Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting Sociale Psychologie, deel 1 | KU Leuven | 2025/26

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
62
Geüpload op
25-04-2026
Geschreven in
2025/2026

Dit is een samenvatting van Sociale Psychologie Deel 1 gegeven door Griet Van Vaerenberg aan de Ku Leuven. Deze samenvatting bevat alle thema's die behandeld werden in de les en is gemaakt op basis van de powerpoints en het boek. Dit is een zeer volledige en beknopte samenvatting, waarmee je het examens ZEKER haalt als je het helemaal kent. ik behaald een 17/20 op het examen in 1e zit door deze samenvatting helemaal vanbuiten te leren!!

Meer zien Lees minder

Voorbeeld van de inhoud

!! zie slides voor voorbeelden en experimenten!!


SOCIALE PSYCHOLOGIE
0. Inleiding
1) Wat is sociale psychologie
= wetenschap die zich bezighoudt met sociale invloeden op
individueel gedrag en met gedrag van mensen met, voor, over of
tegen elkaar.


KERN:

 Wij hebben anderen nodig om te kunnen overleven  SOCIALE
DEPRIVATIE (social isolation) :

- Sociologisch = tekort aan middelen (geld,…) waardoor je geen
gezonde levensstandaard kunt voorzien
- Sociaal psychologisch = tekort aan sociaal contact waardoor er iets
gebeurt in onze hersenen (BV: weeskinderen zonder affectie, contact:
verschillen in hersenmassa met kinderen met kinderen die wel sociaal
contact hadden)

Sociale paradox/ tegenstelling = we hebben sociaal contact nodig, maar
we houden vaak afstand van anderen. (VB: plek tussen laten op de trein)
 we schatten vaak verkeerd in wat connectie
met ons kan doen

 We worden ook beïnvloed door anderen of wij beïnvloeden anderen.
- Expliciete invloed: letterlijk zeggen wat je wil of doet
- Impliciete invloed: zonder letterlijk te zeggen


1960: sociale bubbels rondom ons

1. Intieme ruimte: mensen die je graag hebben
Als mensen die we niet graag hebben daarin
komen beïnvloeden die onze gevoelens en
gedachten.
Cultureels
2. Persoonlijke ruimte
3. Sociale ruimte
4. Publieke ruimte

Amygdala = orgaan in onze hersenen dat instaat
voor reguleren van emoties + interpersoonlijke afstand reguleren

, !! zie slides voor voorbeelden en experimenten!!



Sociale psychologie = de(1) wetenschappelijke studie van de manier
waarop de (2) gedachten, gevoelens en handelingen van mensen
beïnvloed worden door de (3) feitelijke, voorgestelde of geïmpliceerde
aanwezigheid van andere mensen



1. Wetenschappelijke studie  Intuïtieve of alledaagse
kennis
 Systematisch: stap per stap  eenzijdige selectie: gebaseerd op
ervaring
 Objectief: onafhankelijk van wie  subjectief: volgens
persoonlijke voorkeur
 Gecontroleerd: alle mogelijke  onderhevig: ongecontroleerd
invloedsfactoren constant houden
 Niet ‘het ene waar en andere niet’: er is ook twijfel, sommige intuïtieve
wijsheden kunnen waar zijn en wetenschappelijke standpunten fout



2. Mensen hebben invloed op hoe we ons gedragen, voelen en
denken.
 Ouvert gedrag = openlijk, waarneembaar gedrag (handelingen)
 Couvert gedrag = niet waarneembaar gedrag (gedachten, gevoelens)
 Verbaal: wat we zeggen
 Non-verbaal: lichaamstaal + PARAVERBAAL= hoe we iets zeggen
(intonatie, tempo…)
 Belang als het er niet is (soms meer dan het verbale), je beseft pas
hoe sterk we het nodig hebben als het er niet is

3. 3 soorten invloeden:
 Fysiek/ feitelijk: aanwezigheid van iets/ iemand
VB: toerist met rugzak  bom in de rugzak,
gevaarlijk
 Voorgesteld aanwezigheid: denken aan anderen
VB: ‘Zou mijn vriend/ vriendin dit mooi vinden?’
 Impliciete aanwezigheid: onrechtstreeks
VB: snoep aan de kassa, verkeersborden

Nudges = transparante, ongedwongen aanwijzingen geven wat mensen
moeten doen om ze zo onbewust je consumentengedrag te beïnvloeden
(BV: pijlen in de Ikea)

Uitgangspunten

, !! zie slides voor voorbeelden en experimenten!!

