= de huid:
- epidermis = epitheel
- dermis = BW
- (hypodermis) ≠ echt deel vd huid → vetweefsel
- dikte KAN variëren
- dunne huid & dikke huid = afh. → dikte vd hoornlaag
+ aanhangsels: haren, nagels, talgklieren, zweetklieren & borstklier
⇒ huid = meerlagig verhoornd plaveisel epitheel
Functie?
→ barrière tegen pathogenen
→ stevigheid
→ tegen uitdroging, water W behouden
→ regelen van lichaamsT
- zweetkliertjes & bloedvaatjes thv de huid
→ absorberen van & bescherming tegen UV stralen
→ receptoren VOOR pijn, druk, temperatuur
Epidermis
= meerlagig verhoornd plaveisel epitheel
↳ bevat meerdere soorten cellen
- keratinocyten = aanmaken van cytokeratine; component vd hoornstof/keratine
- ondergaan differentiatie (van basale, jonge cel die deelt → dode
hoornschilfer)
- melanocyten = maken melanine; bescherming tegen UV-stralen
- langerhanscellen = verdedigingscellen ALS pathogenen toch binnen kunnen
- merkelcellen = drukreceptoren
↳ W continu geregenereerd (jonge cellen W oude cellen & sterven af) (≈ 30 dagen)
↳ thv dikke huid → dikke hoornlaag & vormt:
- hoornplooien vd epidermis (ontstaan door dermispapillen)
- groeven (monden zweetklieren)
- verhevenheden/kammen (sterk contact tussen dermis & epidermis)
- ⇒ vingerafdrukken
Cellagen van de epidermis → allemaal keratinocyten
1) stratum basale
- jonge, delende cellen
- via (hemi)desmosen verbonden → onderliggende BW
- melanocyten & merkelcellen
2) stratum spinosum
- stekeltjes laag, lijkt verbonden via stekels op foto’s (dikste laag)
- = uitlopertjes vd epitheelcellen met tonofibrillen (gemaakt uit cytokeratine)
- cytokeratine W gemaakt DOOR keratinocyten/epitheelcellen
- dikke huid → veel ECM tussen uitlopertjes = plaats ⇒ transport → voedingsstoffen
WANT epitheel ≠ bloedvaten ⇒ dunne huid moeilijker zichtbaar
- langerhanscellen
1