1
,BEGRIPPENLIJST
Dysfonie Een slecht stemgeluid symptoom van een stemstoornis
Ruwheid (roughness) Schorheid, onregelmatigheid in het stemgeluid
Ruizigheid
Wilde lucht, hoorbare luchtontsnapping of ruis in de stemklank
(breathiness)
Gespannen stemkwaliteit, perceptie van verhoogde inspanning, te
Strained vergelijken met het stemgeluid wanneer men tegelijkertijd probeert
te spreken en iets zwaars probeert op te heffen.
Krachteloosheid
Zwakke stem, stem met weinig draagkracht.
(Asthenia)
Stembreuken Het plots haperen en wegvallen van de stem
Variabele stemkwaliteit, toonhoogte en/of luidheid tijdens het
Instabiliteit
spreken
Pulsatiestem (voacal Laagste stemregister, de stem klinkt krakerig, reutelend, wordt ook
fry, glottal fry) wel stemspetteren genoemd.
Afonie Wanneer de stemklank volledig afwezig is.
Abnormale Hogere of lagere stem dan je van een persoon zou verachten op
toonhoogte (pitch) basis van leeftijd en geslacht.
Abnormale luidheid Luidere of zachtere stem dan wat je verwacht op basis van de
(loudness) spreeksituatie.
De afstand tussen de laagst en hoogst mogelijke toon is (veel)
Beperkt
kleiner dan gemiddeld. De beperking kan in de hoogte of in de
toonhoogtebereik
laagte zitten, of beide.
Beperkt Het verschil tussen de minimale en maximale luidheid die een
intensiteitsbereik persoon kan produceren is (veel) kleiner dan gemiddeld.
Tremor Ritmische toonhoogte- en/of luidheidsvariaties in de stemklank.
Elke inademing is duidelijk auditief waarneembaar voor de
Hoorbaar inademen
luisteraar.
Ongepaste De persoon ademt zeer frequent in, ademt op vreemde/onlogische
adempauzes plaatsen of ademt niet op tijd en raakt snel buiten adem.
Spreken op
Blijven doorspreken op de laatste lucht die nog in de longen
expiratoire
aanwezig is na een spontane uitademing.
reservelicht
Hypernasaliteit Sterke nasale resonantie bij orale klanken.
Hyponasaliteit Onvoldoende nasale resonantie op nasale klanken.
Onvoldoende
Het stemgeluid resoneert onvoldoende in de mond- en neusholte en
oronasale resonantie
klinkt hierdoor dof en weinig krachtig.
of kelige resonantie
‘Cul de sac’ ‘potato-in-the-mouth-resonance’ = een ‘dikke’ stemklank die
resonantie ontstaat doordat een massa de mondholte vult
Er worden nagenoeg geen toonhoogtevariaties gemaakt bij het
Monotone spraak
spreken.
Onwillekeurige, plotselinge, terugkerende, snelle en stereotiepe
Vocale tics bewegingen of geluiden (grommen, kuchen, hoesten, keel
schrapen, snuiven, …).
Stemplooiknobbeltjes. Deze zijn steeds bilateraal = symptoom van
Stemplooinoduli een ander probleem. Klacht: heesheid (door onvolledige sluiting
van de stemplooien, wilde lucht), afonie.
Gespannen spieren rond het strottenhoofd geknepen stem,
MTD = Muscle Tension
heesheid.
Dysphonia
= een verzamelnaam, associatie.
Gastro-oesofageale
Maaginhoud vloeit terug in slokdarm
reflux (GERD)
Hypertonie in spieren Te veel spanning
Palperen Voelen en niet kijken (met 2 vingertoppen voelen)
2
,Infrahyoidale spieren Spieren onder het tongbeen.
Suprahyoidale spieren Spieren boven het tongbeen.
Laryngitis Ontsteking van de larynx
Sterke, doorgaans bilaterale doorzichtige of bleke zwelling in de
Reinkes oedeem
oppervlakkige laag van de lamina propria van de stemplooien.
Prevalentie Hoeveel mensen op 1 bepaald moment lijden aan een ziekte
Aantal personen dat op een zeker moment gedurende de
Lifetime prevalentie
levensloop aan een bepaalde aandoening lijdt.
Incidentie Het aantal nieuwe gevallen per duizend personen per jaar
Reflux Terugvloei van zure maaginhoud
Alle gedragingen die kunnen bijdragen tot een beschadiging van de
Fonotrauma
stemplooien.
Globussensatie Het gevoel een krop in de keel te hebben.
Veel voorkomende houdingafwijking waarbij de krommingen in de
Hyperkyfoselordose
wervelkolom te uitgesproken zijn.
Kyfose Bolle kromming van de wervelkolom
Lordose Holle kromming van de wervelkolom
Wat wil je met een stem doen. Hoe sterk belast je de stem, wat
Stembelasting
vraag je van de stem.
Stembelastbaarheid Wat kan een stem aan.
De dysfonie is het gevolg van een aantoonbare lichamelijke
Organische
aandoening (veranderingen in respiratoire, laryngeale of
stemstoornissen
supralaryngeale systemen).
Niet-organische Zonder aantoonbaar letsel = functionele stemstoornis. De fysieke
stemstoornissen structuren zijn intact.
