FINANCIEEL-ECONOMISCHE
ACTUALITEIT
Samenvatting van mogelijke vragen uit alle (gast)lessen
Meer dan 100 mogelijke vragen (vragen tijdens de les +
“standaardvragen”)
4 vragen op examens: 1 over artikel - 3 over cursus (bij elke vraag kan er
worden doorgevraagd)
Soms zijn er extra vragen toegevoegd door mijzelf om de leerstof beter te
begrijpen makkelijker om alles eenvoudiger uit te leggen + linken te
leggen
Inhoud
Lessen................................................................................................................. 1
Les 1d1............................................................................................................. 1
Les 1d2............................................................................................................. 2
Les 2................................................................................................................ 3
Les 3................................................................................................................ 3
Les 4 ratio........................................................................................................ 4
Les 5d1............................................................................................................. 5
Les 5d2............................................................................................................. 5
Les 5d3............................................................................................................. 6
Les 6................................................................................................................ 6
Les 7................................................................................................................ 7
Les 8d1............................................................................................................. 8
Les 8d2............................................................................................................. 8
Les 8d3............................................................................................................. 9
Les 8d4............................................................................................................. 9
Gastles alternatieve verloning...........................................................................10
LESSEN
LES 1D1
, 1. Leg het onderscheid uit tussen de aanpak die vertrekt van de
resultatenrekening en de aanpak die vertrekt van de balans
2. Wat is "fair value"? Hoe wordt fair value in de praktijk bepaald wanneer er
geen marktprijs is?
3. Waarom hebben ondernemingen weerstand geboden tegen fair value
accounting in de resultatenrekening? Illustreer met het voorbeeld uit de
slides
4. Wat is het verschil tussen "clean surplus" en "dirty surplus" accounting?
5. Wat is "other comprehensive income" (OCI)? Waarom bestaat het? Hoe
verhoudt het zich tot "comprehensive income"?
6. RIM eenvoudig uitleggen (in mensentaal – trouwens bij alles zo doen)
waarom -ev3? (en weten wanneer niet aftrekken)
Berekeningsvragen: HC vs. FV voorbeeld (cashflows 50/jaar, rente 5%)
1. Een onderneming start met 100 cash (EV). Op dag 1 van jaar 1 wordt alles
geïnvesteerd. Netto cashflows zijn 50 per jaar gedurende 3 jaar; rente =
5%. Bereken het EV en de winst voor elk jaar volgens de FV-methode.
2. Bereken EV en winst voor elk jaar volgens de HC-methode (lineaire
afschrijving over 3 jaar, cash op spaarrekening à 5%).
3. Verklaar waarom bij FV-waardering de winst in jaar 1 (42,97) veel groter is
dan bij HC (16,67), maar de eindwaarde van het EV gelijk is.
Residual Income Model (RIM)
1. Leid het Residual Income Model (RIM) af vanuit het Dividend Discount
Model (DDM), gebruikmakend van de clean surplus relatie. Leg eenvoudig
"residuele winst" (RI) uit.
2. Controleer met het RIM (op basis van HC-cijfers) dat de waarde van de
onderneming op eind jaar 1 gelijk is aan 142,97. Waarom zijn de residuele
financiële winsten nul bij FV-waardering?
3. Hoe werkt het RIM bij een gemengd boekhoudmodel (HC voor operationele
activa, FV voor financiële activa/schulden)? Wat zijn "netto financiële
schulden" en "bedrijfswinst" in dit model?
LES 1D2
1. Wat is een calloptie? Wat is een putoptie? Wat is het verschil tussen koper
en schrijver van een optie?
2. Wat is de intrinsieke waarde (IW) van een call met strike 80 en
aandeelprijs 100? Wat bij aandeelprijs 75? Bereken ook de IW van een put
met strike 70 bij aandeelprijs 65 en bij 60.
3. Wat verstaan we onder "in the money"? Wanneer is een optie "out of the
money"?
4. Stel: call met strike 80, aandeelprijs 82, marktoptieprijs 5. Bereken de
tijdswaarde. Welke factoren bepalen de tijdswaarde?