Er zijn 8 onderdelen:
1. overgewicht en obesitas (les 1 - prof. Van der Schueren)
2. lipidenstoornissen (les 2 - prof. Van der Schueren)
3. diabetes mellitus (les 3-7 & 9 - prof. Mathieu)
4. schildklierziekten (les 8 & 10, 11 - prof. Decallonne)
5. ziekte vd hypofyse (les 13 - prof. Vanderschueren)
6. bijnierziekten (les 12 - prof. Vanderschueren)
7. ziekten vd bijschildklieren en het calciummetabolisme (les 14 - prof. Vanderschueren)
8. reproductieve endocrinologische stoornissen: de man (les 15 - prof. Vanderschueren)
DEEL 1: OVERGEWICHT EN OBESITAS
Belangrijke definities:
- BMI = Body Mass Index: aanbevolen voor het inschatten vd hoeveelheid lichaamsvet
in de klinische praktijk, maar de BMI heeft ook beperkingen (overschatting bij
mensen met hoge spiermassa en onderschatting bij mensen met weinig spiermassa,
bv ouderen, zieken, …) + BMI houdt geen rekening met geslacht, leeftijd, origine:
BMI = lichaamsgewicht in kg / lengte in meter in het kwadraat
- overgewicht: BMI = 25-29.9 kg/m²
- obesitas: BMI >/= 30 kg/m²
De BMI kan geassocieerd worden aan een gezondheidsrisico, maar dat is sterk individueel
bepaald en je moet ook andere RF bekijken (bv bijkomende risico’s zijn een verhoogde
buikomtrek, slechte lichaamsconditie en specifieke rassen en etnische groepen).
- De lichaamsvetverdeling: abdominale (androide/viscerale/appelvormige) vetverdeling
is geassocieerd met een hoger gezondheidsrisico itt perifere (gynoide/peervormige)
vetverdeling → kan je nagaan door de middelomtrek te meten:
- meting mbv een lintmeter, op het middelpunt tussen de onderste rib en crista
iliaca, op het einde van een normale uitademing
- bij buikomtrek van >/= 94 cm (man) en >/= 80 cm (vrouw) (in Europa) is er
verhoogd risico op op metabool syndroom (DM type 2, dyslipidemie, HT, …)
- Het “Edmonton Obesity Staging System” (EOSS):
- om het gezondheidsrisico van een individu in te schatten
- houdt rekening met in welke mate overgewicht/obesitas leidt tot ontwikkeling
van medische risicofactoren (bv hoge BD, dyslipidemie), lichamelijke en
psychologische symptomen, negatieve weerslag op welzijn en/of functionele
beperkingen
- er bestaan 4 stadia binnen deze EOSS classificatie
,De prevalentie van obesitas:
- Sterke stijging wereldwijd:
1. progressieve toename van obesitas in ontwikkelde EN ontwikkelingslanden
2. toename van obesitas bij volwassenen EN kinderen/adolescenten (ook DM
type 2 op jongere leeftijd neemt toe, vooral in de USA)
3. door globalisering sterke toename van obesitas in ‘groeilanden’ (China, India)
,De etiologie:
- secundaire vormen van obesitas: bij een minderheid van pt kadert het teveel aan
lichaamsvet in een ziektebeeld dat tot obesitas leidt (bv genetische afwijkingen:
Laurence-Moon-Biedl syndroom of Prader-Willi syndroom of leptine deficiëntie,
endocriene stoornissen of letsels vd ventromediale hypothalamus)
- primaire vormen van obesitas (“exogene” obesitas):
1. erfelijke factoren: steeds meer genen worden in verband gebracht met
obesitas; de doorsnee vorm van obesitas is polygenetisch
2. omgevingsfactoren: omgevingsfactoren spelen een essentiële rol in het
toenemend lichaamsgewicht vd bevolking
- adipositas is altijd het gevolg van een positieve energiebalans:
- overschot aan energie stapelt zich op als vet
- energie-opneming = energie-verbruik + energie-opslag
- dus: er kan teveel energietoevoer zijn of te weinig energieverbruik
- energieverbruik over 24u van een individu bestaat uit”
1. ruststofwisseling (60-65%): ~ constante hoeveelheid energie nodig
voor het functioneren vh lichaam in rust in basale omstandigheden;
belangrijkste determinanten: vetvrije lichaamsmassa, eiwit-turnover en
schildklierhormonen
2. thermogenese (15%): energieverbruik in rust nodig voor vertering,
