Algemene informa;e
- Cursusmateriaal:
o Wetboek (Wetboek Financieel Recht van Larcier)
o Syllabus (voor het deel van prof. Steennot) + documentaAe (rechtspraak + rechtsleer) (via Ufora)
o Slides (voorafgaand ter beschikking gesteld via Ufora)
o Lesnota’s (lessen worden opgenomen) !
- Examen (zie ECTS-fiche studiegids)
o Periodegebonden evaluaAe aan de hand van een schri'elijk examen met open vragen
§ Casussen (50%) – je krijgt er 3
• Casus rond kredietrecht;
• Casus rond een verrassingsthema (iets dat werd bestudeerd uit de colleges, maar waarvan de
prof niet vooraf zal aankondigen over welk onderwerp die precies zal gaan.
• Casus kapitaalmarktrecht (prof Tison).
§ Theorievragen (40%)
§ Juist-onjuist (met korte moAvering) (10%)
o Gebruik wetboek toegelaten
§ Cfr. Wetboekenreglement !
- OrganisaAe van de colleges:
o Duobaan
o TijdsAp hoorcolleges en plenair werkcollege:
§ Wekelijkse hoorcolleges: maandag van 8.30 -11.15 uur
§ Extra colleges, ihb over “sustainable finance” (worden nog ingepland)
§ Plenair werkcollege: voorbereiding op het oplossen van de casussen op het examen betreffende het
kredietrecht
Overzicht van de lessen
- Deel 1: Privaat bankrecht
o Rekeningen en betalingen
o Kredieten
§ Commerciële kredieten
§ Consumentenkrediet
§ Hypothecair krediet
- Deel 2 : Statuut financiële instellingen
- Deel 3: Kapitaalmarktrecht
o Regulering en werking van de primaire en secundaire kapitaalmarkten
o Beleggersbescherming (privaat bankrecht + kapitaalmarktrecht)
- Deel 4: Sustainable Finance
1
, Geldrekeningen
Algemeen
- RelaAe tussen kredieAnstelling en cliënt: GeldverrichAngen vinden doorgaans plaats via rekening
o (Beperkte mogelijkheid tot OTC-transacAes)
§ De mogelijkheid om in een relaAe tussen een natuurlijke persoon of een rechtspersoon langs de ene
kant en een rechtspersoon langs de andere kant nog verrichAngen door te voeren, wat men noemt ‘over
de counter’, zonder dat dat leidt tot de opening van een rekeningovk, is bijzonder beperkt. Deze
beperking vloeit vooral voort uit de recente, meer en meer actuele anA witwas verplichAngen die gaan
rusten op financiële instellingen. Dus men wil eigenlijk dat van verrichAngen die plaatsvinden er een
spoor achterblije en dat spoor, dat is dus de boeking in een rekening verhouding.
Er zijn nog steeds verrichAngen die ‘over the counter’ zonder het openen van een rekening zouden
kunnen plaatsvinden.
• Voorbeeld: de Amerikaanse toerist die met zijn US dollars naar Gent komt. Wanneer die
Amerikaanse toerist een bank binnenstapt om daar bijvoorbeeld een bedrag van 5000 dollar
te gaan omwisselen naar EUR, dan is dat een verrichAng die nog kan plaatsvinden over de
counter waarvoor er GEEN rekening moet worden geoepend voor die Amerikaanse toerist, om
dan vervolgens via die rekening die wisseltransacAe te gaan doorvoeren.
o Wanneer een cliënt (zowel een consument als onderneming) handelt met een financiële instelling zoals een
bank, dan zak er in de regel moeten worden overgegaan tot het openen van een rekening. VerrichAngen die
plaatsvinden tussen een cliënt en een financiële instelling/kredieAnstelling die vinden eigenlijk alAjd plaats d.m.v.
een inboeking in een rekening.
§ Voorbeeld: wanneer u gelden gaat gaan ajalen bij een automaAsch loket dan gaat dat aanleiding geven
tot de debitering van uw rekening. Wanneer u gelden zou gaan storten dan wordt dat een creditering
van uw rekening, maar al die verrichAngen die dus gaan plaatsvinden tussen u en die financiële
instelling, die gaan leiden tot een inboeking in die rekening, wat dus veronderstelt dat er een
rekeningovk is gesloten in het begin.
- Geldrekeningen moeten worden onderscheiden van effecten-rekeningen (= waar financiële instrumenten worden
geboekt. Wanneer u bijvoorbeeld aandelen, obligaAes zou gaan aanhouden via een financiële instelling, dan zal men dat
inboeken in een zogenaamde effecten-rekening. Een effecten-rekening bevat als het ware een overzicht van de effecten
die je via die financiële instelling gaat gaan aanhouden).
Het juridisch statuut is volledig verschillend. Bij een geldrekening gaat het om een schuldvordering die men heee, t.a.v.
de financiële instelling bij wie men die rekening voert. Uiteraard een schuldvordering voor zover je een credit saldo op
die rekening hebt, mocht je een debet saldo hebben, mocht je onder nul zijn gegaan, dan zal het de bank zijn die een
vordering op u heee. Er zijn natuurlijk bijzondere elementen die die rekeninghouder kunnen gaan beschermen.
