Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Tentamen (uitwerkingen)

Modelvragen Bestuurs- en omgevingsrecht | UGent

Beoordeling
-
Verkocht
1
Pagina's
48
Cijfer
9-10
Geüpload op
08-05-2026
Geschreven in
2025/2026

Dit document met voorbeeld examenvragen van 50 pagina's is samengesteld door een ervaren bijlesgever met 5 jaar ervaring in verbintenissenrecht die al meer dan 100 studenten succesvol heeft begeleid richting een geslaagd examen. De vragen zijn afgestemd op de echte moeilijkheidsgraad van het examen en bevat 3 delen: (i) 20 stellingen; (ii) 16 theorievragen; en (iii) 15 uitgebreide casussen. Bij elk onderdeel zijn de modelantwoorden inbegrepen.

Meer zien Lees minder

Voorbeeld van de inhoud

MODELVRAGEN


DEEL 1: Stellingen
VRAAG 1
Zowel de Vlaamse overheid, de provincies als de gemeenten zullen meer moeten investeren in
de open ruimte tot realisatie van de bouwshift dan nu het geval is. Daarbij moet ze er waakzaam
voor zijn dat ze niet vervalt in het planschadesyndroom.

Juist: Er zijn vooral middelen nodig tot het compenseren van eigenaars in harde
bestemmingen, tot het ontharden en slopen van vrijgekomen constructies in de zachte
bestemmingen en tot het aankopen en beschermen van waardevolle terreinen. Het debat
over de financiering van de bouwshift heeft zich hoofdzakelijk toegespitst op de billijke
vergoeding van eigenaars en wie deze zou moeten dragen. Daarbij zal een evenwicht
moeten gevonden worden tussen een billijke vergoeding van de individuele eigenaar, een
politiek haalbare kostprijs voor de overheden en een maatschappelijk aanvaardbare prijs
voor de Vlaamse belastingbetaler. Niet alleen de particuliere compensatie is hier met
andere woorden van belang, eveneens de betaalbaarheid ervan voor de overheid om te
voorkomen dat een onbetaalbaar compensatiesysteem de ruimtelijke ordening verlamt (het
zogenaamde planschadesyndroom). De overheid is in deze niet alleen gehouden de burger
te vergoeden maar eveneens gehouden aan het basisbeginsel van het zuinigheidsprincipe
om de haar ter beschikking gestelde middelen uit de ontvangen belastingen van burger en
onderneming zo spaarzaam en doelmatig mogelijk te gebruiken.




VRAAG 2
De intrekking van een onwettige rechtshandeling die aan een burger rechten toekent, is slechts
mogelijk in de gevallen waar de wet of het decreet dit uitdrukkelijk heeft mogelijk gemaakt.


Fout, een onwettige rechtshandeling die rechten heeft verleend kan worden ingetrokken
onder bepaalde voorwaarden. De intrekking is mogelijk:
(1) Voor zover zij gebeurt binnen de beroepstermijn voor de bevoegde bestuursrechten
(dit is 60 dagen bij de Raad van State) of, indien een ontvankelijk annulatieberoep
bij de bestuursrechter werd ingesteld, tot aan het sluiten van de debatten. Dit
impliceert dat, hangende een procedure tot nietigverklaring voor de Raad van State,
het bestuur ook na jaren nog een onwettige bestuurshandeling kan intrekken.
(2) Dan wel steeds – dus zonder tijdsbepaling – indien:
a. Een norm het toelaat
b. De handeling is uitgelokt door bedrog
c. Het gaat om ene ‘onbestaande handeling’, d.i. een handeling die door een
zo grove en manifeste onwettigheid is aangetast dat haar bestaan mag
worden genegeerd, zowel door de burger als door de overheid.



1

,VRAAG 3
Een huurovereenkomst is niet onderworpen aan de overheidsopdrachtenreglementering,
zo stelt artikel 28, § 1, eerste lid, 1°, Overheidsopdrachtenwet 2016.

Juist, een huurovereenkomst is principieel niet onderworpen aan de
overheidsopdrachtenreglementering, zo stelt artikel 28, § 1, eerste lid, 1°,
Overheidsopdrachtenwet 2016.
Belangrijke “nuance” daarbij: dit geldt in principe slechts voor de huur van bestaande
gebouwen of andere onroerende goederen. In het andere geval wordt de grens tussen een
huurovereenkomst en een overheidsopdracht (gevaarlijk) klein.



VRAAG 4

Aangezien statutaire en contractueel tewerkgestelde personeelsleden die dezelfde job
doen gelijk behandeld moeten worden, is de formele motiveringsplicht van toepassing bij
de opzegging van de arbeidsovereenkomst van een contractueel personeelslid.

