Personeel & Organisatie
H2: De veranderende wereld van management
2.1 De veranderende wereld
Alles in management is tijdelijk! Omdat de wereld continu in verandering is en vaak plots en
exponentieel verandert (wereld is exponentiële in plaats van lineaire wereld en mondiale in plaats
van lokale wereld geworden) -> organisaties moeten meebewegen met technologische en
maatschappelijke shifts (opkomst mobiele internet, AI,…)
Voorbeelden:
➔ Van Kodak naar Instagram
- 1975 = medewerkers van Kodak vinden de digitale camera uit, topmanagement erkent dit niet
als de toekomst van de fotografie
- 1996 = Kodak - 140 000 wn - 28 miljard dollar omzet
- 2012 = Kodak gaat failliet
- 2013 = Instagram – 13 WN - 1 miljard dollar omzet
➔ VB: Nokia -> waren niet mee met innovatieve ideeën van het personeel (en dus
veranderingen)
➔ NMBS -> sluiting van loketten omdat alles via app verloopt
Les: Werknemers voelen wat er speelt (veranderingen) → ! Belang van people
management
Rol van management: anticiperen op verandering en structuren bouwen die wendbaarheid mogelijk
maken.
Social Dilemma:
➔ Huidige snelle veranderingen in digitale wereld onhoudbaar
➔ Veranderingen kunnen ook plots stoppen (sommige technologieën of platformen verliezen
impact
➔ Toekomst is onzeker → experts combineren verleden + heden om richting te vinden.
Peter Hinssen – Never Normal
• Wat we normaal vinden, is eigenlijk permanent veranderend.
• Kern: expect the unexpected en blijf anticiperen.
Historisch perspectief
• Meeste managementtechnieken bedacht en ontwikkeld voor totaal andere
problemen/uitdagingen dan waar we nu voor staan
, • Van landbouw (19e eeuw) en nijverheid naar industrieel tijdperk na WO1
• Eerste grote, industriële bedrijven (Philips, Ford) die ‘wereldwijde markt’ bedienen
Agrarische Samenleving => Industriële samenleving
Mogelijk door Twee gebeurtenissen:
1. 1766 Wealth of Nations – Adam Smith
Verdeling van arbeid (opdelen van taken in kleinere taken die snel kunnen worden
herhaald) = taakspecialisatie = stijging productiviteit
2. Industriële revolutie (= komst van machinale arbeid, massaproductie en efficiënt
transport) = groeiende belang van productie in fabrieken, nood aan
managementvaardigheden (voorspelling vraag, voldoende grondstoffen aanwezig,
werk verdelen, onderhoud machines plannen) = behoefte aan formele
managementpraktijk (duurde nog wel tot 20e eeuw vooraleer men eerste grote stap
kon zetten op dit vlak)
2.2 Klassieke benadering
Grondgedachte: richting en sturing op het gedrag van medewerkers leidt tot meer
productiviteit en winst
Idee: de mens als rationeel-economisch wezen
2.2.1 Scientific Management
Taylorisme (scientific management) = gebruik wetenschappelijke methoden om ‘best
mogelijke manier’ voor uitvoeren van bepaalde taak vast te stellen
Vier managementprincipes van Frederick Taylor (Taylorisme):
1. Wetenschappelijke methoden om efficiëntste manier van werk te bepalen (ontwikkel
wetenschappelijke richtlijnen voor elk element van een bepaalde arbeidstaak)
, 2. Selecteer beste ‘man’, train en ondersteun ‘hem’ om efficiënt te werken
3. Werk goed samen [als manager] met arbeiders (controle prestatie) (zodat het werk
wordt uitgevoerd volgens de wetenschappelijk ontwikkelde principes)
4. Verdeel: arbeiders (uitvoering) en manager (coördinatie & controle)
2.2.2 Scientific Management vandaag
Basisprincipes scientific management nog steeds gebruikt: geschikte personeel voor functie
aannemen, beloningssystemen op basis van prestaties ontwerpen,….
- Postbodes kreunen onder tijdsdruk
- Multi Moment Opname (MMO): taken van verplegers worden strikt opgevolgd en
getimed via een app → geschikte mensen selecteren, prestaties meten… ; Verder
verdeling van verschillende taken, zeer geautomatiseerd → focus op efficiëntie
- Amazon wil personeel controleren met elektronische armband: efficiëntie verhogen,
doordat er niet naar een verkeerd product kan gegrepen worden + activiteiten worden
gecontroleerd
- Healthtech: technologie die het mentale welzijn trackt → een knop die je baas vertelt
dat je ongelukkig bent
Spanningsveld tussen managers (maximalisatie efficiëntie) en arbeiders (ten koste van)
(concept van Taylorisme); arbeiders werken niet graag en daarom moeten managers 4
management principles toepassen om rationeel economische wezens (arbeiders) te
motiveren en efficiënt te laten werken
2.2.3 Algemeen bureaucratische organisatietheorie = algemeen administratieve theorie
Algemeen bureaucratische organisatietheorie = algemene theorieën over wat managers
doen en wat van management een goed management maakt
POLC model: management is een universele
verzameling van functies zoals plannen,
organiseren, leiden en controleren. Werknemers
voeren uit (Henri Fayol)
Twee belangrijke grondleggers: Henri Fayol en Max Weber
▪ Henri Fayol: focus op activiteiten van ALLE managers
o Formuleerde 14 grondbeginselen van management (= elementaire regels van
management die je kan leren en in elk type organisatie kan toepassen
1. Gezag, hiërarchie en discipline
2. Efficiëntie en goede planning -> goede verdeling
3. Vergoeding, rechtvaardigheid, initiatief en teamgeest -> sociale rust
, ▪ Max Weber: beschreef een ideaaltype organisatie = bureaucratie
o Bureaucratie = organisatievorm gekenmerkt door verdeling van arbeid, helder
omschreven hiërarchie, gedetailleerde regels en voorschriften en
onpersoonlijke werkrelaties
2.2.4 De algemeen bureaucratische organisatietheorie vandaag
Fayols 14 principes vormen basis van veel huidige managementconcepten en -theorieën over
planning, organisatie, leiderschap en controle
H2: De veranderende wereld van management
2.1 De veranderende wereld
Alles in management is tijdelijk! Omdat de wereld continu in verandering is en vaak plots en
exponentieel verandert (wereld is exponentiële in plaats van lineaire wereld en mondiale in plaats
van lokale wereld geworden) -> organisaties moeten meebewegen met technologische en
maatschappelijke shifts (opkomst mobiele internet, AI,…)
Voorbeelden:
➔ Van Kodak naar Instagram
- 1975 = medewerkers van Kodak vinden de digitale camera uit, topmanagement erkent dit niet
als de toekomst van de fotografie
- 1996 = Kodak - 140 000 wn - 28 miljard dollar omzet
- 2012 = Kodak gaat failliet
- 2013 = Instagram – 13 WN - 1 miljard dollar omzet
➔ VB: Nokia -> waren niet mee met innovatieve ideeën van het personeel (en dus
veranderingen)
➔ NMBS -> sluiting van loketten omdat alles via app verloopt
Les: Werknemers voelen wat er speelt (veranderingen) → ! Belang van people
management
Rol van management: anticiperen op verandering en structuren bouwen die wendbaarheid mogelijk
maken.
Social Dilemma:
➔ Huidige snelle veranderingen in digitale wereld onhoudbaar
➔ Veranderingen kunnen ook plots stoppen (sommige technologieën of platformen verliezen
impact
➔ Toekomst is onzeker → experts combineren verleden + heden om richting te vinden.
Peter Hinssen – Never Normal
• Wat we normaal vinden, is eigenlijk permanent veranderend.
• Kern: expect the unexpected en blijf anticiperen.
