INLEIDING
OPZET
BASISSTRAMIEN
Boek wil ‘de’ geschiedenis niet beschrijven, hooguit ‘een’ geschiedenis’,
bestudeert vanuit verschillende invalshoeken (vanaf overgang van
middeleeuwen – renaissance – 20e eeuw)
Psychologie is geëvolueerd binnen een bredere maatschappelijke en
wetenschappelijke context (boek omvat niet alleen geschiedenis van de
psychologie, maar ook delen van een maatschappij-, mentaliteits- en
wetenschapsgeschiedenis)
Verschillende invalshoeken:
1. Mens: inhoudelijke werk van vooral de grote figuren uit het verleden van
de psychologie
2. Maatschappij: sociaal-economische context en manier waarop werd
gekeken naar het individu in samenleving
3. Methode: wetenschappelijke methodologie en hoe die zich ontvouwt voor
de studie het psychologische
VERSCHILLENDE INVALSHOEKEN
SOCIAAL-ECONOMISCHE CONTEXT
‘it’s the economy, stupid’ (Clinton) stelling dat veranderingen in
maatschappelijke domeinen in de 1e plaats worden aangedreven vanuit de
economie (geen economisch determinisme)
Economisch determinisme: veranderingen in economische factoren of
relaties de basis vormen voor evoluties op maatschappelijk en politiek vlak
Schets van economische context, aangevuld met bredere maatschappelijke
zaken
= concreet beeld van achtergrond wanneer andere besproken ontwikkelingen
gebeuren
MAATSCHAPPELIJK MENSBEELD
Doorheen westerse geschiedenis zijn er verschillen in hoe mens zichzelf ziet en
definieert = veranderde representaties of idealen
Toename in individualisering: als ‘generatieverschillen’
1
,Moeilijk na te gaan hoe sterk deze veranderde zelfbeelden aanhang vonden in de
populatie
WETENSCHAPPELIJKE ONTWIKKELINGEN
Wetenschap = geen gegeven, maar een verworvenheid, geleerden gingen op
zoek naar waarheid en naar wat wetenschap kenmerkt en wat goede
wetenschappelijke methode inhoudt
Belangrijk om grote evoluties in wetenschappelijke denken te kennen
19e eeuw: ontluikende academische psychologie: spiegelde zich erg aan toen
heersende wetenschappelijke ideaalbeelden uit de natuurwetenschappen
Ook zetten de eerste tekenen van de moderne wetenschappen mee de toon in
het nadenken over wetenschappelijke methodologie
Wetenschappelijke benaderingen uit geesteswetenschappen pas in de 20 e
eeuw voet aan grond in de academische psychologie (wel al invloed op
praktijkgerichte psychologie in 19e eeuw)
! statistiek: veel belang in de huidige psychologie, ook studie van
zenuwstelsel (uit fysiologie)
Psychologie: wetenschap met als moeder filosofie en als vader fysiologie
Filosofie: studie van het bewustzijn als ervaringsgegevens centraal
Fysiologie: motorische en sensoriële processen steeds meer en steeds
duidelijker terug te brengen tot lichamelijke processen
STUDIE VAN HET PSYCHOLOGISCHE
Pas vanaf 19e eeuw empirisch onderzocht (door filosofen): uiteenlopende
mensenbeelden, studie van het bewustzijn als belangrijk thema (Wundt en
James)
Wundt en James als vaders van de psychologie
Nadruk in de geschiedenis van de psychologie op de filosofische denkbeelden
over het bewustzijn en op de filosofische discussie over de manier waarop
zintuiglijke informatie bijdraagt tot kennisverwerving: gevolg van oude focussen
van de voorlopers van de psychologie in Duitsland en de VS (functieleer
belangrijk onderzoeksdomein)
Functieleer: bestudeert basisfuncties van de hersenen (geheugen,
aandacht, taal, motoriek, motivatie en bewustzijn), vroeger ‘experimentele
psychologie
2
,Ook opvattingen over ind. ≠, emotie en motivatie en personen met psychische
problemen (worden vanaf 20e eeuw bestudeerd in afzonderlijke subdisciplines)
& praktijkgerichte psychologie krijgt meer aandacht binnen academische
psychologie
4 aparte onderwerpen in de studie van de geschiedenis van de psychologie
1. Studie van het psychologische: hoe wordt er naar psychologische
fenomenen gekeken?