Wanneer men kijkt naar effectenrekeningen dan kan je vaststellen dat de WG die verhouding zakenrechtelijk heee
gekwalificeerd. De houders van die effecten zijn eigenlijk mede-eigenaars die beschikken over een zakelijk recht, dus een
eigendomsrecht m.b.t. die effecten t.a.v. de financiële instelling via dewelke zij die effecten gaan aanhouden. Dit heee als
belangrijk gevolg dat wanneer er een faillissement zal zijn, zij die effecten gewoon kunnen revindiceren. Ook hier is er een
zekere depositobescherming, maar deze is minder uitgebreid omdat het in principe minder nodig is via dat
revindicaAerecht waarover men gaat beschikken.
o Geldrekeningen (3 verschillende soorten rekeningen):
§ Zicht- of betaalrekening (betaalrekening is de juridische term)
• Wat is het doel van een zichtrekening? Wanneer je vandaag op een volwaardige manier wil
gaan deelnemen aan het economisch verkeer, dan moet je vlot giraal kunnen betalen.
Bovendien is het ook wel veiliger om bijvoorbeeld 1000 EUR op uw zichtrekening te hebben
staan dan 1000 EUR in uw portefeuille.
§ Spaarrekening
De gelden die je hebt wil je toch wat laten renderen. Je wil een bepaald rendement gaan realiseren en
wanneer u geld hebt en u wilt dat geld renderen, dan zijn er natuurlijk een tal van manieren waarop u
dat kan gaan doen. Wanneer u spaart via een spaarrekening dan is daar nauwelijks een risico aan
verbonden. Het belangrijkste risico dat er is, is de insolvenAe van de instelling bij wie u die spaarrekening
gaat gaan voeren, maar daar heb je dan dat mechanisme van die depositobescherming dat u ten belope
van 100.000 EUR gaat gaan beschermen. Wanneer je gaat gaan beleggen heb je de mogelijkheid om
een groter rendement te gaan realiseren.
• Gereglementeerde
2
, • Niet-gereglementeerde
§ Termijnrekening
Deze zijn of waren iets wat minder bekend bij het ruime publiek. De laatste jaren is er héél wat te doen
geweest rond die termijnrekeningen. 1,5 jaar geleden had de Belgische regering beslist om een
staatsbon uit te geven aan een relaAef mooie rentevoet met als doel om de banken ertoe te sAmuleren
zelf wat meer rente te gaan toekennen aan de spaarder. Er is toen voor vele miljarden door de Belgen
ingetekend op die staatsbon, staatsbon met een loopAjd van één jaar. Een aantal maanden terug
kwamen die staatsbonnen op vervaldatum en de financiële instellingen die wilden graag die gelden die
de spaarder intussen had weggehaald bij de banken en naar de overheid had gebracht terugwinnen. Dit
heee men vooral gedaan via het lanceren van een aantal termijnrekeningen met een interessantere
rentevoet en ietwat hogere rentevoet (3-3,5%) voor een termijnrekening van een loopAjd van één jaar.
We zien dus dat héél wat geld dat bij de banken was weggevloeid in het kader van de uitgiee van die
staatsbon dat dat nu is terug gevloeid via o.m. die termijnrekeningen naar de financiële instellingen.
Het grote verschil tussen een spaarrekening en termijnrekening: gelden op een spaarrekening kan je
eigenlijk alAjd en onmiddellijk opvragen. Bij een spaarrekening ga je ervan uit wanneer je die gelden op
die spaarrekening plaatst dat je ze niet onmiddellijk zal nodig hebben, maar als je ze toch onmiddellijk
nodig hebt, géén probleem, want je kan ze gebruiken. Je gaat misschien wat rendement verliezen
(getrouwheidspremie).
Een termijnrekening is een co van bepaalde duur dat afgesloten wordt voor een vaste termijn, een
termijn die de parAjen overeenkomen (lees: de bank gaat een aantal termijnrekeningen met
verschillende duur gaan aanbieden en u kan dan als cliënt uw keuze maken tussen een relaAef kortere
duur of een langere duur).
§ Belang van het onderscheid: funcAe + toepasselijke regelgeving + fiscale behandeling
• Voorbeeld: wat betaalrekeningen betree, die de mogelijkheid bieden om gebruik te maken
van betalingsdiensten, ga je rekening moeten gaan houden met de regels inzake
betalingsdiensten die in boek 7 WER vervat liggen, terwijl die regelen NIET relevant zijn voor
spaarrekeningen en termijnrekeningen.
• We gaan zien dat er voor gereglementeerde spaarrekeningen een hele reeks bijzondere
bepalingen zijn die NIET spelen voor termijnrekeningen. M.a.w. het soort rekening bepaalt het
soort regels dat van toepassing is.
• De fiscale behandeling van de intresten die je via een dergelijke rekening gaat gaan krijgen is
verschillend. Aan een zicht of betaalrekening zijn in de prakAjk GEEN interesten en
kredieAntresten meer aan gekoppeld. U krijgt GEEN vergoeding meer als het ware voor het
geld dat u op een betaalrekening gaat gaan plaatsen.
§ OPGELET: als u onder nul gaat dan zijn daar wel intresten aan gekoppeld, maar dat
zijn dan intresten die u als cliënt moet betalen aan de bank.
Bij spaar-en termijnrekeningen is dat anders, daar krijg je wel een rendement. De fiscale
behandeling is verschillend. We hebben een gunsAge fiscale behandeling voor
spaarrekeningen, voor de intresten die gegenereerd worden via spaarrekeningen, maar die
gunsAge fiscale behandeling die geldt alleen maar voor de gereglementeerde spaarrekening.
Dat is een begrip dat we gaan gebruiken om een bepaalde categorie van spaarrekeningen te
gaan aanduiden en dat zijn spaarrekeningen die moeten voldoen aan een hele reeks van vwd’en
om te kunnen genieten van die gunsAge fiscale behandeling.