Historisch perspectief
• Meeste managementtechnieken bedacht en ontwikkeld voor totaal andere
problemen/uitdagingen dan waar we nu voor staan
, • Van landbouw (19e eeuw) en nijverheid naar industrieel tijdperk na WO1
• Eerste grote, industriële bedrijven (Philips, Ford) die ‘wereldwijde markt’ bedienen
Agrarische Samenleving => Industriële samenleving
Mogelijk door Twee gebeurtenissen:
1. 1766 Wealth of Nations – Adam Smith
Verdeling van arbeid (opdelen van taken in kleinere taken die snel kunnen worden
herhaald) = taakspecialisatie = stijging productiviteit
2. Industriële revolutie (= komst van machinale arbeid, massaproductie en efficiënt
transport) = groeiende belang van productie in fabrieken, nood aan
managementvaardigheden (voorspelling vraag, voldoende grondstoffen aanwezig,
werk verdelen, onderhoud machines plannen) = behoefte aan formele
managementpraktijk (duurde nog wel tot 20e eeuw vooraleer men eerste grote stap
kon zetten op dit vlak)
2.2 Klassieke benadering
Grondgedachte: richting en sturing op het gedrag van medewerkers leidt tot meer
productiviteit en winst
Idee: de mens als rationeel-economisch wezen
2.2.1 Scientific Management
Taylorisme (scientific management) = gebruik wetenschappelijke methoden om ‘best
mogelijke manier’ voor uitvoeren van bepaalde taak vast te stellen
Vier managementprincipes van Frederick Taylor (Taylorisme):
1. Wetenschappelijke methoden om efficiëntste manier van werk te bepalen (ontwikkel
wetenschappelijke richtlijnen voor elk element van een bepaalde arbeidstaak)
, 2. Selecteer beste ‘man’, train en ondersteun ‘hem’ om efficiënt te werken
3. Werk goed samen [als manager] met arbeiders (controle prestatie) (zodat het werk
wordt uitgevoerd volgens de wetenschappelijk ontwikkelde principes)
4. Verdeel: arbeiders (uitvoering) en manager (coördinatie & controle)
2.2.2 Scientific Management vandaag
Basisprincipes scientific management nog steeds gebruikt: geschikte personeel voor functie
aannemen, beloningssystemen op basis van prestaties ontwerpen,….
- Postbodes kreunen onder tijdsdruk
- Multi Moment Opname (MMO): taken van verplegers worden strikt opgevolgd en
getimed via een app → geschikte mensen selecteren, prestaties meten… ; Verder
verdeling van verschillende taken, zeer geautomatiseerd → focus op efficiëntie
- Amazon wil personeel controleren met elektronische armband: efficiëntie verhogen,
doordat er niet naar een verkeerd product kan gegrepen worden + activiteiten worden
gecontroleerd
- Healthtech: technologie die het mentale welzijn trackt → een knop die je baas vertelt
dat je ongelukkig bent
Spanningsveld tussen managers (maximalisatie efficiëntie) en arbeiders (ten koste van)
(concept van Taylorisme); arbeiders werken niet graag en daarom moeten managers 4
management principles toepassen om rationeel economische wezens (arbeiders) te
motiveren en efficiënt te laten werken
2.2.3 Algemeen bureaucratische organisatietheorie = algemeen administratieve theorie
Algemeen bureaucratische organisatietheorie = algemene theorieën over wat managers
doen en wat van management een goed management maakt
POLC model: management is een universele
verzameling van functies zoals plannen,
organiseren, leiden en controleren. Werknemers
voeren uit (Henri Fayol)
Twee belangrijke grondleggers: Henri Fayol en Max Weber
▪ Henri Fayol: focus op activiteiten van ALLE managers
o Formuleerde 14 grondbeginselen van management (= elementaire regels van
management die je kan leren en in elk type organisatie kan toepassen
1. Gezag, hiërarchie en discipline
2. Efficiëntie en goede planning -> goede verdeling
3. Vergoeding, rechtvaardigheid, initiatief en teamgeest -> sociale rust
, ▪ Max Weber: beschreef een ideaaltype organisatie = bureaucratie
o Bureaucratie = organisatievorm gekenmerkt door verdeling van arbeid, helder
omschreven hiërarchie, gedetailleerde regels en voorschriften en
onpersoonlijke werkrelaties
2.2.4 De algemeen bureaucratische organisatietheorie vandaag
Fayols 14 principes vormen basis van veel huidige managementconcepten en -theorieën over
planning, organisatie, leiderschap en controle