NEUROFYSIOLOGIE
H4: STRUCTUUR EN ONTWIKKELING VAN HET ZENUWSTELSEL
(HERHARLING)
4.1 FUNCTIONELE ONDERVERDELING VAN HET ZENUWSTELSEL
ZS voelt, integreert en reageert op verschillende prikkels. O.b.v. lichaamscontrole kan het
CZS niet functioneel worden opgedeeld, maar het PZS heeft 2 functionele divisies:
- Sensorische/afferente divisie
Zenuwen die externe info van sensorische receptoren aan het CZS geven
- Motorische/efferente divisie
Zenuwen die impulsen doorgeven van CZS naar de effectoren (zoals
spieren en klieren)
Onderverdeeld in:
o Somatische systeem (perifere zenuwen)
Sensorische input: info naar CZS
Motorische input: signaal van CZS naar spieren, klieren,..
o Autonome systeem
Bestuurt gladde en hartspieren en klieren (organen, klieren,
bloedvaten)
Regelt onbewust fysiologische processen
Bestaat uit:
sympatische divisie: hartslag verlagen
parasympatische divisie: hartslag verlagen
enterische ZS: netwerk v neuronen dat beweging en
afscheiding van het maag-darm kanaal regelt
4.2 FUNCTIES VAN HET ZENUWSTELSEL
Het ZS heeft 3 hoofdfuncties:
- Sensatie
Zintuigelijke functies detecteren en verwerken prikkels uit de externe en
interne omgeving
Info wordt verzameld door gespecialiseerde receptoren, verspreid over het
hele lichaam + voor verwerking doorgegeven aan het CZS
- Integratie
Integratieve functies verwerken en interpreteren sensorische info die door
CZS wordt ontvangen
Gebruikt om beslissingen te nemen en de juiste acties te genereren
- Motorische output
Motorische functies sturen signalen van CZS naar spieren en klieren
Resulteren in vrijwillige of onvrijwillige reacties (vb. controleren van een
beweging, handhaven van de lichaamshouding, reguleren van de interne
omgeving van het lichaam)
4.3 PPT – STRUCTUUR EN ONTWIKKELING VAN HET ZENUWSTELSEL
Neurofysiologie = studie van de werking en functie van het ZS
We kunnen het ZS opdelen in 2 delen:
- CZS
Hersenen, hersenstam en ruggenmerg
, Commando- of controlecentrum van ZS
De hersenen:
o Wegen gemiddeld 2% van ons lichaamsgewicht
o Verbruiken 20% zuurstof
o Verbruiken 20-25% van ons rustmetabolisme (glucose – geen
andere macromol)
o Heel rijk netwerk aan bloedvaten, neuronen en cellen
o Kan slechts 4-6 minuten zonder zuurstof overleven
- PZS
Autonoom ZS (visceraal):
o Orthosympatisch (fight)
Bijnieren stimuleren om adrenaline vrij te geven bloed
weg van spijsverteringsstelsel naar spieren (om te reageren
indien nodig)
Stijging HF, ademhaling, zweetproductie (overtollige warmte
afgeven zodat we niet oververhitten)
o Parasympatisch (flight)
Toe stand van rust – bloed van spieren terug naar
spijsverteringsstelsel
Wil naar toestand voor opbouw van weefsel +
herstelmechanismen bevorderen
Somatisch ZS (willekeurig):
o Zenuwen van hoofd, romp en ledematen
Ontstaan van het ZS:
- Neurale plaat neurale buis
- Rondom rond toegroeien anterieur en posterieur een opening (deze moeten
uiteindelijk ook sluiten)
Bij incorrect sluiten van anterieur deel anencephalie = afwezigheid van
