ONTWERPMETHODIEK
DEEL 1: Ontwerptheorie.
Kijken = Subjectief
Zien = Objectief.
Kijkvoorwaarden: -Licht
-Kleur
-Ruimte
We moeten kijken en zien van elkaar losweken, zodat de twee naast mekaar een proces vormen.
Creativiteit
… Is het scheppend vermogen.
Dat: - vernieuwend zijn
- oplossingen bedenken
- out-of-the-box thinking
- originaliteit
- anders denken
Brainstorm methode:
Stap 1: Idee genereren.
Stap 2: Idee selecteren.
Stap 3: Idee uitwerken.
Associatieve beelden:
-Materiële beelden: (visueel, auditief, audiovisueel)
-Visueel: Beeldende kunst, schilderijen, fotogra e.
-Auditief: Klankenspel, muziekuitvoering.
-Audiovisueel: Film, toneelvoorstelling.
-Halfbeelden: (bv: visuele poëzie, layout van tekst)
-Mentale beelden: (subjectief voor die dat het vormt, niet die het waarneemt)
-Reproductie: Voorstelling van een herinnering.
-Anticipatorisch: Voorstelling van wat nog komen zal.
-Fantasiebeelden: Voorstelling van iets dat niet op de realiteit terugvalt)
-Deel subj/obj beelden: (bv: gezicht in een vlek op behangpapier)
-Archetypische/ Mythologische symbolen: (bv: Judas= oerbeeld van verrader)
-Denkbeelden: In betekenis van een visie/geheel/opvatting.
-Verbale beeldden: Beeldende taal, nabootsing, vergelijking.
fi
,Beeldaspecten
Vorm en ruimte:
Punt, lijn, vlak
vorm :
-open/gesloten positief/negatief
-buitenvorm/binnenvorm silhouet
-plat
-plastisch
-geometrisch organisch hoekig
-vaag restvorm
vormordening :
-vlakvulling
-symm/a-symm
-statisch/dynamisch
-diagonaal
-ornamentaal
-vertic/horiz
-ritme/herhaling
vormcontrast
vormvervreemding
proporties
compositie
textuur
beweging
ruimte en plaatsing :
-stapeling
-overlapping/versnijding
-afsnijding
-omwenteling/rotatie
-aansluiting/combinatie
-verbinding/constructie
-vervorming/transformatie
-ruimte en standpunt
-perspectief
-ruimte en kader
-totaal
-half-totaal
-close-up
ruimte d.m.v. verschil van voorgrond naar achtergrond
groot/klein licht/donker helder/vaag
,DEEL 2: Vormtheorie.
1. Conceptuele elementen:
-Punt (0D)
-Lijn (1D)
-Vlak (2D)
-Volume (3D)
-Tijd (4D)
2. Visuele elementen:
-Omtrek
-Afmeting
-Kleur
-Textuur
3. Rationele elementen:
-Richting
-Positie
-Ruimte
-Zwaartekracht
4. Constructieve elementen:
-Punt
-Hoek
-Vlak
——————————————————————————————————————————
1. CONCEPTUELE ELEMENTEN VAN DE VORM.
0D: Punt. Positie in de ruimte.
1D: Lijn. Lengte
Richting en positie
2D: Vlak. Lengte en breedte
Vorm
Oriëntatie
Oppervlakte
Positie
3D: Volume. Lengte, breedte, diepte
Vorm
Ruimte
Oppervlakte
Orientatie
Positie
4D: Tijd en ruimte.
, 0D: Punt.
Duidt een positie in de ruimte aan, heeft geen dimensies
(geen lengte, breedte of diepte) en is daardoor statisch,
centraliserend en richtingloos
Kan dienen om :
-Twee uiteinden van een lijn aan te duiden
-De kruising van twee lijnen aan te duiden
-Het samenkomen van lijnen in de hoeken
van een vlak of volume te accentueren
-Het middelpunt van een veld te bepalen
Toch laat het zijn aanwezigheid voelen in een visueel veld.
Zo is het mogelijk beweging, rust, spanning of evenwicht te creëren.
VAN PUNT TOT LlJN :
twee punten op een afstand van mekaar creëren in onze geest
automatisch een lijn of axis.
————————————————————————————————————————
1D: Lijn.
Een lijn is een punt in beweging. Conceptueel heeft de lijn lengte, maar
geen breedte of diepte.Het punt is van nature statisch, de lijn daarentegen
beschrijft een pad van een punt in beweging en is daardoor capabel tot
visuele expressie, richting, beweging en groei.
Een lijn kan dienen om visuele elementen
Alhoewel de lijn theoretisch maar 1 dimensie heeft moet ze een zekere dikte
hebben om zichtbaar te worden. Alleen is de lengte steeds dominant over de
breedte. Het karakter van een lijn wordt bepaald door z'n contouren, z’n
herhaling in lengte, z'n verhouding lengte versus breedte, ...
Zelfs een langdurige, simpele herhaling.
van gelijkvormige elementen kan beschouwd worden als een lijn.
