Lesdoelen
H1: De identi teit van de organisati e: het fundament
Je kan de kenmerken van een organisatie beschrijven.
Je kan de kenmerken van een missie beschrijven.
Je kan de kenmerken van een visie beschrijven.
Je kan het verschil tussen een missie en een visie benoemen.
Je kan de kernwaarden van een organisatie beschrijven
H2: omgevingsanalyse van de organisati e
Je kan evoluties in de samenleving (externe omgeving) van de organisatie beschrijven.
Je kan evoluties in het werkveld (externe omgeving) van de organisatie beschrijven.
Je kan kansen en bedreigingen van de externe omgeving van de organisatie beschrijven.
Je kan op een kritische reflectieve manier de organisatie zelf beschrijven (werking, processen, resources, doelstellingen…).
Je kan sterktes en uitdagingen van de interne omgeving van de organisatie beschrijven
H3: Strategie voor de organisati e
Je kan het belang van een strategische aanpak beschrijven
Je kan een strategische driehoek beschrijven
Je kan de verschillende stappen in een strategische aanpak beschrijven
Je kan een SWOT-analyse beschrijven
Je kan een confrontatiematrix beschrijven
H4: Doelstellingen
Je kan de niveaus van doelstellingen beschrijven
Je kan een doelstelling SMARTI beschrijven
H5: Organisati estructuur
Je kan het belang van een organisatiestructuur beschrijven.
Je kan het verband verklaren tussen het doel en de organisatiestructuur.
Je kan de coördinatiemechanismen van Mintzberg beschrijven.
Je kan de coördinatiemechanismen van Mintzberg herkennen.
Je kan de verschillende besproken structuurtypes beschrijven.
Je kan de verschillende besproken structuurtypes herkennen.
Je kan een organogram opstellen die overeenstemt met de werkelijke structuren van een organisatie..
Je kan de verschillende structuurtypes evalueren
H6: Organisati ecultuur
Je kan het onderscheid tussen organisatiestructuur, organisatiecultuur en organisatieklimaat uitleggen met voorbeelden.
Je kan de algemene cultuurtypes beschrijven.
Je kan de algemene cultuurtypes herkennen.
Je kan de 4 besproken cultuurmodellen beschrijven.
Je kan de 4 besproken cultuurmodellen herkennen.
Je kan cultuurelementen van een organisatie in beeld brengen volgens het canvas van Vlerick.
Je kan concrete voorstellen formuleren om de structuur en/of cultuur van een organisatie te verbeteren
H7: Kwaliteitsbeleid
1
, Je kan het kwaliteitsdenken van de non-profit organisaties vergelijken met de profit organisaties.
Je kan de dimensies van kwaliteit onderscheiden en beschrijven.
Je kan het begrippenkader i.v.m. kwaliteit correct gebruiken.
Je kan de besproken kwaliteitsmodellen herkennen.
Je kan de besproken kwaliteitsmodellen beschrijven.
Je kan beschrijven wat kwaliteitsbeleid betekent volgens het huidig kwaliteitsdecreet.
Je kan beschrijven wat kwaliteitsbeleid betekent volgens het nieuw kwaliteitsdecreet.
Je kan de verschillen tussen beide decreten beschrijven.
Je kan het kwaliteitsbeleid van een voorziening evalueren volgens de geformuleerde doelstellingen.
Je kan het kwaliteitsbeleid van een voorziening evalueren volgens de verwachtingen van de overheid
H8: Leiderschap
Je kan de theoretische modellen rond leiderschap toelichten.
Je kan de ‘Big Five’ persoonlijkheidsfactoren benoemen die nodig zijn voor goed leiderschap.
Je kan het onderscheid beschrijven tussen taakgerichte versus mensgerichte leiders.
Je kan het situationeel leiderschapsmodel met de vier leiderschapsstijlen beschrijven.
Je kan de hedendaagse visie op leiderschap beschrijven.
Je kan goed leiderschap anno 2024 beschrijven
H9: HRM
Je kan de definitie van HRM geven.
Je kan het onderscheid tussen hard en soft HRM beschrijven.
Je kan de 2 modellen van HRM: Harvard en Michigan HRM model beschrijven.
Je kan beschrijven wat competent- en talentmanagement inhoudt.
Je kan de shift van strategisch management naar duurzaam management beschrijven.
