Wijsbegeerte in het einde van de moderniteit
einde
Franse revolutie / vooruitgangsfilosofie Edmund Husserl (20e
industriële revolutie (19e eeuw) wijsgerige revolutie eeuw)
Auguste Comte (19e onttroning van subject Friedrich Nietzsche
eeuw) (19e -20e eeuw) (19e eeuw)
Franse revolutie & industriële revolutie
- Franse revolutie = effect van een tendens die reeds begin Moderniteit had gekenmerkt: toenemende rationalisering die doordringt in
maatschappelijk leven
o Mens in toenemende mate geconfronteerd met grenzen van zijn mogelijkheden
- Industriële revolutie
o Mechanisatie van oeroude productiemiddelen (bv. weefgetouw) → razendsnelle evolutie technologie
o Massaproductie → overproductie → aanbod te groot, weinig vraag → prijzen dalen → werkloosheid etc. → verpauperd proletariaat
o De revoluties gaan echter ook aan deze volksgroepen voorbij; idealen van vrijheid, gelijkheid en broederschap gelden voornamelijk voor de
Bourgeoisie (rijke middenklasse) → frustratie van gewekte verwachtingen over revolutie laten zich meer voelen
▪ Oprichting socialistische partijen (Marx)
o Pas in 20e eeuw oplossing: ‘welvaartstaat, consumptiemaatschappij’: zoveel mogelijk mensen moeten participeren in welvaart voor belang
van economie
▪ Mens was tot Franse revolutie onderdaan van absolute monarch → erna burger → erna omgetoverd tot volwaardig consument
, - Kennisexplosie gaat verder
o Wereld volledig verkend door nieuwe kolonies (nergens nog terra incognita)
o Studie van variëteiten van levendewezens → evolutieleer Darwin
o Erfelijkheidswetten Gregor Mendel
Positivisme (Auguste Compte) 19e eeuw
- Geloof in vooruitgang nog ongeschonden in 19e eeuw
- Positivisten
o “Technisch-wetenschappelijke evolutie zal op lange termijn de algemene overwinning van redelijkheid inluiden” → deze opvatting leeft het
sterkst bij de positivisten
o Gaan er van uit dat elke vorm van weten slechts geldig is als ze verworven is door methode van positieve wetenschap
o Wat hieraan niet beantwoordt (filosofie, religie en traditionele moraal) moet ofwel zelf op positief-wetenschappelijke leest geschoeid
worden of radicaal verdwijnen
o Comte: geschiedenis van het denken als een geleidelijke ontwikkeling, waarbij de mensheid verschillende stadia doorloopt naar
volwassenheid (volledig in overeenstemming met vooruitgangsgeloof)
▪ Theologische / fictieve stadium: mens verklaart wereld aan hand van bovennatuurlijke krachten, in mythen ten tonele gevoerd
▪ Metafysische / abstracte stadium: abstracte begrippen hebben gepersonifieerde krachten vervangen als verklaringsmodel
▪ Wetenschappelijke / positieve stadium: Mensheid is nu volwassen geworden. Denken laat zich nog slechts leiden uit observatie, en
induceert van daaruit de wetmatigheden van de werkelijkheid
Einde vooruitgangsfilosofie 19e eeuw
- Dit vooruitgangsoptimisme grondig verstoord aan einde 19e eeuw
- De vrees voor revolutie die einde westerse cultuur zal inluiden is vrij algemeen → voortschrijdende kennis nog slechts ervaren als een oprukken,
niet meer als een winst
, - Gevoel van naderend onheil bevestigd in 2 wereldoorlogen:
o Vooral WO II: Holocaust met ongelooflijke wetenschappelijke precisie en zin voor organisatie ten uitvoer gebracht
o → nu openlijk gebleken dat technische rationaliteit voor de meest irrationele, immorele en vernietigende doeleinden kan gebruikt worden
o Hoe kan men na deze gruwelen nog geloven in de vooruitgang?
