in het staatsbal
7: de wet treedt in werking
6
,1.3.2 België, democratische rechtstaat
Rechtsbescherming:
- België = een rechtsstaat -> niet enkel burgers maar ook de overheid moet zich aan de
rechtsregels houden
- rechtsregels komen tot stand door stemming van parlement op democratische wijze
- parlementsleden moeten verkozen worden -> op die manier burger impact op beleid
- rechtsbescherming: de burgers en overheid moeten erop kunnen vertrouwen beroep
kunnen doen op een onafhankelijke en onpartijdige rechter
bv. wanneer een docent een leerling aanvalt, weet de gehele aula dat deze docent
ontslagen zal worden, voor zal moeten komen en een staf zal ontvangen
Grondwettelijk Hof:
- ziet erop toe dat wetgevende macht rechtsregels uitvaardigt binnen haar bevoegdheid
- en dat deze de principes van gelijkheid en non-discriminatie volgen (zoals voorzien in
de Grondwet)
- kan rechtsregel binnen 6 maanden na publicatie in BS (Belgisch Staatsblad) vernietigen
- kan advies geven tijdens voorbereiding van nieuwe wet
De Raad van State:
- afdeling wetgeving: geeft in totstandkomingsfase van rechtsregen niet-bindend advies
over de wettigheid (legaliteit) en leesbaarheid (begrijpelijkheid) van de regelgeving
- afdeling bestuursrechtspraak: behandeld beroepen tegen eenzijdige beslissingen van
de overheid (= eenzijdige bestuurlijke rechtshandelingen) bv. intrekken subsidies,
benoemen van een rechter
-> Grondwettelijk Hof & Raad van State maken geen deel uit van de rechterlijke macht,
staan in voor de rechtsbescherming van de burger en maken samen met de rechterlijke
macht het fundament van België als rechtsstaat
Hoofdstuk 2: Justitie als organisatie
Rechtszaak tussen twee partijen: ruzie/geschil waarover rechtbank oordeelt = vordering
- eiser (partij die iets nastreeft)
- verweerder (partij waarvan iets gevraagd wordt bv. betaling, schadevergoeding, …)
2.1 Voor de eerste keer naar de rechtbank
- Materiele bevoegdheid: waarover gaat het, wat voor soort zaken behandeld een
bepaalde rechtbank
- Territoriale bevoegdheid: waar moet ik zijn, welke locatie (basisregel: meestal locatie
bevoegde rechtbank waar de verweerder woont)
→ rechtbank moet beslissen of de zaak zowel onder zijn materiele als territoriale
bevoegdheid valt, indien niet kan de rechtbank de zaak niet aannemen
7
,Welke rechtbanken bestaan er en hoe verhouden ze zich tegenover elkaar?
2.1.1 Het vredegerecht
- de rechter die het dichtst bij de burgers staat (kleinere ruzies)
- bv. burenruzies, problemen met huur, problemen tussen verschillende bewoners van
een appartement, beschermende observatiemaatregel (gedwongen opname)
- geschillen die gaan om minder dan €5000
2.1.2 De politierechtbank
- alle vorderingen die verband houden met verkeerszaken
Strafrechtelijke procedures:
- overheid/maatschappij straft voor iemand die misdrijf gedaan heeft
- bv. verkeersovertredingen
Burgerlijke procedures:
- geschillen tussen burgers die betrekking hebben op het verkeer
- bv. wie aansprakelijk voor schade voertuig, wie moet de kosten betalen,
schadevergoedingen (materieel en lichamelijk), discussie bij aanrijding
2.1.3 De ondernemingsrechtbank
- tussen ondernemingen onderling
- tussen ondernemingen en consumenten
- geschillen over afspraken, tussen zaakvoerders of aandeelhouders
- bescherming van een merk (patent)
2.1.4 De arbeidsrechtbank
- voornamelijk geschillen tussen werknemers en werkgevers
- pensioenen, arbeidsongevallen, beroepsziekten, sociale zekerheid
- bv. ontslag door geld gestolen uit kassa -> niet akkoord -> naar arbeidsrechtbank
8
, 2.1.5 Rechtbank van eerste aanleg
!! beslissing in eerste aanleg’ ≠ door rechtbank van eerste aanleg
= voor de eerste keer
- algemene bevoegdheid (volheid van bevoegdheid): alle zaken die niet onder een van de
bovenstaande gespecialiseerde rechtbanken vallen zullen bij de rechtbank van eerste
aanleg behandeld worden
- opgedeeld in 4 verschillende secties:
Burgerlijke sectie:
- geschillen met en tussen burgers
- bv. schadevergoeding: doktersfout, renovatiewerken die fout gelopen zijn, problemen
bij aankoop van wagen (meer kilometers op teller dan beloofd), …
Familiale en jeugdsectie:
- familierechter: afstammingskwesties (bv. vader ontkent vader te zijn), erfeniskwesties,
echtscheidingen en daaraan verbonden discussies
- jeugdrechter: domein van minderjarige: VOS en jeugddelicten
Correctionele sectie:
- alles wat niet onder politierechtbank (verkeers-gerelateerd) of hof van assisen is
- bv. drugshandel, verkrachting, slagen en verwondingen, witwassen, diefstal
Strafuitvoering:
- straffen die al eerder opgelegd zijn door vredegerecht of politierechtbank
- tijdens strafuitvoering worden nieuwe beslissingen gemaakt over het uitzitten van de
straf bv. vervroegde vrijlating na goed gedrag in gevangenis, verkorting gevangenisstraf in
combinatie met een enkelband
2.1.6 Hof van assisen
- waar de zwaarste misdrijven worden beoordeeld
- levensdelicten (moord), politieke misdrijven, zware verkrachtingen
- 3 rechters & volksjury (12 personen) die beslist of de beschuldigde schuldig is of niet
- indien schuldig -> jury + beroepsrechters beslissen samen over de straf
2.1.7 Hof van beroep
- in beroep gaan als je niet akkoord gaat met de beslissing die een andere rechtbank
gemaakt heeft (rechtbank van eerste aanleg of ondernemingsrechtbank)
2.1.8 Arbeidshof
- in beroep gaan als je niet akkoord gaat met de beslissing die een andere rechtbank
gemaakt heeft (arbeidsrechtbank)
2.1.9 Hof van Cassatie
- in beroep gaan als je denkt dat de zaak niet correct gevoerd is
- gaat nakijken of de vorige rechter de wet wel juist heeft toegepast
- kan geen schuld wegnemen of straf verminderen, neemt geen beslissingen
- kan wel de vorige beslissing vernietigen zodat de zaak opnieuw moet voorkomen
9