NEURO KINDEREN
EXAMEN
1
, REVALIDATIE
AFWIJKENDE VROEGMOTORISCHE
ONTWIKKELING
Torticollis (asymmetrie)
Vormen
Torticollis = homolaterale lateroflexie + heterolaterale rotatie.
→ Linker torticollis = LF links + rotatie rechts (door verkorting vd linker SCM).
o Bij linker torticollis is het rechter armpje meer zichtbaar en wordt hier meer
aandacht aan besteed.
Vergelijking CMT vs. Secundaire torticollis EXAMEN
Kenmerk CMT Secundaire torticollis
Oorzaak Unilaterale verkorting SCM Voorkeursrotatie
ROM >5° beperking ≤5° beperking
Nek Homolaterale LF + heterolaterale rotatie Minder uitgesproken LF
+ hoogcervicaal extensie
Hoofd Kan niet naar middenlijn Kan gestimuleerd worden naar de
andere zijde
Romp Asymmetrie (concaviteit) Normale curvatuur
Ledemate Homolateraal minder: Normaal
n abductie in been + reiken in arm
Therapie Hardnekkig: moeilijker te behandele Snelle verbetering na advies over
handelingen en positie, tenzij als
klachten al lang aanwezig zijn
Rotatiecomponent makkelijker te behandelen dan lateroflexie.
Secundaire torticollis beter behandelbaar bij jonge leeftijd + korte duur vd voorkeurshouding
CMT rechts = LF rechts + rotatie links. Voorkeurshouding naar rechts = rotatie rechts
Congenitale musculaire torticollis (CMT)
Definitie
Homolaterale LF + heterolaterale rotatie door unilaterale verkorting SCM
Passieve en actieve ROM-beperking (>5°)
Meestal zichtbaar binnen 2–4 weken (Campbell 2000)
Incidentie: 0,4–1,9%, komt meeste voor tss 1 tot 4 maanden
Geassocieerde problemen
Heupdysplasie: vlak acetabulum → meer kans op luxatie vd heupkop
Voetdeformiteiten: klompvoet/clubfoot: varus, adductie voorvoet, cavus, equinestand (PF)
Moulded baby syndrome: 1 of meerdere stoornissen aanwezig bij pasgeborene
o plagiocefalie, torticollis, congenitale scoliose, bekkenscheefstand,
heupadductiecontractuur, voet/knie standafwijkingen
2
, o → 10% prevalentie bij gezonde pasgeborenen (Rubio et al 2009, studie 1000 personen)
Secundaire (positionele) torticollis
Definitie
Actieve bewegingsbeperking → voorkeursrotatie vh hoofd (LF minder uitgesproken)
o Initieel is het de rotatie, niet de lateroflexie
Invloed op romp en ledematen door:
o ATNR = asymmetrische tonische reflex
Doordat het hoofd naar een bepaalde kant gedraaid is gaat er aan dezelfde
kant een hogere ATNR zijn.
(bv. draait hoofd naar rechts rechter arm strekken en linker plooien)
o Asymmetrische proprioceptie
o Asymmetrische hoofd-lichaam oprichtreacties
Zelden zichtbaar binnen 2–4 weken wat er is nog geen middellijncontrole in de eerste 3m
o Hoofd is dus sowieso naar 1 zijde gedraaid
o Als 1 kant vaker voorkomt wordt een secundaire torticollis in de hand gewerkt
Oorzaken
CMT = congenitale musculaire torticollis
Exacte oorzaak is onduidelijk
Anoxisch trauma = zuurstoftekort → zorgt voor littekenweefsel in SCM (palperen bij KO)
Verbanden met:
o Foetale malpositie (stuitligging, meerlingen)
o Geboortetrauma (tang-, zuignapverlossing)
Andere risicofactoren: hoog geboortegewicht, man, primipara, moeilijke zwangerschap.
Secundaire torticollis
Weinig variatie in positionering/weinig bewegingservaring (Maxi-Cosi, te vroeg zitten)
o Baby pas laten zitten bij voldoende ervaring in buiklig en extensie
Prikkels steeds aan één zijde
o Bevraag positionering van het bed, etc. bed met raam links = meer stimulatie links
Hypotonie (floppy infant, ‘slipping-through’)
Visus- of gehoorproblemen (nystagmus, unilaterale doofheid, etc.)
