Financieel management
vernieuwde versie 2026
H1: Financieringslandschap
Not all money is the same
Ondernemingen hebben vaak de neiging om hun financieringsbehoefte enkel uit te drukken
in een bedrag terwijl het juist belangrijk is uw financieringen te onderscheiden volgens vorm,
termijn en modaliteiten. Elke financieringsvorm heeft namelijk voor- en nadelen en is dus
belangrijk om daar een optimale combinatie te vinden. Not all money is the same, en nog te
vaak concentreren bedrijfsleiders zich op de vraag of ze de fondsen zullen verkrijgen eerder
dan zich toe te spitsen op de gewenste vorm en modaliteiten. De financieringsbron is daarbij
bepalend.
Extra:
Financieringsbron Voordelen Nadelen
Dumb money: geld
Friends, family & fools - Gemakkelijk te vinden - Beperkte toegevoegde waarde dat niet samengaat
- Hebben geduld - Beperkte fondsen met begeleiding.
Overheidssubsidies - Gratis - Bureaucratisch
(even dumber) - Hebben geduld - Traag Smart money: geld
- Moeilijk te lokaliseren dat wel samengaat
Banken (dumb) - Relatief goedkoop - Gedrag onvoorspelbaar met begeleiding.
- Relatief snel - Vereisen garanties
De bank is de belang-
Business angels - Snel - Fondsen relatief beperkt
rijkste bron van
- Onbureaucratisch - Soms nogal onsystematische
- Begrijpt business investeringspolitiek financiering voor de
- Agenda niet altijd meeste bedrijven.
onvoorzienbaar
Formeel risicokapitaal - Beschikken over - Relatief traag
(private equity) voldoende fondsen - Hogeverwachtingen
- Moeilijk te verkrijgen
- Exitdriven
Afhankelijk van de levensfase
waarin de onderneming zich
bevindt, wordt de financiële
behoefte ingevuld door gebruik te
maken van de meest adequate
financieringsbron, dus bij de start
zal er eerder gericht worden naar
vrienden en familie en dan in de
latere stages dan meer naar
professionele afkomsten zoals
kredieten van banken. De
stippenlijn bij de beginfase van een
bedrijf geeft aan dat daar banken
minder bereid zijn te financieren
doordat er dan enkel gesproken
wordt over “een idee”, waarin ze
geen garantie inzien.
, Het ondernemerslandschap
Zoals de verschillende financieringen moet je ook onderscheid maken tussen de
ondernemingen. De financieringsbehoefte en vorm is bij elke type verschillend.
Type Wat? Financieringsmodaliteiten Voorbeelden
Muizen / KMO’s Kleine bedrijven, meestal met - Bankkredieten Kleine lokale bakker
beperkt groeipotentieel - Lovemoney (afkomstig van om de hoek
vrienden/familie)
- Crowdfunding
- Subsidies
Olifanten Grote bedrijven, niet flexibel, Hebben meestal een overtollig - Audi
proberen competitief te blijven hoeveelheid aan geld en zoeken - BNP Paribas
zelf opportuniteiten om te - BMW
investeren (spelen als bank)
Zombies Bedrijven die reeds 10 jaar lang Bestaande bankkredieten (eerder Geen echt voorbeeld
bestaan en reeds 3 jaar in de behoud van dan bijkomende maar wel dat 10%
onmogelijkheid verkeren om hun kredieten; solide waarborgen) van belgische
financiële lasten te betalen Subsidies bedrijven in deze
positie zitten (met
14% van werkn)
Gazelles Bedrijven met belangrijk - Business angels Voor een
groeipotentieel - Venture capital (VC) lijstje ervan
- Beursnotering
Eenhoorns Niet-beursgenoteerde start-up - Venture capital - Skype,
die een waarde van 1 miljard - Corporate venture - Criteo,
heeft - Beursnotering - Colibra,
Zebra’s Duurzame bedrijven, rekening Duurzame financieringsvormen All-drain (?)
houdend met zowel de winst als
maatschappij
Het belang van muizen & KMO’s is onmisbaar vastgesteld. In de private sector vormt het de
in Europa dan ook de meerderheid van de werkgelegenheid, maar niet in VS en Japan.
Olifanten zijn dan vooral belangrijk voor het behoud van de werkgelegenheid. Vergelijkbaar
met hun jaarlijkse groei, zorgen gazellen voor te meerderheid van de werkgelegenheidsgroei
in Europa, en hebben dan ook een grote financieringsbehoefte.
Deze is een uitbereiding van
voorgaande tabel, algemeen
zijn er gelijkenissen behalve:
- PBC: (pay back capacity)
is het vermogen dat een
bedrijf heeft zijn schulden
terug te betalen.