Dus wanneer het gaat over de intresten gekoppeld aan een spaarrekening als je dat wil
vergelijken, het aanbod van de ene vs. het aanbod van de andere, dan moet je ook alAjd de
vraag gaan stellen: is dit een gereglementeerde spaarrekening of niet? Indien het GEEN
gereglementeerde spaarrekening is, dan gaat u 30% roerende voorheffing betalen op de
intresten die die spaarrekening oplevert. D.w.z. dat 1/3 van uw rendement wordt ‘opgegeten’
via het fiscale.
Bij een gereglementeerde spaarrekening daarentegen ga je vaststellen dat de intresten ten
belope van een bepaald bedrag vrijgesteld zijn van roerende voorheffing (momenteel: 1050
EUR/rekeninghouder. Als het gaat over een rekening die wordt gehouden door twee partners,
dan ga je vaststellen dat dat al een bedrag is van 2.100 EUR aan intresten dat vrijgesteld is van
die roerende voorheffing). Ga je boven die 1500 EUR, dan is het tarief van de RV beperkt tot
15% i.p.v. 30% bij een niet gereglementeerde spaarrekening.
3
, Ook bij termijnrekeningen is er een RV verschuldigd van 30%.
Het verschil tussen gereglementeerde spaarrekeningen enerzijds en niet gereglementeerde
spaarrekeningen en termijnrekeningen anderzijds is ook belangrijk voor het bepalen van allerlei
toepasselijke financieel rechterlijke regelen. We zien dat de WG heel wat regelen m.b.t. de
spaarrekeningen heee voorbehouden voor die gereglementeerde spaarrekeningen.
o Rechtsverhouding tussen kredieAnstelling en cliënt:
§ Rekeningovereenkomst
Soorten geldrekeningen
- Zicht- of betaalrekening
o Contract van onbepaalde duur
o Tegoeden opvraagbaar op zicht
o Mogelijkheid tot verrichten van betalingstransac<es (gevolg: toepassing regelen inzake betalingsdiensten uit
boek VII WER (art. VII.4 ev WER)) (infra)
§ Vanaf het ogenblik dat je een betaalrekening hebt, moet je sowieso rekening gaan houden met regelen
die vervat liggen in boek VII WER, hoofdstuk betalingsdiensten, omdat die zichtrekening of
betalingsrekening de mogelijkheid biedt om gebruik te maken van betalingsdiensten (verrichten van
overschrijvingen, gebruiken van een bancontactkaart etc.). Dit zijn tal van regelen, o.a. regelen die
informaAeverplichAngen omvaoen.
Er zijn belangrijke preco informaAeverplichAngen vanaf het ogenblik dat zo’n zichtrekening of
betaalrekening gaat worden geopend.
• Wat is de bedoeling van een preco informaAeverplichAng?
Dat de cliënt een geïnformeerd besluit kan nemen, dat hij met kennis van zaken kan beslissen
om al dan niet met die instelling te gaan contracteren (zie bijvoorbeeld volgend puntje).
§ Vb. InformaAedocument betreffende de vergoedingen (art. VII.4/1 WER)
o De bedoeling is dat in dit document de kosten worden vermeld die verbonden zijn aan het
gebruik van een betaalrekening en de belangrijkste betalingsdiensten waarvan je via zo’n
betaalrekening gebruik kan maken (overschrijving; bancontactkaart; domiciliëring;
kredietkaarten, de verzekering gekoppeld aan zo’n rekening etc.). Het betree 13 diensten
waaromtrent info moet worden gegeven over de kost die men verschuldigd is. De kost die een
financiële instelling gaat gaan aanrekenen voor het beheer van die zichtrekening en het
gebruik van bepaalde betalingsdiensten die wordt vrij door elke individuele instelling bepaald.
Dat betekent dat je er goed zou kunnen aan doen om die kosten te gaan vergelijken en dan
zou je kunnen beslissen om te kiezen voor die financiële instelling die jou het minste kosten
gaat gaan aanrekenen.
M.a.w. de bedoeling van dat informaAedocument is dat je vooraf weet wat het u gaat kosten
+ dat je in feite zou gaan vergelijken. Dit komt héél duidelijk tot uiAng in die reglementering
en het KB dat daaraan uitvoering geee, omdat het infodocument eigenlijk een
gestandaardiseerd formulier is – dat moet bij elke bank er hetzelfde uitzien. Doelstelling:
concurrenAe vergroten. Een grotere concurrenAe zal leiden tot een lagere tarifering.
Die preco infoverplichAngen + het infodocument betreffende vergoedingen, zijn zaken die je
terugvindt in de BE wetgeving, maar dat eigenlijk allemaal de omzeung vormt van Europese
reglementering. Dat infodocument betreffende de vergoedingen moet niet alleen verspreid
worden door een bank in BE, ook in NL banken, Duitse banken etc. en bovendien moeten die
infodocumenten ALTIJD beschikbaar zijn bv. op de website van de betrokken onderneming.
1e belangrijke vaststelling op het juridische vlak – heb je een betaalrekening, dan moet je
rekening gaan houden met die specifieke bepalingen in boek VII WER, o.m. over info, maar er
zijn tal van andere regelen die dan misschien eerder verbonden zijn aan het gebruik van
betaalinstrumenten, de specifieke betalingstransacAes dan aan de kaderovk die de
zichtrekening is.
Waar we ook zullen bij sAlstaan gelet op het maatschappelijk belang van vandaag is de
risicoverdeling i.g.v. betaalfraude. Meer en meer mensen zijn slachtoffer van één of andere
4
, vorm van phishing etc. en de vraag is dan natuurlijk alAjd: wie draagt het risico? Kan je dat
risico al dan niet geheel, gedeeltelijk ten laste gaan leggen van de financiële instelling (ook dit
is terug te vinden in boek VII WER).
