= Dispersie van fijn verdeelde, onoplosbare partikels in een suspensiemedium/
vehiculum
2. Waarom suspensie?
- GM is slecht (on)oplosbaar in water
o Vb. Zwavel, trimethoprim, calciumcarbonaat, itraconazol,…
- Maskeren van een slechte smaak
- Stabiliteit
3. Soorten preparaten
Verschillende vormen mogelijk: - Vloeibaar: vb. antibiotica suspensie
- Halfvast: vb. hydrocortisone crème
- Vast: vb. paracetamol suppo’s
4. Eisen
4.1 Stabiliteit
= Interne fase mag niet te snel bezinken:
“Vertraging van sedimentatie” homogene staalname!
Verschillende termen in wet:
1. r2 = Straal van het deeltje
Deeltjesgrootte te suspenderen stof ≤ 180 µm (ZEVEN)
2. 𝜂 = Viscositeit van het medium
Viscositeitsverhoging d.m.v. viskeuze vloeisto en
3. 𝜌1 – 𝜌2 = Densiteitsverschil
Het verschil in dichtheid tussen de interne (𝜌1) en de externe
fase (𝜌2) liefst zo klein mogelijk: 𝜌1 ≈ 𝜌2 - 𝜌1 = 1,1 à 1,5 g/ml
- 𝜌2 verhogen door gebruik v viskeuze
vehicula vb. sorbitolopl,
suikerstroop: 1,3 – 1,33 g/ml
, 4.2 Opschudbaarheid
= bezonken deeltjes moeten een gemakkelijk opschudbaar sediment vormen (
caking!)
- Suspensie nooit 100% stabiel (altijd) sedimentatie
- Hoe? Vlokking of flocculatie (zie infra)
Het gevormde sediment moet een zo groot mogelijk volume innemen
Na opschudden: suspensie voldoende lang homogeen
nauwkeurige dosering mogelijk
5. Caking vs vlokking
5.1 Caking
• Supernatans: troebel met fijne
gedispergeerde partikels
• Sedimentatie: traag + wordt gevormd
naar boven toe
5.2 Vlokking
Door het toevoegen van: - Elektrolieten
-> Onderlinge afstoting d.m.v. elektrostatische krachten
- Surfactantia (ionogeen/niet-ionogeen)
-> Onderlinge afstoting d.m.v. elektrostatische krachten
en sterische hinder
- Polymeren
-> Onderlinge afstoting d.m.v. sterische hinder
Deeltjes zeven (=r) gelijke sedimentatiesnelheid
Deeltjes samen in ‘een losse aggregaatstructuur’ (vlokken):
-> op middellange afstand is aantrekkingskrachten > afstotingskrachten dan op
een kortere afstand (zie grafiek)
!! gemakkelijk opschudbaar