moderne literaturen
Kennisclip 3: Chrétien de Troyes
Allerbekendste heldenverhalen zijn de befaamde jeugdverhalen: Koning
Arthur
‘Britse ridderroman’
!geen Engels genre, maar een Frans genre: Chrétien de Troyes!
Grondlegger van mythes rond King Arthur
Weet een rijk te stichten ten tijde van chaos
Woont in Champagne en werkt door de omgeving het principe van de
dolende ridder uit. Zat later ook in dienst van Graaf Van Vlaanderen
Bekendste werken:
1) Perceval
a. De ronde tafel
b. Het mysterie van de graal (religieuze symbolen die bekend
werden tijdens de kruistochten)
2) Lancelot
a. Verhaal van de kar -> nobele ridder die ontvoerde koningin
moet redden. Hij vraagt raad aan een dwerg en deze stelt voor
om op zijn kar te komen zitten, maar is te laag voor Lancelot.
Toch doet Lancelot dit
i. Wijst op de persoonlijke belangen van trouw etc… :
schuift ijdelheid opzij
b. ‘De ridder van de kar’ vloekt in 1 zin!
3) Yvain
a. Avontuur, cultus vrouw en ridders die geleerd krijgen hoe ze
zich moeten gedragen
b. Moedige ridder, een doorzetter
Fragment Yvain:
Valk op de rui is een symbolisch teken van welvaart: de heer stond nooit
zelf op de brug te wachten
ideaalbeeld van de vrouw: de vrouw ontwapend en is beschaafd en liefelijk
ook de verfijning komt hier zeer mooi terug (propaganda voor hoe verfijnd
ze zijn)
zit vol met erecodes, gedragscodes en beleefdheidsformules
respect!! -> verfijndheid en controle van de impulsen
ook de dolende ridder komt aan bod
,toevoeging van enkele religieuze elementen (de Schepper en de Heilige
Geest is overal aanwezig)
toont aan dat de Christelijke eenheidscultuur tot op microscopisch niveau
is doorgedrongen in de cultuur en samenleving!
Vergelijking met Beowulf: veel gewelddadiger waarbij de
ongelooflijke kwaliteiten van een toekomstige leider worde geschetst
waar vooral moed en kracht belangrijke eigenschappen zijn
Karelromans: zelfde superieure leidersverhalen
Deze held heeft idealen: cultuur verdedigen, Christendom
verdedigen
= mooie gelijkelijke overgang en opbouw van de heldenverhalen
Kennisclip 7: Erasmus
3 belangrijke figuren uit de humanisten (non-fictie) die aan de basis liggen
van de essays
Erasmus van Rotterdam
Geboren in kringen van vernieuwende burgerlijke intellectuelen
Familie behoorde tot nieuwe devotie
!individuele spiritualiteit is van groot belang!
Voor Erasmus van jongs af aan een nieuwe wind
Degelijke opleiding in Leuven
Richt er het collegium trilingue op: school in dé drie talen: Latijn,
Grieks en Hebreeuws (omdat men keek naar de oude culturen, waar je de
grootste wijsheid vond)
Reisde zeer veel!
Kosmopolitisme: had contact over de hele wereld en wisselde
wereldwijd ideeën uit
Lof der Zotheid/ Laus Stultitiae
Werd gezien als een nieuwe kijk op de dingen! Zeer populair!
Vorm: Declamatio: oude vorm van redevoering uit de klassieke oudheid
Spreekt over een Godin: ‘de Zotheid’
Geen mentale stoornis, gebrek
Het gaat om alle dingen waar je je verstand niet gebruikt, het
irrationele
Redevoering van de Godin Zotheid over de zotheid
De Godin geeft lessen over zichzelf
Wil vooral tonen dat zotheid belangrijk is in het leven
Erasmus zegt dus: ‘zotheid behoort tot het leven’
, Staat haaks op de humanisten
Godin Zotheid mag pleidooi voeren waarom het van zo’n belang is of
kan zijn
Was in die tijd ENORM revolutionair!
Het mogen erkennen dat een deel van het bestaan zonder nadenken
gebeurd
Respect tonen voor het irrationele, maar toch het belang van zelfcontrole
Zo kan je jezelf tot ontwikkeling brengen
Voorbeeldfragment
Hoofdstuk XVI: God heeft er voor gezorgd dat het leven niet geheel saai,
nuchter, droevig en somber moet zijn, maar heeft ervoor gezorgd dat
irrationaliteit een belangrijk aspect is
Maar: de verhouding is niet in orde! (irrationaliteit is veel groter dan de
rationaliteit) ‘dat wat het belangrijkste is, is maar een heel klein deeltje
Hierin herkennen we de oproep tot zelfbeheersing
Afbeelding van de godin als een buikspreekster
De rede moet steeds luider roepen, maar de toorn en de lust luisteren daar
niet naar
Wil aantonen dat het leven nu eenmaal zo is
We hebben deze ‘beperkingen’ en driften en instincten
We moeten ze leren kennen om ermee te leren omgaan
erkenning en respect voor het irrationele, maar wederom belang van de
zelfcontrole
Past dit ook toe op de vrouw!
Ook renaissance blijft een mannenwereld
Vrouw staat dicht bij de natuur
Dus dicht bij het lichamelijke en het irrationele
Daarom is de Godheid een vrouw en geen man
De werking van het vrouwelijke leren en kennen en dit leren controleren
Is al veel liberaler dan de eeuwen voorheen, maar nog steeds op zoek
naar de controle van de vrouw
De verwijzingen naar de klassieke oudheid en de vrouw zijn zeer
vrouwonvriendelijke stukken van Plato
‘behoort vrouw tot dieren of tot mensen?’
‘slimme vrouw is een contradictio in terminis want wijsheid is voor
mannen’
‘je wordt gelukkig van het irrationele en je wordt ongelukkig van het
rationele’