SLACHTOFFERS EN DADERS
Dr. Van Assche en Dr. Roels
2026-2027
CRIMINOLOGISCHE WETENSCHAPPEN
,DEEL 1: SLACHTOFFERS VAN SEKSUEEL
GEWELD EN JEUGDIGE ZEDEDELINQUENTEN
LES 1: INLEIDING - SITUERING
SEKSUEEL GEWELD
1. INLEIDING, BEGRIPPEN KADER
GRENSOVERSCHRIJDEND GEDRAG EN GEWELD
Bij Positieve seksuele interactie:
Wederzijdse instemming
Vrijwilligheid
Gelijkwaardigheid
o Geen grote leeftijdsverschillen
o Geen personen die in een afhankelijke positie zitten vb.
verstandelijke beperking, baas – werknemer relatie
Zie filmpje “Zo simpel als thee”! https://www.youtube.com/watch?
v=7K0RsGR7f9o
Bij seksuele grensoverschrijding = elke vorm van seksueel contact
waarbij de grenzen van een persoon worden overschreden.
Meestal gaat dit gepaard met gedrag van één persoon waar een andere
persoon geen weerstand tegen kan bieden. Dit kan door verschillende
reden gebeuren.
Grensoverschrijdend gedrag is in deze zin anders dan seksueel geweld,
maar als hulpverlener is daar niet echt een verschil in. ‘Gewoon’
grensoverschrijdend gedrag kan evenveel last veroorzaken bij het
slachtoffer.
LEGAAL FLIRTEN
Hoeveel tolereren we van iemand die toenadering zoekt?
Het onderscheid tussen flirten en grensoverschrijdend gedrag is niet altijd
eenduidig. De context speelt een belangrijke rol in het bepalen wanneer
een interactie een grens overschrijdt. In onderzoek zien we dat
respondenten bij het analyseren van casussen vaak relatief goed kunnen
aangeven wat zij als grensoverschrijdend beschouwen en wat niet.
1
,Wanneer het echter gaat om eigen ervaringen, blijkt dit onderscheid
moeilijker te maken. Individuen ervaren dan vaker onzekerheid over hun
eigen rol binnen de interactie, wat de beoordeling bemoeilijkt. De grens
tussen wederzijdse toenadering en ongewenst gedrag is in de praktijk dus
minder zwart-wit dan in theoretische analyses vaak wordt voorgesteld.
De situatie wordt duidelijker wanneer expliciet en verbaal “nee” wordt
gezegd. Toch blijft ook hier interpretatieproblematiek bestaan.
Een bijkomende factor is het bestaan van de verkrachtingsmythe:
hardnekkige maatschappelijke overtuigingen over wat “echte”
verkrachting of grensoverschrijdend gedrag zou zijn. Deze mythen
beïnvloeden hoe situaties worden geïnterpreteerd en kunnen ertoe leiden
dat slachtoffers hun eigen ervaringen minimaliseren of in twijfel trekken.
HET VLAGGENSYTEEM VAN SENSOA
Is een leidraad om aan te tonen wat goed gedrag is. Toont gradaties weer
aan de hand van zes criteria bij kinderen. Vb. rode vlag = straf.
DRIE PERSPECTIEVEN BEPALEN STANDPUNTEN SLACHTOFFER EN DADER
EN DE REACTIE
Wanneer we geweld in een bredere betekenis bekijken, kunnen we drie
perspectieven onderscheiden:
1. FEITELIJK PERSPECTIEF
Dit perspectief verwijst naar de objectief vastgestelde feiten: er heeft zich
een gewelddadige handeling voorgedaan tussen twee personen. Het gaat
om extern waarneembare en vaststelbare gebeurtenissen. Dit kan
betrekking hebben op verschillende vormen van geweld, zoals fysiek,
emotioneel of seksueel geweld. Binnen dit perspectief staat de concrete
handeling centraal.
2. RELATIONEEL PERSPECTIEF
2
, Geweld vindt vaak plaats binnen een bestaande relatie tussen mensen,
bijvoorbeeld bij partnergeweld of intrafamiliaal geweld. In dit perspectief
ligt de nadruk minder op de afzonderlijke daad, en meer op de relationele
context waarin het geweld zich afspeelt. Het gaat niet enkel om wie het
geweld pleegt, maar om de dynamiek en machtsverhoudingen binnen de
relatie.
3. MAATSCHAPPELIJK PERSPECTIEF
Dit perspectief benadrukt dat wat als geweld wordt beschouwd mede
wordt bepaald door maatschappelijke normen, waarden en wetgeving. De
juridische en sociale invulling van geweld kan verschillen tussen landen of
tijdsperiodes. Zo kan de wetgeving rond zedendelicten in België
verschillen van die in Nederland. Dit betekent niet noodzakelijk dat het
ene systeem “strenger” of “erger” is dan het andere, maar wel dat de
beoordeling van geweld afhankelijk is van het normatieve en juridische
kader.
Daarom is het belangrijk een onderscheid te maken tussen een louter
feitelijk of juridisch perspectief en bijvoorbeeld een
hulpverleningsperspectief, waarin de impact op het slachtoffer centraal
staat.
DEFINITIE SEKSUEEL GEWELD JUSTITIE EN HULPVERLENING
Vanuit een juridisch perspectief staat bewijs centraal. Om feiten vast te
stellen en aansprakelijkheid te bepalen, zijn objectieve bewijselementen
essentieel. Zonder voldoende bewijs kan er juridisch gezien geen
veroordeling of maatregel volgen.
Binnen een hulpverleningscontext ligt de nadruk echter anders. Daar is
een vermoeden of een ervaren impact vaak voldoende om ondersteuning
op te starten. De focus ligt niet primair op waarheidsvinding, maar op het
welzijn en de beleving van het slachtoffer. Wanneer iemand aangeeft
geweld te hebben ervaren, is de impact reëel en vormt die het
uitgangspunt voor begeleiding.
3