- Scale-up money/funds: is de financiering in de “schaalfase” van een eenhoorn bedrijf,
waar ze dan uitbreiden, natuurlijk spreken we hier dan van 10-100+ miljoenen
2
, Eerst den dezen, dit tabel is
een uitbereiding van de grafiek
op pagina 1. Waar er benadrukt
wordt op het type geld bij elke
fase van een bedrijf (voor muis
en gazelle), extraatje is dat:
Collateral = onderpand dus
voor het geld is er niets
ingeruild
FFF = Friends, family & fools
Het Calimero-syndroom: is een
slachtoffermentaliteit waar een
organisatie zichzelf als te klein, zwak of
benadeeld beschouwd. In de context
van een klein bedrijf is dit namelijk
doordat hij
zich beperkt voelt als het gaat over
de beschikbaarheid van middelen,
investeringsmogelijkheden,
zichtbaarheid
en de grotere druk dat ze moeten
meeleven tegenover grotere bedrijven.
1. Zombies
Zombies zijn zoals eerder gezegd de bedrijven die voor ~10 jaar in de moeilijkheden zitten
om voldoende winst te maken waarvan gedurende 3 jaar de financiële kosten hoger dan de
operationele winsten liggen, ondanks deze worden ze toch nog gefinancierd. In België wordt
10% van de ondernemingen als zombies gezien en gebruiken 15-20% van de financiële
middelen
- Waarom blijven banken financieren? Vanaf ze stoppen met financieren is de kans heel
groot dan er faillissement ontstaat, waarbij het krediet niets meer waard wordt.
Baxter economie is voor Zombies een mogelijke maar tijdelijke oplossing door:
- Subsidies (het krijgen van financiering zonder echter iets in return dus gratis)
- Mortage-based credits (hypotheken): de uitgifte van kredieten met vastgoed als
onderpand.
- Terwijl dat deze oplossingen zijn, is het niet altijd mogelijk om elk bedrijf om dezelfde
manier te helpen, daarom kan er unfair competition ontstaan
2. Gazelles
Er is geen direct enkelvoudige definitie van de groei % van gazelles bedrijven, maar een
jaarlijkse groei van 20% wordt algemeen wel gekenmerkt. Zoals in de tabel gezegd zijn
deze jonge bedrijven met een sterk groeipotentieel, en omdat ze nog jong zijn hebben nog
niet echt de capaciteiten tegenover de meer gevestigde bedrijven (vooral voor de
financiering die ze nodig hebben), daarom richten ze zich eerder naar andere mogelijkheden
dan banken (waar meer risico kapitaal is, zie grafiek eerste pagina).
3
, 3. Eenhoorns
Een bedrijf is een eenhoorn als hij na 3 jaar een waarde heeft van 1 miljard ($), deze type is
heel snel groeiend maar ook heel zeldzaam. Deze bedrijven zijn gekenmerkt door hun
agressieve stijl van investeringen waardoor ze lijden aan cumulatieve verliezen (over
meerdere jaren), wat voor hun geen probleem is als ze hieruit dan dominant / de enigste zijn
op de markt, hiernaast heeft het ook een beperkt terugbetalingscapaciteit, dus alles wordt
vanuit EV financiert. Het grootste probleem is dus het constant geld vinden voor de telkens
toenemende investeringen, ofwel ook scale-up money. Strategisch zijn eenhoorns en hun
financiers uit op snelle winst, en is dus op korte termijn dikwijls prioritair ten opzichte van de
meer ethische, sociale en milieuoverwegingen.
- Decacorns: nog extremer geval van eenhoorns met een waarde van 10 miljard $,
vroeger was Klarna een Europees voorbeeld hiervan maar na het lijden van verliezen
heeft het deze naam verloren en is er dus geen van deze type in Europa
4. Zebras
Deze type bedrijf richt zich niet enkel naar één ding, dus waar anderen ofwel zwart of wit
denken, doen zebras het beiden: naar zowel de winst als de maatschappij (MVO) (sociale
verantwoording). Zebra’s hebben dus ook behoefte aan duurzame financieringstechnieken
- Gericht op LT strategieën dan winst georiënteerd op KT
- PPP: profit, planet and people.
Financieel world and gender
52% van de EU bevolking zijn vrouwen. Slechts 29% van
de bedrijven in de EU worden door vrouwen geleid.
Bankfinanciering is moeilijk voor vrouwgeleide bedrijven
terwijl hun falingsgraad lager ligt.