2. Psychologie als aparte discipline: wanneer komt het los van de voorlopers?
3. Institutionalisering van de psychologie: wanneer erkenning in onderwijs en
onderzoek?
4. Praktijkgerichte psychologie en professionele status: praktijkgerichte
psychologie en wanneer krijgt die maatschappelijke erkenning
TIJDSPERIODE EN TIJDSVAKKEN
TIJDSPERIODE
Psychologie ontstaat als academische discipline in de 19 e eeuw
Europa: Wundt als stichter: in 1879 eerste psychologische laboratorium
ter wereld (‘Psychologisches Institut’), eerste wetenschapper die zichzelf
psycholoog noemde
VS: James als stichter, eerst docent fysiologie in Harvard, in 1889:
leerstoel voor psychologie
In dit boek wordt het verleden besproken vanaf de overgang van de
middeleeuwen naar de renaissance, MAAR doorgaans wordt er teruggegaan naar
Griekse filosofen (klassieke oudheid)
Vanaf renaissance eerste tekenen te vinden van individualisering en van
moderne wetenschappen (klassieke oudheid komt deels aan bod)
TIJDSVAKKEN
Historici: inhoudelijke homogene tijdperken
Vlaanderen: brede, maar steeds korter wordende tijdperken
Nederland: vanaf 16e eeuw jaartelling met een tijdvak en omschrijving per
eeuw
Cursus volgt Nederlandse chronologische opdeling
Begin renaissance: einde 14e E / 1450 (Vlaams): startpunt nieuwe tijd / einde 15e
E (Nederlands)
Opdeling in eeuwen betekent niet dat afgebakende tijdvakken zo strikt van
elkaar te onderscheiden zijn, ze zijn puur gebaseerd op jaartelling, bepaalde
ontwikkelingen lopen door tijdsvakken heen (continu proces), toewijzing auteurs
aan eeuw: tijdstip belangrijk werk
3
, 19e eeuw: tijdsperiode waarin contouren van de moderne samenleving in beeld
komen, daar liggen de wortels van de psychologie
20e eeuw: snel veranderingen, deelperiodes door WOI en WOII, ontwikkelingen
erg uiteenlopend, wel praktijkgerichte tot ontplooiing
BEPERKINGEN
VERTEKENINGEN
Boek gaat enkel Europese en Noord-Amerikaanse ontwikkeling = eurocentrisme
(beklemtonen van Europese en meer in het algemeen westerse ideeën, zonder
rekening te houden met invloeden van andere culturen) ‘selection bias’
bedreigt ecologische validiteit
WEIRD people: Western, Educated, Industrialized, Rich and Democratic &
blank
Guthrie: weerlegt eerder academisch werk uit de psychologie dat raciaal
bevooroordeelde en onjuiste conclusies trok over zwarte mensen (over het
hoofd gezien)
Gestroomlijnde visie op het verleden: representatief beeld van de ontwikkelingen
in een bepaalde periode, niet exhaustief, niet voor historische thema’s die
worden aangeraakt
Binnen verschillende invalshoeken enkel belangrijkste ontwikkelingen &
bespreking meest toonaangevende auteurs (als ‘hoofdpersonages’)
Enkel blanke mannen, vertekening weerspiegelt situatie van de vrouw & niet-
blanke mensen (mogelijks helpt geschiedkundige achtergrond van huidige
tegenstellingen tussen groepen van mensen bij het verder opheffen van
grotendeels vermeende groepsverschillen in toekomst)
4