Volledige uitgebreide samenvatting
Voorbereidende werken - Funderingen - Kelders - Huisriolering - Bovengrondse metselwerken -
Draagvloeren - Platte daken - Hellende daken
Deze samenvatting is opgebouwd voor iemand zonder bouwtechnische voorkennis. Daarom worden
begrippen telkens eerst eenvoudig uitgelegd en daarna gekoppeld aan de vaktermen uit de cursus. De
volgorde volgt de aangeleverde hoofdstukken H1 tot en met H8.
Leeswijzer
Gebruik dit document niet als korte spiekbrief, maar als volledige leerbundel. Eerst lees je per hoofdstuk
de gewone uitleg. Daarna staan telkens vergelijkingen, aandachtspunten en examengerichte
kernpunten. Belangrijke getallen en regels uit de presentaties zijn behouden, bijvoorbeeld 2% afschot bij
platte daken, minimale opleg bij vloeren en de splitsing tussen DWA en RWA.
Inhoud
1. Voorbereidende werken
2. Funderingen
3. Kelders
4. Huisriolering
5. Bovengrondse metselwerken
6. Draagvloeren
7. Platte daken
8. Hellende daken
9. Begrippenlijst en controlelijst
Constructie Ruwbouw - uitgebreide samenvatting
,1. Voorbereidende werken
Schema 1 - de logica van voorbereidende werken: eerst terrein en grond begrijpen, daarna pas fundering
kiezen.
1.1 Het terrein
Voor men begint te bouwen, moet men weten wat op het terrein juridisch, ruimtelijk en technisch mogelijk
is. Een terrein is niet automatisch bouwgrond en zelfs bouwgrond kan beperkingen hebben. De ligging
bepaalt onder andere of een vrijstaande, halfopen of gesloten bebouwing mogelijk is, waar de woning mag
staan en of er bouwvrije zones zijn.
Belangrijke vragen bij de ligging zijn: bestemming van het terrein, geschikt voor bewoning of een
eengezinswoning, grootte en vorm van het perceel, rooilijn, bouwlijn, bouwzone, bouwvrije zones,
oriëntatie, nutsvoorzieningen, erfdienstbaarheden en overstromingsgevoeligheid. Antwoorden komen
meestal van de technische dienst van de gemeente of stad, de verkoper, het immokantoor, de notaris en
soms omwonenden.
Begrip Simpele uitleg Waarom belangrijk?
Rooilijn Grens tussen openbaar domein Bepaalt waar het openbaar
en privéperceel. domein stopt en waar het private
perceel begint.
Bouwlijn Lijn waarop of waarachter de Een woning mag niet zomaar
voorgevel meestal moet staan. naar voren of achteren worden
ingeplant.
Bouwzone Zone op het perceel waar Buiten de bouwzone bouwen kan
gebouwd mag worden. strijdig zijn met de vergunning.
Bouwvrije zone Zone waar niet gebouwd mag Belangrijk voor open/halfopen
worden, bijvoorbeeld zijstroken. bebouwing en afstand tot buren.
Erfdienstbaarheid Last op een perceel ten voordele Kan het ontwerp beperken of
van een ander perceel, bv. toegang regelen.
doorgang.
1.2 De ondergrond
De ondergrond is bouwtechnisch bepalend. Niet de zichtbare tuinlaag, maar de diepere grondlagen dragen
uiteindelijk de woning. De samenstelling van de grondlagen, het draagvermogen van de ondergrond en de
Constructie Ruwbouw - uitgebreide samenvatting
,grondwaterstand bepalen het funderingssysteem en soms zelfs de vorm van het gebouw. Een fout
ingeschatte ondergrond is een klassieke oorzaak van bouwschade.
De ondergrond wordt ingeschat via terreinverkenning en bodemonderzoek. Terreinverkenning geeft visuele
waarschuwingen; bodemonderzoek geeft technische gegevens zoals grondlagen, conusweerstand,
grondwater en mechanische eigenschappen.
1.3 Terreinverkenning
Terreinverkenning is het eerste onderzoek met het oog en gezond bouwkundig verstand. Men zoekt naar
signalen die kunnen wijzen op instabiele grond, waterproblemen of aangevoerde grond.
Tekenen van grondverschuivingen of sterke erosie van taluds.
Plaatselijke verzakkingen of scheuren in bestaande verhardingen.
Bruuske wijzigingen van het reliëf van hellingen.
Aanwezigheid van aangevoerde grond, ophogingen, afval of huisvuil.
Plotse wijzigingen in de aard van de grond.
Soorten bomen, hoogte, omtrek en staat: bomen kunnen wijzen op water of op risico door wortels.
Sporen van oude waterlopen, waterplanten of overstromingen.
Bij hellingen: risico op uittredend grondwater.