Maagreflux → zorgt vaak voor overstrekken, gaat gepaard met asymmetrie
Hypotonie
“Floppy infant”, slipping-through.
Passieve baby’s, weinig intrinsieke bewegingsdrang → tragere ontwikkeling.
Kan wijzen op:
o Centraal/perifeer neurologisch probleem (bv; cerebrale parese)
o Neuromusculaire aandoening (spierziekten)
o Genetische syndromen (Down, Prader-Willi)
o Metabole stoornis
Op 6 maanden is hoofd oprichtreactie normaal al gematureerd (niet zoals links op prent)
Door gebrek aan tonus kan de baby wegglippen bij het oppakken (linkerprent, rechts)
Typical baby heft beentjes mee op, bij atypical in abductie en exorotatie (ook schouders)
3
, Hoofd ook naar andere kant
Buikilig is heel vermoeiend voor baby, dus extra vermoeiend voor atypica
Gevolgen van torticollis
Abnormale groei zachte weefsels (SCM) + omliggende fascia en weefsels (structurele verkorting)
(posterieur positionele) plagiocefalie = craniale assymetrie
o Unilaterale occipito-pariëtale schedelafvlakking door aanhoudende druk
Faciale asymmetrie: voorhoofd aan 1 zijde naar voor + mogelijks asymmetrische ogen
Cervicale scoliose
Visuele problemen
Ontwikkelingsvertraging
Kan terugkeren/toenemen bij hogere motorische mijlpalen → follow-up
nodig na een paar weken stoppen met de behandeling
o Bv: op 3 maanden voorkeurshouding weggewerkt maar komt later
terug
Klinisch onderzoek
Anamnese: start met uitgebreide anamnese
Zwangerschap/geboorte verloop, prematuriteit, recente ziekte (met koorts), mijlpalen (wat
kan de baby al?), evolutie, omgeving bevraag in functie van medische diagnose
Doel: zicht op onderliggende oorzaak + noodzaak doorverwijzing naar kinderarts
Onderzoek stoornisniveau
Denk aan geassocieerde stoornissen
Visus, mobiliteit, palpatie, tonus, alignement, plagiocefalie, evenwichtsreacties
Spontane motoriek
In rug- en buiklig, houdingsveranderingen, mijlpalen, asymmetrie, variatie, voorkeurszijde
o Kwaliteit belangrijker dan kwantiteit bv. zitten is kwalitatief belangrijker
o Aftoetsen met ouders of het kind zijn normale functie heeft, want mss zie jij het kind
op een slecht moment (terwijl het zich thuis anders gedraagt)
Differentiaaldiagnose
Congenitale cervicale wervelafwijkingen
Visus/gehoorproblemen
Infecties (middenoor, bovenste luchtwegen)
Claviculafractuur
Neurologische oorzaken (abnormale tonus) (bv; plexus brachialis letsel, CP)
Atlanto-axiale rotatoire subluxatie
Tumoren (wervels of ruggenmerg)
Craniosynostose = schedenlnaden die te vroeg gaan sluiten (normaal rond 12m)
→ Geen verbetering na enkele sessies = verder onderzoek
4
,→ Sowieso doorverwijzen bij: slecht visueel volgen, abnormale spiertonus, koorts, algemene
malaise, neurologische tekens, geen interactie
Behandeling (casus in ppt LES 1 slide 50)
Conservatief
Doel 1: Nekmobiliteit herstellen (vooral bij CMT) (stretchen van SCM bij baby is niet evident)
Passieve ROM hoofd
Passieve stretching SCM/UT (traag, voorzichtig) (aan de aangedane zijde)
o Zijlig met ondersteuning onder het hoofd op de aangedane zijde voor langdurige
stretch. Als het kind naar voor/achter rolt kan je het tegen een steunvlak leggen
(bv een knuffel)
Variatie in positionering → zo komt het kind ook op de voorkeursarm te liggen en moeten ze
de niet voorkeursarm gebruiken die bovenaan ligt
o Aangrijpen hoofd vs romp (romp is de betere strategie)
o Aanhouden vs ritmisch, traag
Doel 2: Asymmetrische ontwikkeling voorkomen
Actieve ROM hoofd → rotatie naar aangedane zijde
o Versterken van de verlengde (niet-aangedane) SCM
Faciliteren van opricht- en evenwichtsreacties (laterale nekreflex stimuleren)
Normale ontwikkeling stimuleren → buiklig, symmetrie, middenlijnoriëntatie
Oefenen van rollen, opduwen, gewicht dragen op BL (bv. rol buiklig, opduwen, etc.)
Ouderinstructies: positionering, handling, prikkels
o Beide kanten positioneren! activatie homolaterale arm!
Tijdens slapen, ADL en spel:
o Lateroflexie stretch, maxi-cosi positionering, rotatie adhv geluid en lichtinval
Algemene aandachtspunten
Focus niet enkel op rotatie, maar ook op lateroflexie
Let op romp- en bekkenasymmetrie (bij bekken bv 1 been meer actief dan ander)
Oefenen in alle houdingen (leeftijdsadequaat) + alle overgangsfasen
Laat het kind actief zijn
Ouder instructie/educatie is essentieel (positionering, handeling, ADL en spel)
Duur en intensiteit
77% verbetering van plagiocefalie en torticollis na 2 maanden stimulatie + positionering
Max. 18 beurten voor voorkeurshouding
Frequentie 1–3/week, de duur kan enkele sessies tot maanden zijn
o Frequentie geleidelijk afbouwen
o Snelle verbetering = gunstig teken, geen/trage verbetering = doorverwijzen!!
Vroegtijdig stoppen bij ROM ≤5°, geen zichtbare LF, normale ontwikkeling
o wel controle sessie inplannen!
Follow-up tot 18 maanden
Plagiocefalie
Craniale remodellering → Helmtherapie/redressietherapie
o Helm geeft op bepaald plaatsen druk. Schedel krijgt WEL nog ruimte om te groeien.
Craniale orthesen verhinderen dus NIET de craniale groei
o Puur esthetisch, geen invloed op voorkeurshouding
Timing:
5
, o Voor 5–6 maanden: onvoldoende cervicale spierkracht om de helm te dragen
o Na lftd van 1j: minder effect door verminderde craniale groei/schedelverdikking
Chirurgische behandeling
Indicaties:
> 12 maanden
Geen respons op therapie
Cervicale rotatiebeperking >30°
Faciale asymmetrie
Technieken: afhankelijk vd ernst
Release vd spier distaal (één of beide spierkoppen)
Deel vd spier uitsnijden
Postoperatieve kinesitherapie: behouden cervicale ROM + spierversterking voor alignement
Het kind in extensie (overstrekken)
Oorzaken
Prematuriteit/dysmaturiteit (beperkte flexie ervaring in utero bij einde zwangerschap)
Reflux
Overactiviteit (te veel bewegingsdrang)
Longproblemen
Ontwikkelingsstoornis of centraal neurologische stoornis
Gevolgen
Motorische ontwikkeling
o Asymmetrisch hoofd
o Moeilijke middenlijnoriëntatie + symmetrie
o Moeilijke rotaties schouder–bekken
o Moeilijke rompstabilisatie
o Moeilijk gewicht dragen op armen
o Neiging tot rechtstaan
bij te veel extensie in buiklig gaan de schouders naar retractie, terwijl je protractie wilt
baby’s met te veel extensie hebben moeilijkheden in buiklig
Sensorische ontwikkeling
o Veranderde tactiele/proprioceptieve input
o Mogelijks invloed op visuele ontwikkeling (fixatie op voorwerpen, tracking)
Voedingsproblemen: slikproblemen door positie vh hoofd
o Risico op verslikking → angst → meer extensie → meer slikproblemen (vicieuze
cirkel)
o Vooral bij kinderen met onderliggende neuro problematiek die te veel extensie vertonen
Gedragsproblemen
o Frustratie door moeilijk reiken en grijpen (bv bij speeltjes proberen te pakken)
o Verstoorde ouder-kind interactie: bv.