Fout, de statutaire ambtenaar die het voorwerp uitmaakt van een ambtsbeëindiging en het
contractuele personeelslid die zijn opzegging krijgt, bevinden zich ten aanzien van de
toepassing van de wet van 29 juli 1991 in een verschillende situatie.
De eerste ziet zijn betrekking gewaarborgd door het feit dat zijn ambt slechts kan worden
beëindigd op grond van redenen die uitdrukkelijk in zijn statuut zijn opgesomd. Het vaste
karakter van de betrekking vormt aldus een substantieel kenmerk van het statutair ambt.
Daaruit volgt voor de overheid die een einde maakt aan een statutaire relatie een
verplichting om de bij het statuut bepaalde reden van ontslag afdoende te identificeren en
voor de statutaire ambtenaar een recht om bij de Raad van State een beroep tot
nietigverklaring in te stellen. Aangezien dat beroep binnen een termijn van zestig dagen
moet worden ingesteld, moet die ambtenaar snel de redenen van de beslissing van de
overheid kennen.
Het contractuele personeelslid daarentegen is onderworpen aan de regels die van
toepassing zijn op de arbeidsovereenkomst, volgens welke elke partij bij de overeenkomst
eenzijdig een einde aan de overeenkomst kan maken om vrij gekozen redenen. Een
contractuele werknemer beschikt over een termijn van een jaar na de beëindiging van de
overeenkomst om bij de arbeidsrechtbank beroep in te stellen. Die termijn biedt hem de
mogelijkheid om aan de werkgever te vragen om de redenen van zijn ontslag te kennen.




2

,VRAAG 5
Het college van burgemeester en schepenen kan een dading sluiten met betrekking tot een
geschil omtrent een schilderij.

Fout, op grond van artikel 56, §3, 8° DLB is het college van burgemeester en schepenen
bevoegd om daden van beschikking te stellen over roerende goederen, met uitzondering
van het aangaan van dadingen.



VRAAG 6

Een ambtenaar kan tuchtrechtelijk vervolgd worden voor feiten die zich afspelen in de
privésfeer.

Juist, de tuchtregeling bestraft de houding of de gedragingen (de zogenaamde inbreuken
op de “ambtelijke waardigheid”), die niet-nakoming van de professionele verplichtingen
of inbreuken op de regelgeving van een ambtenaar. Bijgevolg kunnen feiten die zich
afspelen in de privésfeer aanleiding geven tot een tuchtsanctie wanneer ze een inbreuk
uitmaken op de “ambtelijke waardigheid”. Dit vergt een beoordeling in concreto.




VRAAG 7
Het college van burgemeester en schepenen is voor zijn ambtsgebied in eerste
administratieve aanleg bevoegd voor aanvragen van gemeentelijke projecten en andere
gevallen dan deze waarvoor de Vlaamse regering of de deputatie bevoegd is.

Fout: Het college van burgemeester en schepenen is voor zijn ambtsgebied in eerste
administratieve aanleg in beginsel inderdaad bevoegd voor aanvragen van gemeentelijke
projecten en andere gevallen dan deze waarvoor de Vlaamse regering of de deputatie
bevoegd is (artikel 15, §1, lid 4 Omgevingsvergunningsdecreet).
Hierop wordt een uitzondering voorzien als het college van burgemeester en schepenen
zelf initiatiefnemer en aanvrager is van het project (1e voorwaarde) én er een
milieueffectrapport moet worden opgesteld en er geen ontheffing van de
rapportageverplichting is verkregen (2e voorwaarde). Wanneer deze cumulatieve
voorwaarden vervuld zijn, is de deputatie bevoegd in eerste administratieve aanleg (artikel
15/1, lid 1 Omgevingsvergunningsdecreet).




3

,VRAAG 8
De leer van de uitvoeringsimmuniteit houdt in dat beslag op overheidsgoederen ongeacht
of die tot het openbaar of het privaat domein behoren onder geen beding mogelijk is.