groot deel van de hersenen + hersenschedel
Bij niet sluiten van posterieur deel open rug – veroorzaakt heel wat
problemen:
o Motorische problemen, continentieproblemen, hydrocephalie
(abnormale opstapeling van hersenvocht), uitstulpsel op rug
o 50-70% door vit D tekort – foliumzuur tijdens zwangerschap
aangeraden
- Vormen hersenen en ruggenmerg doorheen verdere ontwikkeling
Cellen van het zenuwstelsel: neuronen + gliacellen
Neurogenese = aanmaak van nieuwe neuronen
- Neurale (of gliale) progenitorcellen zetten neurogenese (of gliogenese) aan
- !!! fysieke activiteit en ‘vereikte omgeving zetten aan tot neurogenese
Neurale proliferatie = de eerste stap in de aanmaak van nieuwe neuronen en
gliacellen - gebeurt tussen de vijfde week en vijfde maand van de zwangerschap
Proliferatie en migratie van cellen:
- Precursor cellen in (sub)ventriculaire zones
, Precursorcellen = voorlopers ongedifferentieerde cellen ° door
celdeling en differentiatie
- Celdeling (symmetrisch vs assymetrisch en differentiatie)
- Migratie van cellen via gliacellen
Cellen zijn op dit moment nog ongedifferentieerd
Differentiatie start wanneer de migratie van de cel start (elke cel: andere
differentiatie op andere tijd)
!! Alles wat gebeurt tijdens de zwangerschap heeft invloed op de
ontwikkeling van het ZS (– foetaal
alcoholsyndroom)
- Migrerende cellen vormen dan een laminaire cortex
Foetaal alcoholsyndroom:
- Vertraagde groei: o.a. lager geboortegewicht, kleine
hoofdomtrek.
- Gezichtsafwijkingen: o.a. afgeplat gezicht, lage oren,
kleine kin.
- Neurologische afwijkingen: bijvoorbeeld slechte spiercoördinatie, hyperactiviteit of
autistisch gedrag
Synaptogenese – verdere groei:
- Eerste synapsen vormen zich voor 27 weken
- Piek tijdens de eerste 15 maanden van het leven
- Toename hersenvolume ook door:
vergroten neuronen door de omvang van dendrieten + myelinisatie van de
axonen
proliferatie van gliacellen
- Van geboorte tot volwassen: hersenen x4
Niet door aantal neuronen
Wel door: SYNAPTOGENESE en vorming van dendrieten + SYNAPS
ELIMINATIE
Synaps-eliminatie: (vanaf ongeveer 2 jaar)
- Neurale connectiviteit nauwkeurig afstemmen = overtollige, ongebruikte of niet
functionele onderlinge verbindingen tussen neuronen worden geëlimineerd (40-
75%)
- Neurotrophines:
Promoten neuronale groei en overleving v neuronen
Begeleiden axonen
Stimuleren synaptogenese
, O
v
g
!! zie ook dia 18 en 19
z
H5: CELLEN EN HUN FUNCTIES VAN HET ZS (HERHALING) à
Cellen van het ZS: v
1. Neuronen
Een neuron bestaat uit: à
- Een neuron bestaat uit:
- Cellichaam of soma
- Dendrieten
Ontvangen signalen van andere neuronen
Korte uitlopers van het cellichaam
Rijke diversiteit aan morfologie tussen verschillende klassen van neuronen:
o Piramidale neuronen in de hersenschors hebben bijvoorbeeld 1
lange apicale dendriet, en talrijke kortere basale dendrieten.
o Multipolaire neuronen, hebben vele dendrieten afkomstig
van het cellichaam, dat rondom rond het cellichaam ontspringen en
1 enkel axon.
