Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting Neuropathologie kinderen | Arteveldehogeschool | 2025/26

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
51
Geüpload op
12-05-2026
Geschreven in
2024/2025

Samenvatting van Neuropathologie van kinderen aan Arteveldehogeschool, gericht op de ontwikkeling van het centraal zenuwstelsel. Het document behandelt erfelijkheid, chromosomen, verschillende overervingspatronen (autosomaal dominant/recessief, X-gebonden), en specifieke genetische aandoeningen zoals Huntington, Sanfilippo en Prader-Willi syndroom. Deze samenvatting biedt een gestructureerd overzicht van de kernconcepten en is ideaal voor examenvoorbereiding en het begrijpen van genetische basis van neuropathologische aandoeningen bij kinderen.

Meer zien Lees minder

Voorbeeld van de inhoud

Samenvatting neuropathologie
bij kinderen
Zie Quizlet voor woordenlijsten.

Hoofdstuk 1: de ontwikkeling van het centraal zenuwstelsel
Erfelijkheid

- 1 chromosoom kan meer dan 1000 genen bevatten
- Gen: info voor 1 erfelijke eigenschap
- Bv: oogkleur, gleuf in je kin, stijl of krullend haar,…
- Diploïd: in lichaamscellen komen chromosomen in paren voor.
- De 2 chromosomen bevatten genen voor dezelfde eigenschappen.
- De informatie voor 1 erfelijke eigenschap is dus 2x aanwezig. Bv voor
kleur van ogen.
- Het genenpaar bepaalt samen hoe een eigenschap er uit zal zien. Als de
eigenschap 2x naar voor komt, is dit de eigenschap die je gaat erven.

• Chromosomenkaart (karyogram) van de mens:
- 44 autosomale chromosomen, 23 paar in totaal
- Autosomaal: niet geslachtsgebonden
- 2 geslachtschromosomen
> XX = vrouw
> XY = man
Een afwijking in het aantal chromosomen zorgt bijna altijd voor problemen.




a) Autosomaal dominante overerving
- Autosomaal
 Gelegen op één van de 44 chromosomen
 Niet op de 2 geslachtschromosomen
- Dominant
 Als 1 van de 2 eigenschappen dominant is, zal die naar voor
komen
 Het foute gen domineert het goede
- Voorbeeld: Ziekte van Huntington




1

, b) Autosomaal recessief overerving
- Autosomaal
 Op één van de 44 chromosomen
 Niet op de 2 geslachtschromosomen
- Recessief
 Het foute gen moet op beide chromosomen (van hetzelfde
paar aanwezig zijn om de ziekte te bepalen)
- Voorbeeld: Ziekte van Sanfilippo (=aangeboren
stofwisselingsziekte waarbij kinderen in toenemende problemen
krijgen met bewegen, zien, horen,…)

• Wat is de kans op autosomale overerving?
- Autosomale dominante overerving
 Foute gen is sterker dan gezonde gen
 Wanneer 1 van de ouders ziek is:
> 50% kans op ziekte
> 50% kans op gezond kind
- Autosomale recessieve overerving
 Gezonde gen is sterker dan foute gen
> Enkel ziekte bij overerving van foute gen van beide
ouders
> 25% kans ziekte
> 50% kans drager
> 25% kans gezond




c) X-gebonden dominante overerving
- Geslachtsgebonden
> XX = vrouw
> XY = man
- Op het X-chromosoom
- Dominant: het X-chromosoom met de foute eigenschap domineert
het andere chromosoom
- Komt zowel bij mannen als vrouwen tot uiting
- Voorbeeld: Rett syndroom (=aandoening waarbij de ontwikkeling
van je kind opeens stopt en daarna achteruitgaat)
Aangedane vader, gezonde moeder.
Zonen krijgen y chromosoom van papa, gaan de ziekte dus
nooit overerven van papa
Meisjes krijgen sowieso wel x chromosoom van vader, dus
geeft de ziekte altijd door aan de dochters.



