HC 1: HET VLAAMS ONDERWIJSLANDSCHAP
DEEL 1: STRUCTUUR VAN HET VLAAMS ONDERWIJS
DE BELEIDSSTRUCTUREN
Onderwijs is een Vlaamse Gewestelijke materie, Onderwijs zit in de Vlaamse materie, maar
toch heeft de Federale Overheid hierover wat te zeggen
1. Federale overheid bevoegdheden over het onderwijs:
- Begin en einde leerplicht is federaal (zelfde in Wallonië & Vlaanderen)
- Minimumvoorwaarden voor behalen van diploma
o Vlaamse materie →de uitwerking van de minimumdoelen
- Uitkering van pensioenen voor leerkrachten (alle onderwijspersoneel)
LEERPLICHT
Belgische grondwet + Internationaal verdrag van de rechten van het Kind:
Het kind heeft recht op onderwijs
Van 5-18 jaar
- Begin op 1 september van het kalenderjaar waarin het 5 jaar wordt
- 5jarigen: minstens 290 halve dagen
o Voltijds: 5 jaar tot 15/16 kaar
o Deeltijd: 15/16 tot 17/18 jaar: het systeem van duaal leren
Duaal leren →deeltijds werken en deeltijds naar school
Leerplicht is tot het behalen van een diploma secundair onderwijs (ook indien geen 18)
LEERPLICHT EN SCHOOLPLICHT
In België is leerplicht geen schoolplicht;
Kinderen moeten niet noodzakelijk naar school:
- Mogelijkheid tot huisonderwijs: examencommissie (vaste tijdstippen,)
o Individueel huisonderwijs: zelf lesgeven of privéleraar
o Collectief huisonderwijs: naar een privéschool
Bij thuisonderwijs: wel aantonen en ook examens verplicht afleggen
Toetsen/examens:
➢ Centrale examencommissie: In Brussel (SO)
o Na iedere graad
o Getuigenschrift
➢ Verschillende scholen hiervoor aangesproken (LO)
o In bepaalde school toetsen maken
, o Enkel aan het einde van het 6e leerjaar (getuigenschrift)
Publiek van de centrale examencommissie:
- Versneld diploma halen
- Niet sociaal goed voelen in de schoolcontext
- Volwassenen: middelbaar niet afgemaakt
- Mensen met een sportstatuut (combi school & sport te moeilijk) ~versneld
- Mensen met die in het buitenland verblijven (toch voor Vlaams diploma)
Uitzonderingen leerplicht:
• Kind heeft recht op permanent onderwijs aan huis (POAH) als:
o Het door een beperking niet naar school kan, maar wel onderwijs kan krijgen
o Minstens 5 jaar
o Een verslag voor toegang tot buitengewoon onderwijs heeft
HOE WORDEN DE BELE IDSSTRUCTUREN VOORGESTELD
➢ Zuhal Demir (NVA) (vroeger: Ben Weyts , Hilde Crevits (CD&V)
Door de Vlaamse Overheid:
Taken Vlaamse Overheid:
Onderwijsdoelen →verwachtingen wat kinderen kennen en kunnen
- Basiscompetenties (SO)
o Per graad
- Minimumdoelen (BO)
o Voor Kleuteronderwijs: laatste kleuterklas
o Lager Onderwijs: 4e en 6e leerjaar
➢ Minimale verwachting, school moet aantonen dat ze inspanning levert om de
leerlingen die eindtermen te laten bereiken, en oordeelt vanuit dit kader
70%= minimumdoelen en 30% zelf invullen (eigen pedagogisch project)
Kritiek: Steigner scholen : te weing ruimte!
Kleuteronderwijs
Na te streven op populatieniveau op klasgroep niveau
Deze twee zijn te BEREIKEN op populatieniveau
Wiskunde getalbegrip en woordenschat en fonologisch bewustzijn bij taal
Lageronderwijs
Alles is te BEREIKEN (moeten) op populatieniveau
Op individueel niveau is te BEREIKEN: Doelen van Wiskunde en doelen van Taal
Nog geen sprake voor oriëntering , in Nederland is dit wel zo: bepaald waar je mag starten
Inspectie/doorlichting kijkt naar hoe de school omgaat met de minimumdoelen;
Werken ze effectief, efficiënt?
