Hoofdstuk 3: Acclimatie en
adaptatie aan veranderende
levenscondities
Inhoud
1.1 Condities en hulpbronnen...................................................................2
1.2 Fundamentele niche...........................................................................4
1.3 Acclimatie...........................................................................................5
1.4 Adaptatie............................................................................................5
1.4.1 Oorzaken van selectie...................................................................6
1.4.2 Genetische drift:...........................................................................6
1.5 Voorbeelden van levensconities..........................................................6
1.5.1 Temperatuur.................................................................................6
1.5.2 Licht............................................................................................11
1.5.3 Vocht...........................................................................................13
1.5.4 Nutriënten...................................................................................17
1
,EcologieAcclimatie en adaptatie aan veranderende levenscondities
1.1 Condities en hulpbronnen
Condities => niet verbruikt of opgebruikt door organismen die in
ecosysteem voorkomen
Lichthoeveelheid
Temperatuur
Relatieve vochtigheid
Hulpbronnen=> verbruikt door organismen
Om te groeien
Om voor te planten
Nutriënten
Water
Andere organismen
Autotrofen of producenten doen aan fotosynthese en produceren
biomassa dankzij aanwezige:
Zonnestraling
CO2
Water
Minerale voedingsstoffen
Heterotrofen of consumenten gebruiken autotrofen of andere
heterotrofen als voedingsbron
In de flora worden 2000 mogelijke soorten beschreven
die kunnen voorkomen in België.
In natuurlijke ecosystemen zijn er maar 5 à 20 soorten?
Enkel organismen die aangepast zijn aan lokale
levenscondities kunnen overleven
= eerste filtering van organismen die in dat
specifiek ecosysteem kunnen voorkomen
Waarom komen soorten voor op een bepaalde plaats?
Twee wetten
Wet van het minimum= wet van Liebig
Tolerantiewet= wet van Shelford
1) Wet van Liebig= wet van het minimum
2
, EcologieAcclimatie en adaptatie aan veranderende levenscondities
Optimale groei van een organisme= als alle bouwstoffen in de juiste
hoeveelheden en verhoudingen aanwezig zijn
Groei van een plant wordt bepaald door de bouwstof die het minst
aanwezig is
= limiterend voor de groei
Als er een te lage concentratie aanwezig is van fosfor, dan kan het
organisme slechts zo snel groeien als die bouwstof toelaat
In de ton van Liebig worden de
verschillende bouwstoffen geïlustreerd
met planken – er kan alleen meer water
in de ton als de kortste plank verlengd
wordt, maar dan wordt een andere
bouwstof weer beperkend
Wet over de groei van
landbouwgebassen
Toepasbaar voor andere organismen
Bouwstoffen= levenscondities (ook dierlijke prooien)
2) Wet van Shelford= tolerantiewet
Organismen kunnen overleven, groeien en voortplanten zich binnen
bepaalde minima en maxima van hun levenscondities
= toleratiegrenzen
Overleven vraagt minder energie van een
organisme dan groeien en voortplanten
Als er te veel of te weinig water is is
overleving niet mogelijk
Voortplanting enkel mogelijk onder
optimale omstandigheden
3