2

,Kans op X-gebonden dominante overerving?
- Mannen hebben één X-chromosoom en één Y-chromosoom (XY).
- Vrouwen hebben twee X-chromosomen (XX).
- Afhankelijk of je vader of je moeder de mutatie heeft.
• 50% kans van moeder te erven
- Heeft de moeder (XX) de mutatie? Dan kan ze een X-chromosoom
met de mutatie óf het gezonde X-chromosoom doorgeven.
- De kans is dan dus 1 op de 2 (50%) dat haar zoons of dochters de
ziekte krijgen.
• Dochters erven van hun vader
- Voor een vader (XY) met de mutatie is dit anders.
- Hij geeft de mutatie (fout) altijd door aan zijn dochters, want zij
krijgen altijd zijn X-chromosoom. Alle dochters van een vader met
een X-gebonden dominante aandoening krijgen de ziekte dus.
- Zonen erven het Y-chromosoom van hun vader. Zij kunnen de
aandoening dus niet krijgen.

d) X-gebonden recessieve overerving
- Geslachtsgebonden
> XX = vrouw
> XY = man
- Op het X-chromosoom
- Recessief: het gezonde X-chromosoom domineert het
chromosoom met de mutatie
- Enkel ziekte wanneer beide chromosomen de mutatie hebben.
- Drager wanneer 1 gezond chromosoom en 1 aangetast
chromosoom.
> Vrouw: merkt meestal niks of klachten veel minder
ernstig dan bij mannen
- Voorbeeld: Ziekte van Duchenne, Fragiel-X syndroom

Moeder is drager.
½ kans dat moeder X-chromosoom doorgeeft met de
aandoening
Bij zonen komt het tot uiting omdat het niet wordt
gecompenseerd door y chromosoom.
Bij dochter die x chromosoom met aandoening
krijgt, is ze drager maar de aandoening komt niet tot
uiting.




Kans op X-gebonden recessieve overerving?
• Dochters
- Enkel vader (XY) met mutatie (ziekte):
> Het aangetaste X-chromosoom met de mutatie wordt
altijd doorgegeven aan dochters.
> Alle dochters van een vader met een X-gebonden
aandoening zullen dus drager zijn.
- Enkel moeder (XX) met mutatie (drager):

3

, > Ze kan een X-chromosoom met de mutatie óf het
gezonde X-chromosoom doorgeven.
> De kans is dan dus 1 op de 2 (50%) dochters van
moeders met mutatie drager zijn.
- Beide ouders met mutatie (vader ziekte, moeder drager):
> Altijd het aangetaste X-chromosoom van vader.
> De kans is in dit geval is 1 op de 2 (50%) dat
dochters de ziekte krijgen.

Spontane mutaties:
- Als er niks erfelijks gevonden is
- Gebeurt bij de bevruchting.
- Dan ben je de eerste in de familie met de mutatie en de ziekte.
- Vanaf dat moment kun je de mutatie doorgeven aan je kinderen.

Embryologie

Conceptie: versmelting van zaadcel (spermatozo) met eicel (oöcyt).
Bevruchte eicel (zygote): 23 paar chromosomen (helft van de vader, helft van
de moeder)

Pre-embryonale fase:
 Zygote
 Verplaatsing van eileider naar baarmoeder (uterus)

Embryonale fase:
 Embryo
 Cel-differentiatie: ontstaan van de organen
 Kwetsbare fase: teratogenen (alcohol, drugs, medicatie, …), virussen, …

Foetale fase:
 Foetus
 Vanaf week 9 na de conceptie tot einde zwangerschap
 Verdere groei en ontwikkeling van de organen




Stadia van de embryogenese

 Zygote: bevruchte eicel, direct na de versmelting van eicel en zaadcel
 Morula: celklompje met 16 tot 32 (door celdeling) kleine diploïde cellen
Nog geen toename in volume
Eerste cel-differentiatie: binnenste cellen vormen embryo, buitenste
vruchtvliezen en placenta
 Blastula: ontstaan van een holte in het embryo (twee-lagige structuur),
Na 7 dagen arriveert blastula in de baarmoeder

4

Geschreven voor

Documentinformatie

Geüpload op
12 mei 2026
Aantal pagina's
51
Geschreven in
2024/2025
Type
SAMENVATTING
€7,66
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kan je een ander document kiezen. Je kan het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Maak kennis met de verkoper
Seller avatar
annelies92
4,0
(1)

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
annelies92 Arteveldehogeschool
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
1
Lid sinds
1 jaar
Aantal volgers
1
Documenten
17
Laatst verkocht
9 maanden geleden

4,0

1 beoordelingen

5
0
4
1
3
0
2
0
1
0

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen