BLOK 1: DE ARBEIDSMARKT
DE ARBEIDSMARKT?
ARBEIDS-MARKT
Functie van vraag en aanbod
Aanbod > vraag: prijs daalt
Aanbod < vraag: prijs stijgt
Verschuiving in vraag (vb. door
lockdown meer vraag naar
gezelschapsspelletjes)
Verschuiving in aanbod (vb.
huizenmarkt)
ARBEIDS -MARKT
Arbeidsmarkt = geheel van vraag naar en aanbod van arbeid
Vraag naar: werkgelegenheid (bedrijven, overheden, non-profit…)
Aanbod van: beroepsbevolking (werknemers, werkzoekenden,
jobstudenten…)
= ook hier (deels) functie van vraag & aanbod voor loon (wel
corrigerende mechanismen voor)
Ruime arbeidsmarkt: weinig vraag, veel
werkzoekenden
Krappe arbeidsmarkt: veel vraag, geraakt niet
opgevuld
Nu in Vlaanderen eerder krappe arbeidsmarkt:
vinden te weinig werkenden, werknemers waren relatief machtiger
verhoging loon
Verschuiving in vraag
Vraag naar arbeid stijgt: sterke economische groei (vb. post-
covid herstel)
MAAR remt af (onzekere internationele context)
Verschuiving in vraag & impact van AI? Onbekend: 3 scenario’s (beetje in onze
eigen handen)
1
, Optimist (vraag naar arbeid zal stijgen): meer werkgelegenheid – makers
van AI
Pessimist (vraag naar arbeid zal dalen): veel automatisatie – journalistiek
Realist (vraag naar arbeid zal gelijk blijven): ‘zal wel meevallen’ –
beleidsmakers
Impact AI op job van psychologen? Opnieuw verschillende scenario’s: menselijk
contact blijft nodig, AI vermijdt wachtlijsten, mensen hebben stress door gebruik
van technologie, ethisch?...
Verschuiving in aanbod
Aanbod daalt:
Vergrijzing (groeiende groep die uitstroomt, vervangingsvraag,
levensduur…)
Ontgroening (minder jongeren, meer en langer studeren)
Demografische afhankelijkheidsratio (Vlaams gewest)
draaglast (bevolking buiten arbeidsleeftijd )
x 100
draagkracht (bevoking binnen arbeidsleeftijd )
Draaglast is zowel te jong als te oud
MISMATCH
Kwantitatief Kwalitatief
= onevenwicht in volume (aantal) tussen = onevenwicht in kwaliteit tussen vraag
vraag naar en aanbod van arbeid naar en aanbod van arbeid
Arbeidstekort, arbeidsoverschot Diploma, competenties, ervaring,
werkattitude
KWANTITATIEF
¿ werkzoekend werklozen
Spanningsindicator = (nu 3,21 in het algemeen)
¿ vacatures
Leerkracht (2): lerarentekort: in specifieke regio’s en voor specifieke
vakken
Verpleegkunde (0,45): knelpunt beroep: verergert door de vergrijzing: niet
altijd een even aantrekkelijk beroep (uren (nachtwerk), basisloon…)
Vroedkundige (11,65): veel afstudeerden, weinig positief voor (even heel
sterk in media)
Psycholoog (3,82): MAAR geen homogene groep (klinisch, onderzoek…)
KWALITATIEF
2
,= ervaring, competentie, verwachting (lat in verpleegkundige ligt vb. hoog of
vragen naar minstens 5j ervaring: heb je als net afgestudeerde uiteraard niet)
Media: “jongeren zijn minst gemotiveerd”: uit onderzoek totaal geen verschil in
motivatie
Knelpuntvacatures en- beroepen
Aanbodzijde: kwantitatief & kwalitatief tekort
Vraagzijde: arbeidsvoorwaarden (vaak niet aantrekkelijk) & selectiegedrag
(zoeken naar ideale werknemer)
Omgeving: conjunctuur, demografie (vergrijzing: bepaald type job), beleid
& onderwijs (mensen zo hoog mogelijk laten afstuderen)
Knelpuntberoepen: verpleegkundige, leerkrachten, bouwsector, huisarts…
DUS?
WZWL = werkzoekende werklozen
VRAAGZIJDE
SECTOREN EN STATUUT
Primair: aanleveren van grondstoffen en voedsel (landbouw, visserij,
mijnbouw)
= focus op basis economie, nu: dalend - mechanisering
Secundair: verwerken van grondstoffen en voedsel (auto-industrie,
fabrieken)
= focus op waardetoevoeging, nu: delokalisering, automatisering
Tertiair: aanbieden van commerciële diensten (bank, verzekeringen,
horeca, ICT)
= focus op dienstverlening, nu: groei door kennismaatschappij
Quartair: aanbieden van niet-commerciële diensten (politie, scholen,
overheid, justitie)
3
, = focus op maatschappelijke waarde, nu: groei door demografie en
publieke dienstverlening
Psychologen: vooral in tertiaire (AOP, T&O) en quartaire sector (klinisch, T&O)
Sectoren
Bedrijfsniveau Beroepsgroepen Keten Regularisering en
structuur
Vb. = kern & Vb. 1e lijn (huisarts), Sociale partners,
gezondheidssector ondersteunende 2e lijn (ziekenhuis), 3e beroepsgroepen,
beroepen lijn inspectie en kwaliteit,
Vb. arts & verpleger, (brandwondencentra) regelgeving
ICT… = gefaseerd
Statuut (bepaalt voor deel hoe je te werk wordt gesteld, bepaalde voordelen)
Werknemer: arbeidscontract met werkgever, werkgever oefent gezag uit in
ruil voor loon
Ambtenaar: vast arbeidscontract of benoeming bij een werkgever (behoort
tot overheid)
Zelfstandige: zonder arbeidsovereenkomst
Nu veel hervormingen rond ambtenarenstatuur: bepaalde voordelen qua
pensioen
Vroeger: pensioen gebaseerd op laatste 5j (wanneer je meer verdient)
Nu? Gebaseerd op hele loopbaan (minder
voordelig)
Psychologen: grootste groep als werknemer,
klinisch vaak gemengd (ambtenaar & privé
praktijk)
CIJFERS WERKGELEGENHEID
= uitgedrukt in #vacaturs (sterk gelinkt aan wat
er in de wereld gebeurt, maatschappij)
Ook belangrijk om te kijken naar kenmerken van vacatures
Vast: contract onbepaalde duur
Tijdelijk: je weet op voorhand dat je job gaat eindigen, minder aantrekkelijk
voor werknemer: want onzekerheid
= externe flexibiliteit voor werkgever
Arbeidsregime: hoeveel uren je werkt & wanneer (vb. ploegensysteem)
= interne flexibiliteit
4