o Besef duidelijk gegroeid dat wetenschappelijk-technische rationaliteit niet per se tot best mogelijke wereld leidt
Onttroning van het subject 19e – 20e eeuw
- Romantiek
o Subject in Moderniteit centrum → maar niet meer in 19e – 20e eeuw
o Tegenbeweging tegen nadruk die Verlichting op rede had gelegd
o Romantiek: gevoel als dè uitdrukking van persoonlijkheid, niet meer rede als de uitdrukking
o Maar algemene tendens overeind: in Romantiek blijft individu drager van werkelijkheid
- Meesters van het wantrouwen
o In Romantische beeld van individu verandering vanaf 2e helft 19e eeuw
o Marx, Nietzsche en Freud (en Darwin) tonen dat achter masker van zelfverklaarde autonome subject lelijk gezicht schuilgaat, mens blijkt
veel minder edel en machtig dat hij zelf wil geloven
o Karl Marx (19e eeuw):
▪ Mens ontleent essentie aan plaats die hij in economische productiesysteem inneemt
o Friedrich Nietzsche (19e eeuw):
▪ Cultuur = slechts vernislaagje dat ware drijfveer van mens (de machtswil) tracht de neutraliseren
o Sigmund Freud (20e eeuw):
▪ Zelfbezit en autonomie van subject lang niet zo groot als men dacht:
, ▪ Subject = bundeling van factoren die grotendeels onbewust blijven
▪ → moderne subject hierdoor met grenzen geconfronteerd: hoe zal subject wereld overmeesteren, als het niet eens in staat is
bewust en autonoom eigen denken te bepalen
o Charles Darwin: (19e eeuw)
▪ Ontluisterende boodschap over dierlijke oorsprong van mens
▪ Biologische geschiedenis als blind proces van natuurlijke selectie
- ‘Menswetenschappen’
o Dominante strekking van positivisme stelt methode exacte natuurwetenschappen als enige norm
o Alles wat niet op leest van exacte wetenschappen is geschoeid → irrationeel of expressie van subjectieve emoties
o Mens neemt zeer dubbelzinnige houding aan tov wetenschap:
▪ Mens is in wetenschap niet zozeer subject, maar object van wetenschap
▪ Die wetenschap biedt inzichten die vaak ontluisterend zijn voor zelfverklaarde autonome subjecten
- → vervreemding grijpt verder om zich heen
o Subject vervreemd zichzelf
o Subject vervreemd zich tov wereld: economie, politiek etc. wordt als bijzonder complex ervaren → wordt overgelaten aan specialisten →
directe toegangsweg tot dingen wordt afgesloten
o ➔ mens voelt zich in het algemeen kleine medespeler in evoluties die hij niet kan overzien, laat staan beheersen
- Gevoel van destabilisering in kunst:
o Kunstenaar haalt voortdurend zelfverklaarde stabiliteit onderuit
Wijsgerige revolutie
- Kritiek op Hegel
einde
Franse revolutie / vooruitgangsfilosofie Edmund Husserl (20e
industriële revolutie (19e eeuw) wijsgerige revolutie eeuw)
Auguste Comte (19e onttroning van subject Friedrich Nietzsche
eeuw) (19e -20e eeuw) (19e eeuw)
Franse revolutie & industriële revolutie
- Franse revolutie = effect van een tendens die reeds begin Moderniteit had gekenmerkt: toenemende rationalisering die doordringt in
maatschappelijk leven
o Mens in toenemende mate geconfronteerd met grenzen van zijn mogelijkheden
- Industriële revolutie
o Mechanisatie van oeroude productiemiddelen (bv. weefgetouw) → razendsnelle evolutie technologie
o Massaproductie → overproductie → aanbod te groot, weinig vraag → prijzen dalen → werkloosheid etc. → verpauperd proletariaat
o De revoluties gaan echter ook aan deze volksgroepen voorbij; idealen van vrijheid, gelijkheid en broederschap gelden voornamelijk voor de
Bourgeoisie (rijke middenklasse) → frustratie van gewekte verwachtingen over revolutie laten zich meer voelen
▪ Oprichting socialistische partijen (Marx)
o Pas in 20e eeuw oplossing: ‘welvaartstaat, consumptiemaatschappij’: zoveel mogelijk mensen moeten participeren in welvaart voor belang
van economie
▪ Mens was tot Franse revolutie onderdaan van absolute monarch → erna burger → erna omgetoverd tot volwaardig consument
, - Kennisexplosie gaat verder
o Wereld volledig verkend door nieuwe kolonies (nergens nog terra incognita)
o Studie van variëteiten van levendewezens → evolutieleer Darwin
o Erfelijkheidswetten Gregor Mendel
Positivisme (Auguste Compte) 19e eeuw
- Geloof in vooruitgang nog ongeschonden in 19e eeuw
- Positivisten
o “Technisch-wetenschappelijke evolutie zal op lange termijn de algemene overwinning van redelijkheid inluiden” → deze opvatting leeft het
sterkst bij de positivisten
o Gaan er van uit dat elke vorm van weten slechts geldig is als ze verworven is door methode van positieve wetenschap
o Wat hieraan niet beantwoordt (filosofie, religie en traditionele moraal) moet ofwel zelf op positief-wetenschappelijke leest geschoeid
worden of radicaal verdwijnen
o Comte: geschiedenis van het denken als een geleidelijke ontwikkeling, waarbij de mensheid verschillende stadia doorloopt naar
volwassenheid (volledig in overeenstemming met vooruitgangsgeloof)
▪ Theologische / fictieve stadium: mens verklaart wereld aan hand van bovennatuurlijke krachten, in mythen ten tonele gevoerd
▪ Metafysische / abstracte stadium: abstracte begrippen hebben gepersonifieerde krachten vervangen als verklaringsmodel
▪ Wetenschappelijke / positieve stadium: Mensheid is nu volwassen geworden. Denken laat zich nog slechts leiden uit observatie, en
induceert van daaruit de wetmatigheden van de werkelijkheid
Einde vooruitgangsfilosofie 19e eeuw
- Dit vooruitgangsoptimisme grondig verstoord aan einde 19e eeuw
- De vrees voor revolutie die einde westerse cultuur zal inluiden is vrij algemeen → voortschrijdende kennis nog slechts ervaren als een oprukken,
niet meer als een winst
, - Gevoel van naderend onheil bevestigd in 2 wereldoorlogen:
o Vooral WO II: Holocaust met ongelooflijke wetenschappelijke precisie en zin voor organisatie ten uitvoer gebracht
o → nu openlijk gebleken dat technische rationaliteit voor de meest irrationele, immorele en vernietigende doeleinden kan gebruikt worden
o Hoe kan men na deze gruwelen nog geloven in de vooruitgang?
o Besef duidelijk gegroeid dat wetenschappelijk-technische rationaliteit niet per se tot best mogelijke wereld leidt
Onttroning van het subject 19e – 20e eeuw
- Romantiek
o Subject in Moderniteit centrum → maar niet meer in 19e – 20e eeuw
o Tegenbeweging tegen nadruk die Verlichting op rede had gelegd
o Romantiek: gevoel als dè uitdrukking van persoonlijkheid, niet meer rede als de uitdrukking
o Maar algemene tendens overeind: in Romantiek blijft individu drager van werkelijkheid
- Meesters van het wantrouwen
o In Romantische beeld van individu verandering vanaf 2e helft 19e eeuw
o Marx, Nietzsche en Freud (en Darwin) tonen dat achter masker van zelfverklaarde autonome subject lelijk gezicht schuilgaat, mens blijkt
veel minder edel en machtig dat hij zelf wil geloven
o Karl Marx (19e eeuw):
▪ Mens ontleent essentie aan plaats die hij in economische productiesysteem inneemt
o Friedrich Nietzsche (19e eeuw):
▪ Cultuur = slechts vernislaagje dat ware drijfveer van mens (de machtswil) tracht de neutraliseren
o Sigmund Freud (20e eeuw):
▪ Zelfbezit en autonomie van subject lang niet zo groot als men dacht:
, ▪ Subject = bundeling van factoren die grotendeels onbewust blijven
▪ → moderne subject hierdoor met grenzen geconfronteerd: hoe zal subject wereld overmeesteren, als het niet eens in staat is
bewust en autonoom eigen denken te bepalen
o Charles Darwin: (19e eeuw)
▪ Ontluisterende boodschap over dierlijke oorsprong van mens
▪ Biologische geschiedenis als blind proces van natuurlijke selectie
- ‘Menswetenschappen’
o Dominante strekking van positivisme stelt methode exacte natuurwetenschappen als enige norm
o Alles wat niet op leest van exacte wetenschappen is geschoeid → irrationeel of expressie van subjectieve emoties
o Mens neemt zeer dubbelzinnige houding aan tov wetenschap:
▪ Mens is in wetenschap niet zozeer subject, maar object van wetenschap
▪ Die wetenschap biedt inzichten die vaak ontluisterend zijn voor zelfverklaarde autonome subjecten
- → vervreemding grijpt verder om zich heen
o Subject vervreemd zichzelf
o Subject vervreemd zich tov wereld: economie, politiek etc. wordt als bijzonder complex ervaren → wordt overgelaten aan specialisten →
directe toegangsweg tot dingen wordt afgesloten
o ➔ mens voelt zich in het algemeen kleine medespeler in evoluties die hij niet kan overzien, laat staan beheersen
- Gevoel van destabilisering in kunst:
o Kunstenaar haalt voortdurend zelfverklaarde stabiliteit onderuit
Wijsgerige revolutie
- Kritiek op Hegel