DEEL 1: Ontwerptheorie.
Kijken = Subjectief
Zien = Objectief.
Kijkvoorwaarden: -Licht
-Kleur
-Ruimte
We moeten kijken en zien van elkaar losweken, zodat de twee naast mekaar een proces vormen.
Creativiteit
… Is het scheppend vermogen.
Dat: - vernieuwend zijn
- oplossingen bedenken
- out-of-the-box thinking
- originaliteit
- anders denken
Brainstorm methode:
Stap 1: Idee genereren.
Stap 2: Idee selecteren.
Stap 3: Idee uitwerken.
Associatieve beelden:
-Materiële beelden: (visueel, auditief, audiovisueel)
-Visueel: Beeldende kunst, schilderijen, fotogra e.
-Auditief: Klankenspel, muziekuitvoering.
-Audiovisueel: Film, toneelvoorstelling.
-Halfbeelden: (bv: visuele poëzie, layout van tekst)
-Mentale beelden: (subjectief voor die dat het vormt, niet die het waarneemt)
-Reproductie: Voorstelling van een herinnering.
-Anticipatorisch: Voorstelling van wat nog komen zal.
-Fantasiebeelden: Voorstelling van iets dat niet op de realiteit terugvalt)
-Deel subj/obj beelden: (bv: gezicht in een vlek op behangpapier)
-Archetypische/ Mythologische symbolen: (bv: Judas= oerbeeld van verrader)
-Denkbeelden: In betekenis van een visie/geheel/opvatting.
-Verbale beeldden: Beeldende taal, nabootsing, vergelijking.
fi
,Beeldaspecten
Vorm en ruimte:
Punt, lijn, vlak
vorm :
-open/gesloten positief/negatief
-buitenvorm/binnenvorm silhouet
-plat
-plastisch
-geometrisch organisch hoekig
-vaag restvorm
vormordening :
-vlakvulling
-symm/a-symm
-statisch/dynamisch
-diagonaal
-ornamentaal
-vertic/horiz
-ritme/herhaling
vormcontrast
vormvervreemding
proporties
compositie
textuur
beweging
ruimte en plaatsing :
-stapeling
-overlapping/versnijding
-afsnijding
-omwenteling/rotatie
-aansluiting/combinatie
-verbinding/constructie
-vervorming/transformatie
-ruimte en standpunt
-perspectief
-ruimte en kader
-totaal
-half-totaal
-close-up
ruimte d.m.v. verschil van voorgrond naar achtergrond
groot/klein licht/donker helder/vaag
,DEEL 2: Vormtheorie.
1. Conceptuele elementen:
-Punt (0D)
-Lijn (1D)
-Vlak (2D)
-Volume (3D)
-Tijd (4D)
2. Visuele elementen:
-Omtrek
-Afmeting
-Kleur
-Textuur
3. Rationele elementen:
-Richting
-Positie
-Ruimte
-Zwaartekracht
4. Constructieve elementen:
-Punt
-Hoek
-Vlak
——————————————————————————————————————————
1. CONCEPTUELE ELEMENTEN VAN DE VORM.
0D: Punt. Positie in de ruimte.
1D: Lijn. Lengte
Richting en positie
2D: Vlak. Lengte en breedte
Vorm
Oriëntatie
Oppervlakte
Positie
3D: Volume. Lengte, breedte, diepte
Vorm
Ruimte
Oppervlakte
Orientatie
Positie
4D: Tijd en ruimte.
, 0D: Punt.
Duidt een positie in de ruimte aan, heeft geen dimensies
(geen lengte, breedte of diepte) en is daardoor statisch,
centraliserend en richtingloos
Kan dienen om :
-Twee uiteinden van een lijn aan te duiden
-De kruising van twee lijnen aan te duiden
-Het samenkomen van lijnen in de hoeken
van een vlak of volume te accentueren
-Het middelpunt van een veld te bepalen
Toch laat het zijn aanwezigheid voelen in een visueel veld.
Zo is het mogelijk beweging, rust, spanning of evenwicht te creëren.
VAN PUNT TOT LlJN :
twee punten op een afstand van mekaar creëren in onze geest
automatisch een lijn of axis.
————————————————————————————————————————
1D: Lijn.
Een lijn is een punt in beweging. Conceptueel heeft de lijn lengte, maar
geen breedte of diepte.Het punt is van nature statisch, de lijn daarentegen
beschrijft een pad van een punt in beweging en is daardoor capabel tot
visuele expressie, richting, beweging en groei.
Een lijn kan dienen om visuele elementen
Alhoewel de lijn theoretisch maar 1 dimensie heeft moet ze een zekere dikte
hebben om zichtbaar te worden. Alleen is de lengte steeds dominant over de
breedte. Het karakter van een lijn wordt bepaald door z'n contouren, z’n
herhaling in lengte, z'n verhouding lengte versus breedte, ...
Zelfs een langdurige, simpele herhaling.
van gelijkvormige elementen kan beschouwd worden als een lijn.