Als het kind blij is om ouder te zien stijgt de extensie, kind lijkt niet tevreden
Moeilijkere handling
Behandeling: overstrekken
6
EXAMEN
1
, REVALIDATIE
AFWIJKENDE VROEGMOTORISCHE
ONTWIKKELING
Torticollis (asymmetrie)
Vormen
Torticollis = homolaterale lateroflexie + heterolaterale rotatie.
→ Linker torticollis = LF links + rotatie rechts (door verkorting vd linker SCM).
o Bij linker torticollis is het rechter armpje meer zichtbaar en wordt hier meer
aandacht aan besteed.
Vergelijking CMT vs. Secundaire torticollis EXAMEN
Kenmerk CMT Secundaire torticollis
Oorzaak Unilaterale verkorting SCM Voorkeursrotatie
ROM >5° beperking ≤5° beperking
Nek Homolaterale LF + heterolaterale rotatie Minder uitgesproken LF
+ hoogcervicaal extensie
Hoofd Kan niet naar middenlijn Kan gestimuleerd worden naar de
andere zijde
Romp Asymmetrie (concaviteit) Normale curvatuur
Ledemate Homolateraal minder: Normaal
n abductie in been + reiken in arm
Therapie Hardnekkig: moeilijker te behandele Snelle verbetering na advies over
handelingen en positie, tenzij als
klachten al lang aanwezig zijn
Rotatiecomponent makkelijker te behandelen dan lateroflexie.
Secundaire torticollis beter behandelbaar bij jonge leeftijd + korte duur vd voorkeurshouding
CMT rechts = LF rechts + rotatie links. Voorkeurshouding naar rechts = rotatie rechts
Congenitale musculaire torticollis (CMT)
Definitie
Homolaterale LF + heterolaterale rotatie door unilaterale verkorting SCM
Passieve en actieve ROM-beperking (>5°)
Meestal zichtbaar binnen 2–4 weken (Campbell 2000)
Incidentie: 0,4–1,9%, komt meeste voor tss 1 tot 4 maanden
Geassocieerde problemen
Heupdysplasie: vlak acetabulum → meer kans op luxatie vd heupkop
Voetdeformiteiten: klompvoet/clubfoot: varus, adductie voorvoet, cavus, equinestand (PF)
Moulded baby syndrome: 1 of meerdere stoornissen aanwezig bij pasgeborene
o plagiocefalie, torticollis, congenitale scoliose, bekkenscheefstand,
heupadductiecontractuur, voet/knie standafwijkingen
2
, o → 10% prevalentie bij gezonde pasgeborenen (Rubio et al 2009, studie 1000 personen)
Secundaire (positionele) torticollis
Definitie
Actieve bewegingsbeperking → voorkeursrotatie vh hoofd (LF minder uitgesproken)
o Initieel is het de rotatie, niet de lateroflexie
Invloed op romp en ledematen door:
o ATNR = asymmetrische tonische reflex
Doordat het hoofd naar een bepaalde kant gedraaid is gaat er aan dezelfde
kant een hogere ATNR zijn.
(bv. draait hoofd naar rechts rechter arm strekken en linker plooien)
o Asymmetrische proprioceptie
o Asymmetrische hoofd-lichaam oprichtreacties
Zelden zichtbaar binnen 2–4 weken wat er is nog geen middellijncontrole in de eerste 3m
o Hoofd is dus sowieso naar 1 zijde gedraaid
o Als 1 kant vaker voorkomt wordt een secundaire torticollis in de hand gewerkt
Oorzaken
CMT = congenitale musculaire torticollis
Exacte oorzaak is onduidelijk
Anoxisch trauma = zuurstoftekort → zorgt voor littekenweefsel in SCM (palperen bij KO)
Verbanden met:
o Foetale malpositie (stuitligging, meerlingen)
o Geboortetrauma (tang-, zuignapverlossing)
Andere risicofactoren: hoog geboortegewicht, man, primipara, moeilijke zwangerschap.
Secundaire torticollis
Weinig variatie in positionering/weinig bewegingservaring (Maxi-Cosi, te vroeg zitten)
o Baby pas laten zitten bij voldoende ervaring in buiklig en extensie
Prikkels steeds aan één zijde
o Bevraag positionering van het bed, etc. bed met raam links = meer stimulatie links
Hypotonie (floppy infant, ‘slipping-through’)
Visus- of gehoorproblemen (nystagmus, unilaterale doofheid, etc.)