,Let op: Vroeger eindtermen, nu minimumdoelen maar beginnen volgend jaar in
kleuteronderwijs, binnen 29 effectief aan de slag
Eindtermen → te bereiken! & Ontwikkelingsdoelen →na te streven
ONDERWIJSSTRUCTUUR IN HET VLAAMSE ONDERWIJS
1. Basisonderwijs
a. Gewoon/buitengewoon kleuteronderwijs
b. Gewoon/buitengewoon lager onderwijs
2. Secundair onderwijs
a. Gewoon/buitengewoon secundair onderwijs
3. Andere onderwijsniveaus
a. Deeltijds kunstonderwijs
b. Volwassenenonderwijs
c. Hoger onderwijs
Basisonderwijs: gewoon kleuteronderwijs:
- Instapmomenten voor kleuters tussen 2,5 en 3 jaar
o Na alle vakanties! En 1 februari (bepaald aantal lestijden volgend jaar)
- Doorgaans tot 6 jaar (soms ook 5)
- Leerplicht vanaf 5 jaar (290 halve dagen)
o Instapklas, 1e, 2e, 3e kleuterklas (soms graadklassen in wijkschooltje)
Basisonderwijs: gewoon lager onderwijs:
- Vanaf 6 jaar
- 1e, 2e, 3e graad
- Getuigeschrijft Basisonderwijs (niveau 1 Vlaamse kwalificatiestructuur)
geeft toegang tot secundair onderwijs (niet iedereen behaald dat)
Secundair onderwijs
- Gewoon secundair onderwijs: voltijds en deeltijds
- Brede eerste graad= oriëntatie →5u differentiatie (proeven van de richtingen)
Let op: Afgeschaft in Vlaams regeerakkoord 2024-2029:
scholen kiezen zelf hoe ze 5u invullen → differentiatie of praktijk- en technische
vakken om in te spelen op interesses leerlingen
o 1e jaar A: indien getuigschrift basisonderwijs
o 1e jaar B: indien getuigschrift niet behaald
Als je in 1B slaagt: krijg je je getuigenschrift; ook nog in het tweede
- 2e graad, 3e graad
De vier onderwijsvormen in het secundair onderwijs:
• Algemeen secundair onderwijs (aso)
• Beroepssecundair onderwijs (bso)
• Kunstsecundair onderwijs (kso)
• Technisch secundair onderwijs (tso)
, De drie finaliteiten in het secundair onderwijs:
Finaliteiten →wat is de bedoeling van de richting?
• Doorstroomfinaliteit: voor wie wil verder studeren
Volledige aso, en aantal richtingen binnen kso en tso
• Arbeidsmartkfinaliteit
Voor wie meteen wil gaan werken (bso, BuSo)
Met een 7e jaar voorbereiding op Hoger Onderwijs wel verder studeren
• Dubbele finaliteit: doorstroom en arbeidsmarkt (kso, tso)
Beide mogelijkheid
De 8 studiedomeinen in TSO en KSO= domeingebonden
1. Economie en organisatie:
2. Kunst en creatie:
3. Land- en tuinbouw
4. Maatschappij en welzijn:
5. Sport
6. STEM, taal en cultuur
7. Voeding
8. Horeca
Studierichtingen uit aso of de doorstroomfinaliteit behoren niet tot studiedomein
= domeinoverschrijdend, blijft een algemeen vormend karakter.
Bedoeling; Men wouw domeinscholen gaan oprichten:
ASO, TSO,.. men wouw naar een onderwijsorganisatie waar we een school hebben voor
economie en organisatie; in aso, tso, bso. Aparte scholen met één richting maar alle stromen
(ASO,TSO,BSO of doorstroom.arbeidsmarkt.dubbele -finaliteit)
Middenscholen →oriënterende functie (enkel eerste en tweede jaar)
Hoger onderwijs
Soorten opleidingen:
1. Graduaatsopleiding (bv. Orthopedagogische begeleiding)
tussen het secundair onderwijs en professionele bachelor
o Zonder diploma secundair onderwijs: vanuit 6e jaar arbeidsmarktfinaliteit
o Niet in een bachelor wel in een graduaatsopleiding
2. Professionele bachelor (bv. Toegepaste psychologie)
3. Academische bachelor (bv. Pedagogische Wetenschappen)
o Universiteit: na 3 jaar enkel kennis (nog master)
4. Master (bv. Klinische psychologie)
5. Postgraduaat (bv. Gedragstherapie)
na behalen graduaats-, bachelor-, of masterdiploma = specialisatie
6. Doctoraat