Cliënten (zowel consumenten als ondernemingen) die kunnen de mogelijkheid hebben om via
de betaalrekening krediet te verkrijgen. Wanneer u een betaalrekening hebt die u de
mogelijkheid biedt om onder nul te gaan, dan ga je in feite een kredievaciliteit hebben, want
als je effecAef onder nul gaat, ga je krediet gaan opnemen. Wanneer een consument de
mogelijkheid heee om via een betaalrekening krediet op te nemen, dan gaat dat ook leiden
tot de toepassing van de regelen uit boek VII WER die betrekking hebben op
consumentenkrediet. Een consument die het recht heee om onder nul te gaan, heee het recht
op een geoorloofde debet stand en wanneer er een recht is op een geoorloofde debet stand,
dan zijn er een hele reeks van specifieke voorschrieen die toepassing vinden omdat het dan
gaat over een consumentenkrediet. Deze regelen zijn terug te vinden vanaf art.VII.64 WER.
o Al dan niet mogelijkheid tot het opnemen van krediet (indien krediet: impact bepalingen Boek VII WER inzake
consumentenkrediet)
- Spaarrekening en gereglementeerde spaarrekening
o Contract van onbepaalde duur
o Tegoeden opvraagbaar op zicht (desgevallend contractueel gemodaliseerd)
o Nooit debetposiAe / kredietverlening (en dus ook geen toepassing van regelen consumentenkrediet)
§ Met een spaarrekening kan je NOOIT onder nul gaan en is het duidelijk dat daar ook GEEN krediet aan
gekoppeld is en dat de regelen inzake consumentenkrediet ook NOOIT van toepassing kunnen gaan zijn
op die spaarrekeningen.
o Geen toepassing regelen inzake betalingsdiensten uit Boek VII WER (uitz. kosteloze beëindiging voor
gereglementeerde spaarrekening)
§ De bijzondere regelen uit boek VII WER die van toepassing zijn op betaalrekeningen zijn NIET van
toepassing op spaarrekeningen. In eerste instanAe omdat een spaarrekening GEEN ovk is die u de
mogelijkheid biedt om klassieke transacAes te gaan doorvoeren.
• Voorbeeld: stel dat u vandaag een bedrag van 500 EUR moet betalen en op uw zichtrekening
staat er nog maar 10 EUR en op uw spaarrekening 1000 EUR, dan kan je die 3e NIET rechtstreeks
betalen via uw spaarrekening, gezien een spaarrekening NIET de mogelijkheid biedt om
betalingsdiensten te gaan gebruiken. Je zal dus eerst die gelden van uw spaarrekening moeten
overboeken.
• Eén uitzondering: één bepaling die gaat over de kosteloze beëindiging van de
rekeningovk; deze heee de WG OOK van toepassing verklaard op de
gereglementeerde spaarrekening.
- Bijzondere regelen voor gereglementeerde spaarrekeningen (vb.)
o Betreffende de rente (via KB/WIB): Verplicht (en uitsluitend) : Basisrente + getrouwheidspremie (maxima en
minima)
§ Getrouwheidspremie voor bedragen die 12 maanden onafgebroken op rekening staan: 4/jaar uitbetaald
• Die getrouwheidspremie moet op 4 verschillende AjdsAppen per jaar worden uitbetaald.
• Voorbeeld: stel op 15 januari 1999 stort u 25.000 EUR op een gereglementeerde
spaarrekening. Wanneer is uw getrouwheidspremie verworven? Na 1 jaar, d.w.z. dat
die op 15 januari 2000 verworven is. Wanneer werd die getrouwheidspremie betaald?
De 1e dag van het daaropvolgend kalenderjaar. M.a.w. uw getrouwheidspremie die
was verworven op 15 januari, maar u diende dus nog bijna een jaar te wachten
vooraleer die getrouwheidspremie daadwerkelijk werd uitbetaald.
Wat heee men toen gedaan? Men heee gezegd: we gaan ervoor zorgen dat die
getrouwheidspremie eens die is verworven, sneller daadwerkelijk wordt uitbetaald.
Nu heee men dus in dat KB/WIB 4 momenten voorzien waarop er een uitbetaling van
die getrouwheidspremie kan of moet gebeuren en dat is dan:
§ 1 januari; 1 april; 1 juli; 1 oktober. Wat betekent dat vandaag concreet? Stel
dat oo 15 januari 2025 uw getrouwheidspremie verworven is, dan zal die
moeten worden uitbetaald op 1 april i.p.v. wat het vroeger was op 1 januari
van het daaropvolgende jaar.
5
, § Dat is dus één van de vwd’en die je terugvindt opdat er sprake zou kunnen
zijn van een gereglementeerde spaarrekening en dus een gunsAge fiscale
behandeling.
Nog een regel die misschien interessant is, ook i.h.k.v. de actualiteit van de voorbije
maanden – voor gereglementeerde spaarrekeningen mag een hoger rendenement
NIET gekoppeld worden aan de vwd dat het gaat om vers geld (geld dat nog NIET bij
de betrokken bank stond).
Als je gaat kijken naar de acAes die bepaalde financiële instellingen hebben gedaan
m.b.t. termijn rekeningen, dan ga je vaststellen dat het hogere rendement van
bepaalde termijnrekeningen bij bepaalde financiële instellingen werd verboden aan
de voorwaarde dat het ging over vers geld, over geld dat nog niet bij de betrokken
financiële instelling stond. Deze markeAng zou je NIET kunnen gaan toepassen m.b.t.
een geregelementeerde spaarrekening omdat dat niet één van de vwd’en is die je mag
gebruiken in markeAng voor gereglementeerde spaarrekeningen.
§ Beperking van de voorwaarden om hoger rendement te verkrijgen.
