Bodemkunde
Hoofdstuk 1: inleiding
1.1. Introductie
Waarom bodemkunde en bemestingsleer?
Het beheer (goed of slecht) wordt gelinkt aan vele wereldproblemen:
• Ondervoeding en voedselprijzen
• Vervuiling in rivieren
• Grondwaterwinningen → drinken voor mens en dier
• Nitraatuitspoeling → nutriënten toevoegen op percelen
• Winning van mineralen
• Klimaatproblematiek
• Biodiversiteit
Ecosysteemdiensten van onze bodem
• Producerend – Levert voedsel, veevoeder, hout en grondstoffen
• Regulerend – Filtert water, slaat koolstof op, voorkomt erosie
• Ondersteunend – Vormt bodem, houdt nutriënten en water vast
• Cultureel – Biedt ruimte voor educatie, recreatie en erfgoed
EU Soil Mission for 2030:
= gezonde bodems tegen 2030
1.2. Inleiding tot de bodemkunde
- Bodem = bovenste laag van de aardkorst, laag die door planten beworteld wordt of
waarin zich bodemvormende processen afspelen
o Gesteente en natte ongerijpte ondergrond van losse sedimenten geen onderdeel
van de bodem
- Bodem = bovenste laag van de aarde die bestaat uit mineralen, organisch materiaal,
water en lucht. De omgeving waar planten wortelen en waar veel organismen (bv.
micro-organismen, dieren) in leven.
1
,- Bodem: standplaats voor vegetatie
- Raakvlak tussen
▪ Aarde: lithosfeer
▪ Lucht: atmosfeer
▪ Water: hydrosfeer
▪ Levende organismen: biosfeer
• Bodemkunde of pedologie
Waaruit bestaat onze bodem? → samenstelling van de bodem
• Verschilt afhankelijk van de bodem (klei, leem, zand)
• Vaste fractie (50%)
o Organische fractie (5-10%) → kan nog opgedeeld worden in dood en levend
o Anorganische fractie (90-95%)
• Poriën (50%)
o Lucht (50%)
o Water (50%)
Bodemtextuur vs. bodemstructuur
Bodemstructuur = een goed evenwicht tussen de vaste fractie en poriën (water - lucht)
Bodemtextuur = het relatieve aandeel van de klassen van de grondkorreltjes
→ textuur kan je niet beïnvloeden !!!
Bodemvruchtbaarheid (= niet verharde bodems)
• Bepaalt de opname van water, voedingsstoffen en zuurstof door planten
• Afhankelijk van chemische, fysische en biologische factoren
Geschiktheid voor landbouw van onze bodems
• Aardoppervlak=70% water+ 30% land
• Slechts 11% van dit land is geschikt als landbouwbodem
• 11% van 30% = 3%
→ helft van Vlaamse bodem wordt gebruikt als landbouwgrond
2
,1.3. Inleiding tot nutriëntbeheer
Bemesting = het economisch en ecologisch verantwoord aanvoeren van planten
voedingsstoffen en/of het verbeteren of in stand houden van bodemeigenschappen
• Voedingselementen:
- N, P, K, S, Ca, Mg (=6 macronutrienten)
- Fe, Mn, Zn, Cu, Mo, Cl, B etc.
• Binnen landbouwcontext streng gereguleerd in mestactieplannen (MAP)
Soorten meststoffen:
• Organische meststoffen
- Uit organisch materiaal: mest, plantenresten,...
- Leveren nutriënten en humus (= verteerd organisch materiaal)
- Ten dele direct plant opneembaar → niet 100% werkzaam
- Bemestingswaarde op basis van analyse of forfait en werkingscoëfficient
• Kunstmeststoffen
• Afkomstig uit mijnbouw en/of chemische industrie
• 100% plantopneembaar = 100% werkzaam
• Samenstelling goed gekend en stuurbaar
• Uitgedrukt in %N (kg voedingsstof/100 kg meststof): P2O5, K2O, en MgO, CaO,
Na2O, SO3
Hoofdstuk 2: Bodemvorming en bodemsamenstelling
2.1. Platentektoniek
Onze bodems en onze aardkorst zijn dynamisch:
• Continue invloed van: verwering, erosie,…
• Lithosfeer (vast):
o Bestaat uit aardkorst + bovenste mantel
o Drijft op de asthenosfeer (vloeibaar)
3
, Opbouw van de aarde
• Kern:
o Binnenkern (vast)
o Buitenkern (vloeibaar)
• Mantel
• Korst
• Overgangen:
o Vast (VA) ↔ vloeibaar (VL)
Continentale vs oceanische platen
• Continentale platen:
o Kunnen continenten en oceaanbodems bevatten
• Oceanische platen:
o Bestaan uitsluitend uit oceaanbodem
4
Hoofdstuk 1: inleiding
1.1. Introductie
Waarom bodemkunde en bemestingsleer?
