INFO MONDELING EXAMEN
Wat krijg je op het examen? Kalender en opzeggingstermijnen
Schriftelijke voorbereiding telt niet mee
Geen wetboek, behalve 4 wetten helemaal achteraan
DEEL 1 INLEIDING
1. WAT IS ‘SOCIALE
WETGEVING’?
1. SOCIALE ZEKERHEID
SOCIALE WETGEVING BESTAAT UIT 3 GROEPEN
1. Private sector Hier gaan wij later werken
- Relatie werkgever – werknemer
- Gebaseerd op de individuele arbeidsovereenkomst (wet op de
arbeidsovereenkomsten)
Hier doen we de meeste berekeningen mee
2. Ambtenaren Werken voor de overheid
Bv. Stad Gent, HOGENT
Twee soorten:
- Contractuele ambtenaren
o Hebben een arbeidsovereenkomst
o Zelfde statuut als private sector
o Je start altijd zo en daarna kan je vast benoemd worden
- Vast benoemde (statutaire) ambtenaren
o Kunnen niet ontslagen worden om economische redenen
o Enkel na 3 negatieve evaluaties
o Vaak gunstig pensioen
3. Zelfstandigen
- Geen werkgever
- Betalen alles zelf (sociale zekerheid, belastingen)
- Minder gunstig pensioen
SOCIALE WETGEVING BESTAAT UIT 2 GROTE DELEN
1. Arbeidsrecht: Regelt de verhouding tussen werkgever en werknemer
2. Sociale zekerheidsrecht: Beschermt de belangen van de werknemers en
bevordert hun welzijn
Bestaat uit verschillende sectoren
- Pensioen (grootste kost voor RSZ) 1e probleemgeval
o Werknemer: 13,07% van RSZ
2
, o Werkgever: 25 – 30% van RSZ
- Ziekte en invaliditeit (ZIV) 2e probleemgeval
- Werkloosheid 3e probleemgeval
- Groeipakket (vroeger kinderbijslag)
- Vakantiegeld arbeiders
- Arbeidsongevallen en beroepsziekten
o Niet echt via sociale zekerheid, maar via verzekeringswereld
o Werkgever moet verplichte verzekering afsluiten
o Risicovolle sectoren (bv. bouw) = duurdere verzekering
o Contracten lopen per jaar zodat je kan verleggen van
verzekeringsmaatschappij
GESCHIEDENIS VAN SOCIAAL RECHT
EIND 19E EEUW: SLECHTE WERKOMSTANDIGHEDEN
In fabrieken (vooral textiel in Vlaanderen) waren de omstandigheden mensonterend:
Te weinig eten
Kinderarbeid
Misbruik
Adolf Daens klaagde dit aan. Hij werd parlementair in Aalst en stapte naar Leopold II om
verbeteringen te eisen.
EERSTE SOCIALE WETTEN
1887: Wet op bescherming van het loon
Bestaat nog steeds (achteraan in het wetboek)
1889: Wet op bescherming van vrouwen en kinderen
ONTSTAAN VAN VAKBONDEN (KENNEN!)
Tijdens dezelfde periode ontstaan werknemersorganisaties
ACV (Algemeen Christelijk Vakverbond) christelijk
ABVV (Algemeen Belgisch Vakverbond) socialistisch
ACLVB (Algemeen Centrale Liberale Vakbond van België) liberaal, ongeveer 30
jaar later
VERDERE UITBOUW SOCIALE BESCHERMING
1903: Eerste wet sociale zekerheid
- Werkgever moet werknemer verzekeren
- Werkgever krijgt sociale verplichtingen
1914: Leerplicht ingevoerd controle vanaf 1920
1945: Oprichting van de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid (vroeger RMZ)
- Niet voor zelfstandigen
- Systeem uitgewerkt door Achille van Acker
- Alle bijdragen in één pot (pensioen, ziekte, werkloosheid …)
- Dit systeem geld vandaag nog steeds
2
,2. BRONNEN VAN HET
ARBEIDSRECHT
1. INTERNATIONALE RECHTSBRONNEN
Moet je niet kennen
Bv. Wet op mensenrechten, Europese internationale bronnen
2. NATIONALE RECHTSBRONNEN
2.2 SOCIALE RECHTSBRONNEN
COLLECTIEVE ARBEIDSOVEREENKOMST (CAO)
Collectieve arbeidsovereenkomst = individuele arbeidsovereenkomst tussen
werknemersorganisaties en werkgeversorganisaties
Werknemersorganisaties Vakbonden: ACV, ABVV, ACLVB!!
Werkgeversorganisaties Verbond van Belgische Ondernemingen (VBO), Unizo,
Boerenbond!!
Niemand is verplicht lid te worden van een vakbond (ongeveer 150 euro per jaar)
3 NIVEAUS VAN CAO
Heel België
Eén sector
Eén bedrijf
WAT DOET EEN VAKBOND?
Belangen verdedigen, staken, juridische hulp, pleiten voor arbeidsrechtbank
MAG EEN CAO AFWIJKEN VAN DE WET?
Ja, maar alleen in het voordeel van de werknemer
Bv. Wet = 40 uur werken per week CAO = 38 uur werken per week voor hetzelfde loon
2
, DEEL 2 ARBEIDSRECHT
1. ALGEMENE BEPALINGEN VAN
DE
ARBEIDSOVEREENKOMSTENWET
VAN 1978
1. DE ARBEIDSOVEREENKOMST
1.1 WAT IS EEN ARBEIDSOVEREENKOMST?
Arbeidsovereenkomst = wederkerige overeenkomst tussen werkgever en werknemer,
waarbij beide verplichtingen aangaan
Werknemer = verbindt zich ertoe arbeid te verrichten tegen loon en onder gezag
van de werkgever
Werkgever = moet loon betalen en werk verschaffen (belangrijkste verplichting)
1.2 HET ONDERGESCHIKTE VERBAND
1.2.1 ALGEMEEN
Ondergeschikt verband = gezagsrelatie tussen werkgever en werknemer
Dit sluit zelfstandigheid in de uitvoering van het werk niet uit (bv. controle
achteraf bij een handelsvertegenwoordiger)
Kan ook bestaan tussen gehuwden, familieleden of partners
Geen ondergeschikt verband = geen arbeidsovereenkomst
De mate van zelfstandigheid kan verschillen tussen werknemers
1.2.2 SCHIJNZELFSTANDIGEN – PSEUDOWERKNEMERS
Schijnzelfstandigen = personen met een zelfstandig statuur, maar die in werkelijkheid
werken zoals een werknemer (bv. altijd voor dezelfde onderneming)
Voorbeeld p. 28 in het boek
Waar komt dit voor?
- Werkgevers willen sociale bijdragen voor werknemers vermijden
- Zelfstandigen willen voordelen van sociale zekerheid voor werknemers
Oplossing:
- De Commissie Arbeidsrelaties (Administratieve Commissie bij de FOD Sociale
Zekerheid) beslist of iemand werknemer of zelfstandige is
- Je kan daar een dossier indienen bij twijfel
- De beslissing is bindend voor RSZ en RSVZ
2