H17: BLOED
FUNCTIES VAN HET BLOED
1. TRANSPORT
Aanvoer van O2 en voedingsstoffen
o Transport van voedingsstoffen t.h.v. het darmepitheel (darmvilli):
Transport doorheen darmcel + opname in bloedbaan
Transport via het bloed richting weefsel
Mitochondria in de cellen nemen de voedingsstoffen op ATP-
productie
Afvoer van metabole afvalstoffen via de longen (CO2) en nieren (o.a. H2O)
Hormonentransport: endocriene klieren orgaanweefsel
Transport van O2 en CO2
Inademen: opname O2 in longalveolen
O2 wordt opgenomen in het bloed t.h.v. de longcapillairen
o Arterieel bloed = O2-rijk bloed
o Dit bloed gaat van de longen naar het hart en erna naar de organen
Organen: opname O2 & afgifte CO2
o Veneus bloed = CO2-rijk bloed
o Dit bloed gaat vanuit de weefsels naar het hart en erna naar de longen
CO2 wordt afgegeven aan de longalveolen t.h.v. de longcapillairen
Uitademen: afgifte CO2
1
,2. REGULATIE
Thermoregulatie: lichaamstemperatuur
o Sensoren t.h.v. de huid en de hersenen meten temperatuur afwijkingen
o Warmteregulatiecentrum (hypothalamus): ref. waarde = ±37°C
o Effectoren: bloedvaten en zweetklieren in de huid + skeletspieren
(Enkel bij te lage T)
o Te hoge T => T↓: Toename van warme bloedstroom naar de huid &
zweten (warm vocht)
o Te lage T => T↑: Afname bloedstroom naar de huid & rillen
Zuurtegraad (pH)
o Bicarbonaatbuffer: H+ + HCO3- ↔ H2CO3 ↔ H2O (urine) + CO2
(uitademen)
Metabolisme: vrije H+ ionen komt vrij
Indien H+↑: pH ↓ acidose (verzuring) pH herstellen: vorming
H2O en CO2
o pH bloed = -log [H+] = 7,35 – 7,45
Lichaamsvocht
Negatieve terugkoppeling = prikkel inhiberen (bv. thermoregulatie)
Positieve terugkoppeling = prikkel versterken (bv. bloedstolling)
3. BESCHERMING
Stolling: hemostase door bloedplaatjes
Immuniteit: antilichamen, complement eiwitten & WBC => worden gedragen in
het bloed
o Inactieve complementfactoren actieve
complementfactoren
cascade-systeem
SAMENSTELLING VAN HET BLOED
Matrix: plasma (55%)
o Waterig deel
Gevormde elementen:
o Erythrocyten: RBC (45%)
Hematocriet = percentage RBC’s in het
bloed
o Leukocyten: WBC
o Bloedplaatjes
Leukocyten + bloedplaatjes = buffy coat (< 1%)
FYSISCHE EIGENSCHAPPEN
Metaalachtige smaak: afkomstig uit ijzer (Fe) in het bloed
Kleur is afhankelijk van O2-concentratie
o O2 ↑: Donkerpaars
o O2 ↓: Donkerrood
pHbloed = 7,35 – 7,45
8% van totale lichaamsgewicht
Volume: 5 – 6L (♂) / 4 – 5L (♀)
2
, BLOEDPLASMA
Plakkerige vloeistof
o 90% water
Bevat: nutriënten, gassen, hormonen, afvalproducten, eiwitten en anorganische
ionen
o Voornamelijk plasma-eiwitten:
Worden geproduceerd in de lever
Bv. Albumine (60% van alle plasma-eiwitten)
Functies:
Carriereiwit: transport van moleculen
Bloedbuffer
Regulatie v/d plasma osmotische druk
SAMENSTELLING VAN HET BLOEDPLASMA
Water (90%)
o F: Oplossing van elementen en thermoregulatie
Elektrolyten
o F: Plasma osmotische druk en pH behouden
o Kationen: Na+, K+, Ca2+, Mg2+
o Anionen: Cl-, PO43-, SO42-, HCO3-
Plasma-eiwitten (8%)
o F: Plasma osmotische druk en waterbalans in het bloed behouden
o Albumine: reguleert osmotische druk
o Globulines (36%)
Alpha & beta: transport van lipiden, metaalionen en vetoplosbare
vitaminen
Gamma: antilichamen (vrijgezet door plasmacellen)
o Fibrinogeen
Fibrinogeen = oplosbaar eiwit Fibrine =
onoplosbaar eiwit
Afvalstoffen van het aminozuurmetabolisme:
o Ureum
o Urinezuur
o Creatinine
o Ammoniumzouten
Voedingsstoffen:
o Glucose
o Aminozuren
o Vetzuren, glycerol, triglyceriden, cholesterol
o Vitaminen
Ademhalingsgassen: O2 en CO2
o Hemoglobine: O2-transport in het bloed HbO2
o Bicarbonaatreactie: CO2 (HbCO2) / H2CO3
Hormonen: steroïd en thyroid
GEVORMDE ELEMENTEN
Overleven slechts enkele dagen in de bloedbaan
Rode beenmerg: produceert de bloedcellen