Maagreflux → zorgt vaak voor overstrekken, gaat gepaard met asymmetrie
Hypotonie
“Floppy infant”, slipping-through.
Passieve baby’s, weinig intrinsieke bewegingsdrang → tragere ontwikkeling.
Kan wijzen op:
o Centraal/perifeer neurologisch probleem (bv; cerebrale parese)
o Neuromusculaire aandoening (spierziekten)
o Genetische syndromen (Down, Prader-Willi)
o Metabole stoornis
Op 6 maanden is hoofd oprichtreactie normaal al gematureerd (niet zoals links op prent)
Door gebrek aan tonus kan de baby wegglippen bij het oppakken (linkerprent, rechts)
Typical baby heft beentjes mee op, bij atypical in abductie en exorotatie (ook schouders)
3
, Hoofd ook naar andere kant
Buikilig is heel vermoeiend voor baby, dus extra vermoeiend voor atypica
Gevolgen van torticollis
Abnormale groei zachte weefsels (SCM) + omliggende fascia en weefsels (structurele verkorting)
(posterieur positionele) plagiocefalie = craniale assymetrie
o Unilaterale occipito-pariëtale schedelafvlakking door aanhoudende druk
Faciale asymmetrie: voorhoofd aan 1 zijde naar voor + mogelijks asymmetrische ogen
Cervicale scoliose
Visuele problemen
Ontwikkelingsvertraging
Kan terugkeren/toenemen bij hogere motorische mijlpalen → follow-up
nodig na een paar weken stoppen met de behandeling
o Bv: op 3 maanden voorkeurshouding weggewerkt maar komt later
terug
Klinisch onderzoek
Anamnese: start met uitgebreide anamnese
Zwangerschap/geboorte verloop, prematuriteit, recente ziekte (met koorts), mijlpalen (wat
kan de baby al?), evolutie, omgeving bevraag in functie van medische diagnose
Doel: zicht op onderliggende oorzaak + noodzaak doorverwijzing naar kinderarts
Onderzoek stoornisniveau
Denk aan geassocieerde stoornissen
Visus, mobiliteit, palpatie, tonus, alignement, plagiocefalie, evenwichtsreacties
Spontane motoriek
In rug- en buiklig, houdingsveranderingen, mijlpalen, asymmetrie, variatie, voorkeurszijde
o Kwaliteit belangrijker dan kwantiteit bv. zitten is kwalitatief belangrijker
o Aftoetsen met ouders of het kind zijn normale functie heeft, want mss zie jij het kind
op een slecht moment (terwijl het zich thuis anders gedraagt)
Differentiaaldiagnose
Congenitale cervicale wervelafwijkingen
Visus/gehoorproblemen
Infecties (middenoor, bovenste luchtwegen)
Claviculafractuur
Neurologische oorzaken (abnormale tonus) (bv; plexus brachialis letsel, CP)
Atlanto-axiale rotatoire subluxatie
Tumoren (wervels of ruggenmerg)
Craniosynostose = schedenlnaden die te vroeg gaan sluiten (normaal rond 12m)
→ Geen verbetering na enkele sessies = verder onderzoek
4
,→ Sowieso doorverwijzen bij: slecht visueel volgen, abnormale spiertonus, koorts, algemene
malaise, neurologische tekens, geen interactie
Behandeling (casus in ppt LES 1 slide 50)
Conservatief
Doel 1: Nekmobiliteit herstellen (vooral bij CMT) (stretchen van SCM bij baby is niet evident)
Passieve ROM hoofd
Passieve stretching SCM/UT (traag, voorzichtig) (aan de aangedane zijde)
o Zijlig met ondersteuning onder het hoofd op de aangedane zijde voor langdurige
stretch. Als het kind naar voor/achter rolt kan je het tegen een steunvlak leggen
(bv een knuffel)
Variatie in positionering → zo komt het kind ook op de voorkeursarm te liggen en moeten ze
de niet voorkeursarm gebruiken die bovenaan ligt
o Aangrijpen hoofd vs romp (romp is de betere strategie)
o Aanhouden vs ritmisch, traag
Doel 2: Asymmetrische ontwikkeling voorkomen
Actieve ROM hoofd → rotatie naar aangedane zijde
o Versterken van de verlengde (niet-aangedane) SCM
Faciliteren van opricht- en evenwichtsreacties (laterale nekreflex stimuleren)
Normale ontwikkeling stimuleren → buiklig, symmetrie, middenlijnoriëntatie
Oefenen van rollen, opduwen, gewicht dragen op BL (bv. rol buiklig, opduwen, etc.)
