TITEL I. ALGEMEEN
2/3 van examen is economisch recht (dinsdag & woensdagnamiddag). Te kennen voor examen: wat tijdens de colleges is verteld, niet de
uitgebreide syllabus.
Schriftelijk examen: 50% casus, 40% theorievragen, 10% juist-fout. Tijdens de lessen zullen casussen besproken worden (bv. Laattijdige
betaling, marktpraktijken en consumentenbescherming).
Te gebruiken: verg codex + eigen wetgeving (niet geannoteerde).
HOOFDSTUK I. SITUERING VAN HET HANDELS-, ECONOMISCH EN ONDERNEMINGSRECHT
1. BEGRIPPEN: HANDELSRECHT, ECONOMISCH RECHT EN ONDERNEMINGSRECHT
INLEIDING
Naast economisch wetboek is er tal van andere regelgeving van gewesten, gemeenten, …
Economisch recht wordt ook wel ondernemingsrecht genoemd want het gaat over regels die gevolgd moeten worden als een onderneming
handelingen stelt. Daarnaast wordt er ook wel esproken van het handelsrecht (geheel van regels die gerespecteerd meoten worden door
handelaars). maar dit is ondertussen afgeschaft Dit begrip is in 2018 opgegeven, want dit valt nu onder het ruimer begrip, ondernemings- of
economisch recht.
De afschaffing van dit begrip ‘handelaar’ en wetboek van koophandel, wil niet zeggen dat alle regels zijn afgeschaft, veel van die regels zijn
blijven besztaan, maar niet onder dat wetboek, maar onder het nieuwe begrip ‘het ondernemingsrecht’.
Belgische en Europese wetgever gebruiken verschillende termen voor onderneming afhankelijk over welk onderwerp in het recht we het
hebben. Bv. Verschillend in het mededingingsrecht als in een ander recht. Ze overlappen in belangrijke mate met elkaar, maar er zijn
specifieke entiteiten voor zaken die voor de ene regelgeving wel en in de andere geen onderneming zijn.
BEGRIPPEN
Rol 1:
“Het economisch recht (vroegere handelsrecht) bevat enerzijds regelen van privaatrecht die van toepassing zijn op verrichtingen van
ondernemingen en zijn erop gericht transacties tussen ondernemingen soepel en efficiënt te laten verlopen.”
=> omvat het oude handelsrecht, heeft een faciliterende functie. Spelregels ontwikkelen dat ondernemingen (vroeger: handelaars) op een
eenvoudige manier met elkaar kunnen onderhandelen.
Bedoeling: faciliteren.
Rol 2:
“Het economisch recht omvat anderzijds de regelen van publiek en privaat recht die er specifiek toe strekken de economische activiteit te
organiseren met het oog op de verwezenlijking van een economische ordening en een economisch sturingsbeleid.”
=> regelen die bepalen wat ondernemingen moeten doen en wat ze niet mogen doen (gehele reeks van bepalingen als gebods- of
verbodsbepalingen.
Bv. Vergunningen die nodig zijn, geen onrechtmatige bedingen opnemen, …
Die regelen zijn altijd dwingend, daar kan niet van afgeweken worden omdat de wetgever die zo noodzakelijk acht.
1
,Bv. Omtrent bewijs: voor rechtshandelingen boven 3500 euro kan bewijs enkel geleverd worden in onderhandse akte, dit betekent dat voor
bewijsdoeleinden steeds een geschrift zal moeten worden opgemaakt (online of op papier). In het ondernemingsleven is dit niet altijd nodig.
Er wordt toegelaten dat partijen op een veel eenvoudige manier zullen kunnen bewijzen dat overeenkomst is gesloten. In ondernemingsrecht
is bewijs vrij (het kan geleverd worden met alle middelen van recht).
o Soepel verkeer (faciliteren)
Bv. Principe van hoofdelijkheid wanneer meerdere ondernemingen zelfde verbintenissen aangaan (<-> principe van schuldsplitsing):
ondernemingen gaan zich verbinden tot het betalen van een bepaalt bedrag (A, B, C, gaan cohousing en gaan samen meubels kopen).
In BW geldt principe van schuldsplitsing (als A, B en C niet vrijwillig gaat betalen, kan X maar 1/3 van het bedrag bij elk van de
cotnractspartijen).
Let op: er kan van de hoofdelijkheid worden afgeweken, je kan ook contractueel gaan bedingen.
Als A, B en C ondernemingen zijn, mag X bij elk van die drie, naar keuze, het volledige bedrag vorderen. Dit betekend dat X maar om de
solvabiliteit van één onderneming bekommeren. (Lees: als A failliet is, is niet erg want B is nog zeer sterk en hij kan alles vorderen van B, dit
met het oog op een goeie werkende markt).
o Sturing
Specifiek probleem gaan verhelpen.
