R-LABO's — Theorie & Code Overzicht
Academiejaar 2024–2025
Studiehulp voor de R-toets
Alle R-functies, code en uitleg per lab — met voorbeelden
,Lab I: Een Inleiding tot R
R is een gratis, open-source programmeertaal voor statistische analyses. Je voert opdrachten in via de
console (prompt: >) of in een script.
1. Basis Rekenen
R werkt als een rekenmachine. De standaard rekenkundige operatoren:
Functie / Code Beschrijving
+ - * / ^ Optelling, aftrekking, vermenigvuldiging, deling, machtsverheffing
sqrt(x) Vierkantswortel van x
exp(x) Exponentiële functie e^x
log(x) Natuurlijke logaritme (basis e)
log(x, base=10) Logaritme met basis 10
sin(x), cos(x) Sinus en cosinus
abs(x) Absolute waarde
Voorbeeld: samengestelde rente berekenen
# Saldo op rekening
1350 + 6750 # [1] 8100
# Volgorde van bewerkingen (haakjes kunnen helpen)
8^ - 7 # [1] 25
8^(2/2) - 7 # [1] 1
# Samengestelde rente: 1000 euro, 4.5%, 5 jaar
bedrag <- 1000
rente <- 0.045
duurtijd <- 5
waarde <- bedrag * (1 + rente)^duurtijd
waarde # [1] 1246.182
2. Variabelen
Gebruik <- of = om een waarde toe te wijzen aan een variabele. R is hoofdlettergevoelig!
x <- 5 # x krijgt de waarde 5
y = x + 3 # y krijgt de waarde 8
x # toont de waarde van x
💡 Tip: Variabelennamen
Kies duidelijke namen. Gebruik geen namen die R al kent (zoals 'sqrt', 'mean', 'log'). R is
hoofdlettergevoelig: 'X' en 'x' zijn VERSCHILLENDE variabelen.
3. Vectoren
Een vector is een rij van getallen. Gebruik c() om er een te maken.
# Vector aanmaken
x <- c(3, 7, 10)
# Elementen opvragen
, x[2] # 2de element: 7
x[c(2,3)] # 2de en 3de element: 7 10
x[-1] # alles behalve 1ste element: 7 10
# Meerdere commando's op 1 lijn
x <- c(3, 7, 10); x # direct ook tonen
# Vectoren genereren
seq(from=1, to=10) # 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10
seq(from=0, to=1, by=0.25) # 0.00 0.25 0.50 0.75 1.00
seq(from=0, to=1, length=5)# 0.00 0.25 0.50 0.75 1.00
1:10 # snelle versie van seq(1,10)
rep(1, 5) # 1 1 1 1 1
rep(c(1,2), 3) # 1 2 1 2 1 2
rep(1:3, each=2) # 1 1 2 2 3 3
4. Functies op Vectoren
Functie / Code Beschrijving
sum(x) Som van alle elementen
length(x) Aantal elementen in x
mean(x) Gemiddelde
var(x) Variantie (gedeeld door n-1)
sd(x) Standaardafwijking
min(x), max(x) Minimum en maximum
median(x) Mediaan
summary(x) Samenvatting: min, kwartielen, gemiddelde, max
sort(x) Sorteert van klein naar groot
diff(x) Eerste orde verschillen: x[i] - x[i-1]
cor(x, y) Pearson correlatie tussen x en y
scores <- c(15, 12, 13, 16, 9, 19, 18, 15, 13, 10)
mean(scores) # 14
sd(scores) # 3.16
summary(scores)
# Min. 1st Qu. Median Mean 3rd Qu. Max.
# 9.0 12.25 14.0 14.0 16.25 19.0
5. Logische Selectie uit Vectoren
Je kan elementen selecteren op basis van een voorwaarde:
omzet <- c(158.8, 130.8, 142.5, 0.0, 85.6, 138.1)
omzet > 125 # TRUE FALSE TRUE FALSE FALSE TRUE
sum(omzet > 125) # 3 (telt TRUEs, want TRUE=1, FALSE=0)
omzet[omzet > 125] # 158.8 142.5 138.1
mean(omzet[omzet >= 100]) # gemiddelde van dagen >= 100
# Element verwijderen (negatieve index)
omzet[-4] # vector zonder 4de element
6. Beschrijvende Statistiek & Plots