Vrouwen zijn minder geleid persoonlijke goederen in
waarborg te geven
Vrouwgeleide bedrijven of bedrijven met minstens één vrouw
in het team vermindert kans op risicokapitaal. 94% van
venture capital managers zijn mannen. Slechts 2,7% van
investees (bedrijven waarin venture capital is geïnvesteerd)
is vrouw geleid. 95% van private investeerders of business
angels zijn mannen. Slechts 21% overweegt te investeren in
vrouwgeleide bedrijven.
4
,ESG score
De ESG-score (Environmental, Social, and Governance) beoordeelt hoe duurzaam en
ethisch een bedrijf opereert. Het is de barometer van Sustainability.
- Environmental (Milieu): CO₂-uitstoot, energieverbruik, afvalbeheer, biodiversiteit
- Social (Sociaal): Arbeidsomstandigheden, diversiteit & inclusie, klantenbescherming
- Governance (Bestuur): Ethisch beleid, corruptiebestrijding, aandeelhoudersrechten
De hoge ESG score heeft een positief effect op:
1. Lagere volatiliteit van aandelen:
• Bedrijven met sterke ESG-praktijken hebben minder risico op schandalen, boetes
of milieuschade, wat de volatiliteit verlaagt.
• Duurzame bedrijven trekken vaak langetermijninvesteerders aan, wat
prijsschommelingen dempt.
2. Stabiliteit in marktkapitalisatie
• Goede ESG-prestaties verbeteren de reputatie en het investeerdersvertrouwen.
• Bedrijven met sterke ESG-criteria hebben betere toegang tot kapitaal, wat
financiële stabiliteit biedt.
• Duurzaamheidsgerichte bedrijven worden vaak minder beïnvloed door
marktschokken (zoals olieprijzen of regelgeving).
5
,Impact van ESG-score
Een betere ESG-score zorgt voor een betere sharpe-ratio. De Sharpe-ratio is een meting
van risico gecorrigeerde prestatie van een investering. Of met andere woorden de return
van een investering met de risico in rekening gehouden.
𝐸𝐸[𝑅𝑅 − 𝑅𝑅𝑓𝑓 ]
𝑆𝑆 =
𝜎𝜎
𝜎𝜎 = �𝑉𝑉𝑉𝑉𝑉𝑉[𝑅𝑅 − 𝑅𝑅𝑓𝑓 ]
- R is het rendement (als stochastische variabele)
- 𝑅𝑅𝑓𝑓 Is het rendement van een benchmark voor een risicoloze belegging (idem) is,
- 𝐸𝐸[𝑅𝑅 − 𝑅𝑅𝑓𝑓 ] is het verwachte overschot van het rendement over de benchmark is
Credit Culture
De EU blijft een kredietcultuur, wat betekent dat
bedrijven in Europa voornamelijk afhankelijk zijn van
leningen en bankfinanciering in plaats van andere
vormen van kapitaal, zoals durfkapitaal (venture
capital, VC) of aandelenuitgifte.
Zelfs voor bedrijven met een snelle groei ("high
growers") zijn banken nog steeds de belangrijkste
financieringsbron.
Slechts 15% van de snelgroeiende bedrijven wordt
gesteund door durfkapitaal.
Ondanks de negatieve perceptie dat banken hebben, blijven zij de meest geliefde fiancier,
hiervoor zijn er meerdere redenen:
- Relatief goedkoop, zeker in vergelijking met risicokapitaal of met kapitaalmarkten
- Ze mengen zich niet of zelfden in het bedrijfsbeleid, althans voor zover de
overeengekomen vervaldagen worden gerespecteerd
- Ze eisen noch een zitje in de beheerraad, noch een deel van het eigen vermogen
- Ze zijn makkelijker toegankelijk dan andere financieringsvormen
Bij KMO’s beschikken hun bankkredieten vaak in de vorm van investeringskrediet,
kaskrediet of een handelskrediet. Europese ondernemingen hebben daarbij vooral
moeilijkheden bij het aantrekken van langetermijnschulden. Bij kortetermijnkredieten zijn
banken immers minder veeleisend met betrekking tot de waarborgen en heel commerciële
operaties zijn “self-securing”. De verhouding tussen de langetermijnkredieten en de totale
kredieten noemen wij de vertrouwensratio.
De vergelijking van de typische financiële structuur tussen de Amerikaanse en de
Europese geeft ons het volgende:
- Bedrijfskapitaal voor dezelfde type ondernemingen zijn gemiddeld groter in de VS (is dan
ook de reden van de slechtere Acid-tests in Europa)
- Gevolgen van herziening van de kapitaalvereisten van banken zullen meer gevoeld
worden in Europa, elke wijziging kan dus een belangrijker effect hebben dan in de VS.