Bv. Gasprijzen gaan sterk stijgen. Energie werd voor veel mensen in maatschappij nauwelijks betaalbaar, dus men heeft het sociaaltarief
van energie uitgebreid tot een grotere groep van mensen. Dit is voorbeeld van maatregelen van conjuncturele aard.
Daarnaast heb je maatregelen van structurele aard om de werking op lange termijn te gaan helpen.
Bv. Mededingingsrecht gaat ervan uit dat markt goed kan functioneren als ondernemingen vrij kunnen handelen. Dit gebeurt door
kartelafspraken om de mededingingen op de markt te gaan beperken.
Bv. Als alle bakkers gaan beslissen dat ze geen brood verkopen onder de 10 euro, dan gaat markt niet meer functioneren. Maw regel die zegt
dat ondernemingen geen afspraken mogen maken, is gebaseerd om de structuur van de markt te beschermen.
o Ordening
Men gaat waken over de rechtmatige geachte belangen.
Bv. Regelen van consumentenbescherming. Deze regels zijn legio (er zijn er heel veel). Dit is relatief recent, want consumenten recht is maar
ontstaan in jaren 80-90. Regelen die erop gericht zijn de consument als zwakkere partij te beschermen. Bv. Als je online iets aankoopt, heb
je een herroepingsrecht, omdat je zwakkere partij bent.
Bv. Eerlijke concurrentie. Je wil dat ondernemingen met elkaar concurreren maar dit moet op een eerlijke manier.
Bv. Bescherming tussenpersonen (franchise, …) en intellectuele eigendomsrechten (belangen auteur, uitvinder etc beschermen) (zie andere
lessen).
SITUERING TEN AANZIEN VAN ANDERE RECHTSTAKKEN
Vennootschapsrecht is een afzonderlijk vak, en is tak van recht dat in ander wetboek is vastgesteld.
Financieel recht in eerste master: relatie banken en cliënten, dit komt hier niet aanbod.
2. BRONNEN VAN HET HANDELS- EN ECONOMISCH RECHT
INTERNATIONALE BRONNEN
VERDRAGEN DIE REGELINGEN INHOUDEN VOOR HET INTERNATIONALE ECONOMISCH RUILVERKEER
2
,Regelgeving die spelregels vaststellen voor ruilverkeer en handel.
WTO verwijst naar de instelling maar ook naar het verdrag die is gesloten met de regels voor de internationale handel. De soort regels die
daar in vervat zit:
Historisch gezien gaat de WTO terug op de GATT (general agreement of tariffs and trade). Dit is één van de akkoorden die binnen de WTO
bestaat die regelen gaat bepalen voor het grensoverschrijdend handel van goederen. Eerste verdrag dateert van 1947.
Tweede component is de GATS (general agreement of trade and services): regels over grensoverschrijdend aanbieden van diensten.
Derde component is de TRIPS ( Trade-Related Aspects of Intellectual Property Rights): regels over het beschermen van utivindingen en
merken.
Vierde component van WTO regelgeving is de DSU (disputen settlement understanding): dit is ontstaan voor het geval dat lidstaten van WTO
geschillen hebben over GATT, GATS of TRIPS. Dit gebeurd bij een panel en deze geschillen zijn appelabel, maar dit appelate body heeft een
probleem: dit kan enkel bestaan bij 3 rechters, maar VS zet altijd veto bij aanstellen van nieuwe rechter, dus er is de facto geen appelate
body.
De beslissingen die door de panel worden genomen, kunnen dus niet meer verder worden behandeld.
Principes uit de GATT:
o Meestbegunstiging
Wanneer je als lidstaat van de WTO een voordeel toekent aan een ander land, dan moet je dit voordeel onmiddellijk toekennen aan alle
andere landen binnen de WTO.
Bv. Japan en Australië komen overeen dat ze de douanerechten met 10% gaan reduceren, diezelfde reductie gaan ze ook moeten toekennen
aan alle andere leden van de WTO. Op dit principe bestaan er uitzonderingen (vrijhandelszones).
o Non-discriminatie
Bv. België zit vast met BTW en ze gaan hoger BTW stellen op goederen dat op niet-Europese landen komen. Dit kan niet wegens dit principe
van non-discriminatie: lokaal geproduceerd en geïmporteerde goederen moet je gelijk behandelen.
Let op: douanetarieven mogen wel gesteld worden waardoor impliciet de importatie zeer moeilijk wordt. Kan ook voor andere zaken lagere
tarieven stellen zodat er meer goederen komen. Binnen de WTO hebben ze afspraken gemaakt met een uniform tarief emt betrekking tot
de douanerechten die worden gegeven.
