Practica 2 – Bindweefsel,
Bloed & Beenmerg
1
Theorie
BINDWEEFSEL
• Losmazig Bindweefsel: veel kernen tov ECM (net onder EPI)
• Dens Bindweefsel: minder kernen tov ECM (dikke strengen, onder losmazig)
2
1
, 1/04/2026
VETWEEFSEL
• Wit vetweefsel: smalle boord van CP rond witte cellen met perifere, platte kernen (zegelring)
• Bruin vetweefsel: vetcel met ronde centrale kern met daarrond allemaal kleine vetdruppeltjes in
kleine blaasjes
3
BLOED
• Erythrocyt (RBL): middelgrote, lichtroze cellen zonder kern (biconclaaf & weinig/geen organellen
• Leukocyten (WBC): grote, donkerepaarse bolvormige cellen met veel organellen
o Granulocyten: veel granules & onregelmatige, gelobde kernen
Neutrofielen: gesegmenteerde, ingesnoerde kern (granules kleuren niet)
Eosinofielen: brilvormige kern & korrelig CP (granules kleuren roze > base)
Basofielen: gelobde, maskeerde kern & korrelig CP (granules kleuren blauw > zuur)
o Agranulocyten: weinig granules, wel lysosomen + regelmatige kernen
Lymfocyten: ronde kernen (donkerpaars) met weinig/geen CP
Monocyten: hoefijzeren/niervormige kern met veel CP
• Thrombocyten (BP): kleine, donkerpaarse plaatjes zonder celkern en organellen, wel een glycogalyx
o Granulomeer: centraal & donker
o Hyalomeer: perifeer & licht
4
2
, 1/04/2026
5
BEENMERG
• Rood beenmerg: kernen van hematopoëtische cellen (voorloper RBL) & megakarocyt (grote cel met
mandvomige kern)
• Wit beenmerg: vooral witte vetcellen (witte plekken)
6
3