3
FUNCTIES VAN HET BLOED
1. TRANSPORT
Aanvoer van O2 en voedingsstoffen
o Transport van voedingsstoffen t.h.v. het darmepitheel (darmvilli):
Transport doorheen darmcel + opname in bloedbaan
Transport via het bloed richting weefsel
Mitochondria in de cellen nemen de voedingsstoffen op ATP-
productie
Afvoer van metabole afvalstoffen via de longen (CO2) en nieren (o.a. H2O)
Hormonentransport: endocriene klieren orgaanweefsel
Transport van O2 en CO2
Inademen: opname O2 in longalveolen
O2 wordt opgenomen in het bloed t.h.v. de longcapillairen
o Arterieel bloed = O2-rijk bloed
o Dit bloed gaat van de longen naar het hart en erna naar de organen
Organen: opname O2 & afgifte CO2
o Veneus bloed = CO2-rijk bloed
o Dit bloed gaat vanuit de weefsels naar het hart en erna naar de longen
CO2 wordt afgegeven aan de longalveolen t.h.v. de longcapillairen
Uitademen: afgifte CO2
1
,2. REGULATIE
Thermoregulatie: lichaamstemperatuur
o Sensoren t.h.v. de huid en de hersenen meten temperatuur afwijkingen
o Warmteregulatiecentrum (hypothalamus): ref. waarde = ±37°C
o Effectoren: bloedvaten en zweetklieren in de huid + skeletspieren
(Enkel bij te lage T)
o Te hoge T => T↓: Toename van warme bloedstroom naar de huid &
zweten (warm vocht)
o Te lage T => T↑: Afname bloedstroom naar de huid & rillen
Zuurtegraad (pH)
o Bicarbonaatbuffer: H+ + HCO3- ↔ H2CO3 ↔ H2O (urine) + CO2
(uitademen)
Metabolisme: vrije H+ ionen komt vrij
Indien H+↑: pH ↓ acidose (verzuring) pH herstellen: vorming
H2O en CO2
o pH bloed = -log [H+] = 7,35 – 7,45
Lichaamsvocht
Negatieve terugkoppeling = prikkel inhiberen (bv. thermoregulatie)
Positieve terugkoppeling = prikkel versterken (bv. bloedstolling)
3. BESCHERMING
Stolling: hemostase door bloedplaatjes
Immuniteit: antilichamen, complement eiwitten & WBC => worden gedragen in
het bloed
o Inactieve complementfactoren actieve
complementfactoren
cascade-systeem
SAMENSTELLING VAN HET BLOED
Matrix: plasma (55%)
o Waterig deel
Gevormde elementen:
o Erythrocyten: RBC (45%)
Hematocriet = percentage RBC’s in het
bloed
o Leukocyten: WBC
o Bloedplaatjes
Leukocyten + bloedplaatjes = buffy coat (< 1%)
FYSISCHE EIGENSCHAPPEN
Metaalachtige smaak: afkomstig uit ijzer (Fe) in het bloed
Kleur is afhankelijk van O2-concentratie
o O2 ↑: Donkerpaars
o O2 ↓: Donkerrood
pHbloed = 7,35 – 7,45
8% van totale lichaamsgewicht
Volume: 5 – 6L (♂) / 4 – 5L (♀)
2
, BLOEDPLASMA
Plakkerige vloeistof
o 90% water
Bevat: nutriënten, gassen, hormonen, afvalproducten, eiwitten en anorganische
ionen
o Voornamelijk plasma-eiwitten:
Worden geproduceerd in de lever
Bv. Albumine (60% van alle plasma-eiwitten)
Functies:
Carriereiwit: transport van moleculen
Bloedbuffer
Regulatie v/d plasma osmotische druk
SAMENSTELLING VAN HET BLOEDPLASMA
Water (90%)
o F: Oplossing van elementen en thermoregulatie
Elektrolyten
o F: Plasma osmotische druk en pH behouden
o Kationen: Na+, K+, Ca2+, Mg2+
o Anionen: Cl-, PO43-, SO42-, HCO3-
Plasma-eiwitten (8%)
o F: Plasma osmotische druk en waterbalans in het bloed behouden
o Albumine: reguleert osmotische druk
o Globulines (36%)
Alpha & beta: transport van lipiden, metaalionen en vetoplosbare
vitaminen
Gamma: antilichamen (vrijgezet door plasmacellen)
o Fibrinogeen
Fibrinogeen = oplosbaar eiwit Fibrine =
onoplosbaar eiwit
Afvalstoffen van het aminozuurmetabolisme:
o Ureum
o Urinezuur
o Creatinine
o Ammoniumzouten
Voedingsstoffen:
o Glucose
o Aminozuren
o Vetzuren, glycerol, triglyceriden, cholesterol
o Vitaminen
Ademhalingsgassen: O2 en CO2
o Hemoglobine: O2-transport in het bloed HbO2
o Bicarbonaatreactie: CO2 (HbCO2) / H2CO3
Hormonen: steroïd en thyroid
GEVORMDE ELEMENTEN
Overleven slechts enkele dagen in de bloedbaan
Rode beenmerg: produceert de bloedcellen
3