6
,- Bankfinanciering ligt in Europa hoger (50%) dan in de VS (30%), hetzelfde voor het
veelvoud van bankschulden die Europa meer beschikt. Dit wijst op dat Amerikaanse
bedrijven meer beroep doen op financiële markten voor hun schuldfinanciering (zoals
obligaties).
- Op basis van de verhouding EV – VV, wordt “mezzaninefinanciering” meer in de VS
gebruikt dan in Europa.
In Europa zijn de banken dus van groter belang voor de financiële intermediatie dan in de
VS. En terwijl de kapitaalmarkten zich ook sterk ontwikkelen in Europa, blijft
Kredietfinanciering daar belangrijker
Kredietweigeringen: geen exacte wetenschap
Een dergelijke houding wordt ook academisch bevestigd, dat aantoont dat potentiële
kredietnemers anticiperen op een weigering en daardoor geen bankkrediet aanvragen.
Studies tonen aan dat zij de negatieve bankhouding zelf overschatten en van diegenen die
geen kredietaanvraag indienen slechts een kleine minderheid daarvan een grote kans
afgewezen worden
Het motief voor kredietweigering beschikt vier factoren die verantwoordelijk zijn voor zo goed
als alle weigeringen.
- Gebrek aan EV of onvoldoende eigen inbreng: beschikt een te klein of geen buffer voor
minder goede tijden
- Tekort aan waarborgen
- Gevolg van de verstrenging van de voorwaarden zoals door Bazel
- Onvoldoende terugbeltalingscapaciteit
- Komt zo goed als nooit voor maar uitzonderlijk kan een slecht businessplan voor
weigering zorgen
Marktfalen
specifieke karakteristieken van de kredietmarkt verklaren het bestaan van een
finacieringskloof, aangezien financiers om andere redenen dan interesten niet bereid zijn de
benodigde financieren te verschaffen
Enkele van de belangrijkste elementen daarbij zijn verbonden met het probleem van de
asymmetrische informatie, zoals moral hazard en negatieve selectie. Stiglitz en Weiss
concluderen dat er geen marktwerking is die de rente verhoogt om vraag & aanbod bij elkaar
te brengen. Een prijsmechanisme waardoor de markt tot een evenwicht zou kunnen komen,
is dus geen mogelijke instrument om de financieringskloof te overbruggen.
- Ten eerste als de bank een hogere rente zou vastleggen, zou dit debiteuren met een
hoger risico kunnen aantrekken, terwijl kredietnemers met een lager risico afhaken. De
kwaliteit van de kredietportefeuille zou dus dalen
- Ten tweede zullen ondernemingen die een duur krediet krijgen, er de voorkeur aan
geven projecten met een hoger risico te realiseren, aangezien die een hoger potentieel
voor hoog rendement hebben. Hogere interesttarieven kunnen dus leiden tot een
risicovollere kredietportefeuille, zowel qua debiteuren als qua risicoprofiel van de
onderliggende projecten
- Ten derde zou de daling van de kredietportefeuille de minimumkapitaalvereisten
opgelegd door de BAZELreglementeringen verhogen wat voor de bank een hogere kost
zal zorgen. Daardoor zou de hogere intrest niet noodzakelijk tot hogere winstmarges
zorgen.
7
,Bankenlandschap
(dit gedeelte is deels yap deels Jos meir zen vakken, over banken wordt het in verschillende
hoofdstukken besproken waar de theorie wel belangrijk is dus ik ga bij dit gedeelte rap door)
Fluctuerende concentratiegraad
De herfindahl-index, is de index die de concentratiegraad weergeeft en is zeer volatiel. Het
wordt gedefinieerd als de som van de kwadraten van de marktaandelen in de totale bancaire
activa van alle banken. Een HHI-waarde onder de 1000 duidt op lage concentratie, van 1000
tot 1800 wordt als matige concentratie gezien en erboven als hoge natuurlijk.
- (extraatje dus gwn keer lezen) Het structuur (dus de werking) wordt voornamelijk
gefocust bij de Europese terwijl de Amerikanen vooral naar het gedrag van de markt
bekijken.
- In sterke concentratie (dus >1800), wordt de concurrentie sterk aangetast en als kritisch
beschouwd indien er verdere verhogingen gebeuren met 50. Bij middelmatige
concentratie wordt de index als problematisch gezien als het stijgt met minstens 10. Met
andere woorden: de markt was al geconcentreerd, en elke extra toename is dan sneller
problematisch.