Universele preventie Richt zich op de hele bevolking
Richt zich op bepaalde bevolkingsgroepen met een verhoogd risico
Selectieve preventie
op stemproblemen.
Geïndiceerde
Richt zich op mensen met klachten over hun stem.
preventie
Primaire preventie Voorkomen dat er zich stemklachten ontwikkelen.
Informatie over de werking van het stemapparaat geven, adviezen
Indirecte stemtraining
stemzorg en juist stemgebruik.
Directe stemtraining Correct leren gebruiken van de stem, optimalisatie.
Stemstoornis zo snel mogelijk opsporen en identificeren, vervolgens
snel en efficiënt interveniëren, om zo te vermijden dat het
Secundaire preventie
stemprobleem erger wordt en de mogelijke schade aan het
stemorgaan beperken.
Tertiaire preventie Behandeling, remediëring
Professionele Persoon voor wie de stem het primaire instrument is om zijn of haar
stemgebruiker beroep uit te oefenen.
Verschillende disciplines worden betrokken bij het onderzoek en de
Interprofessionele
bepaling van een gemeenschappelijk zorg- of handelplan voor de
samenwerking
cliënt.
Anamnese Voorgeschiedenis en relevante omstandigheden.
Etiologisch Oorzakelijk
Percipiterend Uitlokkend
Persisterend In standhoudend
Autoperceptief
Patiëntenoordeel
onderzoek
TOM Therapy outcome measures
Beoordelen, kwalitatief, geen normen, globaal, zintuigen,
Perceptueel
standaardisatie
Meten, kwantitatief (cijfers), normen, deelaspecten, apparatuur,
Objectief
standaardisatie
Vitale capaciteit (VC) De maximale hoeveelheid lucht die kan uitgeademd worden na een
3
, maximale inspiratie.
De som van het getijdenvolume, het inspiratoire reservevolume en
het expiratoire reservevolume. Geeft het grootste volume lucht
weer dat een individu uit de longen kan verplaatsen na een
maximale inademing.
Spirometer Wordt gebruikt om de ademhalingsvolumes te meten.
Het volume lucht dat normaal uitgeademd wordt na een
Getijdenvolume (TV)
voorafgaande normale inademing.
Expiratoir reserve Het grootste bijkomende volume dat iemand met kracht kan
volume (ERV) uitademen na expiratie van het getijdenvolume.
Inspiratoir De hoeveelheid lucht die krachtig ingeademd kan worden bovenop
reservevolume (IRV) een rustige inademing.
Residueel volume Zelfs met de meest krachtige uitademing kan niet alle lucht uit de
(RV) longen geduwd worden, een deel blijft gevangen in de alveoli.
Inspiratoire capaciteit de maximale hoeveelheid lucht die iemand kan inademen na een
(IC) normale expiratie. De optelsom van TV en IRV.
Functionele residuele De hoeveelheid lucht die in de longen blijft na een normale
capaciteit (FRC) expiratie. Het bestaat uit het RV en het ERV.
Totale longcapaciteit De totale hoeveelheid lucht die de longen kunnen bevatten.
(TLC) = IRV + TV + ERV + RV
De grootste tijdsduur gedurende dewelke de stemgeving voor een
Maximale fonatietijd
vocaal kan worden gerekt, onmiddellijk na een maximale inademing
(MFT)
(uitgedrukt in sec.)
Maat voor glottale efficiëntie. Verhouding tussen VC en MFT.
Fonatiequotiënt (FQ)
FQ = VC / MFT
Maximale duur van een [s] gedeeld door de maximale duur van een
[z].
S/Z – ratio
maat voor vocale efficiëntie en respiratoire controle (hoe efficiënt
gaan die stemplooien om met de lucht die passeert).
Afhankelijk van de akoestische eigenschappen van materialen zal
Reverberatie
het geluid (deels) geabsorbeerd of gereflecteerd worden.
Gevoeligheid van de microfoon voor de richting van waaruit het
Directionaliteit
geluid komt.
Habituele
De toonhoogte waarop iemand in het algemeen spreekt.
spreektoonhoogte
Dysphonia Severity Objectieve maat om de ernst van het stemprobleem of de vocale
Index (DSI) conditie in kaart te brengen.
Jitter Verwijst naar de variatie in signaalfrequentie van cyclus tot cyclus.
Acoustic Voice Quality
Objectief meten van de Ernst van heesheid.
Index (AVQI)
Verwijst naar de variatie in signaalamplitude van cyclus tot cyclus.
Shimmer Het is een akoestische maat voor stabiliteit en kwaliteit van de
fonatie.
Harmonics to noise- Oordelen over de mate waarin ruis de harmonische structuur van
ratio (HNR) het spectrogram van een gerekte vocaal vervangt.
Methode om de stemomvang te registreren en visueel in kaart te
Fonetografie
brengen.
Medisch onderzoek naar aandoeningen van het oor, het gehoor en
Otologisch onderzoek
het evenwichtsorgaan.
Het belichten met lichtflitsen, waarbij de frequentie van de
Stroboscopie lichtflitsen afgestemd wordt op de frequentie van de
stemplooitrilling.
Parese Verminderde beweeglijkheid van de stemplooien, geen immobiliteit.
Paralyse Volledige immobiliteit van de stemplooien.
4