Doelstelling: Kennis van de begrippen en monddelen, kennis van begrippen binnen de activiteitanalyse en
kan het model van de activiteitanalyse toepassen
Definitie: ( niet reduceren naar ‘commando aan spieren’)
- motorisch= actie/beweging
- controle= aansturing
Motoriek:
- van aansturing tot het musculoskeletaal systeem
- kracht , ROM, en lengte
Sensoriek: (positie van lichaam in ruimte)
- belang accuraatheid -> op doel/ online controle (spatieel en temporeel)
- posturale coördinatie
- gekruiste coördinatie (temporele koppeling tussen ledenmaten)
- aanpassen aan nieuwe situaties
Cognitie: