veranderingen in de wereld
SESSION 10 (DEEL 2, SESSIE 1)
1 Macro-economische omgeving
1.1 De basics
Macro-economie bestudeert de economie als geheel, niet één bedrijf apart. De
macro-omgeving is de resultante van het interactief gedrag van
‘nutsmaximaliserende’ economische agenten. Ontstaat door interactie tussen 3
hoofdspelers :
1. Huishoudens : consumptie van goederen en diensten, aanbod van arbeid en
kapitaal
2. Ondernemingen : productie van goederen en diensten, vraag naar arbeid en
kapitaal
3. Overheden : belasting van huishoudens en ondernemingen, productie van
publieke goederen Herverdeling van inkomens Monetaire en budgettaire
politiek, Regulering van product-/arbeids-/kapitaalmarkten
Deze drie beïnvloeden elkaar voortdurend MAAR is veel breder
Buitenlandse sector:
- invoer/uitvoer
- Internationale kapitaalstromen
Derde partijen
- vakbonden
- belangenorganisaties
- internationale instellingen (EU, IMF, WTO)
1
, 1.2 Nut (‘utility’): wat bedoelen we?
- Economische agenten proberen hun nut te maximaliseren
- Twee visies op nut :
1. Materiële welvaart (prosperity)?
o Focus op inkomen en productie
o Doel : Maximaliseer bbp per capita => economische groei
2. Welzijn en geluk (human well-being & happiness)?
o Breder dan geld
o Development indicators, veiligheid, gelijkheid, vrijheid, gezondheid
…
Hoog bbp betekent niet automatisch hoog geluk
1.3 Groei van bbp en bevolking
Reëel bbp per capita wereld (= inkomen per persoon, gecorrigeerd voor inflatie)
- Sterke stijging door de industriële revolutie, doordat machines handarbeid
vervingen, de productiekosten daalden en de productiviteit sterk toenam.
- Later ook door de globalisering voor extra groei, door meer internationale
handel, eenvoudigere import en export en een betere specialisatie tussen
landen.
BBP per capita stijgt veel sneller
Wereldbevolking
- enorm gestegen door betere voeding, medische vooruitgang, hogere
levensstandaard
Stijging verliep samen
2
, 1.4 GDP per capita
GDP per capita = economic prosperity ≠ human well-being
- GDP per capita = economische welvaart
- Human well-being = geluk en levenskwaliteit
Een land kan economisch rijk zijn, maar toch veel stress hebben, grote
ongelijkheid kennen , slechte gezondheidszorg, weinig vertrouwen in
overheid, lage levenskwaliteit…
1.5 Easterlin Paradox
Paradox: “Als inkomen stijgt, stijgt geluk niet automatisch mee.”
(Easterlin Paradox: ”Over time happiness does not trend upward as income
continues to grow”)
Grafiek :
- Grafiek per capita stijgt sterk
- Gemiddelde hapiness blijft bijna
gelijk
Voorbeeld VS : meer geld zorgt maar
tot op zekere hoogte voor meer geluk.
Daarna spelen andere factoren een
grote rol
3