- Axonen (+/- myeline schede zorgt voor bescherming en makkelijke geleiding
van AP)
Outputeenheid van de cel
Stuurt info naar andere neuronen, spiercellen of klieren
De synaptische spleet, de ruimte tussen een synaptische terminal en zijn
doelcel, dient als de site voor interneurale communicatie
- Axon uiteindes of presynaptische terminals (of synapsen) signaaloverdracht
Types neuronen (heel veel verschillende soorten):
- Multipolaire neuronen (1 axon met heel veel dendrieten)
- Bipolaire neuronen:
Classificatie op het aantal ‘processen’ die direct van het cellichaam
vertrekken: de dendritische wortel + het axon
Pseudo-unipolaire cel: 2 axonen – geen echte dendrieten
Grijze en witte stof in de hersenen:
H4: STRUCTUUR EN ONTWIKKELING VAN HET ZENUWSTELSEL
(HERHARLING)
4.1 FUNCTIONELE ONDERVERDELING VAN HET ZENUWSTELSEL
ZS voelt, integreert en reageert op verschillende prikkels. O.b.v. lichaamscontrole kan het
CZS niet functioneel worden opgedeeld, maar het PZS heeft 2 functionele divisies:
- Sensorische/afferente divisie
Zenuwen die externe info van sensorische receptoren aan het CZS geven
- Motorische/efferente divisie
Zenuwen die impulsen doorgeven van CZS naar de effectoren (zoals
spieren en klieren)
Onderverdeeld in:
o Somatische systeem (perifere zenuwen)
Sensorische input: info naar CZS
Motorische input: signaal van CZS naar spieren, klieren,..
o Autonome systeem
Bestuurt gladde en hartspieren en klieren (organen, klieren,
bloedvaten)
Regelt onbewust fysiologische processen
Bestaat uit:
sympatische divisie: hartslag verlagen
parasympatische divisie: hartslag verlagen
enterische ZS: netwerk v neuronen dat beweging en
afscheiding van het maag-darm kanaal regelt
4.2 FUNCTIES VAN HET ZENUWSTELSEL
Het ZS heeft 3 hoofdfuncties:
- Sensatie
Zintuigelijke functies detecteren en verwerken prikkels uit de externe en
interne omgeving
Info wordt verzameld door gespecialiseerde receptoren, verspreid over het
hele lichaam + voor verwerking doorgegeven aan het CZS
- Integratie
Integratieve functies verwerken en interpreteren sensorische info die door
CZS wordt ontvangen
Gebruikt om beslissingen te nemen en de juiste acties te genereren
- Motorische output
Motorische functies sturen signalen van CZS naar spieren en klieren
Resulteren in vrijwillige of onvrijwillige reacties (vb. controleren van een
beweging, handhaven van de lichaamshouding, reguleren van de interne
omgeving van het lichaam)
4.3 PPT – STRUCTUUR EN ONTWIKKELING VAN HET ZENUWSTELSEL
Neurofysiologie = studie van de werking en functie van het ZS
We kunnen het ZS opdelen in 2 delen:
- CZS
Hersenen, hersenstam en ruggenmerg
, Commando- of controlecentrum van ZS
De hersenen:
o Wegen gemiddeld 2% van ons lichaamsgewicht
o Verbruiken 20% zuurstof
o Verbruiken 20-25% van ons rustmetabolisme (glucose – geen
andere macromol)
o Heel rijk netwerk aan bloedvaten, neuronen en cellen
o Kan slechts 4-6 minuten zonder zuurstof overleven
- PZS
Autonoom ZS (visceraal):
o Orthosympatisch (fight)
Bijnieren stimuleren om adrenaline vrij te geven bloed
weg van spijsverteringsstelsel naar spieren (om te reageren
indien nodig)
Stijging HF, ademhaling, zweetproductie (overtollige warmte
afgeven zodat we niet oververhitten)
o Parasympatisch (flight)
Toe stand van rust – bloed van spieren terug naar
spijsverteringsstelsel
Wil naar toestand voor opbouw van weefsel +
herstelmechanismen bevorderen
Somatisch ZS (willekeurig):
o Zenuwen van hoofd, romp en ledematen
Ontstaan van het ZS:
- Neurale plaat neurale buis
- Rondom rond toegroeien anterieur en posterieur een opening (deze moeten
uiteindelijk ook sluiten)
Bij incorrect sluiten van anterieur deel anencephalie = afwezigheid van