Het omgekeerde HHI-index berekent het equivalente aantal, dus het hypothetische aantal
banken van gelijk omvang, wat dan overeenkomt met het HHI dat in de realiteit voorkomt en
dus met banken met verschillende omvang.
Het landschap van risicokapitaal
Met een project dat zeer risicovol is, nog in de start-upfase en geen garanties biedt en vooral
voor gazelles en eenhoorns, kunnen niet bij de bank terecht voor financiering en moeten
beroep doen op risicokapitaal
Risicokapitaal wordt ook equity financiering genoemd doordat het in de balans meestal bij
EV wordt ondergebracht, omvat zowel financiering via de beurs, via formele
risicokapitalisten (VC’s) als private investeerders (BA). Hier maken we dus onderscheid
tussen public & private equity.
- Mezzanine: tussenvorm die zich bevindt tussen equity financiering en kredietfinanciering
Niet alle bedrijven kunnen in aanmerking komen voor risicokapitaal. (jaarlijks ongeveer 150K
ondernemingen die wel in aanmerking komen). Het verschil met de ondernemingen die voor
risicokapitaal in aanmerking komen maar deze niet verkrijgen kunnen we zien als een
schatting van de equity gap, waar we verder onderscheid maken tussen de small equity
gap en de scale-up gap:
- De small equity gap verwijst naar de startende bedrijven die moeilijk aan risicokapitaal
geraken om hun eerste verliezen te dekken en nog vrij risicovol zijn. (kleine bedragen
dus 250k – 1.5miljoen)
- De scale-up gap zijn de bedrijven die in moeilijkheden zitten wanneer ze in de
expansiefase zitten en daar naar financiering te zoeken om snel groter te worden (dus
gazelles en eenhoorns) (bedragen gemiddeld tussen 15 – 25 miljoen), deze hoeveelheid
is, zelfs in Europa met de zeer liquide financiële markten, moeilijk te vinden
8
,- Deze gebrek aan fondsen, zowel in de vroege als latere fases, is namelijk een probleem
voor vele bedrijven. Daarom worden deze de “valleien van de dood”, of the valleys of
death genoemd.
IPO (Initial Public
Offering) is de eerste
keer dat een bedrijf zijn
aandelen aanbiedt aan
het publiek via een
effectenbeurs. Dit proces
wordt ook wel een
beursgang genoemd.
(meer uitleg hierover zie
H6)
9
, H2: Financieel management
“When the first man decided to use a bone for a club
instead of eating its marrow, that was an investment”
Financieel management: concept
FM kan worden geïnterpreteerd worden in de enge zin van het woord, zijnde de
financieringsbeslissingen, dus hoe we de start, werking en mogelijke uitbreiding van de
onderneming het best financieren. Terwijl het bij vele ondernemingen enkel voor deze
verantwoordelijkheden wordt ingeschakeld mag FM zich niet enkel beperkt worden tot de
financiering. We onderscheiden namelijk 4 functies
1. Investeringsbeslissingen
bij uitbreiding- of vervangingsinvesteringen zal de financiële leiding de impact op de
balansstructuur onderzoek evenals op de resultatenrekening. Hierbij wordt meestal
een minimumrendement vooropgesteld (door directiecomité) en dient de financiële
leiding om te zien of de voorziene investering deze rendement overstijgt
2. Bedrijfskapitaalbeheer
de financiële leiding dient het nodige bedrijfskapitaal te bepalen. Het niveau bepaalt
mede het kasbeheer, de financiële politiek ten aanzien van leveranciers en klanten
en het stockbeheer
3. Dividendbeslissing
de onderneming moet kiezen om het dividend uit te keren of te reserveren. Bij het
tweede verstevigt ze de solvabiliteit en dan ook zijn bedrijfskapitaal (in de praktijk
wordt meestal voor steady state geopteerd, vooral bij beursgenoteerde bedrijven)
4. Financieringsbeslissing
het gaat niet enkel alleen om de keuze tussen EV en VV maar binnen elk van deze
opties bestaan er verschillende modaliteiten.
Activa Passiva
Investerings- Vast Eigen vermogen
analyse Kapitaal
Reserves Dividendenpolitiek
Beheer Vlotend Vreemd vermogen
bedrijfs- Voorraden
kapitaal Handelsvorderingen LT
Liquide middelen MLT Financieringsvormen
KT
Deze voorstel is echter te eenvoudig en vertoont de samenhang niet tussen de verschillende
elementen. Zo heeft investeringsanalyse ook implicaties op financiering.
Investeringsbeslissingen zonder dat de financiële middelen ervoor gevonden zijn of aan
nagedacht was, zal zorgen voor een abstracte beslissing.
10