PLAN
1.1 DE ROL VAN DE FINANCIEEL DIRECTEUR
Vroeger had de financieel directeur een beperkte taak, namelijk het
registreren en rapporteren van financiële gegevens, het beheren van de
kaspositie en het aantrekken van voldoende financiële middelen.
Tegenwoordig, in moderne ondernemingen is de opdracht van de CFO
breder. Een CFO is een business partner die streeft naar
waardebescherming en waardecreatie.
Belangrijke beslissingen in het domein van de CFO:
- Investeringsbeslissingen
- Financieringsbeslissingen
- Dividendbeslissingen
- Risicomanagement
1.2 DE DOELSTELLING VAN DE ONDERNEMING: HET PERSPECTIEF VAN DE
AANDEELHOUDER EN VAN DE STAKEHOLDER
Maximalisatie van de waarde van de onderneming is de normatieve doelstelling,
die leidt tot een efficiënte toewijzing van de financiële middelen.
Welk objectief moet gemaximaliseerd worden bij het nemen van financiële
beslissingen? Verschillende criteria zijn mogelijk:
- Absolutie winst;
- Winst per aandeel
- Marktprijs per aandeel
Totale winst
Voorbeeld:
Vermogen Aantal winst Rentabiliteit Winst per
aandelen (=winst/verm aandeel
ogen)
Oorspronke 100 euro 10 20 20% 20/10 = 2
lijk euro euro
Extra 100 euro +10 4 euro 4%
investering
TOTAAL 200 euro 20 24 12% 24/20 = 1,2
euro euro
momenteel een rentabiliteit van 20% en een winst per aandeel van 2 euro. Ze
kan haar winst verhogen door nieuw aandelenkapitaal aan te trekken en de
opbrengst ervan te investeren in een nieuw project dat een rendement van 4%
zal opleveren. Deze operatie doet de absolute winst wel stijgen, maar relatief
gezien is de rentabiliteit voor de aandeelhouders gedaald. Niet enkel het
,absoluut bedrag aan winst is belangrijk, maar ook de grootte van de investering
die nodig is om de extra winst te realiseren
Winst per aandeel of rentabiliteit
Nochtans kan ook de rentabiliteit of de winst per aandeel niet het objectief zijn
van een onderneming omwille van volgende redenen:
- Er wordt geen rekening gehouden met de timing of de duur van de
verwachte resultaten.
- Ook het risico of de onzekerheid wordt niet in aanmerking genomen
!!Marktprijs per aandeel
Het objectief dat bij het nemen van financiële beslissingen gemaximaliseerd
wordt, moet bijgevolg rekening houden met 3 elementen: rentabiliteit, risico
en timing
1.2.2 CORPORATE GOVERNANCE: MANAGEMENT VERSUS
AANDEELHOUDERS
Corporate governance is het denken over de optimale beheersstructuur binnen
een onderneming. In de moderne economische theorie wordt de onderneming
beschouwd als een knooppunt van contracten tussen individuen en groepen, die
samenwerken in de onderneming ( managers, aandeelhouders, schuldeisers,
leveranciers, klanten, personeel, overheid,..)
Al deze partijen streven hun eigen doelstelling na, die niet steeds
overeenstemmen met de doelstellingen van de andere partijen
Men spreekt hier van agency-relaties: dit zijn relaties tussen personen die
gebaseerd zijn op een contract waarbij één persoon (de principaal) de
bevoegdheid geeft aan een andere persoon (de agent) om te handelen in zijn
naam.
1. de regeling van de relatie tussen management en aandeelhouders is één
aspect van jet denken over corporate governance. Dit is vooral belangrijk in
ondernemingen waar het denken over corporate governance. Dit is vooral
belangrijk in ondernemingen waar het management en het
aandeelouderschap (in belangrijke mate) gescheiden zijn.
- Managers = nemen risico (toch niet hun geld)
- Aandeelhouders = nemen liever geen risico (hun geld)
De aandeelhouders (= de principaals) stellen managers (= de agenten) aan
voor het dagelijks bestuur van hun onderneming. Beide partijen hebben een
ander ook in het nemen van risico, maar ook hebben ze een ander tijdshorizon:
,een manager heeft een kortere tijdshorizon dan de aandeelhouders, die vaak
langer betrokken blijven bij een onderneming.
