Welke GM na niertransplantatie?
1) Immunosuppressiva om afstoting nier te vermijden
2) Preventieve geneesmiddelen om infecties te voorkomen
3) Geneesmiddelen om osteoporose tegen te gaan
4) PPI’s om maag te beschermen
5) Mineralen, vitaminen (bicarbonaat, Ca, Mg, Fe, vit D, vit B’s…)
1)Immunosuppressiva
Afremmen eigen immuunsysteem: voorkomen/afremmen
afstotingsreacties.
Nadeel: immuunsysteem = verzwakt
o Meer kans op infecties, ontwikkelen van kanker.
Tacrolimus (Advagraf®, Prograft®), cyclosporine A (Neoral
Sandimmun®), sirolimus (Rapamune®), everolimus (Certican®),
azathioprine (Imuran®), mycophenylate Mofetil (MMF, Cellcept®)
Corticosteroïden (Medrol®) = ontstekingswerend, antiallergisch en
immunosuppressieve werking.
2)Preventieve GM tegen infectie
Sulfamethoxazol + trimethoprim (Eusaprim Forte® , Bactrim® )
o Antibioticum preventief tegen Pneumocystis Carinii Pneumoniae
(specifieke longontsteking).
Valganciclovir (Valcyte®)
o Virusremmend: indien geen antistoffen tegen het CytoMegaloVirus
(CMV) of indien de donor met dit virus in contact is geweest.
Aciclovir (Zovirax®)
o Virusremmend: indien geen antistoffen tegen het CMV of indien de
donor met dit virus in contact is geweest + preventief tegen
herpesopstoot.
Nystatine (Nilstat®) mondspoeling
o Preventief tegen schimmelinfecties mond en slokdarm.
3)Protonpompinhibitoren (PPI’s)
Niertransplanten nemen veel medicatie in
Maaglast komt vaak voor
o PPI (omeprazole (Sedacid®), pantoprazole (Pantomed®)
o Remt maagzuurproductie