absorptie, metabolisme, opslag van voedsel (DIT) en blootstelling aan
koude, thermogene agentia, psychologische invloeden en stress
3. activiteitenstofwisseling (15-20%): extra energieverbruik tijdens en
na fysieke activiteit en extra energie nodig voor groei, herstel van
ziekte/verwonding, ZWS en lactatie
De gevolgen van obesitas:
- mentaal: verhoogd risico op depressie, angst- en persoonlijkheidsstoornissen en een
vertroebeld zelfbeeld
- mechanisch: oa orthopedisch (artrose), GI (reflux), urinair (incontinentie), pulmonair
(obstructief slaapapnee syndroom) en cutaan (intertrigo)
- metabool: verhoogd CV-risico, maar ook verhoogd risico op jicht, hepatosteatose,
cholelithiase, kanker, PCOS, infertiliteit, .. → vooral owv ↑ vetopstapeling abdominaal
(= metabool actief en zet inflammatoire substanties vrij) + insulineweerstandigheid
Het metabool syndroom:
- abdominale obesitas
- glucose-intolerantie / insulineweerstandigheid
- hypertensie (HT)
- atherogene dyslipidemie (↑ triglyceriden, ↓ HDL)
- proinflammatoire / protrombotische status
, De behandeling van obesitas:
- doelstellingen: eerst stabilisatie vh gewicht, dan idealiter terugkeer naar een stabiel
normaal gewicht; meestal streefdoel van 10% gewichtsdaling na 6-12 m. (vooral voor
de positieve metabole effecten: 40% risicoreductie op DM type 2 bij 5% gewichts-
reductie) en nadien herevalueren; <5% gewichtsreductie na 6-12 m. is onvoldoende
- strategieën voor gewichtscontrole: dieet + ↑ fysieke activiteit + gedragsverandering
- soms farmacotherapie of bariatrische heelkunde
- dit doet ook het CV-risico dalen
- strategieën aangepast aan het individu gebruiken + die lange-termijn werken
- preventie door wijziging vd levensstijl bij iedereen met BMI >/= 25 kg/m²
- vermagering bij pt met BMI 25-29.9 kg/m² en 2 of meer risicofactoren (RF)
1. dieet: caloriereductie, want energie-inname moet lager zijn dan energieverbruik +
voorzien van alle essentiële nutriënten (eiwitten, vitamines, mineralen)
2. gedragstherapie: voedingsgedrag (alle handelingen/gedachten rond eten & drinken)
systematisch veranderen door:
- bewustwording vh eigen voedingsgedrag
- voedingsgedrag beïnvloeden (bv minder snel en ongecontroleerd eten)
- nieuwe voedingsgedrag bevestigen
3. fysieke activiteit: essentieel!: spontaan (bv huishoudelijke taken) en training/sport
- obesitas → fysieke deconditionering (primair, bv dyspnee + secundair) → dus
doe vooraf een grondige evaluatie vd CV, metabole, musculoskeletale, urolo-
gische en psychosociale toestand
- doelstellingen vd lichaamsbeweging: gunstige invloed op RF, functionaliteit,
lichaamsbeeld en algemeen welzijnsgevoel (gewichtsverlies: op 2e plaats)
- belangrijk: realistisch activiteitenprogramma opstellen!: aangepast aan het
individu en zijn/haar conditie (min. 3x/w. aan matige intensiteit sporten met
polsslag van 50-60% vd max. hartfrequentie (= ~ 220 - leeftijd) )
4. farmacotherapie: enkel samen met de drie vorige; enkel bij BMI >/= 30 kg/m² of bij
BMI 27-30 kg/m² en 1 of meer RF; de gewichtsreductie is vaak beperkt en van korte
duur en gewichtstoename na stoppen vd medicatie is frequent
- Orlistat: inhibitor van intestinale lipases → minder vetabsorptie
(NE: minder absorptie van vet-oplosbare vit. en GI-klachten)
- Liraglutide: GLP-1-agonist → tragere maaglediging en snellere verzadiging
(NE: nausea, pancreatitis)
- Semaglutide: GLP-1-agonist → tragere maaglediging en snellere verzadiging
(NE: nausea, pancreatitis)
- Bupropion / naltrexone: stimulatie POMC-neuronen / inhibitie negatieve
feedback door blokkering vd mu-opiaatreceptoren → snellere verzadiging
(NE: epilepsie, suïcidaliteit en interactie met pijnstilling door morfinederivaten)