De aandeelhouders zorgen ervoor dat hun ‘agenten’ beslissingen nemen die
leiden tot maximalisatie van de waarde van hun aandelen door:
- De doelstellingen van de aandeelhouders en het management zo veel
mogelijk op elkaar af te stemmen
- Een aangepast bewakingssysteem op te bouwen
Naast expliciete bewakingssystemen zijn er ook impliciete stimuli die het
management ertoe bewegen te handelen in het belang van de aandeelhouders.
Het agency-probleem is sterk aanwezig bij bedrijven die een aanzienlijke vrije
cashflow genereren (die veel geld hebben). Vaak hebben managers een
voorkeur om de vrije cashflow niet uit te keren, maar om ze in het bedrijf te
houden om investeringsprojecten door te voeren, ook al creëren ze geen
waarde.
= overinvesteringsprobleem
Aandeelhouders daarentegen verkiezen dat de vrije cashflow uitgekeerd wordt.
Naast de aandeelhouders moet het management ook rekening houden met
andere partijen die relaties onderhouden met de onderneming: schuldeisers,
klanten, leveranciers, personeel, overheid, rechtbanken. Ook de publieke opinie
is een belangrijke drijfveer voor het nemen van beslissingen.
2. een tweede belangrijke agency-relatie is deze tussen aandeelhouders en
schuldeisers.
De schuldeisers stellen financiële middelen ter beschikking van de
onderneming, waardoor de schuldeisers de principaal zijn en de onderneming,
samen met haar management en aandeelhouders, de agent van de
schuldeisers. Aandeelhouders verkiezen soms hoge dividenden omdat er dan
minder financiële middelen overblijven waarop schuldeisers beslag kunnen
leggen bij een eventueel faillissement.
Schuldeisers onderbinden ook een nadeel wanneer een bedrijf steeds meer
schulden aangaat = dit verslechtert de financiële positie van de onderneming
Ten slotte zijn aandeelhouders geneigd om het risico van de
investeringsprojecten te vergroten en dit vooral wanneer het reeds slecht gaat
met de onderneming.
Om een niet terugbetaling te voorkomen worden er meestal clausules opgesteld
in het contract tussen aandeelhouders en schuldeisers, die direct of indirect
beperkingen opleggen aan het management en/of de aandeelhouders.
, 1.2.3 VAN HET PERSPECTIEF VAN DE AANDEELHOUDER NAAR HET
PERSPECTIEF VAN DE STAKEHOLDER
Vanuit het perspectief van de aandeelhouders is maximalisatie van de waarde
van de aandelen en doelstelling leidt tot een efficiënte toewijzing van de
financiële middelen.
Soms kan het belang van de onderneming in strijd zijn met het algemene
belang, zoals het negeren van de milieuproblematiek.
‘aandeelhouderskapitalisme’ & ‘stakeholderkapitalisme’
De Europese Unie loop voorop door van bedrijven te verwachten dat zij naast de
aandeelhouders verschillende belanghebbenden bij hun strategie betrekken. Zij
legt daarbij de nadruk op ESG = Environment, social, governance) – erkend als
de 3 belangrijkste pijlers voor de beoordeling van duurzaamheid van een
onderneming
De richtlijn van de EU inzake duurzaamheidsrapportage voor bedrijven vereist
dat alle grote beursgenoteerde bedrijven een verslag uitbrengen over hun
impact op milieu, maatschappij en bestuur.
Ondernemingen worden dus aangemoedigd om meer verantwoorde wijze taken
te doen, ook in hun financiële functie. Dit zal in de eerste plaats een impact
hebben op het investeringsbeleid van een onderneming, waarbij bv milieu
vriendelijkere projecten de voorkeur krijgen boven meer vervuilende, maar ook
op haar financieringsbeleid met bv de mogelijkheid om groene obligaties uit te
geven om haar duurzame investeringen tegen een lagere kost te financieren.
1.3 INDELING VAN DE FINANCIËLE FUNCTIE
1.3.1 INVESTERINGSBESLISSINGEN (ACTIVA)
- investeringen in nieuwe activa
- bestaand activa
1.3.2 FINANCIERINGSBESLISSINGEN (PASSIVA)