groot deel van de hersenen + hersenschedel
Bij niet sluiten van posterieur deel open rug – veroorzaakt heel wat
problemen:
o Motorische problemen, continentieproblemen, hydrocephalie
(abnormale opstapeling van hersenvocht), uitstulpsel op rug
o 50-70% door vit D tekort – foliumzuur tijdens zwangerschap
aangeraden
- Vormen hersenen en ruggenmerg doorheen verdere ontwikkeling
Cellen van het zenuwstelsel: neuronen + gliacellen
Neurogenese = aanmaak van nieuwe neuronen
- Neurale (of gliale) progenitorcellen zetten neurogenese (of gliogenese) aan
- !!! fysieke activiteit en ‘vereikte omgeving zetten aan tot neurogenese
Neurale proliferatie = de eerste stap in de aanmaak van nieuwe neuronen en
gliacellen - gebeurt tussen de vijfde week en vijfde maand van de zwangerschap
Proliferatie en migratie van cellen:
- Precursor cellen in (sub)ventriculaire zones
, Precursorcellen = voorlopers ongedifferentieerde cellen ° door
celdeling en differentiatie
- Celdeling (symmetrisch vs assymetrisch en differentiatie)
- Migratie van cellen via gliacellen
Cellen zijn op dit moment nog ongedifferentieerd
Differentiatie start wanneer de migratie van de cel start (elke cel: andere
differentiatie op andere tijd)
!! Alles wat gebeurt tijdens de zwangerschap heeft invloed op de
ontwikkeling van het ZS (– foetaal
alcoholsyndroom)
- Migrerende cellen vormen dan een laminaire cortex
Foetaal alcoholsyndroom:
- Vertraagde groei: o.a. lager geboortegewicht, kleine
hoofdomtrek.
- Gezichtsafwijkingen: o.a. afgeplat gezicht, lage oren,
kleine kin.
- Neurologische afwijkingen: bijvoorbeeld slechte spiercoördinatie, hyperactiviteit of
autistisch gedrag
Synaptogenese – verdere groei:
- Eerste synapsen vormen zich voor 27 weken
- Piek tijdens de eerste 15 maanden van het leven
- Toename hersenvolume ook door:
vergroten neuronen door de omvang van dendrieten + myelinisatie van de
axonen
proliferatie van gliacellen
- Van geboorte tot volwassen: hersenen x4
Niet door aantal neuronen
Wel door: SYNAPTOGENESE en vorming van dendrieten + SYNAPS
ELIMINATIE
Synaps-eliminatie: (vanaf ongeveer 2 jaar)
- Neurale connectiviteit nauwkeurig afstemmen = overtollige, ongebruikte of niet
functionele onderlinge verbindingen tussen neuronen worden geëlimineerd (40-
75%)
- Neurotrophines:
Promoten neuronale groei en overleving v neuronen
Begeleiden axonen
Stimuleren synaptogenese
, O
v
g
!! zie ook dia 18 en 19
z
H5: CELLEN EN HUN FUNCTIES VAN HET ZS (HERHALING) à
Cellen van het ZS: v
1. Neuronen
Een neuron bestaat uit: à
- Een neuron bestaat uit:
- Cellichaam of soma
- Dendrieten
Ontvangen signalen van andere neuronen
Korte uitlopers van het cellichaam
Rijke diversiteit aan morfologie tussen verschillende klassen van neuronen:
o Piramidale neuronen in de hersenschors hebben bijvoorbeeld 1
lange apicale dendriet, en talrijke kortere basale dendrieten.
o Multipolaire neuronen, hebben vele dendrieten afkomstig
van het cellichaam, dat rondom rond het cellichaam ontspringen en
1 enkel axon.
- Axonen (+/- myeline schede zorgt voor bescherming en makkelijke geleiding
van AP)
Outputeenheid van de cel
Stuurt info naar andere neuronen, spiercellen of klieren
De synaptische spleet, de ruimte tussen een synaptische terminal en zijn
doelcel, dient als de site voor interneurale communicatie
- Axon uiteindes of presynaptische terminals (of synapsen) signaaloverdracht
Types neuronen (heel veel verschillende soorten):
- Multipolaire neuronen (1 axon met heel veel dendrieten)
- Bipolaire neuronen:
Classificatie op het aantal ‘processen’ die direct van het cellichaam
vertrekken: de dendritische wortel + het axon
Pseudo-unipolaire cel: 2 axonen – geen echte dendrieten
Grijze en witte stof in de hersenen: