HOOFDSTUK 1 VERZAMELEN VAN GEGEVENS
1. POPULATIE EN STEEKPROEF
Populatie = volledige verzameling van mensen/dingen/feiten waarover je
een uitspraak wenst te doen
Statisch onderzoek tot uitspraken komen (populatie moet heel veel elementen
bevatten om zinvol van statische methodes gebruik te kunnen maken)
3 elementen noodzakelijk in de beschrijving v/d populatie: tijd, plaats,
inhoud
Steekproef = deel v/d populatie (onmogelijk om aan ieder individu gegevens
te verkrijgen)
moet representatief zijn:
- Groep moet even verdeeld zijn (willekeurige of alle kenmerken in
steekproef als in populatie)
- Voldoende groot (afhankelijk wat je wil onderzoeken)
2. STATISTISCHE VARIABELEN EN HUN MEETSCHAAL
Statistische variabele = eigenschap, kenmerk v/d elementen v/d populatie
die men in het onderzoek opneemt (bv. geslacht) X, Y, Z genoteerd
zoveel mogelijk is meer preciezer
gewoon om resultaten van statistische variabelen om te zetten in
getallen ( x = 1 als x een man is / x = 2 als x een vrouw is) : de getallen
hebben niet altijd evenveel betekenis verschillen in meetschaal (of
meetniveau)
Kwalitatieve (of niet-numerieke) variabele = getalwaarde weinig betekenis
heeft (bv. haarkleur v/e persoon)
Nog 2 niveaus onderscheiden:
- Nominaal: getalen een code zijn (x =1 voor man & x =2 voor vrouw mar
je kon ook A en B gebruiken)
- Ordinaal: getallen een natuurlijke volgorde weergeven ondanks dat
ze symbolisch zijn (° mee eens; ° eerder eens; ° eerder oneens; °oneens)