Les 7 Digestieve systemen en voeding
ANATOMIE VAN HET DIGESTIEVE SYSTEEM
Het digestieve systeem (spijsverteringsstelsel) speelt een centrale rol in
de opname van voedingsstoffen die essentieel zijn voor groei, herstel en
energieproductie.
Bestaat uit (10):
Mond: mechanische (kauwen) en chemische vertering door enzyme
in speeksel (amylase en lipase).
Slokdarm: transport van voedsel adhv peristaltiek1 naar de maag.
Maag: productie van maagzuur en pepsine; begin van eiwitvertering,
mechanische afbraak door peristaltiek.
Dunne darm: vertering en opname van nutriënten
Dikke darm: resorptie van water en zouten; microbiota fermenteren
onverteerbare koolhydraten; ontlastvorming
Rectum: opslag van ontlasting, help bij defecatie (stoelgang)
Anus: sluitspier, voorkomt incontinentie2
Speekselklieren: productie van speeksel
Lever: produceert gal, verwerkt nutriënten, ontgift stoffen
Pancreas: secreteert spijsverteringsenzymen (lipase, amylase en
proteasen) en hormonen (insuline en glucagon)
Endocrien vs exocrien
Endocriene hormonen geven hun hormonen direct af aan het bloed, terwijl
exocriene hormonen hun producten via een afvoerbuis afgeven aan een
holte of aan de buitenwereld.
Darmmicrobiota
Bestaat uit triljoenen bacteriën die:
1
Peristaltiek = voortstuwende beweging van de spieren in holle organen die ervoor zorgt
dat voedsel en afvalstoffen door het spijsverteringskanaal worden verplaatst.
2
Incontinentie = ongewild verlies van urine/ontlasting.
, Onverteerbare vezels fermenteren
Immuniteit en darmbarrière versterken
Invloed hebben op stemming en metabolisme
Wordt bevordert door voeding met veel vezels.
DIGESTIE EN ABSORPTIE
Digestie (spijsvertering) = proces waarbij voedsel wordt afgebroken tot
kleinere molecule, zodat het lichaam ze kan opnemen en gebruiken voor
energie en groei.
Bestaat uit:
Mechanische vertering
Chemische vertering
Koolhydraten
= belangrijkste energiebron van ons lichaam (45-65% dagelijkse energie-
inname)
Ze worden in het digestieve systeem afgebroken tot monosachariden,
vooral glucose, die kunnen worden opgenomen in het bloed en gebruikt
worden voor energieproductie.
Dunne darm is de hoofdplaats van de koolhydraatvertering.
Enzyme die hierbij helpen:
Speeksel amylase
Pancreas amylase
Maltase
Sucrase = enzymen in de darmwand
Lactase
Polysachariden -> disachariden -> monosachariden -> absorptie
,Lactose intolerantie
Onvermogen om lactose goed te verteren, doordat het enzyme lactase
onvoldoende of niet wordt aangemaakt in de dunne darm.
Lactose intolerantie ≠ melkallergie
Lactose wordt afgebroken door lactase, lactase vermindert met de
leeftijd. Wanneer lactose niet wordt afgebroken worden de darmbacteriën
gebruikt om energie te produceren.
Symptomen:
Opgeblazen gevoel
Winderigheid
Buikpijn en krampen
Diarree
Digestie en absorptie van eiwitten
Vertering van eiwitten start in de maa gen wordt voltooid in de dunne
darm.
Eiwitten kunnen niet direct worden opgenomen door de darwand, omdat
ze te groot zijn.
Daarom worden ze eerst afgebroken tot aminozuren die daarna via
transporteiwitten wel in de darmcellen kunnen opgenomen worden.
Aminozuren
Essentiële aminozuren = AZ die het lichaam niet zelf kan aanmaken
en dus via voeding moet worden verkregen.
Bv. Histidine, isoleucine, leucine, lysine, phenylalanine, valine…
Niet-essentiële aminozuren = AZ die het lichaam wel zelf kan
aanmaken.
Bv. Alanine, arginine, asparagine, cysteine, glycine, glutamine…
, Eiwitten
Eiwitten zijn essentiële macronutriënten3.
Ze worden gebruikt als energiebron indien het lichaam geen andere
bronnen meer heeft die energie leveren. Dit is niet hun belangrijkste
functie.
Regelprocessen: enzymen, hormonen, transporteiwitten en
afweerstoffen die in het lichaam werken.
Bouwstoffen: opbouwen en onderhouden van lichaamsweefsels,
waaronder spieren, huid, botten en bloed.
Enzymen bij vertering van eiwitten
Maagzuur (HCL) denatureert eiwitten waardoor ze makkelijker afbreekbaar
zijn.
Digestie en absorptie van lipiden
3
Macronutriënten = voeding met veel calorieën