Bv. Dieren worden onderverdeeld in paarden, ezels, etc => zeer gedetailleerd afspraken.
Wat dan met Trump? Hij veranderd de tarieven heel vaak maar de Trump Adminsitration probeert dit altijd onder een catch-all bepaling
uitzondering namelijk voor ‘national security’. Ze proberen het dus wel nog in te passen binnen e WTO.
o Verbod van kwantitatieve beperkingen
Quota’s kunnen niet. Geen beperkingen.
Let op: dit zijn basisprincipes en hier zijn dus best veel uitzonderingen op!! Bv. Exportbeperkingen mogen niet, maar dit mag wel als lokale
bevolking er onder zou leiden.
o Reductie van (geen verbod op) douanerechten (streven naar)
Eerlijke concurrentie:
o Dumping
• Goederen op de markt brengen binnen een land beneden hun normale waarde.
• Bv. China produceert bepaalde goederen en ze worden op de markt gebracht aan 50, de transportkosten zou ervoor moeten
zorgen dat goederen duurder zijn, maar dit kan vermeden worden door in het land van export de goederen aan een lagere
waarde te verkopen. In EU dan aan 40.
3
, • Het wordt problematisch wanneer dit tot gevolg heeft dat er ernstige schade kan worden toegebracht aan een bedrijfstak.
§ Het feit dat één bedrijf het moeilijk heeft doet er niet toe, het moet ernstige schade veroorzaakt zijn + causaal verband
• Remedie: antidumpingrechten: hogere douane rechten opleggen waardoor prijs voor consument zal verhoogt worden. Dit
mag dan niet hoger zijn dan de dumpingmarge (hier: 10)
o Subsidies
• Te onderscheiden van dumping omdat het geen activiteit is die uitgaat van ondernemingen maar van voordelen die verstrekt
worden door de lidstaten zelf.
• Gaat over exportsubsidies (= voordelen (geldelijk of andere) die specifiek worden toegekend omwille van exporteren naar
andere landen) en “local content” subsidies (= worden toegekend in ruil voor gebruik van lokaal gebruikte goederen)
§ Dit is altijd verboden.
• Remedie: vroeger de panel, nu meer een ander remedie van de countervailing measures, zelfde voorwaarde als dumping,
enkel bij schade aan bedrijfstak.
§ Oplossing: opnieuw verhoging van douanerechten.
REGELGEVING OM DE INTERNE MARKT TE REALISEREN: ECONOMISCHE INTEGRATIE
o Vrijhandelszone
• Zonder al te veel barrières laten circuleren van geoderen en diensten binnen de vrijhandelszones.
• Bv. Tussen EU en MERCOSUR landen is er een verdrag om import en export verheffingen opheffen.
o Douane-unie
• Stapje verder gaan: niet alleen douane rechten gaan afschaffen maar ook omdat men een gemeenschappelijke handelspolitiek
gaat voeren t.a.v. derden
• Beste voorbeeld: de EU
o Europese Unie: douane-unie met vrij verkeer
Goederen van België naar Griekenland: geen douane rechten. Binnen de EU gaat men de eengemaakte markt op verschillende manieren
gaan realiseren: dit vind je in het VWEU, maar verder zien we dat de EU-wetgever ook een streeft naar harmonisatie van wetgeving. Wat
impliceert dat men een gemaakte regels gaat voorzien die moeten gelden binnen alle lidstaten van de EU.
Hoe draagt harmonisatie bij tot realisatie van interne markt? Wat zijn de voordelen?
• Voor afnemers van goederen en diensten
ð Je weet niet zeker of je op dezelfde manier behandeld zal worden zoals in je eigen land als je goederen of diensten gaat
verwerven uit China, maar dat vertrouwen mag je wel hebben als je goederen verwerft uit andere lidstaten.
ð = confident consumer argument.
• Voor harmonisatie van ondernemingen
ð De reductie van de kosten die ertoe leiden dat ondernemingen hun goederen niet alleen aanbieden in eigen land maar
ook in andere landen binnen de EU.
Consumenten vertrouwen erop om goederen te verwerven van andere lidstaten. Door die grensoverschrijdende handel te stimuleren ga je
een interne markt kunnen realiseren.
ð EU: verdere integratie via Verordeningen en Richtlijnen
ð Verordeningen: rechtstreeks toepasselijk
Bv. De digital services act. Dit is een recente verordening die heel wat verplichtingen bevat voor online platformen.
Bv. De AI-act. Heel wat risico’s gekoppeld aan AI, EU-wetgeving heeft heel wat regels uitgevaardigd met betrekking tot AI om ervoor te zorgen
dat die regels identiek zijn.
4