§ In het KB dat uitvoering geee aan het wetboek van inkomstenbelasAngen, daar vind je een aantal
spelregels terug voor die spaarrekeningen die eigenlijk moeten worden gezien als vwd’en om die fiscaal
gunsAge behandeling te kunnen toekennen. Voor gereglementeerde spaarrekeningen moet men
sowieso werken met een basis rentevoet en een getrouwheidspremie.
Wat is een getrouwheidspremie? Wanneer is een getrouwheidspremie verworven?
Als je gedurende een bepaalde periode uw gelden laat staan op een rekening, dan krijg je naast de
basisrente die de financiële instelling toekent voor alle tegoeden op die rekening, krijg je voor die
tegoeden die gedurende een termijn van een jaar aanwezig zijn geweest een extra rendement. Om te
kunnen spreken van een geregelementeerde spaarrekening moet er dus zowel een basisrente als een
getrouwheidspremie zijn.
War die basisrente en die getrouwheidspremie betree zijn er ook een minima en maxima, dat is een
soort van prijsregulering waarbij men zegt: als u die gereglementeerde spaarrekening wil aanbieden
met die gunsAge fiscale behandeling, dan bedraagt de rentevoet min. X en max. Y.
Bv. de basisrente is begrensd tot 3%, tenzij wanneer de ECB rente hoger ligt dan die 3%. Voor de
gereglementeerde spaarrekeningen was er een rente van 0,11%. Er waren ook spaarrekeningen op de
markt waar het rendenment nul was, maar dat waren dan NIET gereglementeerde spaarrekeningen.
Voor wat betree de minima en maxima voor de basis rentevoet zijn er ook minima en maxima voor wat
betree de getrouwheidspremie. Het maximum voor het getrouwheidspremie is 50% van de maximaal
toegelaten basisrentevoet.
Toen de financiële instellingen een Ajdje terug moeite hebben gedaan om de gelden die in de
staatsfondsen werd geïnvesteerd door spaarders terug te krijgen, heee men gewerkt enerzijds met
termijnrekningen, maar anderzijds ook met spaarrekeningen met vrij hoge rentevoeten in vergelijking
met wat de jaren ervoor werd aangeboden.
Onverenigbaar met Europees recht ?
• Dit zijn vele regelen waarbij we alAjd moeten gaan kijken naar de wetgeving, want misschien dat dit in
de toekomst weer allemaal wijzigt en dit is een zeer grote waarschijnlijkheid, omdat op dit ogenblik er
een procedure hangende is gelanceerd door de Europese Commissie tegen België voor het HvJEU,
waarbij men zegt: die voordelige, gunsAge, fiscale behandeling die je koppelt aan de gereglementeerde
spaarrekening en de vwd’en die daaraan verbonden zijn, die maken het eigenlijk zeer moeilijk voor
instellingen uit andere LS om in BE geregelmenteerde spaarrekeningen te gaan aanbieden. Dit is een
ongerechtvaardige inperking van het vrij verkeer van kapitaal. We zullen natuurlijk nog moeten
afwachten wat het HvJEU hieromtrent beslist, maar er is toch wel een verwachAng dat het HvJEU wel
eens zou kunnen oordelen dat die Belgische gunstregeling voor gereglementeerde spaarrekeningen,
dat die in strijd is met het Europees recht en als dat het geval is, dan zal men daarmee moeten aan de
slag gaan.
6
, Regeerakkoord 2025: “Indien er sprake is van een onredelijk grote kloof in rentes op spaarrekeningen, zal de
regering op korte termijn maatregelen onderzoeken om die kloof te dichten. Mogelijke maatregelen worden
vooraf getoetst bij de NBB en dienen steeds te kaderen in het bredere kader van het ECB-bankentoezicht”
• Spaarrekening staat ook in het regeerakkoord.
• Waarover gaat dit?
De afgelopen jaren is er in de poliAek een bepaalde frustraAe geweest t.a.v. de banken. Héél wat politci
vonden dat het rendement dat men verkreeg via een spaarrekening, gelet op de evoluaAe van de rente
op de interbancaire marky, dat dat te laag was en er zijn bepaalde voorstellen gelanceerd, maar die
hebben het toen NIET gehaald – waarbij men zei: laat ons een koppeling maken tussen de rentevoet die
minimaal via een spaarrekening moet worden geboden en die ECB rente. Dat is wat met bedoelt in het
regeerakkoord met die kloof. Men wil achter de hand houden - als de rente die gekoppeld wordt aan
een spaarrekening te laag is, dan moeten we via één of andere maatregel kunnen ingrijpen om een
bepaalde minimale rente te gaan aanbieden.
Wat is het klassieke verweer? Wat is een voor de hand liggend argument om te gaan zeggen: je gaat
toch NIET verplichten aan een individuele financiële instelling om het rendement te gaan verhogen?
Wat mag er zeker NIET in het gedrang komen van een bank?
Solvabiliteit. De NBB is degene die waakt over de solvabiliteit, de gezondheid van ons financieel
systeem. M.a.w. men wil NIET via een maatregel die men zou invoeren om de spaarder te gaan
beschermen en een bepaalde miniamale rente te geven, tot gevolg hebben dat de solvabiliteit posiAe
van de Belgische financiële instellingen in het gedrang zal worden gebracht, vandaar die toets bij de
NaAonale Bank van BE.
