MOTORISCH LEREN
1. motorisch leren
= proces via oef/ervaring leidt tot relatief permanente veranderingen ih vermogen om motorische vaardigheden uit te voeren
• Motorisch controle = momentopname, reguleren v bestaande bewegingen
• Motorisch leren = proces v verwerven/aanpassen van (nieuwe) bewegingen
proces om tot prestatieniveau te komen
• Verbetering spatiele & temporele nauwkeurigheid door herhaling = fine tuning
• Wisselwerking:
▫ Betere motorische controle ↔ vlotter leerproces
• Leren omvat oa:
▫ Nieuwe relatie omgeving ↔lichaam
▫ Volgorde & opbouw van bewegingen
▫ Nieuwe relatie bewegingen ↔ spieractivatie
• Meten van motorische leren:
→ Acquisitie: aanleren ve taak
→ Retentie: herevaluatie na een tijd
→ Transfer: prestaties bij verwante taken
2. motorisch leren belangrijk voor kinesitherapeut
• Patiënten moeten vaak (opnieuw) leren bewegen
• Traditioneel:
▫ Kind: ontwikkeling
▫ Volwassenen: leren nieuwe taken
▫ Oudere: compensatie achteruitgang
=> inzichten in werking & samenspel systemen
2.1 aard van motorisch leren
Vroege definitie van motorisch leren
• Leren = verwerven v vaardigheid via ervaring; leidt tot blijvende gedragsverandering
• Motorisch leren = interactie tussen sensoriek, motoriek, cognitie -> niet los te zien v taak & omgeving
=> 4 concepten:
1. Leren = verwerven v uitvoeringsvermogen
2. Leren komt uit oefening/ervaring
3. Leren = niet rechtstreeks meetbaar, enkel via gedragsveranderingen
4. Leren leidt tot blijvende gedragsverandering
Definitie van motorisch leren verbreden
= meer dan enkel motorische processen
• Aanleren v nieuwe strategiën sensorisch/motorisch
• Gebaseerd op interactie v perceptie-, cognitie- & actieprocessen
• Taakoplossing binnen de context v individu & taak & omgeving