Geschiedenis van Rusland samenvatting
1 Rusland en de Russen
1.1 Naamgeving
Kiev-Roes: 9e eeuw-1240 (inval Mongolen)
Roes: 1240-16e eeuw, MAAR buitenlanders noemen het Moskovië
Roesskij/Rossija/Rusland: vanaf 16e eeuw en Ivan IV (etnisch-Russisch)
Rossijski/Russische Rijk: vanaf 18e eeuw en Peter de Grote (multi-etnische Russische
staat)
Sovjet-Unie: 1917-1991
Russische Federatie: 1991-nu
Rusland en Oekraïne delen een gemeenschappelijk verleden in Kiev-Roes
➔ Link tussen Kiev-Roes discussiepunt! (voornamelijk dynastieke link, geen
institutionele of culturele)
1.2 Geografie en klimaat
Oer Slavisch kerngebied in Oost-Europa met als natuurlijke grenzen:
Noord: Witte Zee, Kara Zee, Noordelijk IJszee
Oost: Oeral
Zuid: Kaukasus, Zwarte en Kaspische Zee
West: Karpaten
Kwetsbaarheid + kansen tot expansie in het zuidoosten en noordwesten (militarisering)
Netwerk van rivieren + taiga, gemengd bos en steppe
1
,2 Vroegste Tijden (3e millennium- 8e eeuw)
2.1 Nomadische fase
Eerste migratie 3e millennium v.C. – 800 v.C.
Indo-Europese nomaden vanuit Centraal-
Aziatische steppe over heel Europa.
(gemeen Slavisch, ontmoeten Finnen en
Balten en van nomadisch naar semi-
nomadisch)
Tweede migratie 800 v.C. – 200 v.C.
Vanuit Slavisch Oervaderland
verspreiden en differentiëren de Slaven
zich (makkelijker oost dan zuid en west)
Slavisch Oervaderland Te situeren rond de Pripjatmoerassen
Benaming van de Slaven
Slavjeni/slovjeni
Populaire etymologie: slava: roem en slovo: woord
Maar -jeni = bewoner van een plaats
Sla/slov → bewateren → bewoner van waterland
Maar gaven zichzelf andere namen
2
,Contacten met buurvolkeren
Balten en Finnen in het noorden
Assimilatie met Slaven
Steppevolken uit het zuiden die een grote invloed
uitoefenen op de Slaven
Militair superieur
Elite blijft nomadisch, rest sedentair
Leerproces voor Slaven!
Scythen (Iraans) 8e -3e eeuw v.C.
Sarmaten (Iraans) 200 v.C. – 200 n.C.
Wreed
Goten 200-370
(Germaans) Grote invloed taal
Hunnen 370-453
(Mongools, Attila
de Hun)
Eerste Slavische 450-550
expansie Slaven vullen zelf het machtsvacuüm na het overlijden van Attila
de Hun en plegen zelf raids tegen onder andere Byzantium
3
, Avaren (Turks) 6e – 7e eeuw
Steun van Byzantijnen, die genoeg hebben van Slavische raids (
ook VS Bulgaren)
Bulgaren (Turks) 7e eeuw
Islamitisch deel naar N, ander deel naar huidige Bulgarije
Chazaren (Turks) 650-750
Judaïsme
2.2 Sedentaire fase
Sedentarisatie en organisatie sociaaleconomisch leven (zonder aristocratie zoals bij de
steppevolkeren)
Extended family en stamvader
Clan (rod) en oudste
Stam (plemja) en raad van oudste (vetsje)
Deelname aan handelsverkeer Balticum, Oost-Europa en Byzantium
Centraal gezag in volost (machtsgebied)
Administratief, militair en economisch knooppunt
Hoofd van een volost : vorst (knjaz)
Steun vorst: schaar (droezjina)
In een vestiging: kremlin
Raad van vrijen: vetsje (unanimiteit)
Traditionele opvatting: Slavisch pantheon, meer plausibel: Godenpaar dat waarschijnlijk