- Bijzondere regelen voor gereglementeerde spaarrekeningen (vb.)
o Document met essenAële spaardersinformaAe bij commercialisering gereglementeerde spaarrekening (K.B. 18
juni 2013)
§ Voorafgaande goedkeuring FSMA vereist
• Hierbij zegt men: commerciële communicaAe m.b.t. geregelementeerde spaarrekening die
moet gepaard gaan met het verstrekken van een document met essenAële spaardersinfo. Dit
is alweer een gestandaardiseerde infoformulier dat alweer die dubbele doelstelling
weerspiegelt om enerzijds de consument de mogelijkheid te bieden om een geïnformeerd
besluit te nemen en anderzijds een vergelijking eenvoudiger te maken. Hier zie je dat dat KB
vereist dat vooraleer zo’n document essenAële spaardersinfo wordt verspreid onder het
publiek, een goedkeuring moet worden verkregen FSMA (de autoriteit financiële diensten en
markten).
Dat betekent in 1e instanAe dat de FSMA dat document gaat nakijken, gaat nagaan of daar bv.
GEEN misleidende info in zit en pas wanneer dat document cf. is aan de regelgeving die bij dat
KB wordt vastegeld cf. is aan de realiteit, zal dat worden goedgekeurd en kan dat onder het
publiek wordne verspreid.
Het BE recht is complex, in kluwen, want als we even terugkeren naar dat infodocument (zie
supra) m.b.t. de vergoedingen die aan een betaalrekening zijn verbonden, dan zien we dat daar
GEEN wat men noemt a priori toezicht is. Dus als de toezichthouder vooraf zijn akkoord moet
geven, dan noemt men dat a priori toezicht. Dat is er WEL voor dat document essenAële
spaardersinformaAe, maar dat is er NIET voor wat betree dat doculent betreffende de
vergoedingen. Bovendien is de toezichthouder voor wat betree dat infodocument betreffende
de vergunningen een andere toezichthouder. Dat is nl. de economische inspecAe bij de FOD
Economie. Dat heee te maken met het feit dat de regels inzake betalingsdiensten onder de
controle bevoegdheid vallen van de FOD Economie, terwijl de bescherming van de spaarder en
de belegger een bevoegdheid is van de FSMA.
• Wat is het doel van standaardinformaAeformulieren en waar vindt u dit terug (oud-ex vraag:
was vorig jaar één van de theoreAsche vragen)?
Dan diende u o.m. te verwijzen naar dat infodocument, naar die essenAële spaardersinfo en
aan te geven wat de doelstellingen waren.
o Protocol (o.m. maximaal aantal gereglementeerde spaarrekeningen, overstap voor gereglementeerde
spaarrekeningen)
§ Naast de harde regelgeving die vervat liggen in wetgeving en in KB’s zijn er ook zogenaamde protocollen
waar afspraken worden gemaakt per sector. Zo’n protocol is GEEN bindende regelgeving. Dat zijn een
aantal afspraken waarvan men zegt: die gaan we respecteren wanneer wij bijvoorbeeld
7
, gereglementeerde spaarrekeningen gaan aanbieden. Het is vrij recent onder Alexia Bertrand, de vorige
staatssecretaris voor Consumentenzaken, dat er een protocol specifiek m.b.t. gereglementeerde
spaarrekening tot stand is gekomen,
• Het tegengaan van de wildgroei van het aantal spaarformules. Soms waren er zoveel
spaarformules bij éénzelfde financiële instelling dat men door het bos de bomen niet meer
zag. Dus men heee gezegd in dat protocol dat elke bank maximaal 4 gereglementeerde
spaarrekeningen gaan aanbieden.
Dat kan een categorie zijn waarbij je zegt: we gaan minimaal of maximaal gaan opleggen m.b.t.
de bedragen om een bepaald hoger rendement te verkrijgen. Dit is zeer gebruikelijk. KBC
bijvoorbeeld heee een rekening met een hogere rentevoet, maar op die rekening kan
maximaal 500 EUR/maand worden gestort. M.a.w. als je meer dan 500 EUR/maand wil gaan
sparen, dan zal dat een lager rendement zijn op een andere rekening.
Je hebt acAes gehad van financiële instellingen i.h.k.v. het terughalen van de gelden die in de
staatsbon waren geïnvesteerd, waarbij men zei: we gaan een hogere rentevoet gaan
toekennen, maar enkel wanneer je minimaal een bepaald bedrag gaat inleggen. Zo was er een
financiële instelling die zei: hoge rendement, maar minimaal 100.000 EUR. Dat zijn types van
rekeningen waarbij men een bedrag als voorwaarde gaat gaan vooropstellen.
Je hebt ook nog jongerenrekeningen, zowel voor zicht- als voor spaarrekeningen.
Verder heb je uiteraard ook nog rekeningen waaraan GEEN enkele voorwaarde verbonden is.
ð MAXIMAAL MAG JE ZO’N 4 TYPES PER BANK GAAN AANBIEDEN.
- Termijnrekening
De conclusie is dat er nauwelijks bijzondere regelgeving bestaat voor die termijnrekening. De regelen inzake
betalingsdiensten zijn uiteraard niet van toepassing. Regelen inzake krediet evenmin. Het enige waar u rekening mee
moet houden is het zogenaamde transversale KB van 2014, dat betrekking heee op reclame aangaande financiële
diensten en financiële instrumenten.
o Bepaalde duur => niet op zicht opvraagbaar
§ Dit zijn contracten van bepaalde duur waarbij de tegoeden niet opvraagbaar zijn zolang die periode niet
afgelopen is. Dus je kan een termijnrekening maar gebruiken wanneer je zeker bent dat je het bedrag
dat je op die termijnrekening gaat plaatsen, niet nodig hebt gedurende de loopAjd van die
termijnrekening. We hebben het al vaak gehad in deze les over termijnrekeningen van een jaar, maar er
zijn bijvoorbeeld ook perfect termijnrekeningen op de markt met een loopAjd tot acht jaar. Dat wil
zeggen dat je er dan zeker van moet zijn dat je gedurende die periode van acht jaar de betrokken
liquiditeiten niet nodig hebt.
o Geen krediet/ geen toepassing regelen betalingsdiensten
o Reclame (transversaal K.B. van 25 april 2014)
§ Het belangrijkste principe dat daarin herhaald wordt, is wellicht dat reclame voor termijnrekeningen
niet misleidend mag zijn. Op zich is dat enkel een herhaling van datgene wat in Boek 6 van het Wetboek
Economisch Recht staat, maar doordat dit in het KB staat, is dat natuurlijk één van de elementen die
ook in het toezicht van de toezichthouder, de FSMA, is opgenomen.