Ouderinstructies: positionering, handling, prikkels
o Beide kanten positioneren! activatie homolaterale arm!
Tijdens slapen, ADL en spel:
o Lateroflexie stretch, maxi-cosi positionering, rotatie adhv geluid en lichtinval
Algemene aandachtspunten
Focus niet enkel op rotatie, maar ook op lateroflexie
Let op romp- en bekkenasymmetrie (bij bekken bv 1 been meer actief dan ander)
Oefenen in alle houdingen (leeftijdsadequaat) + alle overgangsfasen
Laat het kind actief zijn
Ouder instructie/educatie is essentieel (positionering, handeling, ADL en spel)
Duur en intensiteit
77% verbetering van plagiocefalie en torticollis na 2 maanden stimulatie + positionering
Max. 18 beurten voor voorkeurshouding
Frequentie 1–3/week, de duur kan enkele sessies tot maanden zijn
o Frequentie geleidelijk afbouwen
o Snelle verbetering = gunstig teken, geen/trage verbetering = doorverwijzen!!
Vroegtijdig stoppen bij ROM ≤5°, geen zichtbare LF, normale ontwikkeling
o wel controle sessie inplannen!
Follow-up tot 18 maanden
Plagiocefalie
Craniale remodellering → Helmtherapie/redressietherapie
o Helm geeft op bepaald plaatsen druk. Schedel krijgt WEL nog ruimte om te groeien.
Craniale orthesen verhinderen dus NIET de craniale groei
o Puur esthetisch, geen invloed op voorkeurshouding
Timing:
5
, o Voor 5–6 maanden: onvoldoende cervicale spierkracht om de helm te dragen
o Na lftd van 1j: minder effect door verminderde craniale groei/schedelverdikking
Chirurgische behandeling
Indicaties:
> 12 maanden
Geen respons op therapie
Cervicale rotatiebeperking >30°
Faciale asymmetrie
Technieken: afhankelijk vd ernst
Release vd spier distaal (één of beide spierkoppen)
Deel vd spier uitsnijden
Postoperatieve kinesitherapie: behouden cervicale ROM + spierversterking voor alignement
Het kind in extensie (overstrekken)
Oorzaken
Prematuriteit/dysmaturiteit (beperkte flexie ervaring in utero bij einde zwangerschap)
Reflux
Overactiviteit (te veel bewegingsdrang)
Longproblemen
Ontwikkelingsstoornis of centraal neurologische stoornis
Gevolgen
Motorische ontwikkeling
o Asymmetrisch hoofd
o Moeilijke middenlijnoriëntatie + symmetrie
o Moeilijke rotaties schouder–bekken
o Moeilijke rompstabilisatie
o Moeilijk gewicht dragen op armen
o Neiging tot rechtstaan
bij te veel extensie in buiklig gaan de schouders naar retractie, terwijl je protractie wilt
baby’s met te veel extensie hebben moeilijkheden in buiklig
Sensorische ontwikkeling
o Veranderde tactiele/proprioceptieve input
o Mogelijks invloed op visuele ontwikkeling (fixatie op voorwerpen, tracking)
Voedingsproblemen: slikproblemen door positie vh hoofd
o Risico op verslikking → angst → meer extensie → meer slikproblemen (vicieuze
cirkel)
o Vooral bij kinderen met onderliggende neuro problematiek die te veel extensie vertonen
Gedragsproblemen
o Frustratie door moeilijk reiken en grijpen (bv bij speeltjes proberen te pakken)
o Verstoorde ouder-kind interactie: bv.
Als het kind blij is om ouder te zien stijgt de extensie, kind lijkt niet tevreden
Moeilijkere handling
Behandeling: overstrekken
6