Fout, de principiële uitvoeringsimmuniteit op domeingoederen is geregeld bij artikel
1412bis Ger. W. Krachtens die bepaling zijn overheidsgoederen – zowel die behorend tot
het openbaar als die tot het privaat domein – principieel niet vatbaar voor beslag, maar de
zogenaamde uitvoeringsimmuniteit is niet langer absoluut.
In afwijking van de algemene regel van de immuniteit kan elke overheid een lijst opstellen
van voor beslag vatbare goederen, op voorwaarde dat de verklaring uitgaat van het
bevoegde bestuursorgaan en de lijst wordt neergelegd, hetzij ter griffie van een
parlementaire assemblee, hetzij op het kabinet van de bevoegde minister of het kantoor
van de aangewezen ambtenaar, hetzij op de zetel van de gedecentraliseerde besturen.
Bij ontstentenis van een dergelijke lijst of ingeval de goederen niet volstaan tot voldoening
van de schuld, kan op domeingoederen beslag worden gelegd voor zover het goederen
betreft die kennelijk niet nuttig zijn voor de dienstverlening of die de continuïteit van de
openbare dienst niet in het gedrang brengen. Een overheidsbestuur kan hiertegen verzet
doen en andere overheidsgoederen aanbieden, aanbod dat in beginsel bindend is voor de
beslagrechter. Ingeval van betwisting kan de meest gerede partij zich tot de rechter
wenden.



VRAAG 9
De gemeente staat onder het hiërarchisch toezicht van de Vlaamse Regering.

Fout, een gemeente is een territoriaal gedecentraliseerd bestuur. Bij een decentralisatie is
er geen hiërarchie en dus ook geen hiërarchisch toezicht. Er is wel bestuurlijk toezicht.




4

, VRAAG 10
In het merendeel van de gevallen zal de burgerlijke rechter moeten tussenkomen bij een
onteigening.


Fout, een onteigening bestaat uit een bestuurlijke fase (waarbij de zaak niet voor de rechter
wordt gebracht) en een gerechtelijke fase (waarbij de zaak voor de rechter wordt gebracht),
die beide worden geregeld in het Onteigeningsdecreet. Een studie uit de jaren 1980 wees
uit dat 95% van de overdrachten naar de overheid door een overeenkomst tot stand komen
en slechts 5% door onteigening.
De minnelijke verwerving heeft immers de voorkeur boven een onteigening. Er rust
daarom een onderhandelingsplicht op de onteigenende instantie: de onteigenaar, in veel
gevallen vertegenwoordigd door het Comité van Aankoop, moet een aantoonbare poging
ondernemen om via onderhandelingen het te onteigenen goed minnelijk te verwerven. In
het kader van deze onderhandeling zal de onteigenaar een schriftelijk aanbod doen. Gaat
de eigenaar hierop in, dan is er sprake van een gewone burgerrechtelijke
koopovereenkomst, geen onteigening.



VRAAG 11
Naar aanleiding van een onteigening kan de onteigende persoon aanspraak maken op een
billijke onteigeningsvergoeding die overeenstemt met de venale waarde van het goed.


Fout, er is geen volledige eenduidigheid in de rechtspraak over wat een billijke
onteigeningsvergoeding precies inhoudt, of met andere woorden over welke de
componenten zijn van de onteigeningsvergoeding. In de praktijk komt de vereiste van een
billijke vergoeding erop neer dat de onteigende minsten een bedrag moet ontvangen dat
hem in staat stelt een nieuw gelijkaardig (maar daarom niet identiek) goed te verwerven.
Dit wil zeggen dat hij minstens recht heeft op de betaling van de venale waarde van het
goed (dus de verkoopwaarde van het goed op de markt), de kosten van wederbelegging
(de belastingen en andere kosten verschuldigd bij het verwerven van een ander goed) en
de wachtinteresten (de rente op het geld tussen het ogenblik van de ontvangst ervan en de
vermoedelijke datum van de wederbelegging). De wachtinteresten worden in de recente
rechtspraak soms geweigerd.
Daarnaast echter kunnen ook nog andere schadeposten in aanmerking komen om tot een
integraal herstel te komen, zoals commerciële schade, investeringsverlies, verhuiskosten,
verlies van een voordeel in de landbouw…
Bovendien aanvaardt de rechtspraak doorgaans dat bij het bepalen van de
onteigeningsvergoeding wordt rekening gehouden met de geschiktheidswaarde en de
affectiewaarde. De geschiktheidswaarde is de bijzondere waarde van het onroerend goed
wegens de aangepaste inrichting ervan door de eigenaar. De affectiewaarde betreft de
emotionele waarde.
Ook aanvaardt de rechtspraak dat bij het bepalen van de onteigeningsvergoeding rekening
wordt gehouden met de waardevermindering van her restant.
5

Documentinformatie

Geüpload op
8 mei 2026
Aantal pagina's
48
Geschreven in
2025/2026
Type
Tentamen (uitwerkingen)
Bevat
Vragen en antwoorden
€14,95
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kan je een ander document kiezen. Je kan het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Maak kennis met de verkoper
Seller avatar
Legalfly

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
Legalfly Universiteit Gent
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
10
Lid sinds
2 maanden
Aantal volgers
0
Documenten
4
Laatst verkocht
3 weken geleden

0,0

0 beoordelingen

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen