Deel 1: Voortplanting
1. Anatomie (bouw) en fysiologie (werking) van de voortplantingsorganen
o Gametogenese
o Ovariële cyclus
2. Hoe kan worden ingegrepen in de voortplantingscyclus bij onze huisdieren?
→ Stimuleren (nieuwe voortplantingstechnieken)
→ Afremmen (contraceptie)
Deel 2: Verloskunde
1. De normale dracht
2. De normale partus (geboorte)
3. De afwijkende partus
→ assistentie bij de repositie
→ assistentie bij de keizersnede
Deel 1: Anatomie van het vrouwelijk geslachtsapparaat
➔ Het geboortekanaal (= bekkenkanaal)
= Algemene bouw
• Beenderig geboortekanaal
• Vorm: afgeknotte kegel
o Grootste doorsnede = craniaal (richting buikholte)
o Kleinste doorsnede = caudaal
▪ Iets vervormbaar (hormoon relaxine)
• Craniale opening:
o Stugge, gesloten, beenderige ring
o Beslissend voor het uitdrijven van de
vrucht
o Veulen breed in lengte
o Kalf breed in breedte
• Caudale ring bestaat uit:
o Darmbeenzuil
o Zitbeenboog
o Brede bekkenbanden
o Os sacrum (heiligbeen)
o Eerste staartwervels
,= Functioneel belang
• Caudale ring is beslissend bij het uitdrijven van de vrucht
• Verticale doorsnede > horizontale doorsnede
• Dorsaal > ventraal
• Dit bevordert het doorschuiven van:
o Heupen
o Boeg
o Schouders
➔ Overzicht vrouwelijke geslachtsorganen
= Bestaan uit:
1) Ovaria (2: links & rechts)
2) Gangensysteem:
• 2 eileiders (oviducten / salpinx / tubae Fallopii)
• 1 uterus/baarmoeder
• 1 cervix/baarmoederhals
• 1 vagina/schede
• 1 vulva/schaamspleet
= Ophanging
• Opgehangen aan een scheil
(peritoneum)
o Mesovarium
o Mesosalpinx
o Mesometrium
• Rijk aan gladde spiercellen
1) De eierstokken (ovarium)
= Algemene kenmerken
• Klein orgaan
• Ovaal, iets afgeplat
• Liggen links en rechts
• Bestaan uit bindweefsel met eicellen
• Groeien tot geslachtsrijpheid
• Verkleinen richting menopauze
• Grootte afhankelijk van:
o Cyclusstadium
o Diersoort
= Functies!!!
• Gametogenese (oögenese)
• Hormoonproductie
,= Diersoortverschillen ovaria
• Rund
o Liggen IN bekken (niet-drachtig dier)
o Langwerpig
o 15–20 g
o Zacht aanvoelend
o Goed voelbaar rectaal
• Kleine herkauwers + hond & kat
o Gelijkaardig aan rund
o Alleen KLEINER
• Zeug!!!
o Druiventrosvormig
o Purperrood (sterke
vascularisatie/doorbloeding)
o Iedere bol is een geel lichaam
of follikel
o Veel ovulaties per eierstok
• Merrie
o Dieper in buik (onder lendenen)
o Rond diameter
o Minder makkelijk te voelen
o Harder dan koe
▪ sterke tunica
albuginea/bindweefselkapsel
o Ovulatiegroeve
▪ Geen tunica albuginea
▪ Hier komt eicel vrij (stigma)
2) Gangensysteem
➔ De eileider (oviduct/salpinx/tuba Fallopii)
= Algemene kenmerken
• Dunne, sterk gekronkelde buis
• Symmetrisch
• Verbindt ovarium met uterus
• Niet voelbaar, nauwelijks zichtbaar
= functies
• Vangt de eicel op
• Transport eicel naar baarmoeder
• Transport zaadcel naar eicel
, = 4 onderdelen
1. Infundibulum
o Trechtervormig + fimbriae
(vingervormige franjes)
o Omsluit ovarium
o Vangen oöcyt op
2. Ampulla
o Grootste diameter
o Grootste deel eileider
o ➜ Bevruchting gebeurt hier
▪ (bovenste derde)
3. Isthmus
o Smalste deel/nauwste diamter
o Verbindt ampulla met intramuraal deel van de uterus
4. Intramuraal deel
o Overgang van isthmus naar uterus
= Histologie
• Slijmvlies met veel plooien
• Trilhaarcellen → transport richting uterus
• Spierlaag:
o Binnen circulair
o Buiten longitudinaal
• Peristaltische contracties
➔ De uterus (baarmoeder)
= Algemene bouw
• Meestal:
o 1 corpus
o 2 baarmoederhoornen
➜ Uterus bicornis
= Uteruswand bestaat uit:
1. Perimetrium (serosa)
o Buitenste laag
2. Myometrium
o spierlaag
o Binnen circulair
o Midden: vaatrijke laag/tussenlaag
o Buiten longitudinaal
o Gevoelig voor hormonale & neurogene prikkels
o Sterke hypertrofie tijdens dracht