Je kan de HR-cyclus toelichten
2
,H1: De identiteit van de organisatie: het
fundament
1 INLEIDING
Binnen het fundament onderscheiden we 3 elementen die heel nauw met elkaar verweven zijn:
1. Missie
2. Visie
3. Kernwaarden
2 WAT ZIJN ORGANISATIES?
organisaties menselijke samenwerkingsverbanden die gericht zijn op het realiseren van een duidelijk doel. Ze
zijn ontworpen als systemen van bewust gestructureerde en gecoördineerde activiteiten en ze
zijn verbonden met een externe omgeving
2.1KENMERKEN VAN EEN ORGANISATIE
Doelgerichtheid een organisatie bestaat om een bepaald doel of een gezamenlijke missie te bereiken
Samenwerking tussen mensen een organisatie bestaat uit mensen die met elkaar samenwerken om dat doel te realiseren
Structuur een organisatie heeft een bepaalde ordening van taken, rollen en verantwoordelijkheden zodat
het werk georganiseerd verloopt
Open systeem een organisatie staat in wisselwerking met haar omgeving en wordt beïnvloed door externe
factoren zoals beleid, samenleving en andere organisaties
Continuïteit een organisatie probeert over langere tijd te blijven bestaan en haar werking verder te zetten
2.2SOCIALE PROFIT VERSUS PROFIT ORGANISATIES
social profit containerbegrip voor een tal van organisaties die hoofdzakelijk diensten leveren met een
maatschappelijk nut, zoals orthopedagogische sectoren
Profit organisatie Social profit organisatie
- winstmaximalisatie ten behoefte van de bedrijfscontinuïteit - gemeenschappelijke winst i.p.v. winstmaximalisatie
- belangrijkste doelstellingen zijn de eigen individuele doelen - belangrijkste doelstellingen zijn de collectieve doelen
2.3ORGANISATIEONTWIKKELING, WAT?
3 belangrijke basiscomponenten van organisaties (opgesteld door
Roskam):
1. Missie en strategie
organisatie en de omgeving
politieke krachten
2. Organisatie en structuur
economische krachten
3. human resource management (HRM)
culturele krachten
menselijk kapitaal
1. Organisatie en omgeving de manier waarop een organisatie
zich verhoudt tot haar externe omgeving. Elke organisatie heeft een duidelijke bestaansreden
vastgelegd in haar missie en streeft naar specifieke maatschappelijke doelen of impact. De
organisatie analyseert de omgeving om kansen en uitdagingen te identificeren en ontwikkelt
3
, een strategie waarin wordt bepaald wat de organisatie wel en niet zal doen om haar missie
effectief waar te maken
2. Organisatie en structuur de interne ordening van de organisatie. Het gaat over het toewijzen van specifieke taken, rollen
en bevoegdheden aan individuen en afdelingen, zodat het werk systematisch en efficiënt
verloopt. Structuur omvat bijvoorbeeld organigrammen, taakverdelingen en hiërarchische
lijnen, die samen zorgen dat de missie van de organisatie concreet uitgevoerd kan worden
3. Organisatie en menselijk kapitaal dit benadrukt dat mensen het hart van een organisatie vormen. Het succes van de organisatie
hangt af van de selectie, opleiding, motivatie en samenwerking van medewerkers. Door hun
competenties en inspanningen te ontwikkelen, te belonen en te coördineren, kan de
organisatie haar doelen realiseren. Leiderschap speelt hierbij een cruciale rol in het sturen,
begeleiden en inspireren van het menselijk kapitaal
3 HET GROTE WAAROM: MISSIE, VISIE EN KERNWAARDEN
Nadenken wat organisaties kunnen betekenen voor omgeving en
hoe ze op uitdagingen kunnen inspelen waar willen we met
organisatie heen?
1. De missie (wat-vraag)
2. Visie en kernwaarden (waarom-vraag)
3. Strategie (hoe-vraag)
Bij het ontwikkelen van een strategie komt het erop neer om een
duurzaam evenwicht te vinden binnen het spanningsveld van wat
we kunnen, wat we moeten en wat we willen doen in de
organisatie
3 bovenstaande vragen (wat, waarom en hoe) vormen
een strategische driehoek) om een evenwicht te bekomen
tussen:
1. Gewenste toekomst doelen
2. noodzakelijke toekomst omgevingsvereisten
3. mogelijke toekomst (on)beschikbare middelen
Sturende elementen in de strategie de missie, visie/kernwaarden, organisatiedoelen, waarden en normen vormen samen de
sturende elementen van een organisatie. Zij geven richting aan het bestuur en bepalen hoe de
organisatie haar activiteiten, beslissingen en gedrag afstemt om haar doelstellingen en
gewenste bedrijfscultuur te realiseren
3.1MISSIE
missie zegt wat de organisatie wil doen en het vormt de kern van het bestaansrecht van een
organisatie. Een missie is in principe tijdloos en geworteld in het ontstaansverleden, en richt
de blik naar binnen: wie zijn we? Waarom bestaan we? Wat doen we? Een missie vat de
essentie van de organisatie samen, en focust op de eindbedoeling. Bv:
dierenrechtenorganisatie komt op voor de rechten van dieren
4 onderliggende versterkende basiselementen van de missie
geven een antwoord op 4 vragen:
1. Waaromvraag waarom bestaan organisatie en welke behoefte vult deze in?
2. Waar- vraag Binnen welke actiedomeinen is de organisatie actief in de omgeving? Sociale sector? Milieu?
Erfgoed? …
3. Wat- vraag Wat willen ze bereiken, wat zijn de doelen van de organisatie? Wat onderscheidt deze
organisatie van andere organisaties binnen een bepaald domein of sector?
4