Hoofdstuk 4: Biotische
interacties in een ecosysteem
Inhoud
1.1 (A) biotische filters..............................................................................2
1.1.1 Abiotische filter.............................................................................2
1.1.2 Biotische filter...............................................................................2
1.1.3 Interacties tussen soorten............................................................2
1.2 Mutualisme.........................................................................................2
1.2.1 Elkaar voorzien van hulpbronnen.................................................2
1.2.2 Voedsel in ruil voor verspreiden en stuifmeel...............................3
1.2.3 Voedsel in ruil voor huisvesting....................................................4
1.2.4 Voedsel in ruil voor wegnemen parasieten...................................5
1.3 Commensalisme.................................................................................5
1.4 Predatie...............................................................................................6
1.4.1 Echte predatoren..........................................................................6
1.4.2 Grazers.........................................................................................6
1.4.3 Parasieten.....................................................................................6
1.4.4 Parasitoiden..................................................................................7
1.5 Competitie..........................................................................................7
1.6 Amensalisme......................................................................................8
1.7 Predator-prooi-interacties...................................................................9
1.7.1 Aanpassingen prooi en predator...................................................9
1.7.2 Interactie predator-prooi.............................................................10
1.8 CO-evolutie.......................................................................................12
1.8.1 CO-evolutie door interactie.........................................................12
1
, Ecologie Biotische interacties in een ecosysteem
1.1 (A) biotische filters
2000 soorten =>
Condities en hulpbronnen: abiotische filter
Interacties tussen soorten: biotische filter
=> 20 soorten
In de Nederlandse flora worden meer dan 2000 mogelijke soorten
beschreven die kunnen voorkomen in Nederland en België.
Waarom vinden we in natuurlijke ecosystemen dan maar 5 à 20
soorten ?
1.1.1Abiotische filter
Soorten die zijn aangepast aan aanwezige condities en hulpbronnen
kunnen overleven, groeien en zich voortplanten= abiotische filter
1.1.2Biotische filter
Soorten die in ecosysteem leven, gaan in interactie met elkaar=> deze
interacties bepalen ook welke soorten het goed doen in ecosysteem=
biotische filter
1.1.3Interacties tussen soorten
Ze kunne positief, neutraal of negatief zijn
1.2 Mutualisme
Interactie tussen soorten met voordelen voor allebei
1.2.1Elkaar voorzien van hulpbronnen
Waarbij ene soort in of rond de andere soort leeft=> sybiose
Voorbeeld:
Mycorrhiza = samenwerking tussen schimmel en plant (beide
voordeel)
Schimmel groeit in of rond de wortels
Endomycorrhiza = in de wortelcellen
Ectomycorrhiza = rond de wortels
Plant geeft suikers aan de schimmel
2