- Rekeningen met elektronisch geld
o Rekeningen met elektronisch geld op de slide vermeld, omdat elektronisch geld daadwerkelijk geld is in de
juridische betekenis van het woord. Je hebt het contant geld, het zogenaamde chartale geld, de munten en
biljeoen die misschien nog in uw portefeuille zioen. Je hebt het girale geld, het girale geld dat staat op de
zichtrekening en spaarrekeningen en termijnrekeningen. En dan heb je ook de derde juridische categorie geld:
het elektronische geld, waarvoor in de Europese Unie een bijzonder statuut is uitgewerkt voor de instellingen
die elektronisch geld mogen uitgeven. Dat elektronische geld gaat ook gepaard met een rekening. Maar de prof
gaat daar niet verder op in omdat er in België eigenlijk maar drie of vier instellingen voor elektronisch geld zijn.
Er is geen enkele instelling die enige naambekendheid heee.
Vroeger had je in België wel een voorbeeld dat een Ajdje ruim verspreid is geweest en dat was de befaamde
Protonkaart. Dat was een kaart waarop je een monetaire waarde kon opladen, die je vervolgens kon gebruiken
bij aangesloten handelaren. Er waren toen vrij veel ondernemingen die effecAef Protonbetalingen aanvaardden.
Maar het systeem, dat eigenlijk alAjd bedoeld was als een subsAtuut voor cashbetalingen van een klein bedrag,
bleek commercieel gezien weinig interessant en is intussen verdwenen.
8
, - “Rekeningen” met cryptomunten (vb. Bitcoin)
o Cryptomunten of virtueel geld zijn geen geld in de juridische betekenis van het woord. We hebben slechts drie
geldcategorieën: chartaal geld, giraal geld en elektronisch geld. Cryptogeld, zoals Bitcoin, is GEEN geld in de
juridische betekenis van het woord. Bovendien zie je dat veel cryptomunten, economisch bekeken, niet zozeer
een betaalmiddel zijn, maar eerder een investeringsmiddel.
Wanneer iemand bijvoorbeeld vandaag overgaat tot het verwerven van Bitcoin, dan doet hij dat meestal niet om
ermee betalingen te verrichten. In plaats daarvan gebeurt dit vaak met de verwachAng dat de koers van Bitcoin
zal sAjgen en dat er op die manier een zeker rendement gerealiseerd kan worden. Die koers van virtuele munten
is echter bijzonder volaAel. De waarde kan sterk sAjgen, maar ook scherp dalen. M.a.w., er zit een zeker risico
verbonden aan het intekenen op die cryptomunten.
Er wordt vandaag gewerkt aan zogenaamde stablecoins. Dat zijn virtuele munten waarbij men via allerhande
technieken probeert om de koers stabiel te houden. De beste manier om dat te doen, is door ervoor te zorgen
dat één eenheid van de cryptomunt wordt afgedekt door bijvoorbeeld één US dollar of één euro. Het spreekt
voor zich dat deze stablecoins, die vandaag nog minder wijdverspreid zijn, wél als een betaalmiddel zouden
kunnen funcAoneren, omdat de waarde ervan niet fluctueert doorheen de Ajd. De funcAe van zo'n stable coin is
dus duidelijk verschillend van datgene wat vandaag de Bitcoin is, die eerder als een investering wordt
aangekocht.
Recht op rekening
- Oud B.W. bevat bijzondere regeling t.a.v. echtgenoten (maar slechts één bepaling)
o Een bijzondere regel die nog steeds in het Burgerlijk Wetboek staat, komt erop neer dat wanneer u huurt, uw
man of vrouw niet kan verbieden om zelfstandig een rekening te openen. Deze regel moet natuurlijk gezien
worden in een historisch perspecAef, waarin men vroeger een pater familias had die kon beslissen wat zijn
partner wel of niet mocht. Een van de regels die desAjds in het BW werd geïntroduceerd om financiële
zelfstandigheid van de vrouw te waarborgen, was dat elke partner zonder toestemming van de ander een
rekening kan openen.
Dit betekent dat je zelfs in een huwelijkscontract niet kunt bedingen dat je de toestemming van beiden nodig
hebt om een rekening te openen. Wat het BW wel voorschrije, is dat wanneer er een rekening wordt geopend
door een gehuwde, de andere partner daarvan op de hoogte moet worden gebracht.
Nu wordt wel eens beweerd dat deze regel in de prakAjk niet alAjd wordt nageleefd door financiële instellingen.
- Overeenkomst “intuïtu personae” (?)
§ Klassiek: neen (contractvrijheid)!
• Veel belangrijker voor de prakAjk is de vraag of een persoon, hetzij een consument, hetzij een
onderneming (bij ondernemingen gaat het meestal om rechtspersonen), recht heee op een
rekening. Als je de vraag omdraait, kan een kredieAnstelling dan verplicht worden om aan
iemand die dat vraagt een rekening aan te bieden? Klassiek was het antwoord op die vraag
relaAef eenvoudig: NEE, men heee GEEN recht op een rekening. Banken zijn niet verplicht om
aan iedereen een rekening aan te bieden. Deze klassieke benadering was natuurlijk ingegeven
door de contractvrijheid, het essenAële principe van het verbintenissenrecht, waarbij de
basisregel is dat iedereen vrij is om al dan niet te contracteren, en vrij is om te contracteren
met wie hij wil.
Bovendien kan men stellen dat rekeningovereenkomsten, i.h.b. rekeningovereenkomsten die
het mogelijk maken om onder nul te gaan, dat dit intuitu personae contracten zijn, waardoor
een kredieAnstelling niet verplicht kan worden om een dergelijk contract met een bepaalde
persoon aan te gaan.
Wanneer je de klassieke benadering van contractvrijheid toepast, loop je echter het risico dat
bepaalde personen—zowel natuurlijke personen als rechtspersonen—geen toegang krijgen tot
een rekening, terwijl het beschikken over een rekening vandaag essenAeel is om volwaardig
deel te nemen aan het economisch verkeer.
MAAR
9
, De WG heee daarom in twee fasen een basis bankdienst gecreëerd. In de eerste fase werd ten voordele
van consumenten het recht op een rekening en een daaraan verbonden minimale dienstverlening
gecreëerd. In de tweede fase werd ook een basis bankdienst voor ondernemingen gecreëerd. Zodat
eenieder aanspraak kan maken op een rekening en de daaraan verbonden minimale dienstverlening
(deze regelen zijn terug te vinden in boek VII WER; het gaat enkel over betaalrekeningen).
• Uitzondering 1: basis-bankdienst voor consumenten
• Uitzondering 2: basis-bankdienst voor ondernemingen
• Verschillende ra<o legis
§ Wat men goed voor ogen moet houden, is dat de doelstelling van deze twee
categorieën van regels met betrekking tot de basis-bankdienst totaal verschillend is.
Voor consumenten is het doel om sociale uitsluiAng te vermijden, terwijl het voor
ondernemingen gaat om het garanderen van de toegang tot financiële diensten.
Het risico dat iemand GEEN rekening kan openen bij een financiële instelling is het
grootst voor mensen die zich onderaan de sociale ladder bevinden. Dit zijn mensen
die commercieel gezien weinig interessant zijn voor een financiële instelling, die
uiteraard een commerciële enAteit is. Maar waarom zou een commerciële enAteit
een rekening willen openen voor iemand waarvan men weet dat men daar nooit winst
mee zal maken? Wel, om sociale uitsluiAng te vermijden en ervoor te zorgen dat
iedereen recht heee op een rekening en de daaraan verbonden minimale
dienstverlening heee de WG die basis-bankdiensten voor consumentengebruik
gecreëeerd.
Bij ondernemingen is de situaAe echter heel anders. Weet iemand waar de oorsprong
ligt van de relaAef recente basis-bankdienst voor ondernemingen? Waarom werden
bepaalde types ondernemingen uitgesloten van betaalrekeningen? Er waren
bijvoorbeeld bepaalde categorieën van ondernemingen die een betaalrekening
hadden, maar waarvan de rekeningen werden opgezegd. Deze ondernemingen
hadden het daarna moeilijk om bij een andere financiële instelling een rekening te
openen. Waarom zouden banken minder geneigd zijn om een rekening te openen
voor ondernemingen uit bepaalde sectoren? Denk aan de gokwereld, prosAtuAe,
diamantairs en bepaalde sportacAviteiten.
Voorbeeld: een onderneming die acAef was in de prosAtuAebuurt van Antwerpen en
een rekening wilde openen waarop ze regelmaAg belangrijke cashbedragen zou
storten, bijvoorbeeld om haar fiscale verplichAngen na te komen. Wat is de vraag voor
die bank? Wat moet die bank doen? Zij moeten elke keer als er een belangrijke
storAng is van contanten, nagaan wat de herkomst van die gelden is. Dit is moeilijk in
bepaalde sectoren. M.a.w. er waren nogal wat financiële instellingen die bang waren
dat ze niet meer aan hun anAwitwasverplichAngen zouden kunnen voldoen m.b.t.
ondernemingen die acAef waren in bepaalde sectoren. OF dat het controleren van die
ondernemingen eigenlijk een zeer grote kost zou gaan impliceren in berhouding tot
wat een dergelijke onderneming voor de bank gaat gaan opbrengen. Bepaalde
financiële instellingen gingen ‘derisking’ gaan doen = onze risico’s gaan inperken.
MAAR natuurlijk is het ook voor die ondernemingen belangrijk om over een rekening
te gaan beschikken en om bepaalde betalingstransacAes te kunnen gaan verrichten.
De WG heee in een 2e fase de onderneming een basis-bankdienst gegeven.
- Bijzondere regeling basis-bankdienst consumenten (art. VII.57 WER)
Gelet op die verschillende doelstelling zijn ook de modaliteiten wel wat verschillend.
o Consument: recht op basis-bankdienst
§ Consument = natuurlijk persoon die handelt voor doeleinden die buiten zijn beroepsacAviteit vallen
§ Elke consument die legaal in een lidstaat van de EU verblije en elke consument van Belgische
naAonaliteit die buiten een lidstaat verblije EN die uiterlijk Aen jaar geleden werd geschrapt uit het
Belgisch bevolkingsregister.
• Voorbeeld: een Belg die naarmate de pensioengerechAgde leeeijd in de toekomst 83 jaar
bereikt en die verhuis naar Marokko. Die consument met de Belgische naAonaliteit gaat
gedurende een Ajd van de basis-bankdienst kunnen genieten, ook al verblije hij buiten de EU.
10