Externe financiële verslaggeving
2025-2026
,DEEL 1: Financial accounting
Hoofdstuk 1: De jaarrekening
1.2 Kwalitatieve kenmerken van de jaarrekening
● Boekhoudkundige entiteit: Elke onderneming wordt als een zelfstandige entiteit
onderscheiden van haar eigenaars. Er is een strikte scheiding tussen het
privévermogen van de eigenaar en het vermogen van de onderneming.
● Continuïteitsprincipe: De onderneming heeft een onbepaalde levensduur, en kan
haar doelstellingen op lange termijn realiseren. Dit heeft een belangrijke invloed op
de waardering van vermogensbestanddelen. Aangezien er wordt verondersteld dat
een onderneming niet verkocht of vereffend wordt, dienen de activa niet
gewaardeerd te worden volgens de realisatiewaarden. Dit betekent dat de huidige
boekwaarde verschillend mag zijn van de realisatiewaarde.
● Monetaire kwantificering: Alle bezittingen, schulden, kosten en opbrengsten
worden uitgedrukt in een munteenheid, de euro. Dwz: alle gebeurtenissen die niet in
geld kunnen worden uitgedrukt, niet opgenomen worden in de boekhouding. Een
factuur in US dollar moet worden uitgedrukt naar euro. Nadeel = belangrijke, niet
kwantificeerbare info (zoals opleidingsniveau, klantenportefeuille) niet geregistreerd
kan worden in de boekhouding. Bv. Torfs → er zal nooit aantal schoenen staan, maar
altijd de waarde van die schoenen.
● Principe van periodiciteit: Een onderneming zal 1x per jaar een jaarrekening
opstellen. Hierbij wordt een overzicht gepresenteerd van de bezittingen,
financieringsbronnen en de wijze waarop het resultaat is samengesteld. Een
boekjaar moet niet samenvallen met een kalenderjaar, maar het grootste deel van de
ondernemingen sluit het boekjaar af op 31/12 (bv. Colruyt: op 31/03)
● Principe van volledigheid: Alle verrichtingen in een onderneming die een invloed
hebben op het vermogen of resultaat moeten worden geregistreerd.
● Compensatieverbod: Verrichtingen mogen onderling niet worden gecompenseerd.
Vb: Een schuld ten aanzien van een bepaalde organisatie mag niet gecompenseerd
worden met een vordering ten aanzien van diezelfde organisatie. Het is dus niet
toegestaan om transacties voor hun saldo te registreren.
● Periodetoerekeningsprincipe: Opbrengsten (baten) en kosten (lasten) worden
toegerekend aan een boekhoudperiode. Hierbij worden de opbrengsten en kosten
opgenomen in de jaarrekening van de periode waarop zij betrekking hebben.
⇒ kosten en opbrengsten toekennen aan de periode waarop ze betrekking hebben,
ongeacht in welke periode de ontvangst of betaling gebeurt
○ Kosten ≠ uitgaven
1
, ○ Opbrengsten ≠ ontvangsten
→ uitgewerkt in realisatieprincipe en overeenstemmingsprincipe
● Realisatieprincipe: De opbrengsten worden opgenomen in de resultatenrekening
van zodra deze behaald zijn. Opbrengsten worden geregistreerd indien een
onderneming de prestaties geleverd heeft.
● Overeenstemmingsprincipe (matching principe): Kosten worden toegewezen aan
dezelfde boekhoudperiode waarin de bijhorende opbrengsten worden gerealiseerd.
⇒ Kosten zijn “middelen” die je gebruikt tijdens een bepaalde periode om hiermee
opbrengsten te kunnen verkrijgen → tov een kost staat altijd een opbrengst
⇒ Als je pas volgend jaar die goederen gaat verkopen, mag je pas volgend jaar die
kost inbrengen
● Voorzichtigheidsprincipe: Bij twijfel worden de activa en opbrengsten
ondergewaardeerd, en de verplichtingen en de kosten overgewaardeerd.
● Bestendigheid- of consistentieprincipe: Een onderneming moet de gekozen
waarderingsmethoden en rapporteringsvormen vastleggen en consistent blijven
toepassen in de daaropvolgende jaren.
Regelgevend kader
⇒ Beursgenoteerde bedrijven moeten IFRS hanteren
Vb. AB Inbev België en Heineken Nederland → als je lokale boekhoudstandaarden zou
gebruiken dan zouden deze moeilijk te vergelijken zijn, want in BE zijn er andere
standaarden dan in NL → daarom beslist om beursgenoteerde bedrijven internationale
boekhoudstandaarden te geven (dus IFRS) → met uitzondering van de VS, deze hebben
nog andere standaarden
In BE: voorzichtigheidsprincipe overheerst → minder duidelijk beeld van de werkelijk waarde
(activa wordt gewaardeerd tegen aankoopwaarde en niet tegen reële waarde)
⇔ Bij IFRS: wel tegen reële waarde, geeft dus een veel duidelijker beeld
Reële waarde = fair value
Vb. verdeling winst per regio → dit moet je verplicht registreren bij IFRS en niet bij de
Belgische
2
, Resultatenrekening geeft beeld van opbrengsten en kosten
⇔ Kasstromentabel: geeft beeld van ontvangsten (geldbewegingen) en uitgaven
Geconsolideerde jaarrekening = groepsjaarrekening → prestaties van de groep (dus ook van
moeder/dochteronderneming)
Enkelvoudige jaarrekening = financiële positie en prestaties van 1 entiteit
Niet-beursgenoteerd, niet-financiële sector & geconsolideerde jaarrekening:
- Waarom zou je IFRS gebruiken? → als je veel buitenlandse investeerders wil
aantrekken
- Waarom Belgisch? → is makkelijker en eenvoudiger
Niet-beursgenoteerd, niet-financiële sector & enkelvoudige jaarrekening
- Waarom zijn dit Belgische boekhoudstandaarden? → de fiscale winstberekening
(vennootschapsbelasting) vertrekt van de jaarrekening opgesteld volgens de BE
GAAP → de boekhoudregels bepalen de winst die belastbaar is → daarom belangrijk
dat boekhouding op uniforme, wettelijk vastgelegde manier gebeurt, anders zou elke
onderneming haar winst anders kunnen berekenen
Jaarrekeningen publiek beschikbaar
→ balanscentrale
Balans = waarde van bezittingen & waarde van financieringsbronnen op een bepaald
moment
Resultatenrekening = is altijd voor een jaar (omzet is zonder de btw)
3