bestaat uit voorouders
4
1 Rusland en de Russen
1.1 Naamgeving
Kiev-Roes: 9e eeuw-1240 (inval Mongolen)
Roes: 1240-16e eeuw, MAAR buitenlanders noemen het Moskovië
Roesskij/Rossija/Rusland: vanaf 16e eeuw en Ivan IV (etnisch-Russisch)
Rossijski/Russische Rijk: vanaf 18e eeuw en Peter de Grote (multi-etnische Russische
staat)
Sovjet-Unie: 1917-1991
Russische Federatie: 1991-nu
Rusland en Oekraïne delen een gemeenschappelijk verleden in Kiev-Roes
➔ Link tussen Kiev-Roes discussiepunt! (voornamelijk dynastieke link, geen
institutionele of culturele)
1.2 Geografie en klimaat
Oer Slavisch kerngebied in Oost-Europa met als natuurlijke grenzen:
Noord: Witte Zee, Kara Zee, Noordelijk IJszee
Oost: Oeral
Zuid: Kaukasus, Zwarte en Kaspische Zee
West: Karpaten
Kwetsbaarheid + kansen tot expansie in het zuidoosten en noordwesten (militarisering)
Netwerk van rivieren + taiga, gemengd bos en steppe
1
,2 Vroegste Tijden (3e millennium- 8e eeuw)
2.1 Nomadische fase
Eerste migratie 3e millennium v.C. – 800 v.C.
Indo-Europese nomaden vanuit Centraal-
Aziatische steppe over heel Europa.
(gemeen Slavisch, ontmoeten Finnen en
Balten en van nomadisch naar semi-
nomadisch)
Tweede migratie 800 v.C. – 200 v.C.
Vanuit Slavisch Oervaderland
verspreiden en differentiëren de Slaven
zich (makkelijker oost dan zuid en west)
Slavisch Oervaderland Te situeren rond de Pripjatmoerassen
Benaming van de Slaven
Slavjeni/slovjeni
Populaire etymologie: slava: roem en slovo: woord
Maar -jeni = bewoner van een plaats
Sla/slov → bewateren → bewoner van waterland
Maar gaven zichzelf andere namen
2
,Contacten met buurvolkeren
Balten en Finnen in het noorden
Assimilatie met Slaven
Steppevolken uit het zuiden die een grote invloed
uitoefenen op de Slaven
Militair superieur
Elite blijft nomadisch, rest sedentair
Leerproces voor Slaven!
Scythen (Iraans) 8e -3e eeuw v.C.
Sarmaten (Iraans) 200 v.C. – 200 n.C.
Wreed
Goten 200-370
(Germaans) Grote invloed taal
Hunnen 370-453
(Mongools, Attila
de Hun)
Eerste Slavische 450-550
expansie Slaven vullen zelf het machtsvacuüm na het overlijden van Attila
de Hun en plegen zelf raids tegen onder andere Byzantium
3
, Avaren (Turks) 6e – 7e eeuw
Steun van Byzantijnen, die genoeg hebben van Slavische raids (
ook VS Bulgaren)
Bulgaren (Turks) 7e eeuw
Islamitisch deel naar N, ander deel naar huidige Bulgarije
Chazaren (Turks) 650-750
Judaïsme
2.2 Sedentaire fase
Sedentarisatie en organisatie sociaaleconomisch leven (zonder aristocratie zoals bij de
steppevolkeren)
Extended family en stamvader
Clan (rod) en oudste
Stam (plemja) en raad van oudste (vetsje)
Deelname aan handelsverkeer Balticum, Oost-Europa en Byzantium
Centraal gezag in volost (machtsgebied)
Administratief, militair en economisch knooppunt
Hoofd van een volost : vorst (knjaz)
Steun vorst: schaar (droezjina)
In een vestiging: kremlin
Raad van vrijen: vetsje (unanimiteit)
Traditionele opvatting: Slavisch pantheon, meer plausibel: Godenpaar dat waarschijnlijk
bestaat uit voorouders
4