Het beheer (goed of slecht) wordt gelinkt aan vele wereldproblemen:
• Ondervoeding en voedselprijzen
• Vervuiling in rivieren
• Grondwaterwinningen → drinken voor mens en dier
• Nitraatuitspoeling → nutriënten toevoegen op percelen
• Winning van mineralen
• Klimaatproblematiek
• Biodiversiteit
Ecosysteemdiensten van onze bodem
• Producerend – Levert voedsel, veevoeder, hout en grondstoffen
• Regulerend – Filtert water, slaat koolstof op, voorkomt erosie
• Ondersteunend – Vormt bodem, houdt nutriënten en water vast
• Cultureel – Biedt ruimte voor educatie, recreatie en erfgoed
EU Soil Mission for 2030:
= gezonde bodems tegen 2030
1.2. Inleiding tot de bodemkunde
- Bodem = bovenste laag van de aardkorst, laag die door planten beworteld wordt of
waarin zich bodemvormende processen afspelen
o Gesteente en natte ongerijpte ondergrond van losse sedimenten geen onderdeel
van de bodem
- Bodem = bovenste laag van de aarde die bestaat uit mineralen, organisch materiaal,
water en lucht. De omgeving waar planten wortelen en waar veel organismen (bv.
micro-organismen, dieren) in leven.
1
,- Bodem: standplaats voor vegetatie
- Raakvlak tussen
▪ Aarde: lithosfeer
▪ Lucht: atmosfeer
▪ Water: hydrosfeer
▪ Levende organismen: biosfeer
• Bodemkunde of pedologie
Waaruit bestaat onze bodem? → samenstelling van de bodem
• Verschilt afhankelijk van de bodem (klei, leem, zand)
• Vaste fractie (50%)
o Organische fractie (5-10%) → kan nog opgedeeld worden in dood en levend
o Anorganische fractie (90-95%)
• Poriën (50%)
o Lucht (50%)
o Water (50%)
Bodemtextuur vs. bodemstructuur
Bodemstructuur = een goed evenwicht tussen de vaste fractie en poriën (water - lucht)
Bodemtextuur = het relatieve aandeel van de klassen van de grondkorreltjes
→ textuur kan je niet beïnvloeden !!!
Bodemvruchtbaarheid (= niet verharde bodems)
• Bepaalt de opname van water, voedingsstoffen en zuurstof door planten
• Afhankelijk van chemische, fysische en biologische factoren
Geschiktheid voor landbouw van onze bodems
• Aardoppervlak=70% water+ 30% land
• Slechts 11% van dit land is geschikt als landbouwbodem
• 11% van 30% = 3%
→ helft van Vlaamse bodem wordt gebruikt als landbouwgrond
2
,1.3. Inleiding tot nutriëntbeheer
Bemesting = het economisch en ecologisch verantwoord aanvoeren van planten
voedingsstoffen en/of het verbeteren of in stand houden van bodemeigenschappen
• Voedingselementen:
- N, P, K, S, Ca, Mg (=6 macronutrienten)
- Fe, Mn, Zn, Cu, Mo, Cl, B etc.
• Binnen landbouwcontext streng gereguleerd in mestactieplannen (MAP)
Soorten meststoffen:
• Organische meststoffen
- Uit organisch materiaal: mest, plantenresten,...
- Leveren nutriënten en humus (= verteerd organisch materiaal)
- Ten dele direct plant opneembaar → niet 100% werkzaam
- Bemestingswaarde op basis van analyse of forfait en werkingscoëfficient
• Kunstmeststoffen
• Afkomstig uit mijnbouw en/of chemische industrie
• 100% plantopneembaar = 100% werkzaam
• Samenstelling goed gekend en stuurbaar
• Uitgedrukt in %N (kg voedingsstof/100 kg meststof): P2O5, K2O, en MgO, CaO,
Na2O, SO3
Hoofdstuk 2: Bodemvorming en bodemsamenstelling
2.1. Platentektoniek
Onze bodems en onze aardkorst zijn dynamisch:
• Continue invloed van: verwering, erosie,…
• Lithosfeer (vast):
o Bestaat uit aardkorst + bovenste mantel
o Drijft op de asthenosfeer (vloeibaar)
3
, Opbouw van de aarde
• Kern:
o Binnenkern (vast)
o Buitenkern (vloeibaar)
• Mantel
• Korst
• Overgangen:
o Vast (VA) ↔ vloeibaar (VL)
Continentale vs oceanische platen
• Continentale platen:
o Kunnen continenten en oceaanbodems bevatten
• Oceanische platen:
o Bestaan uitsluitend uit oceaanbodem
4