Voorbeeld
Staan er knotwilgen langs een gracht of zijn er sporen van waterplanten, dan is dat geen bewijs van
slechte grond, maar wel een signaal dat waterhuishouding en grondwaterstand aandacht vragen. Bij een
kelder wordt dat extra belangrijk.
1.4 Grondsoorten: losse grond versus rotsachtige grond
Losse grond kan meestal tussen de vingers worden verbrokkeld en zonder voorafgaande verkleining
worden uitgegraven. Losse grond wordt gekenmerkt door korrelsamenstelling, consistentie en het gehalte
aan organische of kalkhoudende stoffen. Rotsachtige grond bestaat uit fragmenten die blokken of banken
vormen; bij uitgraving is verkleining nodig. Rots kan zeer sterk zijn, maar scheidingsvlakken kunnen
breuken en verglijding veroorzaken.
Korrelgrootte volgens Bouwkundige
Grondsoort Herkennen
cursus betekenis
Klei < 0,002 mm Zacht/vettig, kleeft aan Kan zetten en
vingers, droogt traag, krimpen/zwellen;
plastisch, zwelt met voorzichtig bij
water en krimpt bij funderingen.
droging.
Leem 0,002 tot 0,06 mm Ruw gevoel, knarst Matig tot goed bij
tussen tanden, voldoende dikte;
absorbeert gemakkelijk zettingsverschijnselen
water. mogelijk.
Zand 0,06 tot 2 mm Korrels zichtbaar, geen Goede bouwgrond als
plasticiteit, droge laag dik, homogeen en
korrels lopen door niet drijfzand is. Grof
vingers. zand draagt beter dan
fijn zand.
Grind 2 tot 60 mm Grotere korrels, Vaak goede bouwgrond
zichtbaar en voelbaar. bij voldoende dikte en
homogeniteit.
Keien/brokken > 60 mm Grote stukken. Kan deel zijn van
mengsels;
Constructie Ruwbouw - uitgebreide samenvatting
, Korrelgrootte volgens Bouwkundige
Grondsoort Herkennen
cursus betekenis
uitvoerbaarheid en
homogeniteit
controleren.
Veen/organisch Geen gewone minerale Donkerbruin, geur, veel Ongeschikt als
klasse plantaardig materiaal. funderingsgrond;
zoeken naar
draagkrachtige
onderliggende laag.
Ophoging Mengsel, afhankelijk Aangevoerde grond, Weinig betrouwbaar,
van herkomst puin, wisselende lagen. studie en bijzondere
oplossing nodig.
Teelaarde Toplaag, vaak ca. 20 cm Organische bovenlaag. Geen funderingsgrond;
of meer moet afgegraven
worden.
Consistentie en samenhang
Consistentie betekent de dichtheid, samenhang, stevigheid of vastheid van de grond. Onsamenhangende
grond bestaat vooral uit zand en/of grind. Samenhangende of cohesieve grond bestaat vooral uit leem
en/of klei. Cohesie is nuttig voor tijdelijke stabiliteit van sleuven, maar zegt niet automatisch dat de grond
goed fundeert.
Organische en kalkhoudende stoffen
Organische stoffen zijn plantaardige afvalstoffen in ontbinding. Ze zijn te herkennen aan donkere kleur en
geur. Een groot organisch gehalte maakt grond verdacht als funderingsgrond, omdat hij veel water
opneemt en kan verzakken. Kalkhoudende grond, bijvoorbeeld zand met kalk, kan eruitzien als rotsgrond
maar toch plaatselijk beperkte draagkracht hebben.
1.5 Basisbegrippen over grond
Grond bestaat uit korrels, water en lucht. De verhouding tussen die drie bepaalt de dichtheid en het gedrag
van de grond. Een grondlaag is dus geen massief blok: tussen korrels zitten poriën waarin water en lucht
kunnen zitten. Dat verklaart waarom grond kan samendrukken en waarom waterstand zo belangrijk is.
Begrip Uitleg Gevolg in de bouw
Inwendige wrijvingshoek Hoek waarlangs grond afschuift. Bepaalt onder andere
taludhelling en draagvermogen.
Cohesie/samenhang Onderlinge samenhang tussen Klei en leem blijven meer samen
gronddeeltjes. dan zand.
Samendrukbaarheid Mate waarin grond onder Veroorzaakt zettingen van
belasting vervormt. constructies.
Consolidatie Langzame uitpersing van Klei consolideert zeer traag, zand
water/lucht uit grond onder snel.
belasting.
Natuurlijk talud Hoek waaronder ontgraven Bepaalt of sleufwanden kunnen
grond uit zichzelf blijft staan. blijven staan of beschoeiing
nodig is.
1.6 Draagvermogen van grond
Wanneer een woning wordt gebouwd, komt er extra belasting op de ondergrond. De fundering moet die
belasting verspreiden zodat de grond niet bezwijkt en de zetting aanvaardbaar blijft. Men maakt
Constructie Ruwbouw - uitgebreide samenvatting