1. Situationisme = gedrag verklaren a.d.h.v. omgevingsfactoren,
context…  situationele gedragsdeterminanten (verklaart gedrag
niet goed)
 Differentiële psychologie = gedrag verklaren a.d.h.v.
persoonlijkheid  dispositionisme = karaktertrek,
persoonlijkheidseigenschap

 Interactionisme = gedrag wordt nooit enkel bepaald door 1 iets, vaak
door interactie van meerdere factoren

2. Experimenteel onderzoek
3. Dierenonderzoek: kan ons beïnvloeden om iets te verklaren bij
mensen
4. Kennisopbouw: meerder experimenten uitvoeren
5. Beschrijven, uitleggen, begrijpen, voorspellen, verklaren




1. Methodes van sociaalpsychologisch onderzoek

1) Beschrijvende methode
= zoveel mogelijk feiten verzamelen over gedrag van mensen en
beschrijven

 Observatie: gedrag opzoeken en bekijken



D

- Hoge ecologische validiteit = mate - Kan lang duren (zeldzaam gedrag)
waarin het onderzoek conclusies toelaat - Moeilijk om conclusies over oorzaak
over het ‘natuurlijk’ gedrag van mensen van het gedrag te trekken (andere
in ‘echte’ situaties (= komt wat je meet omstandigheden)
overeen met de dagelijkse realiteit)




 Zelfbeschrijving: iets te weten komen over wat je onderzoekt via
vragenlijsten, interviews


D
- Moeilijk om onze gevoelens te
beschrijven (onbewust, vergeten)
- Lage ecologische validiteit: verschil
tussen wat we zeggen en wat we doen
(BV: ‘The yellow walkman’)

, !! zie slides voor voorbeelden en experimenten!!


- Couverte processen te weten komen
- Over zeldzame overte gedragingen:
dingen die we niet zo veel zien




 Nut:

o Inspiratie opdoen voor verder onderzoek (hypothesen maken)
o Zelfbeschrijving als onderwerp zelf: hoe denken/schrijven mensen?
o Aanwezigheid van de sociale norm: nieuwe methodes om de
beperkingen van de sociale norm tegen te gaan
 Event sampling = gebeurtenis staat centraal, via een app die
op bepaalde uren vragen stuurt: realistischer, maar
vermoeiend
 Day reconstruction methode = dag beschrijven en activiteit
per activiteit reconstrueren met gevoelens en context: minder
tijdsintensief en waarheidsgetrouwer (onderzoek Kahneman)

2) Correlationeel onderzoek
= verbanden zoeken met de verzamelde gegevens om een samenhang
tussen fenomenen te kunnen vaststellen

Als je weet dat er een samenhang is kan je (gevolgen) voorspellen
Verschillende soorten correlatie:
o Positieve correlatie (0 tot 1) = 2 fenomenen bewegen in dezelfde
richting (pos of neg), heffen elkaar op
o Geen correlatie: geen patroon te vinden, hebben niets met elkaar
te maken
o Negatieve correlatie (0 tot -1) = bewegen in tegenovergestelde
richting

Correlatie is geen causatie: Niet per se oorzaak- gevolg:
geeft niet de richting aan kan ook met nog een andere
variabele te maken hebben!



3) Experimenteel onderzoek
= zoeken naar oorzaken via:

, !! zie slides voor voorbeelden en experimenten!!

- Onafhankelijke variabele (OV) = variabele waarover je iets wil
weten, variabele waarvan verwacht wordt dat die invloed heeft
op de afhankelijke variabele. (oorzaak) Deze wordt
gemanipuleerd/ veranderd om een effect te hebben
- Afhankelijke variabele (AV) = gedrag waarover je iets wil te weten
komen, variabele waarop we de invloed nagaan (gevolg), is
afhankelijk van de onafhankelijke variabele
(BV: Groei van plantjes onderzoeken (AV) obv hoeveelheid licht (OV)

Manipulatie is ‘key’:Oorzaak (OV) variëren om veranderingen
teweeg te brengen in het gevolg (AV)
variatie in oorzaak geeft variatie in gevolg
experimentele conditie = conditie waar je de OV
insteekt controle conditie = vergelijkingsconditie
significante effecten = betekenisvolle effecten
(toeval of door OV = statistisch significant)

Alle andere mogelijke oorzaken/factoren constant houden: alles
behalve jouw manipulatie moet gecontroleerd worden en constant
blijven (in labo!) (BV: Pepsi challenge in verschillende glazen
 storende variabele)

Mundane realism = het experiment komt niet overeen met dingen
die je in het dagelijks leven niet tegenkomt lage ecologische
validiteit: kunstmatig OPLOSSING: expiremental realism = de
proefopstelling zo realistisch mogelijk maken

Individuele kenmerken van proefpersonen onder controle houden:

1. Tussenproefspersoonmanipulatie = deelnemers willekeurig
verdelen (= randomiseren) aan de verschillenden condities
elke deelnemer blootstellen aan elk van de condities =>
individuele kenmerken verdwijnen

2.




Binnenproefpersonen = elke deelnemer ondergaan alle condities
en deze vergelijken

Documentinformatie

Heel boek samengevat?
Ja
Geüpload op
25 april 2026
Aantal pagina's
62
Geschreven in
2025/2026
Type
SAMENVATTING
€8,06
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kan je een ander document kiezen. Je kan het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Maak kennis met de verkoper
Seller avatar
loonaverledens

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
loonaverledens Katholieke Universiteit Leuven
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
-
Lid sinds
4 maanden
Aantal volgers
0
Documenten
6
Laatst verkocht
13 uur geleden
Samenvattingen Bachelor Psychologie

Ik heb al mijn samenvattingen online gezet waarmee ik in 1e zit geslaagd was. Er staat telkens ook bij met hoeveel. Mocht je nog vragen hebben neem gerust contact met me op

0,0

0 beoordelingen

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen